Blad gemeenschappelijke regeling van Waddenfonds
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waddenfonds | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 3260 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waddenfonds | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 3260 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Budget Lokale Innovaties Waddenfonds 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder Subsidieverordening: de Algemene subsidieverordening Waddenfonds 2017.
Artikel 1.3 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die de vitaliteit en de sociaaleconomische duurzaamheid van lokale gemeenschappen verbeteren. Ook dienen de activiteiten bij te dragen aan nieuwe netwerken of versterking van bestaande netwerken in het werkingsgebied van het Waddenfonds, zoals beschreven in hoofdstuk 2 en 5 van het Uitvoeringsprogramma Waddenfonds 2024-2027.
Om voor subsidie in aanmerking te komen is het bepaalde in artikel 2.6 van de Subsidieverordening van toepassing. Daarnaast moet worden voldaan aan de volgende criteria:
Artikel 1.9 Niet-subsidiabele kosten
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 van de Subsidieverordening komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking
en mogen eigen arbeids- en loonkosten, hieronder vallen niet de vrijwilligersuren, nooit meer bedragen dan het totaal aan overige subsidiabele kosten.
Artikel 1.10 Verantwoording van de subsidie
Het eerste lid is niet van toepassing als het dagelijks bestuur, met toepassing van artikel 3.6 van de Subsidieverordening, in de subsidieverleningsbeschikking bepaalt dat de subsidieontvanger door middel van een subsidievaststelling moet verklaren dat de activiteiten zijn verricht. Dit gebeurt door middel van een overzicht van de werkelijke kosten en opbrengsten van het project.
Bijlage 1: Kaart Werkingsgebied Waddenfonds
Via onderstaande link kan de inzoombare kaart van het werkingsgebied ook worden bezocht.
https://waddenfonds.nl/wp-content/uploads/2021/03/04-03-2021-Werkingsbebied-Waddenfonds-algemeen-met-energietransitiegrens.pdf
Toelichting bij de subsidieregeling budget lokale innovaties
In deze toelichting zijn de hoofdzaken uit dit openstellingsbesluit, de Algemene subsidieverordening Waddenfonds en het Uitvoeringsprogramma Waddenfonds 2024-2027 samengevat. Deze documenten zijn te vinden op de website van het Waddenfonds (www.waddenfonds.nl) onder het kopje Documenten & Formulieren.
Het Budget Lokale Innovaties is bedoeld voor investeringen in activiteiten vanuit de lokale gemeenschappen in het werkingsgebied van het Waddenfonds. Onder lokaal verstaan wij plaatselijk en van beperkte omvang, zoals een dorp. Deze activiteiten moeten nieuw zijn voor deze gemeenschap (dit wordt verderop toegelicht onder ‘lokaal vernieuwend’). Ook moeten de activiteiten bijdragen aan de sociaaleconomische duurzaamheid en aan de vitaliteit en leefbaarheid van deze gemeenschappen. Daarnaast moeten die activiteiten bijdragen aan nieuwe samenwerkingen/netwerken in het werkingsgebied van het Waddenfonds of bestaande versterken. Met name (semi-) publieke en collectieve voorzieningen dragen hieraan bij. Belangrijk voorwaarde is dat de activiteiten Waddenspecifiek moeten zijn en in overwegende mate bijdragen aan de doelen van het Waddenfonds. We verstrekken geen subsidie voor exploitatie. Activiteiten mogen daarnaast geen afbreuk doen aan de kernwaarden van het gebied (zie verderop onder het kopje ‘Algemene subsidieverordening’).
Bovengenoemde doelstellingen van het BLI liggen vaak in het verlengde van de doelstellingen van regionale programma’s op het gebied van wonen, plattelandsbeleid en leefbaarheid. Indien een activiteit goed bij de BLI-regeling past, is het mogelijk om BLI-subsidie te stapelen met andere subsidies. Zoals aangegeven in artikel 1.7 van deze regeling moet er hierbij geen sprake zijn van overfinanciering en subsidiëring mag niet in strijd zijn met de staatssteunregelgeving.
