Treasurystatuut Veiligheidsregio Midden-en West-Brabant 2025

Het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Midden-en West-Brabant, gelet op:

 

  • 1.

    Wet financiering decentrale overheden (Wet fido);

  • 2.

    Financiële verordening Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant;

  • 3.

    Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant;

  • 4.

    Mandaatregeling Veiligheidsregio Midden-en West-Brabant.

Besluit,

 

Met ingang van de datum van dit besluit:

  • 1.

    Tot het vaststellen van het Treasurystatuut Veiligheidsregio Midden-en West-Brabant 2025;

  • 2.

    Tot het intrekken van het Treasurystatuut Veiligheidsregio Midden-en West-Brabant 2021.

1 Inleiding

Het treasurystatuut van Veiligheidsregio Midden-en West-Brabant (VRMWB) is een uitwerking van artikel 10 van de Financiële verordening VRMWB 2025-2 en heeft tot doel een formeel kader te scheppen: het treasurybeleid, ter uitvoering van de treasuryfunctie.

 

De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële positie en de hieraan verbonden risico's.

 

De treasuryfunctie bestaat uit 3 deelfuncties: Risicobeheer, Financiering en Kasbeheer.

2 Doelstellingen en richtlijnen

Het treasurybeleid is erop gericht om binnen de mogelijkheden van VRMWB de lasten zo veel mogelijk te reduceren op aan te trekken middelen, waarbij de risico’s zo goed mogelijk beheerst worden en in ieder geval beperkt blijven binnen de wettelijke en de door het bestuur van VRMWB vastgestelde kaders.

 

Het financiële beleid dient in algemene zin bij te dragen aan en ondersteuning bieden voor het uitvoeren van de taken, behorende tot de verantwoordelijkheden van VRMWB. Meer specifiek zal de financiële continuïteit van VRMWB op korte en lange termijn gewaarborgd dienen te worden.

2.1 Richtlijnen voor uitvoering van het beleid

In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido, incl. de Ufdo, Ruddo en Bldo) worden de kaders gesteld voor een verantwoorde, behoedzame en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden.

Naast de Wet fido worden de wettelijke bepalingen, zoals opgenomen in het BBV, Schatkistbankieren, Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR), het VWEU * én eventueel andere (toekomstige) relevante regelgeving, altijd in acht genomen.

In dit treasurystatuut zijn met name aanvullende of beperkende bepalingen opgenomen.

* (in de bijlage is een verklarende toelichting voor de afkortingen opgenomen)

2.2 Doelstellingen treasurybeleid

  • a.

    Beschikbaarheid van middelen: het verzekeren van duurzame toegang tot de financiële markten tegen acceptabele condities, zodat voldoende liquide middelen beschikbaar zijn om de taken van de VRMWB uit te kunnen voeren.

  • b.

    Risicobeheersing: het zoveel mogelijk beheersen van de (toekomstige) financiële risico’s, zoals het renterisico, kredietrisico, valutarisico en intern liquiditeitsrisico.

  • c.

    Kostenbeheersing: het minimaliseren van de in- en externe (verwerkings-)kosten door het efficiënt beheren van de geldstromen en financiële posities (= liquiditeitenbeheer).

  • d.

    Rendementsoptimalisatie: het optimaliseren van de renteresultaten binnen de wettelijke kaders en de richtlijnen van dit statuut.

  • e.

    Rechtmatigheid: Voldoen aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.

  • f.

    Administratieve organisatie en interne controle: het beschrijven van bevoegdheden, functiescheiding en rapportageverplichtingen en het verzorgen van adequate informatievoorziening ten behoeve van het cashmanagement, sturingsinformatie en beleid.

3 Risicobeheer

3.1 Uitgangspunten risicobeheer

De houding van VRMWB ten aanzien van financiële risico’s is defensief, ofwel risicomijdend: uitsluitend ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak worden leningen aangegaan, middelen uitgezet of garanties verleend. Voor het overige houdt VRMWB overtollige liquide middelen binnen de kaders van de regeling Schatkistbankieren aan.

