Financiële verordening Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant 2025

Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant,

 

Gelet op:

  • Artikel 212 van de Gemeentewet;

    Het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten;

    De wet gemeenschappelijke regelingen;

    De Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant.

Besluit:

  • De financiële verordening 2025-2 vast te stellen per 1-1-2025. De op 12 december 2024 vastgestelde financiële verordening 2025 wordt hierbij ingetrokken en vervangen door deze vernieuwde versie.

Financiële verordening Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant 2025

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

  • a.

    Veiligheidsregio: het openbaar lichaam: Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (GR VRMWB).

  • b.

    Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van gegevens en informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van VRMWB en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.

  • c.

    Financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van VRMWB.

  • d.

    Rechtmatigheid: het in overeenstemming handelen met geldende wet- en regelgeving, waaronder verordeningen en besluiten van het Algemeen Bestuur.

  • e.

    Financiële rechtmatigheid: het voldoen aan wet- en regelgeving bij het uitvoeren van financiële beheershandelingen.

  • f.

    Rechtmatigheidsverantwoording: Het onderdeel in de jaarrekening waarin het Dagelijks Bestuur verantwoording aflegt over de rechtmatigheid van de baten en lasten aan de hand van de volgende drie criteria: Begrotingscriterium, Voorwaardencriterium en Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium.

  • g.

    Begrotingsonrechtmatigheid: afwijkingen van de (gewijzigde) begroting zonder dat het bevoegd orgaan hier een besluit over heeft genomen.

  • h.

    Doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen of met een bepaalde inzet van middelen zo veel mogelijk prestaties realiseren.

  • i.

    Doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid worden gerealiseerd.

  • j.

    BBV: Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten.

  • k.

    Onduidelijkheid: indien, ondanks zorgvuldig onderzoek en het inwinnen van advies niet vastgesteld kan worden of iets wel of niet volgens de regels is gegaan.

Hoofdstuk 2 Begroting en verantwoording

Artikel 2 Planning & Control Cyclus

De Planning & Control cyclus van VRMWB bestaat uit de volgende onderdelen;

  • a.

    Kaderbrief;

  • b.

    Begroting;

  • c.

    Tussentijdse rapportages;

  • d.

    Jaarstukken.

Artikel 3 Kaderbrief

Het Dagelijks Bestuur stelt jaarlijks, voorafgaande aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft, de kaderbrief vast voor de begroting. In de kaderbrief worden de beleidsmatige en financiële kaders toegelicht die voor VRMWB van toepassing zijn. Hierin wordt aangegeven welke loon- en prijsstijgingen worden verwacht, op welke terreinen wijzigingen op bestaand beleid of nieuw beleid worden verwacht en welke aandachtspunten van belang zijn voor de begroting.

Artikel 4 Begroting

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur stelt jaarlijks voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft een ontwerpbegroting op, rekening houdend met de termijnen gesteld in de (GR VRMWB).

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur kan gedurende het begrotingsjaar begrotingswijzigingen vaststellen, rekening houdend met de termijnen en bepalingen in de GR VRMWB.

  • 3.

    De ontwerpbegroting wordt mede op basis van het beleids- en crisisplan ter uitvoering van doel en taakstelling van VRMWB opgesteld.

  • 4.

    In de ontwerpbegroting wordt een meerjarenraming opgenomen voor minimaal 3 opeenvolgende jaren, volgend op het begrotingsjaar.

  • 5.

    Het Algemeen Bestuur stelt overeenkomstig de GR VRMWB de begroting voor het eerstvolgende begrotingsjaar vast. De 3 opeenvolgende jaren worden voor kennisname aangenomen.

  • 6.

    De begroting is opgebouwd conform het BBV programma-plan. VRWMB kent slechts één inhoudelijk programma: Veiligheid. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast op het niveau van het programmaplan. Een daaronder liggende indeling wordt door het Algemeen Bestuur voor kennisname aangenomen.

  • 7.

