Blad gemeenschappelijke regeling van Werk en Inkomen Lekstroom
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Werk en Inkomen Lekstroom | Blad gemeenschappelijke regeling 2026, 1018 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Werk en Inkomen Lekstroom | Blad gemeenschappelijke regeling 2026, 1018 | beleidsregel |
Controleprotocol 2025-2027 Werk en Inkomen Lekstroom
Ter voorbereiding en ondersteuning van de accountantscontrole dient het Algemeen Bestuur (hierna: ‘’AB’’) een aantal zaken nader te regelen, hetgeen in dit voorliggende controleprotocol op hoofdlijnen wordt beschreven.
De Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom (hierna: “WIL”) heeft, naar aanleiding van een Europese aanbestedingsprocedure, in 2021 met Verstegen Accountants en Belastingadviseurs B.V. (hierna: ‘’Verstegen accountants’’) een overeenkomst gesloten, op basis waarvan laatstgenoemde de jaarlijkse accountantscontrole, als bedoeld in artikel 213 van de Gemeentewet (afgekort: Gemw) en artikel 33, eerste en tweede lid, van de Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom, uitvoert.
Het controleobject voor Verstegen accountants is tweeledig, namelijk:
Het controleprotocol wordt geactualiseerd wanneer nieuwe wet- en regelgeving of bestuurlijke ontwikkelingen daar aanleiding toe geven. Voor de jaarrekening 2025 is dit het geval.
Sinds 1 januari 2023 ligt de verantwoordelijkheid voor de rechtmatigheid van het financieel beheer nadrukkelijk bij het Dagelijks Bestuur (DB). Het DB legt hierover jaarlijks verantwoording af via de rechtmatigheidsverantwoording, die als onderdeel van de jaarrekening wordt opgenomen. Waar de accountant voorheen in zijn controleverklaring ook een afzonderlijk oordeel over de rechtmatigheid afgaf, geeft hij vanaf verslagjaar 2023 uitsluitend nog een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening, inclusief de verwerking van de rechtmatigheidsverantwoording.
Daarnaast stelt het Algemeen Bestuur (AB) jaarlijks het geactualiseerde normenkader vast, waarin de relevante wet- en regelgeving, verordeningen en beleidsregels zijn opgenomen die van toepassing zijn op de rechtmatigheidsverantwoording.
Met de inwerkingtreding van de Kadernota Rechtmatigheid 2025 en de gewijzigde bepalingen uit het Bado zijn de toleranties, verantwoordingsgrens en rapportagevereisten voor 2025 opnieuw vastgesteld.
Dit protocol heeft een geldigheidsduur van het verantwoordingsjaar 2025 tot en met het verantwoordingsjaar 2027. Wetswijzigingen, verzoeken van het AB of wijziging van accountant kunnen aanleiding geven tot tussentijdse aanpassing van het protocol. Het normenkader wordt jaarlijks geactualiseerd en aan het AB ter vaststelling voorgelegd.
Dit controleprotocol, waarbij het normenkader als bijlage is bijgevoegd, heeft als doel nadere aanwijzingen te geven aan de accountant over de reikwijdte van de accountantscontrole, de daarvoor geldende normstellingen en de daarbij verder te hanteren goedkeurings- en rapportagetoleranties, alsmede de verantwoordings- en rapportagegrenzen (in het kader van het afgeven van de rechtmatigheidsverantwoording) voor de controle van de jaarrekening van WIL.
Het AB dient via het vaststellen van dit controleprotocol het volgende te bevestigen:
Het AB wijst op grond van art. 213 Gemw één of meer accountants aan, als bedoeld in art. 2:393 lid 1 BW, voor de controle van de in art. 197 Gemw bedoelde jaarrekening en het daarbij verstrekken van een controleverklaring en het uitbrengen van een accountantsverslag. De wet- en regelgeving waarop de accountant zijn verklaring en bevindingen baseert, moet door het DB in een normenkader inzichtelijk worden gemaakt. In het kader van de opdrachtverstrekking aan de accountant kan het AB nadere aanwijzingen geven voor te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties. Met dit controleprotocol stelt het AB het kader vast dat voortvloeit uit de wet- en regelgeving die van toepassing is voor het verslagjaar 2025 en volgende jaren.