Het Waddenfonds vraagt een sluitende begroting voor het project van u, het is belangrijk hier rekening mee te houden in het voortraject. Het moet duidelijk zijn hoe alle kosten van de activiteiten in het project zullen worden gefinancierd.
Het kan zo zijn dat een deel van de middelen waarmee u het project wilt financieren nog niet beschikbaar is bij de aanvraag. Wij vragen van u dat bij de aanvraag minimaal 80% van de financiering “hard” is, anders wordt de aanvraag afgewezen.
Met de hardheid van de financiering bedoelen we het volgende:
Het Waddenfonds beoordeelt de hardheid van de dekking van de (co)financiering. De aanvraag zal worden afgewezen als minder dan de 80% van de totale projectfinanciering is aangevraagd of toegezegd.
Regionale adviesloketten hebben een belangrijke functie wat betreft voorlichting en informatieverstrekking voor het BLI en kunnen meedenken over combinaties met andere lokale subsidies. Dit kan via bijeenkomsten, maar ook in één op één gesprekken met geïnteresseerden. Vanuit de adviesloketten kan met name bekeken worden of combinaties met de regionale programma’s mogelijk en gewenst zijn. Ook kunnen zij goed inschatten hoe lokaal en lokaal vernieuwend een initiatief is. Een gesprek met een regionaal adviesloket is ook in het belang van potentiële aanvragers omdat in het gesprek wordt gekeken of een initiatief niet strijdig is met het provinciale beleid.
Aanvragen worden bij voorkeur na overleg met het regionale adviesloket ingediend bij het Waddenfonds, waar de inhoudelijke beoordeling door het Waddenfonds plaatsvindt. Tussentijds vindt er regelmatig contact plaats tussen adviesloketten en het Waddenfonds om de kansrijkheid van projecten te bespreken. Op de website van het Waddenfonds is er meer informatie te vinden over de regionale adviesloketten.
Onder “lokaal vernieuwend” verstaan wij projecten die op een nieuwe of innovatieve wijze zorgen voor sociale binding in de lokale gemeenschap en bijdragen aan de sociaaleconomische duurzaamheid. Hierbij wordt het als vernieuwend gezien wanneer de activiteit nog niet bestaat of niet eerder heeft plaatsgevonden in de betreffende lokale gemeenschap. In geval van evenementen moet het gaan om een vernieuwende programmering of innovatieve componenten. Onder lokaal verstaan wij plaatselijk en van beperkte omvang, zoals een dorp of groep van dorpen/woonkernen. Twijfelt u of het project lokaal vernieuwend is? Neem dan contact op met één van de regionale adviesloketten.
Aanvragen kunnen digitaal worden ingediend. De aanvraag wordt beoordeeld door het Waddenfonds. Eerst volgt een toets op volledigheid van de aanvraag, waarmee ook de behandelvolgorde van de aanvragen wordt bepaald. Vervolgens wordt van de volledige aanvragen bekeken of ze voldoen aan de vereisten die in de regeling staan en of de gevraagde subsidie volledig kan worden toegekend.
Hierover wordt een advies uitgebracht aan het dagelijks bestuur van het Waddenfonds. Als het dagelijks bestuur positief over de aanvraag besluit, wordt de beschikking tot subsidievaststelling afgegeven.
Artikel 1.2 Subsidieverstrekking
Op subsidieverstrekking door het Waddenfonds is de Algemene subsidieverordening Waddenfonds 2017 van toepassing. Door het opnemen van dit artikel wordt het belang van deze verordening benadrukt. Eisen en voorwaarden uit de Algemene subsidieverordening Waddenfonds 2017 zijn van toepassing en gelden naast de vereisten van deze subsidieregeling.
Houd er rekening mee dat een subsidieaanvraag aan meer regelgeving en (beleids)kaders wordt getoetst dan alleen aan de Algemene subsidieverordening Waddenfonds. Welke dit zijn vindt u onder het kopje toetsing van uw aanvraag bij BLI-aanvragen Subsidieregeling Budget Lokale Innovaties – Waddenfonds.