    Het Algemeen Bestuur kan vaststellen over welke onderwerpen zij in extra paragrafen, naast de verplichte paragrafen, van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.

  • 8.

    De begroting bevat op hoofdlijnen de beleidsdoelstellingen en maatschappelijke effecten die worden nagestreefd, alsmede de middelen die daarvoor beschikbaar zijn, één en ander uitgedrukt in relevante prestatiecijfers en kengetallen.

  • 9.

    Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat de budgetten van de programma’s en budgetten voor de investeringen passen binnen de kaders zoals geautoriseerd bij de vaststelling van de kaderbrief.

Artikel 5 Tussentijdse rapportages

  • 1.

    Het Algemeen Bestuur wordt door middel van een tussentijdse bestuurlijke rapportage (BURAP) inclusief een begrotingswijziging over de eerste 6 maanden van het lopende begrotingsjaar geïnformeerd over de realisatie ten opzichte van de begroting van VRMWB.

  • 2.

    De inrichting van de BURAP sluit aan bij de indeling van de begroting.

  • 3.

    De BURAP gaat in op relevante afwijkingen op de begroting van beleid, de lasten en baten en geplande prestaties.

  • 4.

    Het Algemeen Bestuur wordt door middel van een financiële rapportage inclusief begrotingswijziging na het derde kwartaal op de hoogte gebracht van de financiële ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan na de BURAP, resulterend in een prognose van het financiële jaarresultaat.

  • 5.

    Afwijkingen groter dan € 25.000 worden afzonderlijk toegelicht.

Artikel 6 Jaarstukken

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur stelt de jaarstukken op conform de GR VRMWB en de BBV-voorschriften.

  • 2.

    In de jaarrekening worden afwijkingen op de (gewijzigde) begroting van de baten en lasten per programma groter dan € 25.000 toegelicht.

  • 3.

    Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken ontvangt het algemeen bestuur een voorstel over de bestemming van het jaarrekeningresultaat.

Hoofdstuk 3 Financieel beleid

Artikel 7 Beleidsnota’s

  • 1.

    Het Algemeen Bestuur stelt de kaders waarbinnen het financieel beleid moet passen vast in beleidsnota’s.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur stelt ten minste eenmaal in de vier jaar de volgende beleidsnota’s vast:

    • a.

      Investeren, waarderen en afschrijven vaste activa;

    • b.

      Reserves en voorzieningen;

    • c.

      Treasurystatuut;

    • d.

      Risicomanagement en weerstandsvermogen.

Artikel 8 Activabeleid

  • 1.

    Het investeringsplan wordt jaarlijks opgenomen in de begroting en verantwoord in de jaarrekening.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur neemt omtrent het waarderen, activeren en afschrijven van activa de richtlijnen in acht die zijn vastgelegd in de nota “Beleidsnota investeren, waarderen en afschrijven vaste activa”. Daarin is opgenomen:

    • a.

      de wijze van waarderen van activa;

    • b.

      de wijze van afschrijven;

    • c.

      de duur van de afschrijving naar soort, die is vastgelegd in de afschrijvingstabel per onderdeel.

  • 3.

    Het Dagelijks Bestuur is gemachtigd nadere regels vast te stellen voor specifieke afschrijvingstermijnen voor investeringen met een economisch nut.

  • 4.

    Indien een investering vertraging oploopt, blijft het geautoriseerde investeringskrediet beschikbaar over de jaargrens heen. Het Algemeen Bestuur wordt hiervan in kennis gesteld middels de bestuursrapportage of de jaarrekening.

Artikel 9 Reserves en voorzieningen

De beleidsnota reserves en voorzieningen behandelt de uitgangspunten en voorwaarden voor de vorming, aanwending en verantwoording van de reserves en voorzieningen. Het Dagelijks Bestuur geeft bij de jaarrekening een overzicht van de reserves en voorzieningen.

Artikel 10 Financieringsfunctie

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor:

    • a.

      Het verzekeren van een duurzame toegang tot de vermogensmarkten om geld aan te kunnen trekken tegen de scherpst mogelijke condities, de werkwijze omtrent het aangaan van leningen, garanties en risicodragend kapitaal;

    • b.