De borging van de rechtmatigheidsverantwoording wordt gerealiseerd door het operationaliseren van het normenkader. Dat operationaliseren gebeurt via de uitwerking van een toetsingskader. Het toetsingskader bestaat uit een intern controleplan met normensets voor alle betreffende regelingen en processen. De bevindingen, naar aanleiding van de controle van de rechtmatigheid, worden opgenomen in de jaarstukken en worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Daarin zal toelichting worden gegeven op de reikwijdte en methodiek van de controle en naar aanleiding van de bevindingen worden, indien nodig, ook beheersmaatregelen benoemd. Op basis van de verklaring kan dan tussen het DB en AB een gesprek ontstaan over de rechtmatige uitvoering van de taken.
Indien de rechtmatigheidsverklaring getrouw is, geeft de accountant een goedkeurende controleverklaring af, ook al zou uit de bevindingen blijken dat er sprake van onrechtmatigheden is. Zolang de toelichting een getrouw beeld geeft, is het aan het AB om daar iets van te vinden.
Na afronding van de controle (interim-controle en jaarrekeningcontrole) vindt er overleg plaats tussen de accountant, de directeur van WIL, de teamleider bedrijfsvoering, de concerncontroller, (één of meerdere vertegenwoordigers uit) het DB en, als daar aanleiding voor is, (een vertegenwoordiger uit) het AB.
1.4 Algemene verordening gegevensbescherming
De Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: ‘’AVG’’) geeft (onder meer) voorschriften over de wijze waarop persoonsgegevens verwerkt en beveiligd dienen te worden, geheimhouding en de eisen die aan een verwerkingsverantwoordelijke en een verwerker gesteld dienen te worden.
Interne Controle houdt toezicht op de verwerking van persoonsgegevens conform de voorschriften uit de AVG, zoals die zijn vertaald in de Privacy Baseline van het CIP en de daaruit geselecteerde normen.
2. ALGEMENE UITGANGSPUNTEN VOOR DE CONTROLE (GETROUWHEID)
Zoals in art. 213 Gemw is voorgeschreven vindt de controle van de in art. 197 Gemw bedoelde jaarrekening plaats door de door het AB benoemde accountant. De werkzaamheden van de accountant hebben als doel het afgeven van een oordeel over:
Bij de controle zullen nadere regels die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur op grond van art. 213 lid 6 Gemw worden gesteld (Besluit accountantscontrole decentrale overheden), alsmede de voor de accountants geldende controle- en overige standaarden, mede bepalend zijn voor de door de accountant uit te voeren werkzaamheden.
Onder ‘’rechtmatigheid’’ wordt, in lijn met het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (hierna: ‘’Bado’’), het volgende begrepen: dat de in de jaarrekening verantwoorde lasten, baten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dat wil zeggen: in overeenstemming zijn met de begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder de verordeningen van de gemeenschappelijke regeling.
Single information Single audit (SiSa)
Het Rijk streeft naar meer sturing op hoofdlijnen en minder administratieve belasting. Het Rijk heeft daarom de lijn doorgezet om afzonderlijke verantwoordingen en accountantscontroles voor de diverse specifieke uitkeringen af te schaffen. In plaats daarvan zijn meer regelingen toegevoegd aan de SiSa-lijst, een (wettelijke verplichte) bijlage bij de jaarrekening, die door de accountant getoetst moet worden. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties maakt jaarlijks (in december) bekend over welke regelingen de gemeente verantwoording moet afleggen volgens het SiSa-principe.
3. TE HANTEREN GOEDKEURINGSTOLERANTIE, VERANTWOORDINGS- EN RAPPORTAGEGRENS
De accountant accepteert in de controle bepaalde toleranties en richt de controle daarop in. De accountant controleert niet ieder document of iedere financiële handeling, maar richt de controle zodanig in dat voldoende zekerheid wordt verkregen over het getrouwe beeld van de jaarrekening. De accountant richt de controle in op het ontdekken van belangrijke fouten en baseert zich daarbij op risicoanalyses, vastgestelde toleranties en statistische deelwaarnemingen en extrapolaties.
