Beleidskader Activa en Afschrijvingen 2025 Veiligheidsregio Twente

 

1 Inleiding

In onze financiële verordening is vastgelegd dat we tenminste eens in de vier jaar de beleidsregels rondom investeringen en activeringen herijken. De huidige nota activa en afschrijvingen dateert van 2018 en is daarom aan herziening toe. Sinds 2018 zijn het BBV en de uitleg van de commissie BBV over dit onderwerp op onderdelen aangepast. Bovendien heeft Veiligheidsregio Twente behoefte aan een duidelijk en consistent kader voor de verwerking van investeringen in de administratie. In deze nota wordt dit vernieuwde kader beschreven.

 

1.1 Doel en reikwijdte

Deze nota beschrijft het beleid van Veiligheidsregio Twente ten aanzien van de waardering, activering en afschrijving van materiële en immateriële vaste activa. Het kader zorgt ervoor dat activa conform het BBV worden verwerkt, dat vergelijkbare investeringen op gelijke wijze worden behandeld en dat lasten op een systematische en evenwichtige manier over de gebruiksjaren worden verdeeld.

 

De regels gelden voor:

  • Alle organisatieonderdelen van Veiligheidsregio Twente (incl. de zogenaamde OOV-taken, zoals het Zorg- en Veiligheidshuis).

  • Alle investeringen zoals gedefiniteerd in par. xx

1.2 Wettelijk kader

De nota is primair bedoeld als instrument ten behoeve van de kaderstellende rol van het algemeen bestuur. Het wettelijk kader bestaat uit:

  • De Gemeentewet (artikel 212, lid 2, onder a);

  • Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (het BBV)

  • Aanvullende notities die de Commissie BBV over dit onderwerp als handreiking heeft uitgebracht. De commissie maakt daarbij onderscheid in stellige uitspraken en aanbevelingen. Hiermee is in deze nota rekening gehouden

2 Activeren

Het BBV schrijft voor een stelsel van baten en lasten voor. Uitgaven die in meerdere jaren nut opleveren (lees investeringen), worden dan ook niet volledig in het jaar van betaling als last geboekt, maar verantwoord op de balans (geactiveerd). De daaruit volgende kosten worden gedurende de looptijd van het actief verantwoord in de exploitatie. Dit zijn de kapitaallasten, die bestaan uit afschrijving en rente.

 

2.1 Soorten activa

Daarnaast maakt het BBV onderscheid naar de aard van het actief (art. 60 BBV. Hier wordt in de komende paragrafen verder op ingegaan.

 

Aard van het actief

Omschrijving

Uitwerking

Materiële vaste activa

Tastbare bezittingen zoals gebouwen, voertuigen en materieel.

Par. 3

Immateriële vaste activa

Niet-fysieke bezittingen zoals software en licenties.

Par. 4

Financiële vaste activa

Financiële belangen of vorderingen met een meerjarig karakter

Par. 5

 

2.2 Uitgangspunt voor activeren

Een uitgave wordt geactiveerd als cumulatief aan de volgende drie voorwaarden wordt voldaan:

  • 1.

    Het actief levert meerjarig nut op;

  • 2.

    De aanschafwaarde is minimaal € 10.000 (= drempelwaarde)

  • 3.

    De gebruiksduur bedraagt minimaal drie jaar.

 

Voor activa die niet aan deze criteria voldoen, worden de kosten direct ten laste van de exploitatie gebracht.

 

2.3 Bulk- en groepsactivering

De drempelwaarde zoals genoemd in art. 2.2 is eveneens van toepassing op bulkaankopen van gelijksoortige goederen (bijv. portofoons). Deze benadering zorgt voor een meer realistisch totaalbeeld en spreiding van kapitaallasten.

