Beleidsregels gegevens opvragen en verstrekken Participatiewet, IOAW en IOAZ Senzer 2026

 

Gelet op artikel 17, eerste lid en vierde lid, artikel 53a en artikel 54, tweede lid van de Participatiewet en artikel 13, eerste lid en vierde lid, artikel 14 en artikel 17, tweede lid van de IOAW en artikel13, eerste lid en vierde lid, artikel 14 en artikel 17, tweede lid van de IOAZ en artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht;

b e s l u i t vast te stellen de volgende beleidsregels:

Beleidsregels gegevens opvragen en verstrekken Participatiewet, IOAW en IOAZ Senzer 2026

Artikel 1 Begripsbepalingen

 

  • 1.

    Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

  • 2.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van Senzer;

  • b.

    belanghebbende: degene die gevraagd en ongevraagd gegevens moet verstrekken;

  • c.

    uitkering: de door het dagelijks bestuur verleende bijstand in het kader van de Participatiewet en de uitkering in het kader van de IOAW en IOAZ.

     

Artikel 2 Onverwijld uit eigen beweging en procedure inleveren wijzigingsformulier

 

  • 1.

    Aan de verplichting om onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan de belanghebbende redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling of het recht op uitkering is voldaan als de belanghebbende dit uiterlijk op de 6e dag van de maand, die volgt op de maand waarin de wijziging is ontstaan, heeft gemeld bij het dagelijks bestuur door middel van inlevering van het daarvoor bedoelde wijzigingsformulier op de voorgeschreven wijze.

  • 2.

    In individuele gevallen kan besloten worden om af te wijken van het eerste lid bijvoorbeeld bij inkomsten uit arbeid in zogenaamde risicoberoepen.

  • 3.

    Het eerste lid geldt ook ten aanzien van het verrichten van onbetaalde arbeid of vrijwilligerswerk.

  • 4.

    Er is geen sprake van schending van de inlichtingenplicht indien de belanghebbende zijn inlichtingenplicht onverwijld uit eigen beweging nakomt of de artikelen 4 of 6 buiten toepassing blijven.

Artikel 3 Eerste termijn inleveren gegevens bij aanvraag

Met de belanghebbende wordt afgesproken binnen welke termijn hij alle noodzakelijke gegevens behorende bij zijn aanvraag om uitkering bij het dagelijks bestuur moet inleveren. De termijn wordt vastgelegd en op de voorgeschreven wijze aan belanghebbende kenbaar gemaakt.

Artikel 4 Duur aanvultermijn bij aanvraag

  • 1.

    De termijn waarbinnen de belanghebbende zijn aanvraag, zoals bedoeld in artikel 4:5 van de Awb, kan aanvullen bedraagt in beginsel 7 dagen. In individuele gevallen kan van deze termijn worden afgeweken (korter of langer).

  • 2.

    De termijn, genoemd in het eerste lid, kan worden verlengd indien de belanghebbende daarom verzoekt zolang de termijn, genoemd in het eerste lid, nog niet is verlopen.

  • 3.

    Het verzoek, zoals genoemd in het tweede lid, wordt door het dagelijks bestuur gehonoreerd, indien door de belanghebbende is aangetoond dat de geboden termijn, zoals genoemd in het eerste lid, te kort is gebleken.

 

Artikel 5 Inlichtingen verstrekken op verzoek van het dagelijks bestuur

  • 1.

    De belanghebbende verstrekt op verzoek van het dagelijks bestuur zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, de gevraagde inlichtingen binnen een redelijke termijn van tenminste 7 dagen. In individuele gevallen kan van deze termijn worden afgeweken (korter of langer).

  • 2.

    De termijn, genoemd in het eerste lid, kan worden verlengd indien de belanghebbende daarom verzoekt zolang de termijn, genoemd in het eerste lid, nog niet is verlopen.

  • 3.

    Het verzoek, zoals genoemd in het tweede lid, wordt door het dagelijks bestuur gehonoreerd, indien door de belanghebbende is aangetoond dat de geboden termijn, zoals genoemd in het eerste lid, te kort is gebleken.

 

Artikel 6 Duur hersteltermijn tijdens uitkering

  • 1.

