4.1 Recht op aaneengesloten vakantie
De medewerker heeft wettelijk recht op minimaal twee aaneengesloten weken per jaar vakantie. Het streven is dat medewerkers (indien gewenst) in ieder geval eenmaal per jaar drie aaneengesloten weken kunnen opnemen, maar dit kan niet altijd in de zomervakantieperiode gegarandeerd worden.
4.2 Aanvragen vakantie en verlof
De medewerker vraagt vakantie en verlof tijdens schoolvakanties/feestdagen voor het komende kalenderjaar aan via de roostermaker/planner voor 1 november. Bij meerdere aanvragen voor dezelfde periode wordt bekeken of de aanvragen gehonoreerd kunnen worden. Als dat niet het geval is, beslist de teamleider over het wel of niet toekennen van vakantie en verlof en bespreekt dit met de betrokken medewerker(s). Uiterlijk in de eersteweek van januari ontvangt de medewerker bericht over het toekennen of afwijzen van de aanvragen.
Aanvragen die na 1 januari en los van de hierboven beschreven inventarisatie worden ingediend voor vakantie en verlof, worden binnen 14 dagen na de aanvraag goedgekeurd of afgewezen (zie verder 4.4)
4.3 Afwijkende afspraken tijdens schoolvakanties
Voor de schoolvakanties wordt de richtlijn van het Ministerie van Onderwijs voor alle regio’s (Midden, Zuid en Noord) aangehouden.
In de zomervakantieperiode wordt maximaal 3 aaneengesloten weken met daarin maximaal 3 weekenden vakantie verleend, tenzij de leiding in individuele gevallen anders beslist.
Na inventarisatie van alle aanvragen bekijkt de roostermaker/planner of de minimale bezetting gewaarborgd blijft. Als dit het geval is, wordt de aanvraag goedgekeurd. Bij meerdere aanvragen, waardoor de minimale bezetting in het gedrang komt, beslist de leiding met inachtneming van een evenredige verdeling van de schoolvakanties over de jaren heen.
4.4 Overige vakantie en verlof
Overige vakantie- en verlofaanvragen (niet zijnde WAZO-verlof) die niet toegekend zijn op basis van 4.2 moet de medewerker in basis zelf regelen door het ruilen van diensten met collega’s als het gaat om een tafeldienst. Voor dagdiensten kan verlof worden aangevraagd.
4.5 WAZO-verlof
Medewerkers hebben recht op verschillende soorten buitengewoon verlof, zoals vastgelegd in de wet arbeid en zorg (WAZO). Dit verlof wordt niet afgeschreven van de vakantierechten, maar telt (in de meeste gevallen) wél mee in de geleverde arbeidsverplichting. Een medewerker vraag vóóraf WAZO-verlof aan bij de teamleider, deze besluit of het WAZO-verlof wordt toegekend en zo ja, onder welke voorwaarden.
4.6 Gepland verzuim
Doktersbezoek, tandartsbezoek, ziekenhuisbezoek e.d. vindt in beginsel buiten werktijd plaats, tenzij dit redelijkerwijs niet gevergd kan worden van de medewerker. Dit gaat altijd in overleg met de leiding.
4.7 Volgorde van toekenning
Bij de beslissing over vakantie en verlof wordt de volgende volgorde van toekenning gehanteerd om de minimale bezetting te garanderen:
Verlof op basis van de Wet Arbeid en Zorg;
Vakantie van minimaal 2 weken aaneengesloten;
Overige vakantie en verlof;
Functiegerichte opleidingen en oefeningen;
Overige oefeningen, vergaderingen, waarbij vergaderingen t.b.v. medezeggenschap de hoogste prioriteit hebben.
4.8 Wijzigingen in het rooster
Het operationele rooster, waarin alle geplande vakanties en activiteiten in verwerkt zijn, wordt maandelijks opgesteld. Gedurende de tijd kunnen er situaties optreden die tot wijzigingen van het operationele rooster leiden. Daarin is het volgende onderscheid te maken:
4.8.1 Ruilen van diensten
Ruiling van diensten tussen medewerkers (1-op-1 ruiling tussen 2 medewerkers) worden aangevraagd via het roosterprogramma. Dit kan goedgekeurd worden als het past binnen de wet- en regelgeving en er geen gebruik wordt gemaakt van ‘inkortingsmogelijkheden’ die de wet biedt (dus bijvoorbeeld minimaal 11 uur rust).
Een ruiling is pas definitief als de roostermaker/planner de dienstruiling in het rooster heeft verwerkt.
4.8.2 Wijzigingen in opdracht van de werkgever
Het kan zijn dat er in opdracht van de leiding een wijziging in het vastgestelde rooster nodig is vanwege bijvoorbeeld verzuim, calamiteiten, extra werkoverleggen of opleidingen.
Wijzigingen van diensten worden zoveel mogelijk 1 maand van te voren bekend gemaakt.
Het wijzigen van diensten binnen 1 maand is alleen mogelijk bij een dreigend continuïteitsprobleem en wordt in dit geval zoveel mogelijk in overleg met de medewerker vastgelegd.
4.8.3 Wijzigingen op eigen verzoek
Als een medewerker op eigen verzoek een dag vrij wil zijn, kan dit door middel van het aanvragen van verlof of door het ruilen van een dienst. Het is niet toegestaan om zonder toestemming van de leiding een dienst te verschuiven.
4.9 Overwerk
Er is alleen sprake van overwerk als er in opdracht van de dienst extra/langer gewerkt (bovenop de geplande werktijd) moet worden en als dit een overschrijding van de formele arbeidsduur veroorzaakt. In opdracht van de dienst betekent dat het nodig is om de continuïteit te waarborgen en dit wordt vooraf of, als dat niet kan, achteraf goedgekeurd door de leiding. Over een overwerkuur kan geen toelage onregelmatige dienst uitgekeerd worden, zoals ook vastgelegd is in de CAR-UWO.
Indien binnen het lopende rooster op verzoek van de werkgever extra diensten worden gedraaid is er sprake van overwerk. De overwerkvergoeding bestaat uit verlof en een bedrag (zie CAR-UWO artikel 3:18). Het verlof wordt weggestreept tegen een dagdienst in de betreffende roosterperiode. In overleg met de medewerker wordt bepaald welke dagdienst. Is dit niet mogelijk dan worden de uren bijgeschreven als tijd voor tijd op de verlofkaart in InPlanning. Kan er geen verlof worden opgenomen, dan kan het verlof worden ingezet voor verlofsparen of kunnen de uren in geld worden uitgekeerd.
Overwerk is niet aan de orde in het geval van:
Extra/langer werken en ruilen van diensten op eigen verzoek;
Planbare werkzaamheden (bv werkoverleg/oefeningen) die verwerkt worden in het rooster.
Werkzaamheden die na goedkeuring van de leidinggevende door verschuiving van een dagdienst in diensttijd kunnen plaatsvinden