Blad gemeenschappelijke regeling van Senzer
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Senzer | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 3392 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Senzer | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 3392 | beleidsregel |
Beleidsregels aanvraag, uitkering en overige verplichtingen Senzer 2026
Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Senzer, ingevolge artikel 4 Gemeenschappelijke regeling Senzer;
gelet op de artikelen 4:5 en 6:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de artikelen 9, 13, 18, 23, 27, 28, 41, 44, 52, 53a en 57 van de Participatiewet (Pw) en de artikelen 14, 16a, 37 en 37a van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ):
b e s l u i t vast te stellen de volgende beleidsregels:
Beleidsregels aanvraag, uitkering en overige verplichtingen Senzer 2026
Artikel 1 Niet behandelen van een aanvraag
Indien de aanvraag of een van de daarbij behorende gegevens of bescheiden in een vreemde taal is gesteld en een vertaling daarvan voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking noodzakelijk is, besluit het dagelijks bestuur de aanvraag niet te behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door het dagelijks bestuur gestelde termijn de aanvraag met een vertaling aan te vullen.
Indien de aanvraag of een van de daarbij behorende gegevens of bescheiden omvangrijk of ingewikkeld is en een samenvatting voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking noodzakelijk is, besluit het dagelijks bestuur de aanvraag niet te behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door het dagelijks bestuur gestelde termijn de aanvraag met een samenvatting aan te vullen.
Artikel 2 Bijstand terugwerkende kracht
Als een voorliggende voorziening wordt afgewezen en belanghebbende zich binnen 14 dagen na ontvangst van de afwijzing meldt om een uitkering aan te vragen, dan wordt de ingangsdatum voor de uitkering vastgesteld op de aanvraagdatum van de voorliggende voorziening. Ook als er voorschotten zijn verstrekt maar deze worden teruggevorderd.
Voor de effectuering van de budgetteringsplicht hoeft geen machtiging gevraagd te worden van de belanghebbende maar heeft wel de voorkeur. Zodra de budgetteringsverplichting door middel van een beschikking is opgelegd, gaat het dagelijks bestuur pas over tot rechtstreekse betaling van bijvoorbeeld de maandelijkse huur- en energierekeningen van de belanghebbende aan de desbetreffende schuldeisers door middel van inhoudingen op de uitkering.
Het dagelijks bestuur heeft zijn richtlijnen voor het afleggen van een huisbezoek vastgelegd in een protocol.
Artikel 6 Bewijsopdracht en aanbod tot huisbezoek
Het dagelijks bestuur maakt gebruik van zijn bevoegdheid, zoals bedoeld in artikel 53a, tweede lid van de Participatiewet, na individuele afweging.
Artikel 7 Verlaging algemene bijstand wegens ontbreken woonkosten
Het dagelijks bestuur stelt de norm, als bedoeld in de artikelen 20 en 21 van de Participatiewet ingevolge artikel 27 van de Participatiewet, lager vast voor zover de belanghebbende lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet als gevolg van zijn woonsituatie, waaronder begrepen het niet aanhouden van een woning.
Artikel 8 Verlaging algemene bijstand schoolverlaters
Het dagelijks bestuur stelt voor de belanghebbende die recent de deelname heeft beëindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding, de norm gedurende zes maanden na het tijdstip van die beëindiging lager vast, indien voor het onderwijs of de beroepsopleiding aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
Artikel 9 Bijstandsnorm jongere 18-21 jaar
In afwijking van het bepaalde in artikel 20, eerste lid tot en met derde lid van de Participatiewet, kan het dagelijks bestuur op grond van artikel 18 van de Participatiewet in individuele gevallen de bijstandsnorm voor een jongere 18-21 jaar, niet verblijvend in een inrichting, aanvullen met algemene bijstand als de jongere uitwonend is, redelijkerwijs geen beroep kan doen op de onderhoudsplicht van zijn ouders en noodzakelijke kosten van het bestaan heeft die niet kunnen worden voldaan uit de van toepassing zijnde norm.
De jongeren aan wie vóór 1 januari 2026 op grond van artikel 12 van de Participatiewet aanvullende bijzondere bijstand voor levensonderhoud is toegekend, behoudt bijzondere bijstand totdat de leeftijd van 21 jaar is bereikt óf tot het moment dat de bijstand wordt beëindigd dan wel de situatie wijzigt en een herbeoordeling van het recht noodzakelijk is.