3 Materiele vaste activa

Materiële vaste activa zijn tastbare bezittingen met een (meerjarig) economisch of maatschappelijk nut in de openbare ruimte. Alle materiële vaste activa moeten worden geactiveerd. Een uitzondering op deze regel kunstvoorwerpen met cultuurhistorische waarde. Het gaat hier bijvoorbeeld om kunstwerken in eigendom, ongeacht de plek waar de kunstwerken te bezichtigen zijn. Kunst is in principe geen kapitaalgoed en wordt om die redenniet geactiveerd (artikel 59, lid 2, BBV).

 

3.1 Soorten materiële vaste activa

De materiële vaste activa zijn onder te verdelen in drie categorieën, die ook afzonderlijk op de balans moeten worden opgenomen (artikel 35 BBV).

 

Aard van het actief

Omschrijving

1. Investeringen met een economisch nut

 

Investeringen die verhandelbaar zijn en kunnen bijdragen aan het genereren van middelen (gebouwen, vervoersmiddelen etc).

 

2. Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

Investeringen die vallen onder artikel 35 BBV dragen bij aan het genereren van middelen, onder meer door het vragen van rechten, heffingen of leges.

3. Investeringen met een maatschappelijk nut

 

Investeringen zonder potentie om middelen te genereren. Denk aan investeringen in de openbare ruimte (wegen, bruggen, openbaar groen).

 

Veiligheidsregio Twente heeft geen bevoegdheid om leges te heffen. De tweede categorie is dan ook niet van toepassing.

 

3.2 Onderhouds- versus investeringsuitgaven

Veiligheidsregio heeft een groot aantal kazernes in bezit. Het beheer van het vastgoed gaat gepaard met tal van onderhouds- en investeringsuitgaven. Het onderscheid tussen (groot) onderhoud en investeringen is niet altijd even scherp te maken. Van belang is dat bij voor meerdere uitleg vatbare uitgaven zoveel mogelijk in de geest van de regelgeving (en aanvullende uitspraken van de commissie BBV) wordt gehandeld.

 

Het BBV schrijft voor dat alleen uitgaven die meerjarig nut opleveren, worden geactiveerd. Het onderscheid tussen onderhoud en investering wordt bepaald door het effect op de levensduur, de functionaliteit en de waarde van het actief. Dit resulteert in de volgende tabel

 

Uitgaven gericht op

Voorbeelden

Verwerkingswijze

Herstel naar oude staat

 

  • schilderwerk, dakreparaties, voegwerk;

  • vervanging van onderdelen als regulier onderhoud;

Bestempeld als onderhoud =>

rechtstreeks t.l.v. de exploitatie

Functionele verbetering

  • aanbrengen van isolatie bij gevelvervanging;

  • uitbreiding van een kazerne met extra stallingruimte;

Bestempeld als investering. => de uitgaven worden gekoppeld aan de resterende levensduur van het actief.

Verlenging levensduur

 

  • funderingsherstel of betonsanering van een gebouw;

  • midlife updates

Bestempeld als investering. => de uitgaven worden gekoppeld aan de geactualiseerde levensduur van het actief.

Indelingsaanpassingen

  • Verplaatsen van binnenwanden om werkplekken te herverdelen;

  • Aanpassing verlichting bij herinrichting

Niet gericht op verlenging levensduur of verbetering van functionaliteit => bestempeld als exploitatielast.

 

Betekenisvolle uitgaven in deze sfeer worden afgestemd tussen de inhoudelijk betrokkenen en control. Bij twijfel beslist control over de uiteindelijke verwerking van de uitgaven in de boekhouding.

 

3.3 Software

In overeenstemming met de Notitie Materiële Vaste Activa (Commissie BBV, 2020) worden software en gebruikslicenties aangemerkt als materiële vaste activa. Ze hebben weliswaar geen fysieke vorm, maar ze worden wel als productiemiddel binnen de bedrijfsvoering ingezet. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende typen gebruiksrechten:

  • Permanente licentie: éénmalige aanschaf met onbeperkte gebruiksduur → activeren en afschrijven over de verwachte gebruiksduur

  • Tijdelijke licentie of meerjarige overeenkomst: activeren mogelijk indien de looptijd meerjarig is en de investering duurzaam nut oplevert 1 .