Het uitvoeren van werkzaamheden met inachtneming van toleranties impliceert dat de controle zodanig wordt uitgevoerd, dat voldoende zekerheid wordt verkregen over het getrouwe beeld van de jaarrekening inclusief de getrouwheid van de rechtmatigheidsverantwoording.
Naast deze kwantitatieve benadering zal de accountant ook een kwalitatieve beoordeling hanteren (professional judgement). De weging van fouten en onzekerheden vindt ook plaats op basis van deze kwalitatieve beoordeling.
De goedkeuringstolerantie is het bedrag dat de som van fouten in de jaarrekening of onzekerheden in de controle aangeeft, die in een jaarrekening maximaal mogen voorkomen, zonder dat de bruikbaarheid van de jaarrekening voor de oordeelsvorming door de gebruikers kan worden beïnvloed. De goedkeuringstolerantie is bepalend voor de oordeelsvorming en de strekking van de af te geven controleverklaring.
Het AB stelt de goedkeuringstolerantie vast op de minimumeisen van het Bado. Met ingang van verslagjaar 2025 gelden voor decentrale overheden de herziene toleranties uit het Bado. De belangrijkste wijziging is dat de voorheen afzonderlijke toleranties (1 % voor fouten en 3 % voor onzekerheden) zijn vervangen door één gezamenlijke goedkeuringstolerantie van 2 % van de omvangbasis.
|
Eén uniforme tolerantie voor de gehele oordeelsvorming van de accountant (getrouwheid + rechtmatigheid) |
Indien het totaal van geconstateerde fouten en/of onzekerheden boven deze grens uitkomt, kan dit leiden tot een beperking, oordeelonthouding of afkeurende verklaring. De accountant hanteert bij zijn controle de door het AB vastgestelde toleranties binnen de bovengenoemde wettelijke maxima. Het AB kan ervoor kiezen een lagere interne tolerantie vast te stellen, bijvoorbeeld om de gevoeligheid voor afwijkingen te vergroten.
Ter illustratie: het bovenstaande betekent voor WIL, op basis van de gewijzigde begroting 2025 (totale lasten ca. € 74.695.000), dat de 2% norm (fouten en onzekerheden) ca. € 1.494.000 bedraagt.
Naast de goedkeuringstolerantie wordt de rapporteringstolerantie onderkend. De rapporteringstolerantie is een bedrag dat gelijk is aan of lager is dan de bedragen voortvloeiend uit de goedkeuringstolerantie. Bij overschrijding van de tolerantie vindt rapportering door de accountant plaats in het verslag van bevindingen. Een lagere rapporteringstolerantie leidt in beginsel niet tot aanvullende controlewerkzaamheden, maar wel tot een uitgebreidere rapportage van bevindingen.
De door de accountant voor de jaarrekening van WIL te hanteren rapporteringstolerantie wordt vastgesteld op € 50.000,- controleverschil.
3.3 Toleranties jaarverantwoordingen uitvoeringstaken deelnemende gemeenten
Specifieke uitkeringen (SiSa-bijlage bij de jaarrekening)
Via een aparte bijlage bij de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over een nader bepaald aantal specifieke uitkeringen1. Het Ministerie van BZK heeft voorgeschreven dat de getrouwheid en rechtmatigheid van deze bijlage met dezelfde toleranties gecontroleerd dient te worden als de jaarrekening, wel geldt een specifieke rapporteringstolerantie. In het kader van de Single information single audit (SiSa) zijn door het Ministerie van BZK de volgende rapporteringstoleranties voorgeschreven ten aanzien van de geconstateerde fouten bij deze specifieke uitkeringen:
Bovenstaande betekent dat de accountant alle geconstateerde tekortkomingen en onzekerheden rapporteert die afzonderlijk op regelingsniveau de bovenstaande rapporteringstolerantie overtreffen.
De bovenstaande toleranties hebben in de jaarrekening van WIL betrekking op de onderdelen ‘bijlage bij de jaarrekening van WIL’ en de ‘toelichting van de uitvoeringsbudgetten per deelnemende gemeente’.