Artikel 10 Ingangsdatum normwijziging bij verblijf in inrichting
De hoofdregel is dat de ingangsdatum van het verblijf in een inrichting de ingangsdatum voor de normwijziging is.
Artikel 12 Verrekening van bij aanvraag verstrekte voorschotten
Indien bijstand wordt verleend over een periode waarover met toepassing van artikel 52, eerste lid van de Participatiewet een voorschot is verleend, wordt deze bijstand zonder machtiging van de belanghebbende verrekend met dit voorschot.
Artikel 13 Zoekperiode personen jonger dan 27 jaar
Indien sprake is van een jongere in een kwetsbare positie, niet behorend tot de uitzondering zoals bedoeld in artikel 41, vierde lid onder a en b van de Participatiewet, ziet het dagelijks bestuur op grond van artikel 41, elfde lid van de Participatiewet af van toepassing van de vierweken zoektermijn. De beoordeling hiervan vindt plaats op individueel niveau waarbij de persoonlijke omstandigheden van de jongere leidend zijn.
Artikel 14 Het kunnen volgen van onderwijs
Wanneer een jongere wel over een startkwalificatie beschikt, beoordeelt het dagelijks bestuur in hoeverre het volgen van onderwijs de kansen van de jongere op de arbeidsmarkt vergroot. Nemen deze kansen door het volgen van een opleiding toe, dan wordt redelijkerwijs van een belanghebbende verwacht dat hij verder studeert, mits hij daar ook de capaciteiten voor heeft. Het beschikken over een startkwalificatie laat onverlet dat een belanghebbende uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs kan volgen en in verband daarmee aanspraak maakt op studiefinanciering aangezien een vervolgopleiding in beginsel van toegevoegde waarde moet worden geacht met betrekking tot de kansen van belanghebbende op de arbeidsmarkt, ook al beschikt hij over een startkwalificatie.
Artikel 16 Tijdelijke ontheffing van een verplichting als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdelen a en c van de Participatiewet
Intensieve zorgbehoefte, zorgtaken/mantelzorg worden als dringende redenen aangemerkt, voor zover hiermee geen rekening kan worden gehouden door middel van een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de Participatiewet.
Bij mantelzorg wordt aansluiting gezocht bij de definitie zoals opgenomen in de Wmo. Het gaat om onbetaalde zorg die verleend wordt aan een naaste met een beperking die verdergaat dan de dagelijkse hulp die van huisgenoten, familieleden of bekenden verwacht mag worden. Het draagt bij aan zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet.
Een tijdelijke ontheffing, zoals bedoeld in het tweede lid, wordt gerelateerd aan de omvang van de mantelzorg. Het bestaan, de omvang en de duur van de mantelzorg dient te blijken uit een WMO-indicatiebesluit of een WLZ/AWBZ-indicatiebesluit. Indien een indicatiebesluit niet voorhanden is dient een indicatiebesluit waaruit de noodzaak tot mantelzorgverlening blijkt alsnog te worden verkregen via medewerking van de verzorgde persoon dan wel via het aanvragen van een medisch advies. Ontheffing wordt slechts voor een door het dagelijks bestuur vast te stellen periode verleend, maximaal te bepalen op de duur zoals benoemd in het indicatiebesluit.
Een tijdelijke ontheffing, zoals bedoeld in het vierde lid, heeft de duur van maximaal 12 maanden. Indien de tijdelijke ontheffing afloopt wordt door het dagelijks bestuur onderzocht of de tijdelijke ontheffing voor een periode van maximaal 12 maanden voortgezet moet worden of dat de verplichtingen in artikel 9, eerste lid, onderdelen a en c van de Participatiewet weer gehandhaafd moeten worden.
Artikel 17 Bijstand en het vervullen van alternatieve straffen
Het dagelijks bestuur beoordeelt per individueel geval wat het vervullen van de alternatieve straf betekent voor de verplichtingen in het kader van de arbeidsinschakeling. Hoofdregel is dat het vervullen van een alternatieve straf niet de arbeidsinschakeling mag belemmeren.
Het dagelijks bestuur handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onredelijk en onbillijk zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2025-3392.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.