Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Fase 2 MVS 2025

Het dagelijks bestuur van Stroomopwaarts MVS

 

gelet op:

  • Titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht; en

  • artikel 78gg Participatiewet;

overwegende dat:

het dagelijks bestuur het wenselijk vindt om in een tijdelijke regeling aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden huishoudens die huur- en zorgtoeslag missen door de samenloop van fiscaliteit, sociale zekerheid en toeslagen over de periode 2025 tot en met 2027 financieel ondersteund worden;

 

besluit vast te stellen de:

 

Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Fase 2 MVS 2025

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht, de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

  • 2.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      alleenverdienerhuishouden: het huishouden dat:

      • i.

        een inkomen heeft uit een uitkering, niet zijnde een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, eventueel aangevuld met een uitkering op grond van de Participatiewet en;

      • ii.

        vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit alleen een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet bestaat, een lager bedrag aan tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid, Participatiewet en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en;

      • iii.

        een netto-inkomen en tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt dat in totaal lager ligt dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen uit een uitkering enkel bestaat uit een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, vanwege hetgeen genoemd is onder ii.

    • b.

      belastbaar loon: bedrag of loon voor de loonheffingen of ‘fiscaal loon';

    • c.

      dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Stroomopwaarts MVS;

    • d.

      huishouden: twee personen die volgens de Wet op de Inkomstenbelasting en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) als fiscaal partner worden aangemerkt voor het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft;

    • e.

      vaste tegemoetkoming: het bedrag dat over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 per jaar wordt vastgesteld bij ministeriële regeling in het kader van artikel 78gg Participatiewet.

Artikel 2 Ambtshalve toekenning

  • 1.

    Het dagelijks bestuur kent aan ieder huishouden waarvan voor het betreffende kalenderjaar het burgerservicenummer van de meestverdienende partner is verstrekt op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet, ambtshalve de vaste tegemoetkoming als genoemd in de wet voor dat kalenderjaar toe.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur kent de vaste tegemoetkoming over 2025 ambtshalve toe aan het huishouden, indien:

    • a.

      het huishouden voor 2025 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;

    • b.

      voor 2025 het burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet aan het dagelijks bestuur is verstrekt op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;

    • c.

      op basis van de bij het dagelijks bestuur bekende gegevens het dagelijks bestuur vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming;

    • d.

      er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten; en

    • e.

      de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente Maassluis, Vlaardingen of Schiedam.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur kent de vaste tegemoetkoming over de kalenderjaren 2026 en/of 2027 ambtshalve toe aan het huishouden, indien:

    • a.

      het huishouden voor 2026 en/of 2027 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;

    • b.

      voor 2026 en 2027 het burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet aan het dagelijks bestuur is verstrekt op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;

    • c.

      op basis van de bij het dagelijks bestuur bekende gegevens het dagelijks bestuur vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming;

    • d.

      er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten; en

    • e.

      de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente Maassluis, Vlaardingen of Schiedam.

  • 4.

    Als het dagelijks bestuur nadere informatie nodig heeft te bekijken of het huishouden aan de criteria voldoet en/of aanvullende informatie nodig heeft om de ambtshalve verstrekking te verrichten, benadert het dagelijks bestuur het huishouden:

    • a.

      éénmalig per brief en maximaal drie keer telefonisch op het laatst bekende telefoonnummer en als het huishouden algemene bijstand ontvangt;

    • b.

      éénmalig per brief en maximaal drie keer telefonisch op het laatst bekende telefoonnummer als het huishouden eerder een aanvraag voor algemene bijstand of andere regeling op grond van de Participatiewet heeft ingediend en geen algemene bijstand ontvangt;

    • c.

      éénmalig per brief als het huishouden niet eerder een aanvraag voor algemene bijstand of een andere regeling op grond van de Participatiewet heeft ingediend.

  • 5.