  • Abonnementslicentie (SaaS, cloudsoftware): geen activering; kosten jaarlijks ten laste van de exploitatie.

In het gros van de situaties worden licenties dus niet geactiveerd. De implementatiekosten van de software (kunnen wel worden geactiveerd, omdat ze een meerjarig maatschappelijk nut hebben. Het dient hierbij te gaan over kosten die noodzakelijk zijn om de software operationeel te maken. Denk hierbij aan de technische inrichting van de software, de realisatie van koppelingen en conversies die onderdeel vormen van de ingebruikname. Kosten die niet rechtstreeks verband houden met de software zelf (training, projectbegeleiding etc) worden niet geactiveerd.

 

De beleidslijn van VRT bij aanschaf en implementatie van software ziet er samenvattend als volgt uit:

 

Aard van het actief

Activeren

Licentiekosten

Permanente licenties

Ja

Meerjarig licenties

Ja, verantwoord als overlopend actief (vooruitbetaald)

Jaarlicenties

Nee

 

 

Implementatiekosten software

Direct gerelateerd

Ja, mits voldaan aan criteria voor activeren (par. 2.2)

Niet-direct gerelateerd

Nee

 

4 Immateriële vaste activa

Immateriële vaste activa zijn niet-fysieke bezittingen met meerjarig nut. De immateriële vaste activa (artikel 34, BBV) bestaan uit:

  • 1.

    kosten verbonden aan het afsluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio;

  • 2.

    kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief;

  • 3.

    bijdragen aan activa in eigendom van derden.

4.1 Kosten verbonden aan het afsluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio

Aan het aangaan van geldleningen kunnen kosten verbonden zijn. Het (dis)agio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. De wetgeving biedt de mogelijkheid om deze kosten gedurende maximaal de looptijd van de lening af te schrijven. Het BBV beveelt echter aan deze kosten direct als last in de exploitatie te nemen.

 

Veiligheidsregio Twente brengt de afsluitkosten van geldleningen ten laste van de exploitatie. Agio- of disagio-effecten doen zich in de praktijk niet voor.

 

4.2 Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief

De kosten van onderzoek en ontwikkeling mogen worden geactiveerd als cumulatief voldaan wordt aan een aantal voorwaarden (artikel 60, BBV), te weten:

  • het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen;

  • de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat;

  • het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en;

  • de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.

De uitgaven dienen hierbij gericht te zijn op de totstandkoming van een actief. De meeste vormen van onderzoek voldoen niet of maar in beperkte mate aan dit criterium. Om helderheid te scheppen hanteert Veiigheidsregio het uitgangspunt dat kosten voor onderzoek (verkennen, experimenteren, analyseren) niet worden geactiveerd. Kosten voor ontwikkeling (bouwen, testen, implementeren) kunnen worden geactiveerd mits voldaan aan artikel 60 BBV. Voor het laatste geldt een maximale afschrijvingsduur van 5 jaar (art. 64 BBV)

 

4.3 Bijdragen aan acitva in eigendom van derden

Bijdragen aan activa in eigendom van derden

Bijdragen in activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd (artikel 61, BBV), indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • er is sprake van investering door een derde;

  • de investering bijdraagt aan de publieke taak;

  • de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen, en

  • de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of VRT anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.

Dergelijke constructies komen bij VRT niet of zelden voor. VRT hanteert uit voorzichtigheid het uitgangspunt dat bijdragen aan activa in eigendom van derden niet worden geactiveerd.

5 Financiële vaste activa

Financiële vaste activa zijn bezittingen die niet rechtstreeks bijdragen aan de operationele taakuitvoering, maar de samenwerking met andere partijen ondersteunen of de continuïteit van dienstverlening waarborgen. Voorbeelden zijn verstrekte geldleningen of deelnemingen in vennootschappen. Artikel 36 van het BBV geeft een volledige opsomming van activa die onder deze categorie op de balans worden verantwoord. Op deze categorie van activa wordt niet afgeschreven.

