Wijziging arbeidsvoorwaardenregeling van veiligheidsregio Hollands Midden

Het dagelijks bestuur van veiligheidsregio Hollands Midden maakt hierbij bekend dat per 1 augustus 2025 de arbeidsvoorwaardenregeling van veiligheidsregio Hollands Midden wordt gewijzigd. De wijzigingen zijn een gevolg van de LOAV-circulaire 26/01.

 

 

Bijlage bij LOAV-circulaire 26/01

 

 

Tekst CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s per 1 augustus 2025

A. Artikel 1:2c lid 2 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt:

Het bestuur kan voor de ambtenaar die onder een doelgroep in het doelgroepenregister van de Wet banenafspraak valt en niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kan verdienen, in afwijking van artikel 3:3, een salaris vaststellen met toepassing van salarisschaal A. Als het salaris in de salarisschaal A omgerekend naar het salaris per uur lager is dan € 16,-, heeft de ambtenaar minimaal recht op een salaris per uur van € 16,-. Het op dit lid gebaseerde bedrag van € 16,- wordt niet geïndexeerd met de salarisverhogingen.

 

B. Artikel 3:3 lid 1 en 4 worden gewijzigd en komen te luiden als volgt:

Het bestuur stelt het salaris van een ambtenaar vast aan de hand van zijn functieschaal zoals opgenomen in de salaristabel in bijlage IIa, op grond van zijn ervaring, geschiktheid en bekwaamheid. Het salaris wordt vastgesteld met aanduiding van een periodiek in de functieschaal. Als het salaris in de salaristabel in bijlage IIa omgerekend naar het salaris per uur lager is dan € 16,-, heeft de ambtenaar minimaal recht op een salaris per uur van € 16,-. Het op dit lid gebaseerde bedrag van €16,- wordt niet geïndexeerd met de algemene salariswijzigingen.

 

Als het salaris in de salaristabel in lid 3 omgerekend naar het salaris per uur lager is dan € 16,-, heeft de ambtenaar minimaal recht op een salaris per uur van € 16,-. Het op dit lid gebaseerde bedrag van €16,- wordt niet geïndexeerd met de algemene salariswijzigingen.

 

C. Artikel 3:9 lid 3 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt:

De toelage bedraagt ten hoogste 15% van het salaris.

 

D. Artikel 3:28 lid 2 en 3 worden gewijzigd en komen te luiden als volgt:

  • 2.

    Over het IKB wordt pensioen opgebouwd. Het IKB bestaat uit:

    • a.

      8% van het voor de ambtenaar in de maand van opbouw geldende salaris vermeerderd met de salaristoelagen genoemd in paragraaf 3 van dit hoofdstuk, en

    • b.

      8,33% van het voor de ambtenaar in de maand van opbouw geldende salaris, en

    • c.

      1,5% van het in de maand van opbouw geldende salaris, voor de ambtenaar die geboren is na 31 december 1949, en

    • d.

      indien en voor zolang hoofdstuk 9a van toepassing is op de ambtenaar, 1% van het voor de ambtenaar in de maand van opbouw geldende salaris, met dien verstande dat dit voor maximaal 20 jaar geldt, tenzij artikel 9a:9 lid 1, onderdeel b van toepassing is, en

    • e.

      0,8% van het voor de ambtenaar in de maand van opbouw geldende salaris.

  • 3.

    Vervallen.

E. Aan artikel 3:29 wordt aan lid 1 sub d toegevoegd:

  • d.

    het aflossen van zijn reguliere studieschuld bij DUO ten gevolge van studiefinanciering voor maximaal € 1250,- per kalenderjaar. De ambtenaar levert bij de werkgever bewijsstukken aan van de aflossing bij DUO. Dit doel geldt vanaf 2026 tot 1 augustus 2027.

F. Artikel 4:1 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt:

Het bestuur stelt lokaal een werktijdenregeling vast met inachtneming van hetgeen in dit hoofdstuk bepaald is.

Om indirecte discriminatie op grond van arbeidsduur te voorkomen zorgt de werkgever voor het op een gelijke wijze toekennen van feestdagen aan medewerkers met een voltijd- en deeltijddienstverband.