      Het voldoen aan wet- en regelgeving op het gebied van treasury (Wet FiDO, Wet HoF);

    • c.

      Het beperken van de financiële risico’s voor de VRMWB;

    • d.

      Het minimaliseren van de kosten van de treasuryfunctie;

    • e.

      Een adequate informatievoorziening ten behoeve van het cashmanagement.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur draagt bij de uitoefening van financieringsfunctie zorg voor een juiste uitvoer van de richtlijnen zoals vastgelegd in het door het Algemeen Bestuur vastgestelde Treasurystatuut.

Artikel 11 Kostprijsberekening

Voor de kostentoerekening aan producten of diensten die worden gedekt door middel van een tarief aan derden wordt gebruik gemaakt van het systeem van integrale kostentoerekening.

Artikel 12 Overheadkosten

De volgende uitgangspunten voor overhead worden gehanteerd:

  • a.

    Alle leidinggevenden en managementassistenten van de districten en de sector RB/CB worden tot het primaire proces gerekend;

  • b.

    De bijdrage aan de GHOR wordt gezien als primair proces;

  • c.

    Juristen, beleidsmedewerkers en (strategische) adviseurs binnen de sector Strategie & Bedrijfsvoering worden tot de overhead gerekend;

  • d.

    Deze uitgangspunten worden vanaf de primitieve begroting 2026 gehanteerd.

Hoofdstuk 4 Paragrafen bij de begroting en jaarstukken

Artikel 13 Risicomanagement en Weerstandsvermogen

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur geeft in de paragraaf risicomanagement en weerstandsvermorgen van de begroting en van de jaarstukken inzicht in de risico’s van materieel belang en maakt een inschatting van de kans dat deze risico’s zich voordoen. Hierbij wordt tevens de weerstandscapaciteit inzichtelijk gemaakt en wordt aangegeven in hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico's van materieel belang opgevangen kunnen worden.

  • 2.

    Het Aagelijks Bestuur stelt in de beleidsnota Risicomanagement en weerstandsvermogen de kaders en het beleid voor risicomanagement vast.

Artikel 14 Onderhoud kapitaalgoederen

  • 1.

    In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen doet het Dagelijks Bestuur verslag over de voortgang van het geplande onderhoud en het eventuele achterstallige onderhoud van gebouwen, materieel en voertuigen. Tevens worden de ontwikkelingen op het gebied van het onderhoud beschreven en financieel vertaald.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur biedt het Algemeen Bestuur ten minste eens in de vijf jaar een meerjarig onderhoudsplan gebouwen (MJOP) ter vaststelling aan. Het MJOP gebouwen bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de kazernes in eigendom van de gemeentes.

Artikel 15 Financiering

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur geeft in de paragraaf financiering de actuele informatie voor het dagelijks beheer van de financieringsfunctie; de regels hieromtrent zijn in het Treasurystatuut VRMWB opgenomen en wijzigingen worden door het Algemeen Bestuur vastgesteld.

  • 2.

    Bij de begroting en de jaarstukken doet het Dagelijks Bestuur in de paragraaf financiering in ieder geval verslag van:

    • a.

      De kasgeldlimiet;

    • b.

      De renterisiconorm;

    • c.

      De huidige liquiditeitspositie;

    • d.

      De liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte;

    • e.

      De rentevisie;

    • f.

      De rentekosten en -opbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie.

Artikel 16 Bedrijfsvoering

  • 1.

    In de paragraaf bedrijfsvoering wordt in de begroting en jaarrekening, naast de verplichte onderdelen van artikel 14 van het BBV, ingegaan op:

    • a.

      De omvang, opbouw en ontwikkelingen van het personeelsbestand. Dit betreft de formatie en bezetting van medewerkers en vrijwilligers;

    • b.

      Het ziekteverzuim;

    • c.

      De kosten van inhuur van derden;

    • d.