3.2 Renterisicobeheer

  • a.

    Het renterisico wordt beperkt door de rente typische looptijd, renteniveau en omvang van de financieringsmiddelen af te stemmen op de bestaande financiële positie, de (meerjarige-) liquiditeitenplanning, het investeringsplan en de actuele rentevisie.

  • b.

    Om het renterisico bij herfinanciering van langlopende leningen te beheersen wordt de hoogte van de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen getoetst aan de renterisiconorm. Door de aflossing van de netto vaste schuld in de tijd goed te verspreiden en te begrenzen op de renterisiconorm, wordt de begroting minder gevoelig voor renteschokken bij de herfinanciering.

  • c.

    In de Wet Ido wordt een grens gesteld aan de kortlopende financiering (tot één jaar) door de kasgeldlimiet. Per kalenderkwartaal wordt de netto vlottende schuld getoetst aan de kasgeldlimiet en deze wordt niet meer dan twee achtereenvolgende kwartalen overschreden.

  • d.

    Bij uitzettingen wordt gestreefd naar spreiding in de rente typische looptijd van uitzettingen.

  • e.

    het gebruik van derivaten is niet toegestaan.

3.3 Kredietrisicobeheer

Het kredietrisico bij het verstrekken van leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak wordt beperkt door, naast de bepalingen in de Ruddo, zoveel mogelijk zekerheden of garanties te eisen. De instellingen zullen via jaarrekeningen (met een goedkeurende verklaring van een accountant) aan moeten tonen dat er voldoende middelen zijn om de lening terug te kunnen betalen c.q. VRMWB een zeer beperkt risico loopt bij het geven van garanties.

3.4 Intern liquiditeitsbeheer

De treasury-activiteiten worden afgestemd op actuele liquiditeitsplanningen (korte termijn en meerjarig) ter voorkoming, dan wel zoveel mogelijk beperking van gemiste renteopbrengsten of te veel betaalde rente door onverwachte wijzigingen.

De meerjarige liquiditeitenplanning is afgestemd op het meerjarige investeringsplan (de komende 4 jaren op jaarbasis). Gedurende het jaar worden periodiek, minimaal 2 maal per jaar, korte termijn liquiditeitsprognoses gemaakt met een totale looptijd van minimaal 12 maanden.

 

Te allen tijde is inzicht in de operationele informatie zijnde: een actuele liquiditeitsplanning, de afgesloten transacties en de bancaire afspraken.

3.5 Valutarisicobeheer

Het valutarisico wordt uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in de op dat moment geldende Nederlandse geldeenheid.

4 Financiering

4.1 Richtlijnen voor het aantrekken van langlopende financiering

In aanvulling op 3.1 gelden bij het aantrekken van financieringen voor een periode van langer dan één jaar de volgende richtlijnen:

  • a.

    Het uitgangspunt is totaalfinanciering, tenzij gemotiveerd gekozen wordt voor projectfinanciering.

  • b.

    Na akkoord van de Algemeen directeur wordt naast de offerte van de huisbankier (tenminste) één offerte bij een andere financiële onderneming of een medeoverheid aangevraagd. De offertes worden vastgelegd en beoordeeld door de financieel adviseur belast met treasury-activiteiten.

4.2 Richtlijnen voor het aantrekken van kortlopende financiering

Voor het aantrekken van kortlopende financieringen met een looptijd tot één jaar gelden aanvullend op artikel 2.3 de volgende richtlijnen:

 

  • a.

    Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en rekening-courant krediet.

  • b.

    Het aantrekken van leningen met een looptijd van korter dan één jaar worden afgesloten na schriftelijk akkoord door de algemeen directeur VRMWB.

5 Kasbeheer

5.1 Geldstromenbeheer

Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt:

  • a.

    Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op organisatieonderdeel op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen;

  • b.

    Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd bij de huisbankier.

5.2 Saldo-en liquiditeitenbeheer

Saldo-en liquiditeitenbeheer betreft het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen (-courant) van de VRMWB. Saldoregulatie via het schatkistbankieren is ingeregeld via de huisbankier.

