Blad gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Twente
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veiligheidsregio Twente | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 3256 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veiligheidsregio Twente | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 3256 | beleidsregel |
Beleidskader Activa en Afschrijvingen 2025 Veiligheidsregio Twente
In onze financiële verordening is vastgelegd dat we tenminste eens in de vier jaar de beleidsregels rondom investeringen en activeringen herijken. De huidige nota activa en afschrijvingen dateert van 2018 en is daarom aan herziening toe. Sinds 2018 zijn het BBV en de uitleg van de commissie BBV over dit onderwerp op onderdelen aangepast. Bovendien heeft Veiligheidsregio Twente behoefte aan een duidelijk en consistent kader voor de verwerking van investeringen in de administratie. In deze nota wordt dit vernieuwde kader beschreven.
Deze nota beschrijft het beleid van Veiligheidsregio Twente ten aanzien van de waardering, activering en afschrijving van materiële en immateriële vaste activa. Het kader zorgt ervoor dat activa conform het BBV worden verwerkt, dat vergelijkbare investeringen op gelijke wijze worden behandeld en dat lasten op een systematische en evenwichtige manier over de gebruiksjaren worden verdeeld.
Het BBV schrijft voor een stelsel van baten en lasten voor. Uitgaven die in meerdere jaren nut opleveren (lees investeringen), worden dan ook niet volledig in het jaar van betaling als last geboekt, maar verantwoord op de balans (geactiveerd). De daaruit volgende kosten worden gedurende de looptijd van het actief verantwoord in de exploitatie. Dit zijn de kapitaallasten, die bestaan uit afschrijving en rente.
Materiële vaste activa zijn tastbare bezittingen met een (meerjarig) economisch of maatschappelijk nut in de openbare ruimte. Alle materiële vaste activa moeten worden geactiveerd. Een uitzondering op deze regel kunstvoorwerpen met cultuurhistorische waarde. Het gaat hier bijvoorbeeld om kunstwerken in eigendom, ongeacht de plek waar de kunstwerken te bezichtigen zijn. Kunst is in principe geen kapitaalgoed en wordt om die redenniet geactiveerd (artikel 59, lid 2, BBV).
3.1 Soorten materiële vaste activa
De materiële vaste activa zijn onder te verdelen in drie categorieën, die ook afzonderlijk op de balans moeten worden opgenomen (artikel 35 BBV).
Veiligheidsregio Twente heeft geen bevoegdheid om leges te heffen. De tweede categorie is dan ook niet van toepassing.
3.2 Onderhouds- versus investeringsuitgaven
Veiligheidsregio heeft een groot aantal kazernes in bezit. Het beheer van het vastgoed gaat gepaard met tal van onderhouds- en investeringsuitgaven. Het onderscheid tussen (groot) onderhoud en investeringen is niet altijd even scherp te maken. Van belang is dat bij voor meerdere uitleg vatbare uitgaven zoveel mogelijk in de geest van de regelgeving (en aanvullende uitspraken van de commissie BBV) wordt gehandeld.
Het BBV schrijft voor dat alleen uitgaven die meerjarig nut opleveren, worden geactiveerd. Het onderscheid tussen onderhoud en investering wordt bepaald door het effect op de levensduur, de functionaliteit en de waarde van het actief. Dit resulteert in de volgende tabel
Betekenisvolle uitgaven in deze sfeer worden afgestemd tussen de inhoudelijk betrokkenen en control. Bij twijfel beslist control over de uiteindelijke verwerking van de uitgaven in de boekhouding.
In overeenstemming met de Notitie Materiële Vaste Activa (Commissie BBV, 2020) worden software en gebruikslicenties aangemerkt als materiële vaste activa. Ze hebben weliswaar geen fysieke vorm, maar ze worden wel als productiemiddel binnen de bedrijfsvoering ingezet. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende typen gebruiksrechten:
Tijdelijke licentie of meerjarige overeenkomst: activeren mogelijk indien de looptijd meerjarig is en de investering duurzaam nut oplevert 1 .
In het gros van de situaties worden licenties dus niet geactiveerd. De implementatiekosten van de software (kunnen wel worden geactiveerd, omdat ze een meerjarig maatschappelijk nut hebben. Het dient hierbij te gaan over kosten die noodzakelijk zijn om de software operationeel te maken. Denk hierbij aan de technische inrichting van de software, de realisatie van koppelingen en conversies die onderdeel vormen van de ingebruikname. Kosten die niet rechtstreeks verband houden met de software zelf (training, projectbegeleiding etc) worden niet geactiveerd.