Artikel 1.3 Subsidiabele activiteiten
De subsidiabele activiteiten volgen direct uit het Uitvoeringsprogramma Waddenfonds 2024-2027.
Activiteiten moeten ten eerste bijdragen aan de vitaliteit en de sociaaleconomische duurzaamheid van lokale gemeenschappen verbeteren. Hiermee wordt bedoeld dat projecten een positief effect hebben op gemeenschappen en de leefbaarheid in het gebied verbeteren. Sociaaleconomische duurzaamheid houdt in dat de activiteit bijdraagt aan het verbeteren van het welzijn en de kwaliteit van leven van huidige en toekomstige generaties.
Daarnaast moeten de activiteiten bijdragen aan nieuwe netwerken of versterking van bestaande netwerken. Hiermee wordt bedoeld dat projecten nieuwe sociale binding en nieuwe samenwerkingsvormen in de lokale gemeenschap mogelijk maken en stimuleren.
Artikel 1.4 Verdeelsystematiek en subsidieplafond
Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Daarbij telt de datum waarop een aanvraag volledig is. Wanneer meer subsidie wordt aangevraagd dan in totaal beschikbaar is, is het subsidieplafond bereikt. Aanvragen die zijn ontvangen nadat het subsidieplafond is bereikt, moeten worden afgewezen
Een aanvraag wordt binnen de openstellingsperiode digitaal ingediend bij het Waddenfonds. Nadere informatie over de wijze van indiening vindt u op onze website.
De aanvraag omvat naast het volledig ingevulde format voor aanvragen, ten minste het projectplan, de begroting en een financierings-/dekkingsplan.
Artikel 1.6 Kring van subsidieontvangers
De insteek van deze regeling is dat projecten een bottom-up en lokaal karakter hebben, waarbij de sociale cohesie van plaatselijke gemeenschappen voorop staat. Daarom zijn Rijk(sdiensten), waterschappen en provincies uitgesloten.
Voorbeelden van privaatrechtelijke rechtspersonen zijn een BV, NV en een stichting. Voorbeelden van een onderneming zonder rechtspersoonlijkheid zijn een eenmanszaak, vof, maatschap en commanditaire vennootschap.
Artikel 1.7 Hoogte van de subsidie
Het uitgangspunt van BLI is om 50% van de subsidiabele kosten te subsidiëren. Mocht vanwege overige financiering in dat geval sprake zijn van overfinanciering, of strijd met de staatssteunregelgeving, dan wordt de bijdrage naar beneden bijgesteld. Indien de bijdrage van het Waddenfonds lager uit zou komen dan € 5.000,- wordt geen subsidie verstrekt. Ook is de bijdrage vanuit BLI nooit hoger dan € 50.000,-.
De bijdrage voor de verbouwing van dorpshuizen is gemaximeerd op € 25.000,-.
Dorpshuizen in het Waddengebied leveren een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid en sociale cohesie in het werkingsgebied. Dorpshuizen hebben een sociaal-culturele functie, bieden onderdak aan het verenigingsleven en dragen zo bij aan de leefbaarheid en sociale cohesie in het werkingsgebied van het Waddenfonds. Een dorpshuis heeft een impact op de lokale gemeenschap van een kleine woonkern, zoals die in een dorp. Het is nauw verbonden met de cultuur en identiteit van de dorpsbewoners en faciliteert uitwisseling hierover. Het brede aanbod aan activiteiten in het dorpshuis draag bij aan behoud en versterking van de plaatselijke cultuur en het benutten van kansen in het Waddengebied.
Een lokale multifunctionele accommodatie (MFA) is geen dorpshuis en is als zodanig niet subsidiabel. Wanneer een MFA mede een dorpshuisfunctie heeft, kan subsidie worden gegeven voor alleen dat deel van het gebouw dat toe te rekenen is aan de dorpshuisfunctie. In dat geval moet door de aanvrager onderbouwd worden welk deel van de kosten in redelijkheid bijdraagt aan de dorpshuisfunctie.
