Organisatiebesluit Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2025

Het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek;

 

overwegende dat:

  • -

    het algemeen bestuur op 16 oktober 2024 heeft besloten om de topstructuur van de ambtelijke organisatie te wijzigen;

  • -

    overeenkomstig dit besluit de ambtelijke organisatie dient te beschikken over een algemeen eindverantwoordelijke functionaris, twee primaire processen bestaande uit brandweerzorg en crisisbeheersing, en een onafhankelijk gepositioneerde concerncontroller;

  • -

    overeenkomstig dit besluit een directiemodel wordt ingevoerd, waarbij de directeuren, gegeven de taken van de veiligheidsregio binnen het wettelijk kader en bestuurlijke besluitvorming, tezamen met de algemeen directeur invulling geven aan integraal management;

  • -

    overeenkomstig dit besluit samenhang wordt georganiseerd tussen de processen crisisbeheersing, bevolkingszorg en GHOR, onverminderd de verantwoordelijkheden en taken van de directeur publieke gezondheid en de coördinerend functionaris als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s en andere regelingen;

  • -

    overeenkomstig dit besluit de veiligheidsdirectie wordt ingericht als een multidisciplinair afstemmingsoverleg van de veiligheidsregio met crisispartners, en

  • -

    deze wijzigingen in de topstructuur van de organisatie het noodzakelijk maken een nieuw organisatiebesluit voor de veiligheidsregio op te stellen;

gelet op:

  • -

    artikel 33b lid 1 onder c van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • -

    artikel 15 van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2023,

  • -

    de Wet veiligheidsregio’s en de Wet gemeenschappelijke regelingen;

besluit:

het “Organisatiebesluit Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2025” vast te stellen, waardoor deze als volgt komt te luiden:

 

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • -

    algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de veiligheidsregio, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de gemeenschappelijke regeling;

  • -

    algemeen directeur: de eindverantwoordelijke ambtelijk functionaris voor de organisatie van de veiligheidsregio, bedoeld in artikel 7 van dit organisatiebesluit;

  • -

    commandant brandweer: de commandant, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s;

  • -

    coördinerend functionaris: de coördinerend functionaris, bedoeld in artikel 36 van de Wet veiligheidsregio’s;

  • -

    dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de veiligheidsregio, bedoeld in artikel 3, eerste lid van de gemeenschappelijke regeling;

  • -

    directie: een centraal georganiseerde eenheid binnen de veiligheidsregio waarbinnen de crisisbeheersing, brandweerzorg dan wel meerdere ondersteunende taken zijn georganiseerd;

  • -

    directieteam: de algemeen directeur en directeuren van de ambtelijke organisatie, bedoeld in artikel 20;

  • -

    directeur publieke gezondheid: de directeur publieke gezondheid, bedoeld in artikel 32 van de Wet veiligheidsregio’s, juncto artikel 14 van de Wet publieke gezondheid;

  • -

    gemeenschappelijke regeling: de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2023;

  • -

    GHOR: de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio, bedoeld in artikelen 32, 33 en 34 van de Wet veiligheidsregio’s;

  • -

    integraal management: leidinggeven door te sturen op de samenhang tussen resultaten, personeel, middelen en de rechtmatige uitvoering van taken;

  • -

    team: een georganiseerde eenheid binnen de veiligheidsregio, waarbinnen de beleidsvorming, coördinatie en/of uitvoering op het gebied van brandweerzorg zijn georganiseerd, dan wel op het gebied van crisisbeheersing, dan wel van een of meerdere ondersteunende taken;

  • -

    veiligheidsdirectie: een multidisciplinair afstemmingsoverleg van de veiligheidsregio en netwerkpartners voor de voorbereiding op rampen en crisis, bedoeld in artikel 21 van dit organisatiebesluit;

  • -

    veiligheidsregio: het openbaar lichaam Veiligheidsregio Gooi Vechtstreek, bedoeld in artikel 2 van de gemeenschappelijke regeling;

  • -

    voorzitter: de voorzitter van de veiligheidsregio, bedoeld in artikel 3, eerste lid van de gemeenschappelijke regeling.