De beleidslijn van VRT bij aanschaf en implementatie van software ziet er samenvattend als volgt uit:
Immateriële vaste activa zijn niet-fysieke bezittingen met meerjarig nut. De immateriële vaste activa (artikel 34, BBV) bestaan uit:
4.1 Kosten verbonden aan het afsluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio
Aan het aangaan van geldleningen kunnen kosten verbonden zijn. Het (dis)agio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. De wetgeving biedt de mogelijkheid om deze kosten gedurende maximaal de looptijd van de lening af te schrijven. Het BBV beveelt echter aan deze kosten direct als last in de exploitatie te nemen.
Veiligheidsregio Twente brengt de afsluitkosten van geldleningen ten laste van de exploitatie. Agio- of disagio-effecten doen zich in de praktijk niet voor.
4.2 Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief
De kosten van onderzoek en ontwikkeling mogen worden geactiveerd als cumulatief voldaan wordt aan een aantal voorwaarden (artikel 60, BBV), te weten:
De uitgaven dienen hierbij gericht te zijn op de totstandkoming van een actief. De meeste vormen van onderzoek voldoen niet of maar in beperkte mate aan dit criterium. Om helderheid te scheppen hanteert Veiigheidsregio het uitgangspunt dat kosten voor onderzoek (verkennen, experimenteren, analyseren) niet worden geactiveerd. Kosten voor ontwikkeling (bouwen, testen, implementeren) kunnen worden geactiveerd mits voldaan aan artikel 60 BBV. Voor het laatste geldt een maximale afschrijvingsduur van 5 jaar (art. 64 BBV)
4.3 Bijdragen aan acitva in eigendom van derden
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
Bijdragen in activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd (artikel 61, BBV), indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Dergelijke constructies komen bij VRT niet of zelden voor. VRT hanteert uit voorzichtigheid het uitgangspunt dat bijdragen aan activa in eigendom van derden niet worden geactiveerd.
Financiële vaste activa zijn bezittingen die niet rechtstreeks bijdragen aan de operationele taakuitvoering, maar de samenwerking met andere partijen ondersteunen of de continuïteit van dienstverlening waarborgen. Voorbeelden zijn verstrekte geldleningen of deelnemingen in vennootschappen. Artikel 36 van het BBV geeft een volledige opsomming van activa die onder deze categorie op de balans worden verantwoord. Op deze categorie van activa wordt niet afgeschreven.
Veiligheidsregio Twente beschikt doorgaans niet over financiële activa. Deze categorie van activa is dan ook weinig relevant voor de organisatie.
De activa die op de balans van VRT worden opgenomen, vertegenwoordigen een bepaalde waarde. De gekozen systematiek voor de waardering is van invloed op de exploitatie en daarmee op de financiële resultaten die in enig jaar worden behaald. worden behaald. Het BBV geeft strikte regels voor de waardering van activa. Hiermee wordt voorkomen dat financiële resultaten kunnen worden beïnvloed en anderzijds wordt bereikt dat financiële gegevens in de loop der tijd vergelijkbaar blijven.
Artikel 63 BBV bepaalt dat activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de kosten van aanschaf en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Daaronder kunnen tevens worden begrepen een redelijk deel van de indirecte kosten (overhead), voor zover deze aantoonbaar samenhangen met het vervaardigen van het actief.
Het toerekenen van overhead aan een actief (bijv. bij het afbouwen van een voertuig) niet altijd inzichtelijk te maken. Om die reden hanteert VRT als stelregel dat indirecte kosten niet worden toegerekend aan zelf vervaardigde activa.
6.2 Rentetoerekening aan de vervaardigingsprijs
Artikel 63 BBV lid 1 bepaalt dat rentekosten van het voor de vervaardiging aangetrokken vermogen kunnen worden toegerekend aan de vervaardigingsprijs van een actief. De financieringskosten van Veiligheidsregio Twente zijn niet direct toerekenbaar aan goederen en projecten. Om die reden zijn de rentelasten in geheel geen onderdeel van de vervaardigingspijs.
In de loop van de tijd kan de reële waarde van een activum veranderen ten opzichte van de waarde die op de balans is opgenomen. Die reële waarde kan zowel hoger als lager zijn. Het kan dan nodig zijn om een correctie te maken op de balans. Opwaardering vindt, rekening houdend met de andere BBV regels, niet plaats. Een duurzame waardevermindering moet wel worden verwerkt in de balans middels een extra afschrijving.
