Beleidsregel Participatiewet in balans zoekperiode jongeren Fijnder 2026 en volgende jaren

Het Dagelijks Bestuur van Fijnder;

gelet op:

artikel 4, eerste lid van de Gemeenschappelijke Regeling Fijnder en het Delegatiebesluit Gemeenschappelijke Regeling Fijnder 2024, waarin het bestuur de zelfstandige bevoegdheid voor de uitvoering van bovengenoemde taken gedelegeerd heeft gekregen van zijn deelnemende gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk en; het bepaalde in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 41, elfde lid van de Participatiewet;

het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden bijstandsaanvragen van jongeren voor afloop van de zoekperiode te behandelen en daartoe een beleidsregel wenst vast te stellen;

Hoofdstuk 1. Algemene Bepalingen

 

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van Fijnder voor de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk;

  • jongere: de belanghebbende of het gezin, bedoeld in artikel 41, vierde lid, van de Wet;

  • probleemschulden: schulden die naar het oordeel van het college in redelijkheid niet meer afgelost kunnen worden;

  • schuldregeling: een schuldregeling op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening of de Wet schuldsanering natuurlijke personen;

  • Wet: Participatiewet;

  • Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

  • zoekperiode: de termijn van vier weken, genoemd in artikel 41, vierde lid, van de Wet;

Hoofdstuk 2. Beleidskeuze

Artikel 2. Het behandelen van bijstandsaanvragen van jongeren voor afloop van de zoekperiode

Fijnder maakt in ieder geval gebruik van de bevoegdheid bij de behandeling van een aanvraag voor algemene bijstand geen zoekperiode toe te passen als bedoeld in artikel 41, elfde lid, van de Wet, wanneer sprake is van ten minste een van de volgende omstandigheden:

  • a.

    de jongere verblijft in een inrichting of heeft recht op opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, van de Wmo 2015;

  • b.

    de jongere heeft uiterlijk een jaar voorafgaand aan de melding:

    • i.

      1° in een inrichting verbleven;

    • ii.

      2° opvang gehad als bedoeld in artikel 1.1.1, van de Wmo 2015; of

    • iii.

      3° bij een pleegouder of in een gezinshuis verbleven als bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, van de Jeugdwet.

  • c.

    voor de jongere gold uiterlijk binnen een jaar voorafgaand aan de melding een kinderbeschermingsmaatregel die werd uitgevoerd door een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 2.4, van de Jeugdwet;

  • d.

    de jongere een zorgbehoefte heeft;

  • e.

    de jongere niet als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen of niet met een woonadres, maar met een briefadres ingeschreven is in de basisregistratie personen;

  • f.

    de jongere heeft uiterlijk een jaar voorafgaand aan de melding algemene bijstand ontvangen;

  • g.

    de jongere heeft probleemschulden, of schulden die naar het oordeel van het college probleemschulden kunnen worden, als de zoektermijn wordt toegepast;

  • h.

    de jongere of diens omgeving die zich anderszins in een kwetsbare situatie bevinden.

Slotbepalingen

Artikel 3 Ingangsdatum

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 juni 2026.

Artikel 4 Titel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregel Participatiewet in balans zoekperiode jongeren Fijnder 2026 en volgende jaren.

Aldus besloten in de vergadering van het Dagelijks Bestuur van Fijnder, gehouden op 4 mei 2026.

De voorzitter,

E.S.F. Schepers-Janssen

De secretaris,

T.A. Beijer

Naar boven