Artikel 2 Uitwerking organisatiebesluit

  • 1.

    Het dagelijks bestuur stelt de hoofdlijnen van de organisatiestructuur van de veiligheidsregio vast. De taken en verantwoordelijkheden van de organisatorische eenheden en ambtelijke hoofdfuncties zijn opgenomen in het organisatiebesluit.

  • 2.

    De algemeen directeur werkt de ambtelijke hoofdstructuur van de veiligheidsregio uit in een organisatie- en formatieplan binnen bestuurlijk-financiële kaders. Het dagelijks bestuur stelt dit plan eenmalig vast en daarna voor zover wijzigingen in het organisatiebesluit daartoe aanleiding geven.

  • 3.

    De GHOR valt bestuurlijk onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van de veiligheidsregio. Formatief en rechtspositioneel is de GHOR ondergebracht binnen Regio Gooi en Vechtstreek, bij het onderdeel GGD. Derhalve wordt dit organisatieonderdeel niet opgenomen in het organisatie-en formatieplan van de veiligheidsregio.

  • 4.

    De meldkamerfunctie valt bestuurlijk onder de verantwoordelijkheid van de besturen van de veiligheidsregio’s in het meldkamergebied Midden-Nederland. De aansturing, financiering en de bestuurlijke verantwoording van de meldkamerfunctie is geregeld in een samenwerkingsovereenkomst op grond van artikel 35 van de Wet veiligheidsregio’s. Formatief en personeel-rechtspositioneel is de meldkamerfunctie ondergebracht bij Veiligheidsregio Utrecht, als onderdeel van de samenwerkende meldkamer Midden-Nederland. Derhalve wordt dit organisatieonderdeel niet opgenomen in het organisatie- en formatieplan van de veiligheidsregio.

Hoofdstuk 2 Organisatiestructuur Veiligheidsregio

Artikel 3 Organisatiestructuur

De veiligheidsregio bestaat uit de volgende organisatorische eenheden:

  • -

    de directies brandweerzorg, crisisbeheersing en bedrijfsvoering, met daaronder ressorterende teams;

  • -

    een staf bestaande uit het team strategie & regie en het team audit & control;

  • -

    de GHOR, met inachtneming van artikel 2, derde lid.

Artikel 4 Functies

Binnen de organisatie van de veiligheidsregio worden de volgende ambtelijke hoofdfuncties onderscheiden:

  • -

    de algemeen directeur;

  • -

    de commandant brandweer;

  • -

    de directeur bedrijfsvoering;

  • -

    de directeur brandweerzorg;

  • -

    de directeur crisisbeheersing;

  • -

    de directeur publieke gezondheid;

  • -

    de concerncontroller;

  • -

    de coördinerend functionaris;

  • -

    teamleiders.

Artikel 5 Besturing

  • 1.

    De veiligheidsregio is een bestuurlijk samenwerkingsverband van deelnemende gemeenten, op grond van de gemeenschappelijke regeling en overeenkomstig de Wet veiligheidsregio’s en Wet gemeenschappelijke regelingen.

  • 2.

    De bestuurlijke organisatie bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter van de veiligheidsregio.

Artikel 6 Leiding en dagelijks beheer

  • 1.

    Onder de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur, berust de algemene leiding en beheer over de ambtelijke organisatie bij de algemeen directeur.

  • 2.

    De algemeen directeur stuurt rechtstreeks de directeuren brandweer, bedrijfsvoering en crisisbeheersing, de teamleider strategie & regie en de concerncontroller als teamleider team audit & control aan.

  • 3.

    De directeuren sturen rechtstreeks de teamleiders aan binnen de onder hen ressorterende directie.

  • 4.

    De directeur publieke gezondheid stuurt rechtstreeks de GHOR aan.