Veiligheidsregio Twente beschikt doorgaans niet over financiële activa. Deze categorie van activa is dan ook weinig relevant voor de organisatie.

6 Waarderen

De activa die op de balans van VRT worden opgenomen, vertegenwoordigen een bepaalde waarde. De gekozen systematiek voor de waardering is van invloed op de exploitatie en daarmee op de financiële resultaten die in enig jaar worden behaald. worden behaald. Het BBV geeft strikte regels voor de waardering van activa. Hiermee wordt voorkomen dat financiële resultaten kunnen worden beïnvloed en anderzijds wordt bereikt dat financiële gegevens in de loop der tijd vergelijkbaar blijven.

 

6.1 Waarderingsgrondslag

Artikel 63 BBV bepaalt dat activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de kosten van aanschaf en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Daaronder kunnen tevens worden begrepen een redelijk deel van de indirecte kosten (overhead), voor zover deze aantoonbaar samenhangen met het vervaardigen van het actief.

Het toerekenen van overhead aan een actief (bijv. bij het afbouwen van een voertuig) niet altijd inzichtelijk te maken. Om die reden hanteert VRT als stelregel dat indirecte kosten niet worden toegerekend aan zelf vervaardigde activa.

 

6.2 Rentetoerekening aan de vervaardigingsprijs

Artikel 63 BBV lid 1 bepaalt dat rentekosten van het voor de vervaardiging aangetrokken vermogen kunnen worden toegerekend aan de vervaardigingsprijs van een actief. De financieringskosten van Veiligheidsregio Twente zijn niet direct toerekenbaar aan goederen en projecten. Om die reden zijn de rentelasten in geheel geen onderdeel van de vervaardigingspijs.

 

6.3 Afwaarderen

In de loop van de tijd kan de reële waarde van een activum veranderen ten opzichte van de waarde die op de balans is opgenomen. Die reële waarde kan zowel hoger als lager zijn. Het kan dan nodig zijn om een correctie te maken op de balans. Opwaardering vindt, rekening houdend met de andere BBV regels, niet plaats. Een duurzame waardevermindering moet wel worden verwerkt in de balans middels een extra afschrijving.

 

Afwaardering moet plaatsvinden onafhankelijk van het resultaat (artikel 65, BBV). Daarnaast is bepaald dat een actief dat buiten gebruik wordt gesteld, wordt afgewaardeerd op het moment van buiten gebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.

 

6.4 Desinvesteren

Op het moment dat een desinvestering plaatsvindt (bijvoorbeeld verkoop bedrijfsauto of vastgoed) wordt de boekwinst of het boekverlies in het resultaat van het betreffende jaar verwerkt. Het is dus niet toegestaan om deze winst of dit verlies te verrekenen met de verkrijgings- of aanschaffingsprijs van het nieuwe actief.

 

7 Afschrijven

Het gebruik van vaste activa strekt zich uit over meerdere jaren. Door technische slijtage of economische veroudering daalt de waarde. Het zichtbaar maken van de waardevermindering in de jaarlijkse exploitatie wordt afschrijven genoemd. De hoogte van de afschrijving wordt bepaald door de economische gebruiksduur en de wijze van afschrijven en mag niet worden beïnvloed door het resultaat in enig boekjaar.

 

7.1 Afschrijvingsmethoden

Er bestaan verschillende methoden voor afschrijving. Het BBV laat decentrale overheden vrij in de keuze van een methode. De meest voorkomende methoden zijn de volgende:

 

Methode

Omschrijving

1) Annuïtaire methode

Bij deze methode blijft de jaarlijkse kapitaallast (afschrijving en rente) gelijk. De rentelast is gedurende een langere periode de grootste component van de kapitaallast en daalt in de loop van de gebruiksperiode steeds sneller, waardoor het gedeelte voor afschrijving evenredig stijgt

 

2) Lineaire methode

Bij deze methode wordt jaarlijks een vast percentage van de aanschafwaarde

(verminderd met eventuele restwaarde) afgeschreven. Hierdoor daalt de boekwaarde van het actief jaarlijks met eenzelfde bedrag.

