Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ; Orionis Walcheren 2025

Besluit van Orionis Walcheren tot vaststelling van de verordening Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ; Orionis Walcheren 2025.

 

Het Algemeen Bestuur van Orionis Walcheren;

 

gelet op:

 

de artikelen 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d en e en tweede lid en 10b, vijfde lid en zevende lid, van de Participatiewet;

gehoord hebbende het advies van de Sociale Cliëntenraad Walcheren;

kennis genomen hebbende van de zienswijzen van de gemeenteraden;

 

overwegende dat,

 

het gewenst is om de verordening te actualiseren;

 

Besluit vast te stellen de volgende verordening: Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ; Orionis Walcheren 2025.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begrippen

Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Algemene wet Bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet.

 

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • het Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van Orionis Walcheren;

  • het Algemeen Bestuur: het Algemeen Bestuur van Orionis Walcheren;

  • doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet,

  • niet-uitkeringsgerechtigden zoals genoemd in artikel 6 eerste lid onderdeel a van de wet;

  • interne werkbegeleiding: door een werkgever geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek;

  • jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk;

  • overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet;

  • persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet;

  • praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepenregister te laten verkrijgen op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek;

  • voorziening: door het Dagelijks Bestuur noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken;

  • werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie;

  • werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de wet met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is;

  • wet: Participatiewet;

  • de gemeenten: de gemeenten Middelburg, Veere en Vlissingen;

  • beleidsplan: de door de gemeenteraad vastgestelde kadernota en de uitwerking daarvan in de jaarlijkse begroting;

  • preferent proces loonkostensubsidie: gestandaardiseerd proces, in beheer van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), voor het aanvragen en uitbetalen van loonkostensubsidie Participatiewet;

  • sociale activering: onbetaalde maatschappelijk nuttige activiteiten.

Hoofdstuk 2. Beleid en evaluatie

Artikel 2. Evenwichtige verdeling en evaluatie

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur kan de voorziening, bedoeld in hoofdstuk 3 en hoofdstuk 3A, aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan:

    • a.

      de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en

    • b.

      de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg.

  • 3.

    Het Dagelijks Bestuur doet jaarlijks verslag aan de gemeenteraad over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening in de praktijk d.m.v. het jaarverslag.

 

Artikel 3. Beleidsregels

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur kan ter uitvoering van deze verordening nadere beleidsregels stellen waarin beleidsprioriteiten worden aangegeven, alsmede de hoogte en wijze van financiering. Deze beleidsregels kunnen worden vervat in een periodiek beleidsplan.

  • 2.

    De volgende onderdelen komen in ieder geval aan de orde in de beleidsregels c.q. het beleidsplan:

    • a.

      een omschrijving van het beleid ten aanzien van de verschillende doelgroepen, waarbij een evenwichtige verdeling van de middelen over de doelgroepen als uitgangspunt wordt genomen;

    • b.

      een verdeling van de beschikbare middelen over de verschillende voorzieningen;

    • c.

      het flankerend beleid;

    • d.

      criteria ontheffingenbeleid.

  • 3.

    Het Dagelijks Bestuur brengt periodiek verslag uit aan het Algemeen Bestuur over de resultaten van het beleid.

  • 4.

    Ten aanzien van de beleidsregels c.q. het beleidsplan zoals bedoeld in het eerste lid, wordt het advies van de cliëntenraad gevraagd.

 

Artikel 4. Budget en subsidieplafonds

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur kan één of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een door het Dagelijks Bestuur ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op deze specifieke voorziening, behoudens het gestelde in de wet.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.

Hoofdstuk 3. Voorzieningen

Artikel 5. Algemene bepalingen over voorzieningen

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur kan een voorziening weigeren als:

    • a.

      de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep;

    • b.

      de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening;

    • c.

      de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening;

    • d.

      de voorziening naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of

    • e.

      er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur kan een voorziening beëindigen als:

    • a.

      de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt;

    • b.

      de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep;

    • c.

      de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet;

    • d.

      de voorziening naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur niet langer voldoende bijdraagt aan arbeidsinschakeling;

    • e.

      de voorziening naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening;

    • f.

      de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of

    • g.

      de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.

 

  • 3.

    Het Dagelijks Bestuur biedt de goedkoopst adequate voorziening aan, houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Het Dagelijks Bestuur houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet.

  •  

Artikel 6. Werkleertraject

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur kan een persoon die behoort tot de doelgroep op een werkleertraject plaatsen. Deze plaatsing duurt in de regel maximaal zes maanden met de mogelijkheid tot verlenging met zes maanden, indien dit door het Dagelijks Bestuur noodzakelijk wordt geacht voor het verwerven van vaardigheden die de inschakeling in de arbeid bevorderen.

  • 2.

    Hel doel van het werkleertraject is het opdoen van kennis en werkervaring, het verkrijgen van een positieve werkhouding, dan wel het leren functioneren in een arbeidsrelatie.