    Indien het huishouden binnen drie maanden na de laatste contactpoging geen gehoor geeft aan het verzoek tot informatie zoals genoemd in het vierde lid van dit artikel wordt het dossier van het huishouden zoals genoemd in de eerste drie artikelleden zonder ambtshalve toekenning door het dagelijks bestuur gesloten.

Artikel 3 Aanvraag zelfmelder

  • 1.

    Het huishouden kan een aanvraag voor een vaste tegemoetkoming indienen bij het dagelijks bestuur.

  • 2.

    De aanvraag om een vaste tegemoetkoming kan worden ingediend bij het dagelijks bestuur.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur beoordeelt of het huishouden van de aanvrager een alleenverdienerhuishouden is als bedoeld in artikel 1.2.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur dagelijks beoordeelt of de meestverdienende partner in het huishouden op de datum van aanvraag inwoner van de gemeente Maassluis, Vlaardingen of Schiedam is en het huishouden voor het betreffende jaar nog geen vaste tegemoetkoming heeft ontvangen.

  • 5.

    Bij de vaststelling van het inkomen om te bepalen of het huishouden tot de doelgroep van alleenverdienerhuishoudens behoort, telt alleen het inkomen van beide fiscale - en toeslagpartners mee.

  • 6.

    Als er sprake is van een vast maandinkomen, toetst het dagelijks bestuur het inkomen van de meest recente maand van het jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het dagelijks bestuur rekent dit maandinkomen om naar een verwacht jaarinkomen.

  • 7.

    Als er sprake is van een variabel maandinkomen, toetst het dagelijks bestuur het inkomen van de meest recente drie achtereenvolgende maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het dagelijks bestuur rekent deze maandinkomens om naar een verwacht jaarinkomen.

  • 8.

    Als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd al bekend is, dan gebruikt het dagelijks bestuur het belastbaar jaarinkomen waar deze aanslag of beschikking op is gebaseerd.

  • 9.

    Bij de vaststelling van het vermogen hanteert het dagelijks bestuur de vermogensgrens van de zorgtoeslag zoals die geldt voor het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd. Het peilmoment van het vermogen is 1 januari om 00:00 uur van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd.

  • 10.

    De vaste tegemoetkoming over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 wordt uiterlijk 31 december 2028 aangevraagd.

Artikel 4 Toekenning

Het dagelijks bestuur kent de vaste tegemoetkoming eenmaal voor het betreffende kalenderjaar toe en voor het gehele bedrag.

Artikel 5 Verstrekking

Het dagelijks bestuur verstrekt de vaste tegemoetkoming in één keer. De verstrekking voor het betreffende kalenderjaar wordt niet herzien als het huishouden uit de gemeente Maassluis, Vlaardingen of Schiedam verhuist.

Artikel 6 Ingangs- en vervaldatum

Deze beleidsregels treden met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 2025 en vervallen op 1 april 2030.

Artikel 7 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als:

 

Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Fase 2 MVS 2025

Aldus vastgesteld in het dagelijks bestuur Stroomopwaarts van 11 december 2025

de voorzitter,

J.R.A. Lourens

de secretaris,

A. Zwaga

Toelichting  

Artikel 1 Begripsbepalingen

Dit artikel geeft onder andere een definitie voor de begrippen alleenverdienerhuishouden en vaste tegemoetkoming.

 

Artikel 2 Ambtshalve toekenning

 

Artikel 2.1 Ambtshalve toekennen aan huishoudens die op de lijst van de Belastingdienst staan

Ieder huishouden waarvan het BSN van de meestverdienende partner staat vermeld op de lijst van de Belastingdienst wordt ambtshalve de vaste tegemoetkoming toegekend. De Wtrap biedt hier een grondslag voor.

 

Stroomopwaarts kan, voordat zij een ambtshalve toekenning doet, wel een lichte toets uitvoeren. De VNG adviseert dat niet te doen. Van de inwoners op de lijst van de Belastingdienst staat vast dat zij op de peildatum van de lijst nog in leven waren en woonachtig in de desbetreffende gemeente. Daarmee is feitelijk al voldaan aan de minimale vereisten van de lichte toets. In deze beleidsregels is de uitvoering van de lichte toets daarom niet opgenomen.