  • 5.

    De teamleider stuurt direct, of indirect via coördinatoren, de medewerkers van een team aan.

Hoofdstuk 3 Hoofdtaken en verantwoordelijkheden Functies

Artikel 7 Taken en verantwoordelijkheden algemeen directeur

  • 1.

    De ambtelijke organisatie van de veiligheidsregio staat onder leiding van de algemeen directeur.

  • 2.

    De algemeen directeur is ambtelijk eindverantwoordelijk voor de doorontwikkeling van de organisatie, de realisatie van de doelen en het beleid van de organisatie binnen wettelijke en bestuurlijk-financiële kaders, en de coördinatie op de multidisciplinaire taken van de veiligheidsregio.

  • 3.

    De algemeen directeur beschikt over alle bevoegdheden die noodzakelijk zijn om invulling te kunnen geven aan de hem toegewezen verantwoordelijkheden en taken middels het in artikel 24 genoemde mandaatbesluit van het bestuur.

  • 4.

    De taken van de algemeen directeur zijn:

    • a.

      het zorgdragen voor de ontwikkeling en implementatie van strategische doelen van de organisatie en het bewaken van de eenduidigheid in het functioneren van de organisatie als geheel;

    • b.

      het zorgdragen voor beleid op het gebied van organisatieontwikkeling en goed werkgeverschap;

    • c.

      te besluiten over de inzet van mensen en middelen van de veiligheidsregio organisatiebreed, binnen de bestuurlijk-financiële kaders;

    • d.

      het adviseren en bijstaan van de bestuursorganen van de veiligheidsregio bij de uitoefening van hun taken, en

    • e.

      het vertegenwoordigen van de veiligheidsregio naar buiten toe en borgen van bestuurlijke relaties.

  • 5.

    De algemeen directeur bekleedt naast voornoemde organisatiebrede verantwoordelijkheden een aantal rollen, te weten:

    • a.

      de algemeen directeur fungeert als ambtelijk secretaris van de bestuursorganen van de veiligheidsregio en medeondertekent in die hoedanigheid de stukken van die bestuursorganen. De ambtelijk secretaris draagt, onverminderd de verantwoordelijkheden van de voorzitter van het bestuur, zorg voor een goede en tijdige voorbereiding van, ondersteuning tijdens en afhandeling van de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur. De ambtelijk secretaris is gerechtigd om de inlichtingen in te winnen die hij nodig acht om zijn taken te kunnen vervullen.

    • b.

      De algemeen directeur treedt op als bestuurder bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden en is gesprekspartner van het Georganiseerd Overleg.

    • c.

      De algemeen directeur is voorzitter van de veiligheidsdirectie.

    • d.

      De algemeen directeur is lid van het directieberaad van de Meldkamer Midden-Nederland en is als zodanig verantwoordelijk voor het articuleren van de behoeftes en het bewaken van de prestaties van de meldkamerfunctie op regionaal niveau.

  • 6.

    De algemeen directeur wordt door het algemeen bestuur benoemd, op voordracht van het dagelijks bestuur.

  • 7.

    De algemeen directeur legt verantwoording af aan het dagelijks bestuur over de uitvoering van de taken van de veiligheidsregio en de aansturing van de ambtelijke organisatie.

  • 8.

    De algemeen directeur wordt bij diens afwezigheid vervangen door de directeur brandweerzorg, uitgezonderd de rol als voorzitter van de veiligheidsdirectie.

  • 9.

    De algemeen directeur wordt bij diens afwezigheid vervangen door de directeur publieke gezondheid in zijn rol als voorzitter van de veiligheidsdirectie.

Artikel 8 Commandant brandweer

  • 1.

    De algemeen directeur, bedoeld in artikel 7, is tevens commandant brandweer.

  • 2.

    De commandant brandweer heeft de leiding over de organisatie van de brandweer en is eindverantwoordelijk voor de vervulling van de daaraan opgedragen wettelijke taken.

  • 3.