    De termijn waarbinnen de belanghebbende zijn verzuim, zoals bedoeld in artikel 54, tweede lid van de Participatiewet en artikel 17, tweede lid van de lOAW en IOAZ, kan herstellen bedraagt in beginsel 7 dagen. In individuele gevallen kan van deze termijn worden afgeweken (korter of langer).

  • 2.

    De termijn, genoemd in het eerste lid, kan worden verlengd indien de belanghebbende daarom verzoekt zolang de termijn, genoemd in het eerste lid, nog niet is verlopen.

  • 3.

    Het verzoek, zoals genoemd in het tweede lid, wordt door het dagelijks bestuur gehonoreerd, indien door de belanghebbende is aangetoond dat de geboden termijn, zoals genoemd in het eerste lid, te kort is gebleken.

  • 4.

    De maximale hersteltermijn bedraagt nooit langer dan 8 weken i.v.m. de maximale opschortingsduur.

 

Artikel 7 Belanghebbende beschikt niet meer over bewijsstukken

  • 1.

    Indien belanghebbende niet of niet meer over de gevraagde bewijsmiddelen beschikt, kan van belanghebbende verwacht worden dat belanghebbende probeert deze, op eigen kosten, alsnog te verkrijgen.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid is de enige uitzondering die daarop mogelijk is, dat het niet, niet tijdig of onvolledig verstrekken van de gevorderde bewijsstukken belanghebbende niet te verwijten is.

 

Artikel 8 Periode over te leggen bankafschriften

  • 1.

    De periode over te leggen bankafschriften bedraagt in eerste instantie drie maanden voorafgaand aan de aanvraagdatum voor uitkering of voorafgaand aan de datum aanvang heronderzoek.

  • 2.

    De periode genoemd in het eerste lid kan verlengd worden in individuele gevallen.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur accepteert alleen inzage in bankafschriften waarop te zien is: NAW-gegevens rekeninghouder, rekeningnummer, bijschrijvingen met omschrijvingen en data, totaal bij- en afschrijvingen, begin- en eindsaldo, datum afschrift en volgnummer afschrift.

     

  • 4.

    In afwijking van het derde lid, als er gegronde twijfel is over het recht op uitkering dienen de afschrijvingen/uitgaven ook inzichtelijk gemaakt te worden.

     

 

Artikel 9 Personen zonder identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht

  • 1.

    Het zich kunnen identificeren met een geldig identiteitsbewijs is een voorwaarde om aanspraak te kunnen maken of te behouden op een voorziening ingevolge de Participatiewet, IOAW of IOAZ.

  • 2.

    Het is voor belanghebbende nog niet mogelijk om zich te identificeren via DIGID.

  • 3.

    De kosten die het met zich meebrengt om een (bijna) verlopen identiteitsbewijs te laten vernieuwen is voor eigen rekening.

  • 4.

    In het geval belanghebbende hierdoor in acute nood verkeert, kan het dagelijks bestuur op grond van artikel 52 van de Participatiewet bijstand verlenen als voorschot in de vorm van een renteloze geldlening. Deze mogelijkheid bestaat niet binnen de IOAW en IOAZ.

  • 5.

    Er zijn personen die niet over een geldig identiteitsbewijs beschikken of dit binnen de kortste keren weer kwijt zijn. Het gaat dan vooral om daklozen, thuislozen, verslaafden en psychiatrische patiënten. In zulke gevallen kan de verplichting tot identificatie op een andere wijze worden ingevuld. Het dagelijks bestuur kan beoordelen dat de identiteit voldoende is vastgesteld na onderzoek van de BRP of na eigen onderzoek. Dit geldt alleen bij personen met de Nederlandse nationaliteit en om een voorziening ingevolge de Participatiewet, IOAW of IOAZ te kunnen behouden.

 

Artikel 10 Hardheidsclausule

Het dagelijks bestuur handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onredelijk en onbillijk zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

Artikel 11 Intrekken oude beleidsregels

De beleidsregels gegevens opvragen en verstrekken Participatiewet, IOAW en IOAZ Senzer 2023 worden ingetrokken met ingang van de datum waarop deze beleidsregels in werking treden.

Artikel 12 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 13 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels gegevens opvragen en verstrekken Participatiewet, IOAW en IOAZ Senzer 2026.

 

Namens het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Senzer,

M.V. de Kort

Voorzitter

H.A.A.J van Rinsum

Secretaris

Naar boven