 

Veiligheidsregio Twente past de lineaire afschrijvingsmethode onverkort toe. De annuïtaire methode veronderstelt dat activa in de beginperiode weinig aan slijtage onderhevig zijn. Dat is niet realistisch.

 

7.2 Afschrijvingstermijnen

Het BBV schrijft geen afschrijvingstermijnen voor. Het BBV stelt enkel dat de afschrijvingstermijn overeen moet komen met de verwachte economische en/of technische levensduur. Technische levensduur is de periode dat het actief in technische zin nog functioneel is. Economische levensduur is de periode dat het actief in economische zin “rendeert”. In de regel wordt de economische levensduur als basis genomen voor de afschrijvingstermijn.

 

VRT hanteert een afschrijvingstabel waarin de afschrijvingstermijn per activagroep is vastgelegd. De tabel is in de bijlage opgenomen. Wijzigingen in de tabel worden ter goedkeuring voorgelegd aan het algemeen bestuur.

 

7.3 Ingangsmoment van afschrijven

De commissie BBV doet de aanbeveling om vast te leggen vanaf welk moment wordt begonnen met afschrijven. Verschillende methoden zijn gangbaar.

 

Veiligheidsregio Twente hanteert een methode die het best aansluit op het idee van waardevermindering door gebruik van het actief:

  • Afschrijving start in het jaar van ingebruikname van een actief.

  • Op alle activa die voor 1 juli in gebruik is genomen/ aangeschaft is wordt de afschrijvingstermijn bepaald op 12 maanden.

  • Op alle activa die na 1 juli in gebruik is genomen/ aangeschaft is wordt de afschrijvingstermijn bepaald op 6 maanden

7.4 Componentenbenadering

De componentenbenadering houdt in dat verschillende samenstellende delen van een actief, die afzonderlijk vervangen kunnen worden, afzonderlijk worden afgeschreven op basis van het individuele waardeverloop van die delen. De opdeling wordt gemaakt, omdat de economische gebruiksduur per samenstellend deel kan verschillen. Op deze manier worden bijvoorbeeld voor een kazerne, de bijbehorende technische installaties, de terreininrichting en het meubilair verschillende afschrijvingstermijnen gehanteerd

 

VRT past waar dit vanuit economisch perspectief logisch is de componentenmethode toe.

 

7.5 Restwaarde

De restwaarde is de waarde van het actief aan het einde van de gebruikstermijn en kan in mindering worden gebracht op het af te schrijven bedrag. Voor veel activa ontbreekt deze restwaarde of is deze niet goed in te schatten. VRT hanteert een restwaarde voor activa, waarvan in de praktijk is gebleken dat deze bestaat. De restwaarde wordt realistisch vastgesteld en periodiek getoetst.

 

7.6 Stelsel- en schattingswijziging

De Veiligheidsregio past de grondslagen voor waardering en afschrijving van vaste activa consequent toe.

Indien sprake is van een wijziging in de waarderingsgrondslag of afschrijvingssystematiek, wordt dit beschouwd als een stelselwijziging. Een stelselwijziging wordt met terugwerkende kracht verwerkt en in de jaarrekening toegelicht, inclusief het effect op de vergelijkende cijfers.

 

Indien sprake is van een wijziging in een schatting (zoals levensduur, restwaarde of gebruiksintensiteit), wordt deze wijziging prospectief verwerkt vanaf het lopende boekjaar. De wijzigingen worden toegelicht in de paragraaf “grondslagen van waardering en resultaatbepaling” van de jaarrekening en krijgen zijn beslag in de tabel met afschrijvingstermijnen.