 

G. Aan artikel 4:8 wordt lid 4 toegevoegd en komt te luiden als volgt:

  • 4.

    Om indirecte discriminatie op grond van arbeidsduur te voorkomen zorgt de werkgever voor het op een gelijke wijze toekennen van feestdagen aan medewerkers met een voltijd- en deeltijddienstverband.

H. Artikel 6:5:2 komt te vervallen.

 

I. Aan artikel 6:13 wordt lid 5 toegevoegd en komt te luiden als volgt:

Artikel 6:9 lid 14 geldt niet voor onbetaald Wazo-verlof waarbij recht bestaat op een uitkering krachtens de Wazo.

 

J. Artikel 10c:7 lid 2 wijzigt en komt te luiden als volgt:

  • 2.

    De hoogte van de premie is vastgesteld op 0,1% van het salaris en de toegekende salaristoelage(n). De hoogte van de premie kan jaarlijks worden bijgesteld. Voor de periode van 1 mei 2024 tot 1 augustus 2027 is de hoogte van de premie vastgesteld op 0,0%.

K. Aan artikel 99: BIJLAGE 1 wordt toegevoegd:

Met ingang van 1 augustus 2025 worden de schaalbedragen verhoogd met 4,1%.

Met ingang van 1 augustus 2026 worden de schaalbedragen verhoogd met 3,1%.

Met ingang van 1 januari 2027 worden de schaalbedragen verhoogd met 0,1%.

 

L. Het onderschrift van artikel 99: BIJLAGE IIa wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

Voor de ambtenaar die valt onder de definitie van artikel 1:2c, eerste lid geldt een aparte schaal: schaal A.

 

Bijlage 2 Tekst CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s per 1 mei 2026

 

M. Artikel 19:14 lid 4 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt:

In de jaarvergoeding voor de officieren is tevens een netto-onkostenvergoeding opgenomen van € 2,42 per in het kader van de beroepsuitoefening verrichte activiteit niet zijnde brandbestrijding of andere hulpverlening.

 

N. Artikel 19:15 lid 3 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt:

In de uurvergoeding genoemd in het tweede lid is een netto-onkostenvergoeding opgenomen van € 2,42 per activiteit voor vrijwilligers niet zijnde officieren.

 

O. Artikel 19:16 lid 3 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt:

In de uurvergoeding genoemd in het tweede lid is een netto-onkostenvergoeding opgenomen van € 2,42 per activiteit voor vrijwilligers niet zijnde officieren.

 

P. Aan artikel 19:17 wordt lid 4 toegevoegd en komt te luiden als volgt:

In de uurvergoeding genoemd in het eerste lid is een netto-onkostenvergoeding opgenomen van € 2,42 per activiteit voor vrijwilligers niet zijnde officieren.

 

Bijlage 3 Tekst CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s per 1 september 2026

 

Q. Artikel 3:21 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt:

Een ambtenaar heeft recht op een kilometervergoeding ter hoogte van het maximaal fiscaal vrijgestelde bedrag voor reiskosten die de ambtenaar maakt in het belang van de dienst. Bij gebruik van het openbaar vervoer is de vergoeding op basis van daadwerkelijk gemaakte kosten op basis van het 2e klasse tarief en vergoeding van eventuele kosten voor de fietsenstalling

 

Vervallen.

Een ambtenaar heeft recht op een vergoeding voor verblijfkosten die zijn gemaakt in het belang van de dienst.

Een ambtenaar heeft recht op een vergoeding voor parkeer-, tol- en veerpontkosten die de ambtenaar maakt in belang van de dienst.

 

R. Artikel 3:22 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt:

Een ambtenaar heeft voor maximaal 300 kilometer enkele reis recht op een kilometervergoeding ter hoogte van het maximaal fiscaal vrijgestelde bedrag voor reisbewegingen in het kader van woon-werkverkeer met eigen vervoer. Bij gebruik van het openbaar vervoer geldt een vergoeding binnen de landsgrenzen van Nederland op basis van daadwerkelijk gemaakte kosten op basis van het 2e klasse tarief en vergoeding van eventuele kosten voor fietsenstalling bij het OV.

Vervallen.

Naar boven