 

Artikel 2.2 en 2.3 Ambtshalve toekennen aan reeds bekende huishoudens die niet op de lijst van de Belastingdienst staan

In artikel 2.2 en 2.3 zijn twee keuzes opgenomen om de vaste tegemoetkoming ambtshalve toe te kennen aan huishoudens die al bij het dagelijks bestuur bekend zijn, maar voor het betreffende jaar (jaar t) niet op de lijst van de Belastingdienst staan.

De eerste keuze regelt dat de bekende huishoudens uit fase I in 2025 (fase II) ambtshalve uitgekeerd krijgen. De tweede keuze regelt dat wanneer in fase II een huishouden bekend is/wordt, er alleen voor de jaren in fase II ambtshalve uitgekeerd kan worden.

Stroomopwaarts kiest voor beide opties omdat huishoudens hierdoor minder belast worden en het vermindert het capaciteitsbeslag bij de uitvoering.

Met ‘bekend’ worden huishoudens bedoeld waarvan het dagelijks bestuur voor een eerder jaar (t-X) heeft vastgesteld dat het een alleenverdienerhuishouden was en een tegemoetkoming heeft uitgekeerd. Deze huishoudens kunnen in jaar t weer alleenverdienerhuishouden zijn maar niet op de lijst staan, omdat deze lijst gebaseerd is op gegevens van jaar t-2.

 

De voorwaarden voor beide opties zijn dat beide personen op het moment van toekennen in leven zijn, de meestverdienende partner inwoner is van de gemeente Maassluis, Vlaardingen of Schiedam, en er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de beleidsregel.

 

Voorbeeld I: In 2025 wordt getoetst of de omstandigheden zijn gewijzigd voor huishoudens die een tegemoetkoming hebben ontvangen tijdens fase I (2023 en/of 2024). Wanneer de omstandigheden niet zijn gewijzigd, kan het dagelijks bestuur de vaste tegemoetkoming in 2025 ambtshalve toekennen. Deze huishoudens behoren in de actualiteit tot de doelgroep van de alleenverdienersproblematiek.

 

Voorbeeld II: In 2025 heeft een huishouden de vaste tegemoetkoming ontvangen na te zijn beoordeeld door het dagelijks bestuur. Het huishouden komt in 2026 niet voor op de lijst van de Belastingdienst. De omstandigheden zijn niet gewijzigd. De vaste tegemoetkoming wordt over 2026 ambtshalve uitgekeerd.

 

Let op! Voor het ambtshalve toekennen van de vaste tegemoetkoming aan al bekende huishoudens moet een vermoeden bestaan dat het om een alleenverdienerhuishouden gaat. Dit vermoeden kan nooit blijken uit het feit dat het huishouden het jaar daarvoor op de lijst van de Belastingdienst stond en daarom ambtshalve een tegemoetkoming ontvangen heeft. Dit komt omdat de lijst van de Belastingdienst gegevens bevat over vastgestelde inkomens van twee jaar eerder (t-2). Het is bekend dat een deel van de huishoudens (ca 50%) op de lijst feitelijk al geen alleenverdienerhuishouden meer is op het moment dat zij ambtshalve de tegemoetkoming ontvangen. Een vermoeden dat een recht bestaat op de vaste tegemoetkoming zal dus altijd moeten zijn gebaseerd op een situatie dat het dagelijks bestuur in een eerder jaar zelf heeft vastgesteld dat het een alleenverdienerhuishouden betreft.

