Toestemming voor het tijdelijk plaatsen van camerasystemen ten behoeve van sociale veiligheid in het Centrum te 's-Gravenhage

Verlening omgevingsvergunning in het kader van werkzaamheden nabij het lokaal spoor.

Kenmerk vergunning: 2025-050

Datum vergunning: 2025-03-13

Werkzaamheden en locatie: Het tijdelijk plaatsen van camerasystemen t.b.v. sociale veiligheid in het Centrum 0 te 's-Gravenhage

Het besluit voor het verlenen van deze Omgevingsvergunning beperkingengebiedsactiviteit Lokaal Spoor heeft slechts betrekking op de veiligheid en de bruikbaarheid van het tram- of metrospoor. In dit geval is een Omgevingsvergunning verleend voor het uitvoeren van werkzaamheden in de directe nabijheid van een tram- of metrospoor. Binnen de gestelde vergunningsvoorwaarden kunnen de werkzaamheden veilig worden uitgevoerd.

Bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop het is verzonden een bezwaarschrift worden ingediend. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, Postbus 21012, 3001 AA Rotterdam.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en tenminste het volgende te bevatten:

  • -

    de naam en het adres van de indiener;

  • -

    de dagtekening;

  • -

    de omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en

  • -

    een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen.

Nb: Het volgende is van toepassing:

Om bezwaar te maken tegen dit besluit moet u als bezwaarmaker een aantoonbaar en specifiek belang hebben bij de veiligheid of bruikbaarheid van het tram- of metrospoor. Wanneer u bij een bezwaar geen aantoonbaar en specifiek belang heeft bij het besluit, zal MRDH het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren.

Zie ook: Externe link: https://www.inview.nl/document/da33d6aaec977b905951b9bdce95ef08fa/omgevingsvergunning-in-de-praktijk-belanghebbende 

Voorlopige voorziening

Indien een bezwaarschrift is ingediend is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de Voorzieningenrechter van de Rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats/vestigingsplaats heeft. Het verzoek dient te zijn ondertekend en tenminste het volgende te bevatten:

  • a.

    de naam en het adres van de verzoeker;

  • b.

    de dagtekening;

  • c.

    de gronden van het verzoek (motivering).

Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overgelegd. Zo mogelijk wordt tevens een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft, overgelegd.

Naar aanleiding van het verzoek kan de bevoegde Voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven. De griffier van de betrokken Rechtbank wijst de verzoeker na de indiening van diens verzoek op de verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn en op welke wijze het verschuldigde griffierecht voldaan moet worden.

 

Naar boven