      De activiteiten in het kader van informatieveiligheid en privacy;

  • 2.

    Het onderdeel rechtmatigheid, dat bestaat uit:

    • a.

      Een overzicht waarin de rechtmatigheidsfouten en/of onduidelijkheden (afwijkingen) worden geëxpliciteerd, indien boven de verantwoordingsgrens, zoals bedoeld in artikel 23, is uitgekomen;

    • b.

      Een toelichting op alle afwijkingen, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen voor zover deze de rapportagegrens overschrijden en welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen;

    • c.

      Indien de normen uit de gids proportionaliteit veelvuldig niet nageleefd worden of slecht gedocumenteerd en/of gemotiveerd zijn;

    • d.

      Niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de wet Fido en bijbehorende Regelingen;

    • e.

      Geconstateerde fraude door eigen medewerkers.

Artikel 17 Verbonden partijen

Bij de begroting en de jaarstukken neemt het Dagelijks Bestuur in de paragraaf verbonden partijen naast de verplichte onderdelen, op grond van artikel 15 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), tevens een overzicht op van samenwerkingsverbanden onder fiscale Kosten Gemene Rekening. Hierbij worden de relevante- en actuele ontwikkelingen vermeld.

Artikel 18 Openbaarheid

Het Algemeen Bestuur geeft inzicht in de beleidsvoornemens inzake de toepassing van de Wet open overheid en de wijze waarop toepassing is gegeven aan deze beleidsvoornemens.

Hoofdstuk 5 Financiële organisatie en financieel beheer

Artikel 19 Financiële administratie

Het Dagelijks Bestuur zorgt ervoor dat:

  • 1.

    De inrichting en de werking van de (financiële) administratie voldoet aan het BBV en andere relevante wetgeving, zodat kan worden voldaan aan het verstrekken van informatie aan het Rijk, de Provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen die specifieke verantwoordingsverplichtingen hebben opgelegd aan VRMWB.

  • 2.

    De administratie zodanig van opzet en werking is, betrouwbaar en ordelijk is, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:

    • a.

      Het sturen en beheersen van activiteiten en processen in VRMWB als geheel en in de organisatieonderdelen afzonderlijk;

    • b.

      Het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in omvang van activa, voorraden, vorderingen schulden en contracten;

    • c.

      Het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;

    • d.

      Het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving;

    • e.

      De controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

Artikel 20 Financiële organisatie

Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor:

  • a.

    Een eenduidige indeling van de organisatie en een eenduidige toewijzing van de taken aan de organisatieonderdelen;

  • b.

    Een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie is gewaarborgd;

  • c.

    De verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;

  • d.

    De te maken afspraken met de organisatieonderdelen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen.

Artikel 21 Interne controle

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur draagt ten behoeve van de getrouwheid en rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking, waaronder de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het Dagelijks Bestuur maatregelen tot verbeteringen en herstel van de tekortkomingen.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor een interne toetsing van organisatieonderdelen op juistheid, volledigheid en tijdigheid van de bestuurlijke informatievoorziening en de rechtmatigheid van beheershandelingen vastgelegd in interne controles.

  • 3.

    Voor de interne toetsing, als genoemd in lid 1, wordt jaarlijks onder verantwoordelijkheid van de concerncontroller een intern controleplan ten uitvoer gebracht. Jaarlijks wordt het controleplan geactualiseerd en vastgesteld door het Dagelijks Bestuur.

  • 4.

    De resultaten van de interne toetsing worden verwerkt in een verslag van bevindingen. Samen met het plan van verbetering worden deze ter kennisgeving aan het Dagelijks Bestuur aangeboden.

Artikel 22 Aanbesteding en inkoop

Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor en legt de interne regels vast voor de inkoop en aanbesteding van werken en diensten. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels ter zake van de Europese Unie.

Hoofdstuk 6 Rechtmatigheidsverantwoording

Artikel 23 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording

  • 1.

    De rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening is gericht op het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium.

  • 2.