Afwaardering moet plaatsvinden onafhankelijk van het resultaat (artikel 65, BBV). Daarnaast is bepaald dat een actief dat buiten gebruik wordt gesteld, wordt afgewaardeerd op het moment van buiten gebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.
Op het moment dat een desinvestering plaatsvindt (bijvoorbeeld verkoop bedrijfsauto of vastgoed) wordt de boekwinst of het boekverlies in het resultaat van het betreffende jaar verwerkt. Het is dus niet toegestaan om deze winst of dit verlies te verrekenen met de verkrijgings- of aanschaffingsprijs van het nieuwe actief.
Het gebruik van vaste activa strekt zich uit over meerdere jaren. Door technische slijtage of economische veroudering daalt de waarde. Het zichtbaar maken van de waardevermindering in de jaarlijkse exploitatie wordt afschrijven genoemd. De hoogte van de afschrijving wordt bepaald door de economische gebruiksduur en de wijze van afschrijven en mag niet worden beïnvloed door het resultaat in enig boekjaar.
Er bestaan verschillende methoden voor afschrijving. Het BBV laat decentrale overheden vrij in de keuze van een methode. De meest voorkomende methoden zijn de volgende:
Veiligheidsregio Twente past de lineaire afschrijvingsmethode onverkort toe. De annuïtaire methode veronderstelt dat activa in de beginperiode weinig aan slijtage onderhevig zijn. Dat is niet realistisch.
Het BBV schrijft geen afschrijvingstermijnen voor. Het BBV stelt enkel dat de afschrijvingstermijn overeen moet komen met de verwachte economische en/of technische levensduur. Technische levensduur is de periode dat het actief in technische zin nog functioneel is. Economische levensduur is de periode dat het actief in economische zin “rendeert”. In de regel wordt de economische levensduur als basis genomen voor de afschrijvingstermijn.
VRT hanteert een afschrijvingstabel waarin de afschrijvingstermijn per activagroep is vastgelegd. De tabel is in de bijlage opgenomen. Wijzigingen in de tabel worden ter goedkeuring voorgelegd aan het algemeen bestuur.
De componentenbenadering houdt in dat verschillende samenstellende delen van een actief, die afzonderlijk vervangen kunnen worden, afzonderlijk worden afgeschreven op basis van het individuele waardeverloop van die delen. De opdeling wordt gemaakt, omdat de economische gebruiksduur per samenstellend deel kan verschillen. Op deze manier worden bijvoorbeeld voor een kazerne, de bijbehorende technische installaties, de terreininrichting en het meubilair verschillende afschrijvingstermijnen gehanteerd
VRT past waar dit vanuit economisch perspectief logisch is de componentenmethode toe.
De restwaarde is de waarde van het actief aan het einde van de gebruikstermijn en kan in mindering worden gebracht op het af te schrijven bedrag. Voor veel activa ontbreekt deze restwaarde of is deze niet goed in te schatten. VRT hanteert een restwaarde voor activa, waarvan in de praktijk is gebleken dat deze bestaat. De restwaarde wordt realistisch vastgesteld en periodiek getoetst.
7.6 Stelsel- en schattingswijziging
De Veiligheidsregio past de grondslagen voor waardering en afschrijving van vaste activa consequent toe.
Indien sprake is van een wijziging in de waarderingsgrondslag of afschrijvingssystematiek, wordt dit beschouwd als een stelselwijziging. Een stelselwijziging wordt met terugwerkende kracht verwerkt en in de jaarrekening toegelicht, inclusief het effect op de vergelijkende cijfers.
Indien sprake is van een wijziging in een schatting (zoals levensduur, restwaarde of gebruiksintensiteit), wordt deze wijziging prospectief verwerkt vanaf het lopende boekjaar. De wijzigingen worden toegelicht in de paragraaf “grondslagen van waardering en resultaatbepaling” van de jaarrekening en krijgen zijn beslag in de tabel met afschrijvingstermijnen.
7.7 Relatie met fiscale afschrijvingsregels
De regels in deze nota zijn gebaseerd op het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en hebben betrekking op de financiële verslaggeving van de Veiligheidsregio Twente. Indien (delen van) de activiteiten van de Veiligheidsregio onder de heffing van de vennootschapsbelasting (Vpb) vallen, gelden voor de fiscale winstberekening de bepalingen van de Wet op de vennootschapsbelasting.
10 Samenvatting van de beleidskeuzes
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2025-3256.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.