 

7.7 Relatie met fiscale afschrijvingsregels

De regels in deze nota zijn gebaseerd op het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en hebben betrekking op de financiële verslaggeving van de Veiligheidsregio Twente. Indien (delen van) de activiteiten van de Veiligheidsregio onder de heffing van de vennootschapsbelasting (Vpb) vallen, gelden voor de fiscale winstberekening de bepalingen van de Wet op de vennootschapsbelasting.

8 Governance,

8.1 Rollen en verantwoordelijkheden

 

Methode

Omschrijving

Bestuur

Stelt het beleidskader (en wijzigingen daarin) vast.

 

Taakveld Financiën

  • Voert het beleidskader uit.

  • Toetst of uitgaven voldoen aan BBV-criteria voor activering

  • Bewaakt consistentie in toepassing van het beleidskader.

Teamleiders / MT

  • Geven een inhoudelijke kwalificatie van bepaalde uitgaven met het oog op verwerking daarvan in de administratie.

  • Stellen aanpassingen van het beleidskader voor / wegen deze af tegen financiële consequenties.

Control

  • Ziet toe op naleving van het beleidskader

  • Ziet toe op noodzakelijke aanpassingen i.v.m. wijzigende regelgeving.

  • Beslist over de rekenplichtige duiding en verwerking van rekenplichtige uitgaven

 

8.2 Controle en evaluatie

De toepassing van dit beleidskader wordt jaarlijks geëvalueerd in het kader van de interne controle en de accountantscontrole. Eventuele interpretatieverschillen worden besproken in het financieel overleg en zo nodig vertaald in nadere uitvoeringsrichtlijnen.

9 Slotbepalingen

9.1 Intrekking oude regeling

De “Nota activa en afschrijvingen VRT”, zoals vastgesteld op 12 februari 2018 wordt ingetrokken op het moment van inwerkingtreding van de nieuwe verordening (zie bepaling 9.2).

 

9.2 Citeertitel en inwerkingtreding

Deze nota wordt aangehaald als “Beleidskader Activa en Afschrijvingen 2025 Veiligheidsregio Twente” en treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2025.

10 Samenvatting van de beleidskeuzes

 

Onderwerp

Beleidsregel

Activeren (2.2 / 2.3)

Een uitgave wordt geactiveerd als cumulatief aan de volgende drie voorwaarden wordt voldaan:

  • -

    Het actief levert meerjarig nut op;

  • -

    De aanschafwaarde is minimaal € 10.000 (= drempelwaarde)

  • -

    De gebruiksduur bedraagt minimaal drie jaar.

De drempelwaarde is eveneens van toepassing op bulkaankopen van gelijksoortige goederen.

MVA: onderhouds- versus investeringsuitgaven.(3.2)

 

  • Betekenisvolle uitgaven in deze sfeer worden afgestemd tussen de inhoudelijk betrokkenen en control.

  • Bij twijfel beslist control over de uiteindelijke verwerking van de uitgaven.

MVA: licenties (3.3)

  • Tijdelijke licenties worden verantwoord als overlopen actief.

  • Kosten de direct (en in technische zin) verband houden met de implementatie van software worden geactiveerd.

  • Kosten die indirect verband houden met de implementatie van software (overhead) worden niet geactiveerd.

Immateriële vaste activa (4.1 - 4.3)

  • Afsluitkosten van geldleningen komen ten laste van de exploitatie

  • Onderzoekskosten worden niet geactiveerd.

  • Ontwikkelingskosten worden geactiveerd mits voldaan aan art. 60 BBV.

  • Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden niet geactiveerd

Waarderingsgrondslag (6.1 / 6.2)

  • Indirecte kosten (overhead) vormen geen onderdeel van de vervaardigingsprijs.

  • .Rentelasten vormen geen onderdeel van de vervaardigingsprijs

Afschrijvingsmethode (7.1)

Veiligheidsregio Twente past de lineaire afschrijvingsmethode toe.

Afschrijvingstermijnen (7.2)

  • VRT hanteert een afschrijvingstabel waarin de afschrijvingstermijn per activagroep is vastgelegd,

  • Wijzigingen in de tabel worden ter goedkeuring voorgelegd aan het algemeen bestuur

Ingangsmoment van afschrijven (7.3)

  • Afschrijving start op moment van ingebruikname.