Bouw en verbouw van wijk- en buurtcentra worden eveneens als niet subsidiabel beschouwd. Hoewel zowel wijk- als buurtcentra bij kunnen dragen aan de leefbaarheid en sociale cohesie in het werkingsgebied van het Waddenfonds, wordt deze bijdrage in grotere woonkernen en steden als minder significant beschouwd vanwege de grote schaal in vergelijking met een dorp. In tegenstelling tot een dorp beschikken steden doorgaans over meer voorzieningen die leefbaarheid en sociale cohesie bevorderen. Bovendien zijn er door de grootte van een stad vaak meerdere wijk- en buurtcentra, waardoor deze niet als lokaal innovatief kunnen worden beschouwd.
Voor een toelichting op de begrenzing van subsidie voor dorpshuizen, zie hierna de uitleg bij artikel 1.8 onder het kopje Waddenspecifiek.
Verder is artikel 1.6 van de Algemene subsidieverordening van belang, dat ook gaat over de hoogte van de subsidie. Wij wijzen u in het bijzonder op lid 3 van dat artikel waaruit naar voren komt dat Europese staatssteunregels bepalend kunnen zijn voor de hoogte van de subsidie. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat op grond van de subsidieregels van het Waddenfonds een subsidie van 50% voor bepaalde activiteiten mogelijk is, maar dat de staatssteunregels voor die activiteiten een maximum stellen van 35%. Omdat die regels voorgaan, betekent dat in dit voorbeeld dat u maximaal 35% subsidie kunt krijgen voor die activiteiten.
In dit artikel zijn enkele inhoudelijke criteria opgesteld. In het aanvraagformulier en projectplan kunt u motiveren op welke wijze u voldoet aan deze criteria.
Dat een project een eigenstandig karakter moet hebben, betekent dat het eindresultaat van het subsidieproject op zichzelf moet staan en geen onderdeel mag zijn van een groter, meeromvattend project. Het is dus niet de bedoeling dat grotere projecten in fases worden opgeknipt die elk subsidie op grond van een openstelling ontvangen.
Het Waddenfonds heeft een algemeen beoordelingskader waaraan alle aanvragen moeten voldoen. Hieronder ook de aanvragen in het kader van BLI. Dit beoordelingskader is weergegeven in artikel 2.6 van de Algemene subsidieverordening Waddenfonds. Hierin staat ook een omschrijving van de eis dat een project duurzaam en Waddenspecifiek moet zijn.
Deze algemene gronden voor weigering van de subsidie geven een eerste houvast bij de vraag of uw project voor subsidie in aanmerking kan komen. U kunt de volledige Algemene subsidieverordening Waddenfonds 2017 vinden op de website van het Waddenfonds. Artikel 2.6 van de Algemene subsidieverordening Waddenfonds bepaalt dat geen subsidie wordt verstrekt als:
De onder c bedoelde kernwaarden zijn:
In het Uitvoeringsprogramma wordt het begrip “Waddenspecifiek” genoemd en uitgelegd aan de hand van vier criteria. Het is bijvoorbeeld niet voldoende dat een project plaatsvindt in het waddengebied. Er moet voldaan worden aan meer eisen, wil het project passend zijn voor het Waddenfonds. Deze vier criteria uit het Uitvoeringsprogramma zijn daarom vastgelegd in onze Algemene subsidieverordening. Het Waddenfonds beoordeelt een aanvraag als (voldoende) Waddenspecifiek als de aanvraag voldoet aan minimaal drie van onderstaande bepalingen. De aanvraag moet altijd aan de eerste bepaling voldoen. Deze vier criteria zijn:
maatregelen en activiteiten/investeringen van een project dragen bij aan het oplossen van problemen en/of het benutten van kansen. Bij problemen en kansen gaat het om voor het Waddengebied kenmerkende kansen en bedreigingen. Vaak zijn die verbonden met de gebiedsspecifieke kwaliteiten en cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het Waddengebied. Bij economische activiteiten gaat het om activiteiten die gericht zijn op een duurzame economische ontwikkeling en/of energietransitie.