3.4 Verantwoordingsgrens rechtmatigheidsverantwoording
Naast de goedkeurings- en rapportagetolerantie wordt de verantwoordingsgrens onderkend. Deze kan als volgt worden gedefinieerd: de verantwoordingsgrens is een door het AB vastgesteld bedrag, waarboven het DB de afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) moet opnemen in de rechtmatigheidsverantwoording.
Art 8, van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) Werk en Inkomen Lekstroom (WIL) 2026 bepaalt “In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het DB aan het AB over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeenschappelijke regeling, exclusief de dotaties aan de reserves”.
Wij stellen ook voor om bij deze keuze van de verantwoordingsgrens een groeimodel toe te passen. Het streven hierbij is om het percentage intern in twee jaar af te bouwen van 2% naar 1%. Elk jaar wordt in overleg met concerncontroller en/of het AB besproken of de afbouw op dat moment wenselijk is.
Het DB is verplicht om onrechtmatigheden toe te lichten in de bedrijfsvoeringparagraaf, indien de geconstateerde onrechtmatigheid de verantwoordingsgrens overschrijdt.
Het DB hecht waarde aan het gesprek met het AB over de bevindingen uit de rechtmatigheidscontroles. Daarom beperkt het DB zich niet enkel tot het geven van een toelichting bij het overschrijden van de verantwoordingsgrens. Het DB rapporteert namelijk aan het AB, met een toelichting, alle bevindingen omtrent de financiële rechtmatigheid boven de rapportagegrens in de paragraaf bedrijfsvoering; dit doet het DB vanuit haar actieve informatieverstrekking richting het AB.
De rapportagegrens wordt vastgesteld op € 50.000,-. Bedragen ≤ € 50.000,- worden gebundeld gerapporteerd. Hiermee wordt de ingezette lijn gevolgd, zoals deze voor de accountant geldt om geconstateerde onrechtmatigheden vanaf deze grens te benoemen in zijn accountantsverslag; analoog aan de rapportagetolerantie genoemd in paragraaf 3.2.
In onderstaande tabel is de verantwoordings- en de rapportagegrens in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen, zoals die door het AB wordt vastgesteld.
4. OPBOUW VAN DE RECHTMATIGHEIDSVERANTWOORDING
In de door de Commissie BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) opgestelde modeltekst wordt gesproken over afwijkingen. Onder afwijkingen worden verstaan: posten die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen (fouten) en posten waarbij voor het DB een onduidelijkheid bestaat over de rechtmatigheid.
Belangrijk: deze onduidelijkheden staan niet gelijk aan de onzekerheden in de controle van de accountant. Vanuit interne toetsingen en monitoring kan er informatie worden verkregen over de onduidelijkheden, die twijfels oproepen over de rechtmatigheid. Bijvoorbeeld: dat juristen van mening verschillen over een aanbesteding. Onduidelijkheid over interpretatie, uiteenlopende oordelen over de rechtmatigheid en de daarmee verband houdende lasten, kunnen weergegeven worden als onduidelijkheden.
Het kader van de (financiële) rechtmatigheidsverantwoording bestaat uit de volgende criteria:
In het kader van het getrouwheidsonderzoek besteedt de accountant aandacht aan de criteria 4 t/m 9.
Rechtmatigheidscriteria die ook de getrouwheid raken zijn geen onderdeel van de
rechtmatigheidsverantwoording. Bijvoorbeeld: de constatering van een verslaggevingsfout is geen onderdeel van de rechtmatigheidsverantwoording. Ook de constatering dat een post in de jaarrekening niet voldoet aan de uitgangspunten van het BBV hoeft niet opgenomen te worden in de rechtmatigheidsverantwoording.
De criteria 1 t/m 3 komen expliciet tot uitdrukking in de rechtmatigheidsverantwoording en worden daarom hieronder achtereenvolgens toegelicht.
