Bezwaar maken
Tegen dit besluit kan een belanghebbende binnen zes weken na de dag van de bekendmaking van dit besluit bezwaar maken. Het bezwaarschrift kan elektronisch of per post worden ingediend.
De belanghebbende kan het bezwaarschrift elektronisch indienen via het bezwaar formulier op de website www.dedienst.nl.
De belanghebbende kan het bezwaarschrift per post versturen naar:
De Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân
t.a.v. bezwaar en beroep
Postbus 4
8800 AA Franeker
De belanghebbende kan het bezwaarschrift ook door een gemachtigde laten indienen. Stuur dan een machtiging mee bij het bezwaarschrift.
In het bezwaarschrift moeten in elk geval de volgende gegevens staan:
- -
De naam en het adres van de belanghebbende;
- -
De datum van het bezwaarschrift;
- -
Een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
- -
De gronden van het bezwaar (de redenen waarom de belanghebbende het niet eens is met het besluit); en
- -
De handtekening van de belanghebbende.
Toelichting
Algemeen
Op 1 januari 2026 treedt de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (hierna: WMEBV) in werking. Een uitzondering hierop vormt de zorgplicht voor het bieden van passende ondersteuning omdat die al op 1 januari 2024 in werking is getreden. Met deze wet wordt onder andere afdeling 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht gewijzigd.
De Wmebv geeft eenieder het recht om zogenoemde officiële berichten elektronisch naar een bestuursorgaan te sturen. Dit zijn berichten die deel uitmaken van een procedure over een besluit, klachten, of andere krachtens wettelijk voorschrift voorgeschreven berichten. Hierna zal steeds over inwoners en bedrijven worden gesproken, maar ook anderen (zoals verenigingen en stichtingen) komt dit recht toe. Het bestuur van De Dienst dient voor hun bevoegdheden de elektronische kanalen aan te wijzen die burgers, bedrijven en andere voor deze officiële berichten moeten gebruiken.
Artikelsgewijs
Alleen die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.
Artikel 1 Begripsbepalingen
Bij de definitie van de begrippen ‘bericht’ en ‘kanaal’ is aangesloten bij de betekenis die deze begrippen in de Algemene wet bestuursrecht hebben. Het recht om elektronisch berichten aan een bestuursorgaan te sturen ziet op de volgende typen officiële berichten:
- 1.
Een bericht dat deel uitmaakt van een procedure over een besluit. Hiertoe behoren in elk geval maar niet uitsluitend:
- -
Aanvraag voor een besluit van een bestuursorgaan (artikel 4:1 Awb);
- -
Een aanvulling (artikel 4:5 Awb);
- -
Een ingebrekestelling (artikel 4:17 Awb);
- -
Een zienswijze en bedenkingen (artikel 3:15, 4:7, 4:8 Awb);
- -
Een bezwaarschrift (artikel 6:4 Awb);
- -
Verzoek om informatie bij of vraag aan een bestuursorgaan over een lopende procedure over een besluit.
- 2.
Een klacht. Hiertoe behoren in elk geval klachten van eenieder jegens een bestuursorgaan in de zin van hoofdstuk 9 Awb, waaronder ook verzoekschriften aan de nationale ombudsman vallen. Daarnaast behoren klachtprocedures jegens bestuursorganen in de bijzondere wet tot deze categorie.
- 3.
Een ander krachtens wettelijk voorschrift voorgeschreven bericht. Hiertoe behoren in ieder geval wettelijk verplichte meldingen.
De wet schrijft voor dat voor elk type bericht een voldoende betrouwbare en vertrouwelijke wijze van verzenden wordt aangewezen (artikel 2:13, tweede lid Awb). Welke wijze dat in een concreet geval is, is afhankelijk van de aard en de inhoud van het type bericht en het doel waarvoor het bericht wordt gebruikt. Kanalen als een specifiek webformulier, een contactformulier, ingevuld (geprint of gedownload) formulier dat geüpload kan worden, e-mail, en mijnomgevingen kunnen als ‘voldoende betrouwbaar en vertrouwelijk’ worden gezien. Daarbij is het voor sommige type berichten gezien hun aard en inhoud nodig om authenticatie op bepaalde betrouwbaarheidsniveaus mogelijk te maken. In dit besluit wordt voor de te bepalen betrouwbaarheidsniveaus aangesloten bij de Wet digitale overheid (Wdo) en de regels die op basis daarvan zijn gesteld.
Artikel 2 Aanwijzing kanalen
Voor de aanwijzing van kanalen gebruikt De Dienst de formele producten en diensten naar inwoners. Een overzicht van deze producten en diensten is beschreven in bijlage 1. Omdat het overzicht aan formele producten en diensten een dynamisch karakter heeft, heeft De Dienst de opsomming van deze producten en diensten niet in de regeling zelf opgenomen maar in een bijlage. Deze lijst wordt aanpast als er veranderingen zijn of aanvullingen van de producten en diensten.
We hanteren de volgende digitale kanalen:
Er is een onderscheid gemaakt in berichten die inwoners en ondernemers:
- ▪
Op eigen initiatief verzenden (eerste lid). Berichten zoals aanvragen, ingebrekestellingen, en meldingen. Voor alle berichten over producten en diensten die op eigen initiatief worden ingediend, wordt een specifiek webformulier gebouwd.
- ▪
Op verzoek van De Dienst sturen (vierde lid). Berichten zoals aanvullingen op grond van artikel 4:5 Awb, een zienswijze, en een reactie op een uitnodiging voor een hoorzitting. Bij berichten die op verzoek van De Dienst worden ingediend, is het contact al tot stand gebracht tussen De Dienst en de betrokken inwoner of ondernemer. Voor de kanaalaanwijzing is het daarom voldoende om in de bijbehorende uitnodiging van De Dienst aan te geven hoe de digitale communicatie plaatsvindt.
Het tweede lid is ervoor om vragen binnen te krijgen als er voor een product of dienst (nog) geen webformulier beschikbaar is. Of dat de benodigde informatie zo universeel is dat een specifiek webformulier te groot of te uitgebreid is. Volstaan kan worden met een contactformulier.
Artikel 3 Mandaat en
ondermandaat
De gemeenten hebben de uitvoering van de wetten zoals bedoeld in de Gemeenschappelijke regeling Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân 2022, en daardoor ook indirect het aanwijzen van kanalen, gedelegeerd aan het bestuur van De Dienst.
Het bestuur heeft de bevoegdheid tot het aanwijzen van kanalen gemandateerd aan de directeur van De Dienst. De directeur van De Dienst heeft vervolgens de bevoegdheid om onder te mandateren aan medewerkers van De Dienst. Dit ondermandaat stelt medewerkers in staat om de aanwijzing van kanalen in lijn met de vastgestelde richtlijnen en procedures uit te voeren.