Wanneer het niet duidelijk is in welke gevallen een project bijdraagt aan het laatste punt van ‘Waddenspecifiek’, biedt de omschrijving van de thema’s in het Uitvoeringsprogramma van het Waddenfonds enkele aanknopingspunten. Zo staat er bijvoorbeeld in het Uitvoeringsprogramma wat er verstaan wordt onder ‘Waddenspecifieke kansen en bedreigingen voor de landbouw’. Ook wordt er beschreven aan welke gespecificeerde doelen toeristische activiteiten moeten voldoen en wat de verhaallijnen van VisitWadden zijn. Daarnaast wordt er toelichting gegeven op wat er verstaan wordt onder cultureel erfgoed, landschappelijke kenmerken en kernkwaliteiten van het Waddengebied. Hier kan naar gekeken worden met betrekking tot het aanbod van nieuwe activiteiten in het Waddengebied.
Speeltuinen en groene schoolpleinen zijn op zichzelf niet Waddenspecifiek ondanks de ligging in het werkingsgebied. Daardoor zijn de kosten voor de aanleg en (her)inrichting van (onderdelen van) speeltuinen en groene schoolpleinen die geen inhoudelijke relatie hebben met de kernwaarden van het Waddengebied niet subsidiabel. Een project dat gaat over Wadden gerelateerde elementen van speeltuinen en groene schoolpleinen, kan eventueel wel Waddenspecifiek zijn.
Twijfelt u of het project voldoende Waddenspecifiek is? Neem dan contact op met het Waddenfonds.
In het geval van subsidie voor een evenement moet het gaan om een vanuit de lokale gemeenschap georganiseerd evenement waarbij een directe koppeling bestaat met de kernwaarden van het Waddengebied en waaraan in de vijf jaren voorafgaand aan de nieuwe aanvraag niet eerder subsidie is verleend door het Waddenfonds. Evenementen moeten wel een vernieuwende programmering of innovatieve componenten bevatten om voor subsidie in aanmerking te komen.
Artikel 1.9 Niet-subsidiabele kosten
Enkele kosten zijn niet subsidiabel gesteld, omdat deze niet mogen worden gesubsidieerd of omdat het subsidiëren ervan onwenselijk is in relatie tot de doelstellingen van het Waddenfonds.
Voor het BLI is in dit artikel een maximum gesteld aan het subsidiëren van personeelskosten. Vrijwilligersuren vallen in dit kader niet onder personeelskosten. Vrijwilligersuren worden berekend tegen een tarief van € 22,-.
Ook zijn exploitatiekosten en de aanschaf en plaatsing van rendabele energiemaatregelen, waaronder in ieder geval zonnepanelen en individuele warmtepompen, uitgesloten.
Daarnaast zijn er niet-subsidiabele kosten die voor alle Waddenfondsprojecten gelden. Deze staan vermeld in artikel 1.7 van de Algemene subsidieverordening. Zo zijn reguliere kosten volgend uit wettelijke verplichtingen en reguliere onderhoudskosten zoals normaal onderhoud van bijvoorbeeld een gebouw en de inrichting daarvan niet-subsidiabel. Kosten voor herbestemming en de inrichting van een gebouw zouden wel voor subsidie in aanmerking kunnen komen, als deze kosten niet volgen uit wettelijke verplichtingen of voor rendabele energiemaatregelen worden ingezet.
Artikel 1.10 Verantwoording van de subsidie
De subsidie wordt direct vastgesteld, zodat de administratieve lasten zo laag mogelijk zijn.
Het Waddenfonds controleert steekproefsgewijs of de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd en of het projectresultaat nog aanwezig is (of zichtbaar is/ in stand gehouden wordt).
Van belang is dus dat u ook achteraf kan aantonen dat de activiteiten hebben plaatsgevonden en dat het projectresultaat in stand gehouden wordt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2025-3260.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.