Als blijkt dat de gerealiseerde lasten, zoals weergegeven in de jaarrekening, hoger zijn dan de geraamde bedragen met inbegrip van de laatste begrotingswijziging (zoals door het AB vastgesteld uiterlijk op 31 december van het betreffende begrotingsjaar), is er, voor zover het de begrotingsoverschrijdingen betreft, mogelijk sprake van onrechtmatige uitgaven. De overschrijding kan namelijk in strijd zijn met het budgetrecht van het AB zoals geregeld in de Gemw. Voor de oordeelsvorming is van belang in hoeverre de begrotingsoverschrijding past binnen het door het AB geformuleerde beleid en/of wordt gecompenseerd door aan de lasten gerelateerde hogere inkomsten. Het bepalen welke begrotingsoverschrijdingen al dan niet verwijtbaar zijn, is voorbehouden aan het AB.
Besteding en inning van gelden door een gemeente c.q. gemeenschappelijke regeling zijn aan bepaalde voorwaarden verbonden waarop door de accountant moet worden getoetst. Deze voorwaarden liggen vast in wetten en regels van hogere overheden en in de (eigen) gemeentelijke regelgeving. De gestelde voorwaarden hebben in het algemeen betrekking op:
Het misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium (M&O-criterium) behelst in essentie het volgende: dat het DB voldoende waarborgen heeft genomen om te voorkomen dat als gevolg van misbruik of oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving ten onrechte overheidssubsidies of –uitkeringen zijn verleend of een te laag bedrag aan heffingen aan de gemeente c.q. gemeenschappelijke regeling is betaald. Bij het M&O-criterium gaat het in het bijzonder om het vaststellen of de organisatie effectieve maatregelen heeft getroffen om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. Een voorbeeld van misbruik is een aanvraag voor een uitkering, terwijl de aanvrager alleen op papier woonachtig is in een gemeente die deelneemt in de gemeenschappelijke regeling.
De controle op rechtmatigheid is gericht op de naleving van externe en interne regelgeving, zoals die is opgenomen in het normenkader. Het normenkader wordt jaarlijks geactualiseerd en vastgesteld door het AB.
De controle op rechtmatigheid is uitsluitend van toepassing voor zover deze directe financiële beheershandelingen betreffen of kunnen betreffen. De Commissie BBV heeft een standaardtekst opgesteld voor de rechtmatigheidsverantwoording. De standaardtekst zal door het DB opgenomen worden in de jaarrekening.
4.2 Tabel rechtmatigheidsverantwoording (format)
In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven waarmee met name de (begrotings) onrechtmatigheden inzichtelijk worden gemaakt.
4.3 Rechtmatigheidsverantwoording (model)
Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur (DB)
De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruikcriterium.
In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het DB toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruikcriterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het algemeen bestuur (AB) vastgestelde kaders zoals de begroting en de verordeningen van de gemeenschappelijke regeling en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het AB op <datum> vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht.
Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het AB bepaald en bedraagt 2 % van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € <x>. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025.
Het DB stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen bedrag <X> bedraagt. Dit is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € <Y>. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het DB overigens een bedrag van € <Z> acceptabel op basis van door het AB vastgestelde afspraken.
De geconstateerde afwijkingen betreffen:
In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de Commissie BBV en op basis van de afspraken met het AB aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het DB ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
Gedurende het jaar zal het DB aandacht dienen te schenken aan de rechtmatigheidsvraagstukken en hierover rapporteren. Tijdens en na afronding van de controlewerkzaamheden rapporteert de accountant. De opvolging van bevindingen van interne- en externe controles, waaronder rechtmatigheidsonderzoeken, is een belangrijk onderdeel van de verbetercyclus. Hierna wordt in het kort toegelicht wat dit inhoudt.
5.1 Dagelijks bestuur: rechtmatigheid
Sinds 2023 rapporteert het DB, in de paragraaf bedrijfsvoering van het jaarverslag, over de uitgevoerde rechtmatigheidscontroles. Gedurende het jaar worden de bevindingen uit de controle, gespecificeerd naar proces, aard van de fout of onduidelijkheid en bedrag, door middel van een controlememorandum met de procesverantwoordelijke besproken. Daarnaast worden er, naar aanleiding van de rechtmatigheidscontroles, aanbevelingen gedaan om de toekomstige fout of onduidelijkheid te verminderen. De opvolging van deze aanbevelingen zal nauwlettend worden gemonitord door de verbijzonderde interne controle (VIC).
