Afschrijvingsbeleid GGD IJsselland 2025

Voorwoord

 

Voor u ligt de uitwerking van het afschrijvingsbeleid 2025 van GGD IJsselland. Deze bijlage vormt een essentieel onderdeel van de Financiële Verordening en geeft nadere invulling aan de wijze waarop onze organisatie omgaat met investeringen en de waardevermindering van vaste activa.

 

Een zorgvuldig en transparant afschrijvingsbeleid draagt bij aan een betrouwbare financiële administratie en ondersteunt het dagelijks bestuur bij het maken van verantwoorde keuzes in het beheer van publieke middelen. Door duidelijke uitgangspunten te hanteren voor afschrijvingstermijnen, restwaarden en activeringsgrenzen, wordt een solide basis gelegd voor een rechtmatige en doelmatige verwerking van investeringen in de jaarrekening.

 

Het beleid sluit aan bij de uitgangspunten van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en is afgestemd op de omvang en complexiteit van onze organisatie. Daarbij is gekozen voor een benadering die enerzijds recht doet aan de wettelijke kaders en anderzijds ruimte biedt voor een praktische toepassing binnen de GGD.

 

Met deze uitwerking beoogt GGD IJsselland niet alleen te voldoen aan de geldende regelgeving, maar ook te investeren in een toekomstbestendige en integere financiële functie. Wij vertrouwen erop dat dit beleid bijdraagt aan een verdere versterking van de interne beheersing en een transparante verantwoording richting onze stakeholders.

 

1. Uitwerking Afschrijvingsbeleid

1.1 Inleiding

Het doel van deze bijlage is inzicht te geven in de richtlijnen van het BBV met ingang van boekjaar 2025 met betrekking tot waarderen, activeren en afschrijven en om de kaders te stellen die voor de komende jaren gehanteerd moeten gaan worden.

 

Het dagelijks bestuur kan in individuele gevallen afwijken van de bepalingen in deze bijlage. Eventuele afwijkingen (in afschrijvingsmethode of afschrijvingstermijn) worden samen met het investeringsvoorstel ter goedkeuring voorgelegd aan het algemeen bestuur.

 

1.2 Investeringen

Investeringen zijn uitgaven voor het verwerven of produceren van duurzame goederen, waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt.

 

1.3 Activeren

Activa met economisch en/of maatschappelijk nut en een verkrijgingsprijs van minder dan €10.000 behoeven niet te worden geactiveerd., Behalve gronden en terreinen. Deze activa worden altijd geactiveerd.

 

1.4 Waarderen

  • -

    De GGD waardeert de materiële vaste activa tegen de historische kosten, respectievelijk de vervaardigingsprijs verminderd met de lineaire afschrijvingen berekend op basis van onderstaande afschrijvingstermijnen, verminderd met eventuele bijdragen en subsidies van derden.

  • -

    De historische kosten omvatten de inkoopprijs en de bijkomende kosten.

  • -

    De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte hulp- en grondstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging zijn toe te rekenen.

1.5 Restwaarde

In het algemeen wordt bij het bepalen van de hoogte van de afschrijving geen rekening gehouden met een restwaarde van het actief aan het einde van de gebruiksduur, tenzij sprake is van een reëel in te schatten restwaarde zoals bij gebouwen en bedrijfsauto’s.

 

1.6 Rentetoerekening

Voor de berekening van de rentecomponent van de kapitaallasten wordt een rekenrente (=renteomslag percentage) gehanteerd. Het percentage wordt bepaald door de rente te delen door de boekwaarde van de activa per 1 januari van het begrotingsjaar.

 

1.7 Afschrijvingstermijnen

Afschrijving begint in het begrotingsjaar dat volgt op het jaar waarin het kapitaalgoed gereedkomt of verworven wordt. De afschrijvingstermijn betreft het maximaal aantal jaren waarin een kapitaalgoed mag worden afgeschreven. Voor afschrijven wordt de lineaire afschrijvingsmethode toegepast.

 

Categorieën

Aantal jaren

Gronden en terreinen

Geen

Bedrijfsgebouwen

40

Verbouwingen bedrijfsgebouwen

15

Technische installaties

15

Inventaris

15

Medische apparatuur

10

Vaste telefonie

10

Mobiele telefonie

3

Applicatieprogrammatuur 1)

5

Hardware automatisering

5

Bedrijfsauto’s

7

Immateriële activa 2)

5

 

  • 1.

    Applicatieprogrammatuur: voor deze categorie kan het dagelijks bestuur tot een afwijkende economische levensduur besluiten en een aangepaste afschrijvingstermijn te hanteren.

  • 2.

    Immateriële vaste activa zijn uitgaven waartegenover geen bezittingen staan. Dit kunnen bijvoorbeeld kosten van voorbereiding, implementatie en onderzoek zijn. Voorwaarde om deze kosten te kunnen activeren en af te schrijven is dat de kosten bijdragen aan de totstandkoming van een vast actief. Als de kosten rechtstreeks aan de vervaardiging van het actief kunnen worden toegerekend en moeten derhalve als onderdeel van de vervaardigingsprijs worden geactiveerd (BBV art. 63 lid 3).

Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur d.d. 18 december 2025

M.J. van Willigen, voorzitter

A. Schulting, secretaris

Naar boven