 

Artikel 2.4 en 2.5 Nadere informatie

Er zijn bij de beoordeling en/of verstrekking van de ambtshalve toekenning situaties te bedenken waarbij noodzakelijke informatie ontbreekt. Zo kan het voorkomen dat bij het uitvoeren van artikel 2.2 op basis van persoonlijk contact nog beoordeeld dient te worden of de situatie wel of niet is gewijzigd ten opzichte van het voorgaande kalenderjaar. Daarnaast zal in veel gevallen van het bankrekeningnummer waarop de tegemoetkoming verstrekt moet worden onbekend zijn. Deze artikelen regelen hoe en hoe vaak het dagelijks bestuur contact probeert op te nemen met het huishouden om de noodzakelijk benodigde informatie te verkrijgen. Indien de informatie binnen drie maanden na de laatste contactpoging niet wordt verstrekt, zal er geen ambtshalve toekenning plaatsvinden. Het dagelijks bestuur sluit dan het dossier van het huishouden. Indien het huishouden op enig moment na sluiting van dossier gebruik wenst te maken van deze tijdelijke regeling kan het huishouden volgens de procedure van artikel 3 een aanvraag indienen.

 

Artikel 3 Aanvraag zelfmelder

Alle andere huishoudens die vermoeden dat zij tot de doelgroep van de alleenverdieners behoren kunnen zelf een aanvraag indienen. Dit artikel bepaalt daarbij wat de criteria zijn om te bepalen of het huishouden recht heeft op de vaste tegemoetkoming.

 

Artikel 3.6 en 3.7 Inkomen

Voor de berekening van het inkomen zijn er verschillende mogelijkheden:

  • Een vast maandelijks inkomen: Hiervoor adviseert de VNG een referteperiode van één maand te hanteren.

  • Een variabel maandelijks inkomen: Hiervoor adviseert de VNG een referteperiode van de drie meest recente maanden te hanteren.

Het vaste of variabele inkomen moet vervolgens naar een jaarinkomen worden omgerekend.

 

Artikel 3.9 Vermogen

Bij de vaststelling van de lijst door de Belastingdienst voor ambtshalve toekenning van de tegemoetkoming is rekening gehouden met de vermogensgrenzen van de toeslagen. Het is vanwege rechtsgelijkheid en de bedoeling van de regeling belangrijk dat gemeenten ook voor zelfmelders met deze vermogensgrenzen rekening houden. In de beleidsregels is daarom de vermogensgrens van de zorgtoeslag opgenomen als criterium bij de beoordeling of een huishouden tot de doelgroep alleenverdienersproblematiek behoort.

 

Artikel 4 Toekenning

De toekenning van de vaste tegemoetkoming is eenmaal per kalenderjaar voor het hele bedrag.

Om te voorkomen dat alleenverdienerhuishoudens in geval van verhuizing tussen de wal en het schip belanden, wordt voor alle ambtshalve toekenningen geadviseerd als peildatum voor de woonplaats de datum waarop de definitieve lijst van de Belastingdienst is gebaseerd, te hanteren. Voor 2025 is dat 15 januari 2025. De meestverdienende partner, waarvan het BSN op de lijst staat vermeld, was op die datum inwoner van de betreffende gemeente.

 

Artikel 5 Verstrekking

Stroomopwaarts kan kiezen of de vaste tegemoetkoming in één keer of verdeeld over de resterende maanden van het kalenderjaarjaar wordt verstrekt en, indien van toepassing, onder aftrek van reeds betaalde bedragen. Conform het advies van de VNG kiest Stroomopwaarts ervoor de vaste tegemoetkoming in één keer uit te betalen.

Ook als de inwoner gedurende het jaar verhuist, blijft de gemeente, die de vaste tegemoetkoming heeft toegekend en gekozen heeft voor betaling in maandelijkse bedragen, de nog te betalen bedragen uitkeren. Als het hele bedrag ineens betaald is, wordt de toekenning niet herzien.

 

Artikel 6 Ingangs- en vervaldatum

De ingangsdatum is 1 januari 2025. Dit is de datum waarop het wetsvoorstel rondom de alleenverdienersproblematiek fase 2 in werking is getreden. De vervaldatum ligt drie maanden na de laatste aanvraagdatum uit artikel 3.10. Bij de drie maanden is rekening gehouden met de maximale afhandelingstermijn en eventuele hersteltermijnen bij het ontbreken van noodzakelijke informatie.

Naar boven