In de tweede helft van het jaar wordt door de accountant een zogenoemde interim-controle uitgevoerd.
Over de uitkomsten van die tussentijdse controle wordt een verslag uitgebracht, genaamd: de managementletter. De managementletter wordt met de concerncontroller besproken.
In overeenstemming met wet- en regelgeving wordt over de controle een verslag van bevindingen uitgebracht aan het AB en in afschrift aan het DB. In het verslag van bevindingen wordt gerapporteerd over de opzet en uitvoering van het financiële beheer. En, of de beheersorganisatie een getrouw en rechtmatig financieel beheer en een rechtmatige verantwoording daarover waarborgt.
Overeenkomstig de Gemeentewet wordt omtrent de controle van de jaarrekening een accountantsverslag uitgebracht aan het AB en in afschrift aan het DB. In het accountantsverslag wordt gerapporteerd over de opzet en uitvoering van het financiële beheer. En of de beheersorganisatie een getrouw en rechtmatig financieel beheer en een rechtmatige verantwoording daarover waarborgt. Het accountantsverslag wordt met de concerncontroller besproken.
In de controleverklaring wordt op een gestandaardiseerde wijze, zoals wettelijk voorgeschreven, de uitkomst van de accountantscontrole weergegeven ten aanzien van zowel de getrouwheid als de rechtmatigheid. Deze controleverklaring is bestemd voor het AB, zodat deze de door het DB opgestelde jaarrekening kan vaststellen. De controleverklaring wordt met de concerncontroller besproken.
In het verslag van bevindingen betreffende de controle van de specifieke uitkeringen wordt een samenvatting gegeven van de verrichte werkzaamheden en de bevindingen naar aanleiding van de controle van de toepasselijke specifieke uitkeringen. Dit verslag bevat verantwoordingsinformatie over een aantal door het Rijk aangewezen specifieke uitkeringen die door WIL worden uitgevoerd voor de in de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten. Voor het verslag van bevindingen betreffende de specifieke uitkeringen gelden per specifieke uitkering de rapporteringstoleranties als genoemd in art. 5 van het Bado (art 5.1.4 a-c). Voor de overige elementen in de jaarverantwoording is de voorgeschreven rapporteringstolerantie nihil.
Op grond van de aanpassing van BBV artikel 24, derde lid dient in de jaarrekening een paragraaf 'Overige gegevens' te worden toegevoegd. Deze paragraaf Overige gegevens moet in de jaarstukken worden opgenomen ná de jaarrekening en dus niet als onderdeel van de jaarrekening. In de paragraaf Overige gegevens wordt de controleverklaring van de accountant opgenomen.
Vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 12 maart 2026
Dit overzicht vormt een bijlage bij het Controleprotocol 2025-2027. In dit overzicht zijn in het bijzonder de items opgenomen die van belang zijn voor de rechtmatigheidsverantwoording; welke items concreet van belang zijn wordt duidelijk gemaakt in kolom 6 (FC).
De betekenis van de kolommen van onderstaand overzicht wordt hierna kort toegelicht:
In de vierde kolom worden de verordeningen, beleidsregels en overige besluiten van algemene strekking benoemd zoals deze door het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, de directeur, de gemeenteraden en/of de colleges van B en W zijn vastgesteld; alsmede de interne richtlijnen en uitvoeringsvoorschriften, voor zover deze niet als besluiten van algemene strekking kunnen worden gekwalificeerd, die door het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en/of de directeur zijn vastgesteld.
In de vijfde kolom (Fin) en de zesde kolom (FC) wordt aangegeven of in de wet- en regelgeving, zoals benoemd in de vierde kolom, relevante financiële bepalingen zijn opgenomen en of deze wet- en regelgeving qua omvang, reikwijdte en financiële gevolgen van belang zijn voor de rechtmatigheidsverantwoording door het Dagelijks Bestuur en de controle op de getrouwheid ervan door de accountant.
Met de in dit overzicht gepresenteerde inventarisatie wordt het kader geboden voor de reikwijdte van de rechtmatigheidscontrole zoals vastgesteld in artikel 213 van de Gemeentewet en in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2026-1018.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.