  • Activa met leveringsdatum voor 1 juli wordt de afschrijvingstermijn bepaald op 12 maanden.

  • Activa met leveringsdatum na 1 juli wordt de afschrijvingstermijn bepaald op 6 maanden.

Componentenbenadering (7.4)

VRT past - waar dit vanuit economisch perspectief logisch - is de componentenmethode toe.

Restwaarde (7.5)

VRT hanteert een restwaarde voor activa, waarvan in de praktijk is gebleken dat deze bestaat.

 

Vastgesteld door het Algemeen Bestuur VRT d.d. 11 december 2025

Bijlage 1 Begrippenkader

Activeren

Het op de balans presenteren van de financiële waarde van het aangeschafte of vervaardigde kapitaalgoed met meerjarig nut dat vanaf dat moment als bezitting kan worden beschouwd.

 

Afschrijven

Het op een methodische wijze in de boekhouding (verslaglegging en verslaggeving) tot uitdrukking brengen van de waardedaling van een kapitaalgoed over een bepaalde periode.

 

Afschrijvingstermijn

De periode waarover een investering wordt afgewaardeerd.

 

Componentbenadering

De componentenbenadering houdt in dat op verschillende samenstellende delen van een materieel vast actief, die afzonderlijk vervangen kunnen worden, afzonderlijk worden afgeschreven op basis van de individuele verwachte gebruiksduur van die delen.

 

(Dis)agio

(Dis)agio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd.

 

Financiële vaste activa

Financiële vaste activa is een groep van activa die een financiële waarde of bezit vertegenwoordigen (bijvoorbeeld deelnemingen en aandelen).

 

 

Immateriële vaste activa

 

Immateriële vaste activa zijn uitgaven waar geen bezittingen tegenover staan van Veiligheidsregio Twente. Dit zijn die activa die niet stoffelijk van aard zijn en die niet onder de financiële vaste activa worden begrepen.

 

Investeringen

Onder investeringen wordt verstaan het vastleggen van vermogen in objecten waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt.

 

Investeringen: nieuwe- of uitbreidingsinvesteringen

Investeringen ten behoeven van nieuwe activiteiten of ten behoeve van de uitbreiding van bestaande activiteiten.

 

 

Investeringen: vervangingsinvesteringen

Investeringen ten behoeve van de vervanging van een bestaand actief als gevolg van economische veroudering of slijtage.

 

 

Investeringen: levensduur verlengende investeringen

Dit zijn investeringen die worden gepleegd ten behoeve van een bestaand actief en expliciet leiden tot een substantiële levensduurverlenging van betreffend actief.

 

 

Kapitaallasten

Totaal van de afschrijvingskosten en de rentekosten.

 

 

 

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa zijn investeringsuitgaven waar tegenover bezittingen staan, waarvan de gebruiksduur gedurende meerdere jaren kan worden toegepast.

 

Renovatie

Renovatie of renoveren is het herstellen en wanneer nodig gedeeltelijk vernieuwen van een investeringsgoed, waardoor het beter bruikbaar wordt naar de huidige maatstaven en normen.

 

 

Rente

Een vergoeding voor het beslag dat de boekwaarde van een investering legt op de financieringsmiddelen van Veiligheidsregio Twente.

 

 

Restwaarde

De restwaarde is de schatting, tegen het prijspeil van het moment van ingebruikname, van de opbrengst die na de gebruiksduur nog gerealiseerd kan worden, verminder met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen van) het actief.

 

 

Schattingswijziging

Een wijziging (door nieuwe inzichten) van een verwachte toekomstige gebruiksduur.

 

 

Stelselwijziging

Een wijziging van de vrij te kiezen waarderings-(activerings-)grondslag.

 

 

Waarderen

De waarde die toegekend wordt aan het geactiveerde kapitaalgoed c.q. de investering op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

 

Naar boven