6 Administratieve organisatie en controle

6.1 Uitgangspunten administratieve organisatie en controle

De verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd in dit treasurystatuut met de volgende uitgangspunten:

 

  • a)

    Bij de treasury- activiteiten is een functiescheiding doorgevoerd: de uitvoering, registratie, accordering en controle geschieden door afzonderlijke functionarissen.

  • b)

    Bij de autorisatie voor het betaalbaar stellen van betalingen, behalve die bedoeld onder 6.1c, wordt gebruik gemaakt van het tweehandtekeningensysteem.

  • c)

    Betalingen via de Simpledcard vanwege kleine (kas-)uitgaven van maximaal € 1.000 worden goedgekeurd door de verantwoordelijke op basis van de budgethouderregeling.

6.2 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden

De verantwoordelijkheden en bevoegdheden met betrekking tot de treasuryfunctie zijn in onderstaande tabel weergegeven:

 

Algemeen bestuur

  • Vaststellen van het treasurystatuut.

  • Vaststellen van het onderdeel treasury in de paragraaf Financiering in de begroting en de jaarrekening.

  • Toezicht houden op de uitvoering van het treasurybeleid.

Dagelijks bestuur

  • Uitvoeren van het treasurystatuut (formele verantwoordelijkheid).

  • Rapporteren aan het Algemeen Bestuur over de uitvoering van het treasurybeleid, middels de begroting en jaarrekening.

Algemeen Directeur VRMWB

  • Organisatorisch uitvoeren van het treasurystatuut.

  • Tekeningsbevoegd voor alle aanvragen bij financiële instellingen en het aangaan van langlopende leningen.

  • Rapporteren en verantwoording afleggen aan het Dagelijks Bestuur over het treasurybeleid, middels de begroting en de jaarrekening.

Afdeling Concerncontrol

  • Uitvoeren van de interne controle op de opzet, bestaan en werking en interne beheersing van de treasury-functie en uitvoering van de treasury-activiteiten.

Afdelingshoofd FP&C

  • Opstellen en onderhouden van het treasurystatuut.

  • Opzetten van administratieve richtlijnen op het gebied van de treasury.

  • Verantwoordelijk voor de treasury-informatie in rapportages.

  • Bewaken van de kwaliteit van de treasury-processen

Financieel adviseur belast met treasury-activiteiten

  • Zorgdragen voor het kredietrisicobeheer, o.a. door het beheren van de leningenportefeuille (inclusief dossiervorming);

  • Opstellen van de treasury-informatie in rapportages.

  • Opstellen van een rentevisie en liquiditeitenplanning-en -prognoses.

  • Onderhouden van contacten met banken en overige financiële instellingen.

  • Zorgdragen voor het geldstromen- en saldobeheer.

  • Aangaan van kasgeldleningen en het bewaken van de kasgeldlimiet.

  • Aanpassen bevoegdheden in het bankpakket.

  • Zorgdragen voor de wettelijke informatievoorziening aan het CBS (Wet fido).

  • Opstellen (operationele) informatie en interne analyses van treasury-activiteiten t.b.v. beleidskeuzes en sturingsinformatie.

7 Inwerkingtreding

Dit treasurystatuut treedt in werking met ingang van 01-01-2025 en vervangt het Treasurystatuut Veiligheidsregio Midden-en West-Brabant 2021.

8 Citeertitel

Deze beleidsnota kan worden aangehaald onder de naam “Treasurystatuut Veiligheidsregio Midden-en West-Brabant 2025”.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 4 december 2025,

De waarnemend voorzitter,

P. Depla

De secretaris,

J. Trijselaar

Bijlage: Begrippenkader

 

BBV

Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

BLDO

Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden. Dit besluit bevat regels inzake het aangaan, verstrekken en garanderen van geldleningen door openbare lichamen.

Cashmanagement

De inrichting en het beheer van alle geld-, betalings- en financiële stromen op een wijze dat de aanwezige geldstromen en liquiditeiten optimaal bijdragen aan een financieel positief resultaat.