  • 3.

    In een plan van aanpak wordt tenminste vastgelegd:

    • a.

      het doel van het werkleertraject;

    • b.

      de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt;

    • c.

      de duur van de plaatsing.

  •  

Artikel 7. Proefplaats

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van twee maanden onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. Indien het noodzakelijk is om een duurzame plaatsing te realiseren kan de proefplaats als maatwerk verlengd worden. Deze verlenging is zo kort als mogelijk is, met een maximum van vier maanden. Het doel van een proefplaats is het voor een beperkte duur opdoen van werkervaring in een specifieke functie of de inschakeling van de persoon in arbeid bij een werkgever te bevorderen, waarbij de proefplaats voor een zo beperkt mogelijke duur wordt ingezet.

  • 2.

    Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als:

    • a.

      de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is;

    • b.

      het Dagelijks Bestuur verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling;

    • c.

      als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt;

    • d.

      de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en

    • e.

      de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaats, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen.

  • 3.

    Het Dagelijks Bestuur weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaats kan worden aangenomen voor dat werk [of als direct na de proefplaats sprake is van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de wet].

  • 4.

    Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing gelaten.

  • 5.

    Het Dagelijks Bestuur kan een persoon op een proefplaats persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 3A.

  •  

Artikel 8. Detacheringsbanen

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur kan aan een persoon die behoort tot de doelgroep een dienstverband aanbieden, gericht op arbeidsinschakeling.

  • 2.

    De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een organisatie. In schriftelijke overeenkomsten worden de afspraken met betrekking tot de arbeidsverhoudingen tussen werkgever, werknemer en inlenende organisatie vastgelegd.

  • 3.

    Het Dagelijks Bestuur kan een organisatie aanwijzen die in opdracht van of namens Orionis Walcheren het werkgeverschap voor de banen, zoals bedoeld in het eerste lid, uitvoert.

  •  

Artikel 9. Scholing

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur kan aan een persoon die behoort tot de doelgroep scholing aanbieden, indien dit door het Dagelijks Bestuur noodzakelijk wordt geacht voor de arbeidsinschakeling.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op personen jonger dan 27 jaar die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kunnen volgen.

  • 3.

    Het Dagelijks Bestuur kan in beleidsregels nadere eisen aan scholingstrajecten verbinden.

  • 4.

    Indien scholing wordt aangevraagd door een niet startgekwalificeerde belanghebbende die de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt, wordt de belanghebbende gemeld bij het Regionaal Bureau Leerplicht (RBL) c.q. de regionale meld— en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (RMC)

  •  

Artikel 10. Participatieplaats beschut werk

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur verstrekt om de in artikel 10b, eerste lid, van de wet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken de volgende voorzieningen:

    • a.

      fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving;

    • b.

      uitsplitsing van taken; of

    • c.

      aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur kan aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de wet, daarnaast de volgende voorzieningen aanbieden:

    • a.

      arbeidsmatige dagbesteding als bedoeld in de gemeentelijke Wmo verordeningen;

    • b.

      sociale activering;

    • c.

      scholing als bedoeld in artikel 9;

    • d.

      persoonlijke ondersteuning als bedoeld in artikel 11; of

    • e.

      schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

  •  

Artikel 11. Persoonlijke ondersteuning bij werk

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur kan persoonlijke ondersteuning bij werk aanbieden aan personen behorend tot de doelgroep.

  • 2.

    Persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in het eerste lid wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 3, verstrekt overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 3A.

 

Artikel 12. Werkgeverssubsidie

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur kan een werkgeverssubsidie aan een werkgever of een detacheringsbedrijf verstrekken gericht op arbeidsinschakeling.

  • 2.

    De verstrekking van werkgeverssubsidies is een generieke regeling.

 

Artikel 13. Ondersteuning bij leer-werktraject

Het Dagelijks Bestuur kan, overeenkomstig artikel 10f van de wet, ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien van wie het Dagelijks Bestuur van oordeel is dat een leer-werktraject nodig is, voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject en het personen betreft:

  • a.

    van 16 of 17 jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd; of

  • b.

    van 18 tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald.

Hoofdstuk 3A. Specifieke bepalingen doelgroep Breed offensief

Paragraaf 3A.1 Administratief proces loonkostensubsidie

Artikel 14. Specifiek aanvraagproces loonkostensubsidie

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur verstrekt overeenkomstig artikel 10d, van de wet, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de persoon, aan de werkgever en de persoon.

  • 3.

    Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. Als deze aanvraag is gedaan na het begin van de dienstbetrekking voor een persoon als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de wet, wordt de vaststelling of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie bepaald door middel van de Praktijkroute.

  • 4.

    Het Dagelijks Bestuur neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht.

 

Paragraaf 3A.2 Procedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen

Artikel 14a. Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking.

  • 2.

    Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 3, de volgende voorwaarden:

  • a.

    de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal 18 jaar oud, tenzij hij VSO/PRO-onderwijs heeft genoten;

  • b.

    de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces (blijven) deelnemen;

  • c.

    het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is;

  • d.

    het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie;

  • e.

    er is naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en

  • f.

    de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de [maatschappelijke] opbrengsten van uitstroom naar werk.

  •  

Artikel 14b. Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen

  • 1.

    Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan bij het Dagelijks Bestuur worden ingediend door de persoon of zijn werkgever. Het Dagelijks Bestuur kan hiervoor een aanvraagformulier vaststellen.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur bevestigt de ontvangst van de aanvraag.

  • 3.

    Het Dagelijks Bestuur bepaalt na overleg met de persoon, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling.

  • 4.

    Het Dagelijks Bestuur onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de persoon, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de wet.

  • 5.

    Het Dagelijks Bestuur maakt na afronding van het onderzoek, een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek dat wordt neergelegd in een onderzoeksverslag.

  • 6.

    Op basis van het onderzoeksverslag neemt het Dagelijks Bestuur een besluit en zendt dit aan de persoon of zijn gemachtigde en, indien van toepassing, aan de werkgever.

  •  

Artikel 14c. Inhoud beschikking persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan:

  • a. welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt;

  • b. als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag;

  • c. de duur en intensiteit van de ondersteuning;

  • d. de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening;

  • e. als de verstrekking afwijkt van wat is aangevraagd, wat de reden is van afwijking; en

  • f. voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn, waaronder de wijze waarop de persoon integraal kan worden ondersteund.

  •  

Paragraaf 3A.3 Specifieke bepalingen persoonlijke ondersteuning bij werk

Artikel 14d. Persoonlijke ondersteuning bij werk

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching verstrekken. Bij voorkeur in natura door middel van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij of in opdracht van Orionis Walcheren. Secondair door een derde, waarbij Orionis Walcheren de uitvoering van de jobcoaching heeft ingekocht.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor:

  • a. jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of

  • b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider.

  • 3.

    De in het eerste of tweede lid genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaatsing of een leer-werktraject.

  •  

Artikel 14e. Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk

  • 1.

    De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 8 weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen, tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn.

  • 2.

    Als Orionis Walcheren een of meer jobcoaches zelf in dienst of gecontracteerd heeft, biedt het Dagelijks Bestuur deze bij voorrang aan.

Artikel 14f. Jobcoaching in natura

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur kan ambtshalve, of op aanvraag, jobcoaching in natura aanbieden.

  • 2.

    Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in de artikelen 14c tot en met 14h van deze verordening van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14g. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur kan op aanvraag subsidie voor het organiseren van jobcoaching verlenen aan de werkgever.

  • 2.

    Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 14c tot en met 14h van deze verordening, worden verleend als:

  • a. de jobcoaching bestaande uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon behorend tot de doelgroep, gericht op het kunnen uitvoeren van de aan hem opgedragen taken, wordt geborgd door middel van een coachingsplan;

  • b. de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is;

  • c. de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en

  • d. de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever.

  • 3.

    Het Dagelijks Bestuur kan voor jobcoaching een maximumtarief per uur hanteren dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, waarbij het Dagelijks Bestuur zorgdraagt voor de kenbaarheid van de voor het betreffende jaar van toepassing zijnde tarieven.

Artikel 14h. Interne werkbegeleiding

Als een persoon uit de doelgroep voor het kunnen verrichten van werk is aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kan het Dagelijks Bestuur een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding. Paragraaf 3A.4. Specifieke bepalingen overige voorzieningen.

 

Artikel 14i. Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en

  • b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer.

  • 2.

    De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer.

  • 3.

    Het Dagelijks Bestuur brengt een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening.

  •  

Artikel 14j. Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap

Het Dagelijks Bestuur kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie.

 

Artikel 14k. Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken.

  • 2.

    Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is.

  • 3.

    De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het Dagelijks Bestuur besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken.

 

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 15. Hardheidsclausule

Het Dagelijks Bestuur kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

 

Artikel 16. Intrekking oude verordening

De Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ Orionis Walcheren mei 2017 wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze verordening in werking treedt.

 

Artikel 17. Overgangsregeling

  • 1.

    Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van Re- integratieverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ Orionis Walcheren mei 2017 die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ Orionis Walcheren mei 2017 voor de duur:

    • a.

      van 12 maanden gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze verordening; of

    • b.

      dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur kan na afloop van de in hel eerste lid, onderdeel a, bedoelde periode, besluiten of een voorziening wordt voortgezet.

  • 3.

    De Re-integratieverordening PW, IOAW en IOAZ Orionis Walcheren mei 2017 blijft van toepassing ten aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het eerste lid.

 

Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ; Orionis Walcheren 2025.

 

 

  •  

Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van Orionis Walcheren in de vergadering van 21-05-2026.

De voorzitter De secretaris

J.S. Louws H.M.A. Guise

Naar boven