    In de rechtmatigheidsverantwoording rapporteert het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur over afwijkingen. Er wordt een verantwoordingsgrens gehanteerd van twee procent voor zowel fouten als onduidelijkheden. Fouten en onduidelijkheden worden bij elkaar opgeteld.

  • 3.

    De rapportagegrens van de rechtmatigheidsverantwoording is vastgesteld op € 50.000.

  • 4.

    De verantwoordingsgrens wordt bepaald door de omvang van de totale lasten exclusief de toevoegingen aan de reserves.

  • 5.

    Voorwaarden die direct van invloed zijn op de verslaggeving c.q. het getrouwe beeld van de jaarrekening worden niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.

  • 6.

    Begrotingsonrechtmatigheden van baten en lasten worden apart beschouwd en derhalve niet gesaldeerd.

  • 7.

    Financiële onrechtmatigheden door overtredingen van andere financieringsregels dan de Wet Fido worden in de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen.

Artikel 24 Voorwaardencriterium

  • 1.

    Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur biedt het Algemeen Bestuur jaarlijks uiterlijk op 31 december van het betreffende jaar ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit de van toepassing zijnde relevante wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Gedelegeerde bevoegdheden worden niet opgenomen in het normenkader.

Artikel 25 Begrotingscriterium

  • 1.

    Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door het Algemeen Bestuur vastgestelde begroting van exploitatie en investeringskredieten, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.

  • 2.

    De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door het Algemeen Bestuur is geautoriseerd, zijnde het programmaplan met programma Veiligheid, zoals vastgelegd in artikel 4 lid 6.

  • 3.

    Bij de investeringen wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal beschikbaar gestelde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het investeringskrediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.

  • 4.

    Begrotingsonrechtmatigheden die niet met een begrotingswijziging gecorrigeerd worden, worden expliciet zichtbaar gemaakt en toegelicht in de jaarstukken. Indien het Algemeen Bestuur de jaarstukken vaststelt, wordt ook ingestemd met deze begrotingsonrechtmatigheden. Daarmee worden deze begrotingsonrechtmatigheden acceptabel bevonden.

  • 5.

    Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:

    • a.

      Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren;

    • b.

      Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling;

    • c.

      Het Algemeen Bestuur is geïnformeerd over de overschrijding en/of onderschrijding, er is echter geen begrotingswijziging vastgesteld;

    • d.

      Er is tijdig een voorstel ingediend om de begroting te wijzigen;

    • e.

      De overschrijding en/of onderschrijding past binnen het door het Algemeen Bestuur geaccordeerde beleid.

  • 6.

    Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het Algemeen Bestuur, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.

  • 7.

    Voor afwijkingen van de begroting als gevolg van overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen van lasten, investeringen en baten die ontstaan na de laatste tussenrapportage en 31 december wordt het melden en verantwoorden in de jaarrekening als tijdig geduid.

Artikel 26 Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium

  • 1.

    Het misbruik en oneigenlijk (M&O) gebruik citerium is het criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en eigendommen van de Veiligheidsregio bij financiële beheershandelingen.

  • 2.

    Het Dagelijks bestuur zorgt voor beheersmaatregelen die functioneren om M&O gebruik van overheidsgelden binnen de Veiligheidsregio te voorkomen.

  • 3.

    Geconstateerd misbruik waarbij het M&O gebruik beleid juist is uitgevoerd en op een getrouwe wijze is verwerkt in de jaarrekening, wordt niet betrokken bij het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording. Wel wordt dan via de paragraaf bedrijfsvoering inzicht gegeven in de aard en de (financiële) impact van het bij de Veiligheidsregio geconstateerde misbruik.

Hoofdstuk 7 slotbepalingen

Artikel 27 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met terugwerkende kracht met ingang van 1 januari 2025. Met deze verordening komen eerdere versies en aanvullingen te vervallen.

Artikel 28 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald onder de naam “Financiële verordening Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant 2025”.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de VRMWB van 4 december 2025.

De waarnemend voorzitter,

P. Depla

De secretaris,

J. Trijselaar

Naar boven