Daggeld

Een lening zonder zekerheden voor de bank. De leningen kunnen dagelijks voor 12.00 uur door beide partijen worden opgezegd.

Deposito

Geldbedrag dat aan een bank wordt toevertrouwd voor een bepaalde periode tegen een bepaalde rentevergoeding. Gedurende de afgesproken periode dat het geld bij de bank staat, kan niet vrij over dat geld worden beschikt.

Derivaten

Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren.

EMU-saldo

Het verschil tussen de inkomsten en uitgaven van de overheid, sociale fondsen en lokale overheden.

Financiële onderneming

Een onderneming die het bedrijf van kredietinstelling mag uitoefenen, beleggingsdiensten mag verlenen, beleggingsinstellingen mag beheren, rechten van deelneming in een beleggingsmaatschappij mag aanbieden, of het bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen.

Geldstromenbeheer

Alle activiteiten ten behoeve van de interne en externe geldstromen (betalingsverkeer).

Intern liquiditeitsrisico

Het risico op gemiste renteopbrengsten dan wel te veel betaalde rente als gevolg van onverwachte wijzigingen in de liquiditeitenplanning en/of het integraal investeringsplan.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet begrenst de omvang van leningen met een looptijd tot één jaar (korte financiering). De kasgeldlimiet wordt berekend met een door de wet Fido vastgesteld percentage van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar.

Kredietfaciliteit

Een overeenkomst tussen de bank en haar cliënt, waarbij de bank de cliënt toestaat tot een bepaald bedrag gelden op te nemen (‘rood staan’) of andere faciliteiten (zoals garanties) te genieten.

Kredietrisico

De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van financieel onvermogen.

Leningenportefeuille

Het totaal aan geldleningen. Dit overzicht geeft inzicht in de samenstelling, de looptijd, de grootte en de rentegevoeligheid van de aangetrokken geldleningen.

Liquiditeitsbehoefte

De behoefte aan geldmiddelen.

Liquiditeitenplanning

Een overzicht van verwachte inkomsten en uitgaven ter bepaling van het moment van aantrekken van een lening.

Netto-vlottende schuld

De totale schuld verminderd met de vlottende activa, zoals bijvoorbeeld liquide middelen en roerende goederen.

Renterisico

Het risico door renteaanpassing en herfinanciering van leningen. Het renterisico wordt getoetst aan de renterisiconorm.

Renterisiconorm

Een bij de aanvang van het begrotingsjaar op basis van Wet fido bepaald percentage van het begrotingstotaal. Het stelt de grens aan de financiering op lange termijn.

Rente-typische looptijd

Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding.

Rentevisie

Toekomstverwachting van de renteontwikkeling, uitgaande van een aantal rentebepalende factoren, op basis waarvan een financieringsbeleid wordt gevoerd.

Ruddo

Uitvoeringsregeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden, in het kader van de Wet fido. Hierin zijn normen met betrekking tot kredietwaardigheid opgenomen waaraan partijen moeten voldoen waar middelen uitgezet worden.

Saldoregulatie

Dagelijks wordt vanaf een vastgelegd vast bedrag het overtollig banksaldo door de bank overgeboekt naar de schatkist. Ook wordt automatisch vanuit de schatkist aangevuld als het banksaldo onder het vaste bedrag uitkomt.

Schatkistbankieren

Het, door decentrale overheden, aanhouden van overtollige middelen in de schatkist bij het ministerie van financiën.

Ufdo

De Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden is een nadere uitwerking van artikelen 3,5, en 8 van de Wet fido en bepaalt de renterisiconorm.

Uitzetting

Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.

VWEU

Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (regels m.b.t. o.a. staatssteun).

Wet Fido

De Wet financiering decentrale overheden.

Wet Hof

Alle medeoverheden zijn samen met het Rijk, medeverantwoordelijk voor gezonde overheidsfinanciën. De regels hiervoor zijn opgenomen in de wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) en hebben onder andere betrekking op het overheidstekort, het EMU-saldo.

WGR

Wet Gemeenschappelijke Regelingen.

Naar boven