    De directeur brandweerzorg is plaatsvervangend commandant brandweer, heeft de dagelijkse leiding over de organisatie van de brandweer (waaronder begrepen de aansturing van de operationele organisatie) en vertegenwoordigt de brandweer naar buiten toe (waaronder mede begrepen de veiligheidsdirectie).

Artikel 9 Directeuren brandweerzorg, bedrijfsvoering, crisisbeheersing

  • 1.

    De directeur is verantwoordelijk voor het eenduidig functioneren van de onder hem1 ressorterende directie.

  • 2.

    De directeur geeft, vanuit de gedachte van integraal management, leiding aan de betreffende directie (met inbegrip van de professionele doorontwikkeling van het organisatieonderdeel).

  • 3.

    De directeur verkrijgt zijn bevoegdheden om invulling te kunnen geven aan hem toegewezen verantwoordelijkheden en taken middels de in artikel 24 genoemde ondermandaatregeling.

  • 4.

    De directeur besluit over de inzet van mensen en middelen binnen de betreffende directie, binnen de bestuurlijk-financiële kaders en het vigerende organisatiebeleid (waaronder mede begrepen het vastgestelde formatie-en organisatieplan).

  • 5.

    De directeur draagt zorg voor het voorbereiden en uitvoeren van beslissingen van het bestuur met betrekking tot de betreffende directie.

  • 6.

    De directeur ondersteunt als lid van het directieteam de algemeen directeur bij diens taken en verantwoordelijkheden.

  • 7.

    De directeur legt over de voortgang van de, aan diens directie opdragen taken en bijbehorende, prestaties verantwoording af aan de algemeen directeur en deelt de voortgang ook mede aan de overige directeuren.

  • 8.

    De directeur wordt bij diens afwezigheid vervangen door een ander lid van het directieteam, in onderlinge afstemming.

Artikel 10 Directeur publieke gezondheid

  • 1.

    De directeur publieke gezondheid geeft leiding aan de GHOR.

  • 2.

    De directeur publieke gezondheid is verantwoordelijk voor de uitvoering van de aan de GHOR op grond van de Wet veiligheidsregio’s opgedragen en daarvan afgeleide taken en adviseert het algemeen bestuur van de veiligheidsregio dienaangaande.

  • 3.

    De directeur publieke gezondheid is lid van de veiligheidsdirectie.

  • 4.

    De directeur publieke gezondheid neemt op agendabasis deel aan het overleg van het directieteam, indien dit het aandeel van de GHOR in het geheel van de totale begroting, de jaarrekening en het beleidsplan van de veiligheidsregio betreft.

  • 5.

    De directeur publieke gezondheid en de directeur crisisbeheersing hebben periodiek afstemming over de inhoudelijke samenhang tussen de taken van de GHOR en de directie crisisbeheersing.

  • 6.

    De directeur publieke gezondheid wordt benoemd door het bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek, onderdeel GGD, in afstemming met het algemeen bestuur van de veiligheidsregio.

  • 7.

    De directeur publieke gezondheid legt vakinhoudelijke verantwoording af aan het algemeen bestuur.

  • 8.

    De directeur publieke gezondheid voorziet bij afwezigheid in een vervanger en stelt hiervan het algemeen bestuur in kennis.

Artikel 11 Concerncontroller

  • 1.

    De algemeen directeur en de directeuren, bedoeld in artikel 9, dragen zorg voor de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de onder hun verantwoordelijkheid vallende hoofdstukken van de programmabegroting van de veiligheidsregio.

  • 2.

    De concerncontroller heeft een onafhankelijke positie. De concerncontroller kan het bestuur, de voorzitter, de accountant en de algemeen directeur, zonder last of ruggespraak, gevraagd en ongevraagd, adviseren en rapporteren. De concerncontroller stelt hiervan de algemeen directeur zo mogelijk vooraf in kennis.

  • 3.

    De concerncontroller geeft leiding aan het team audit & control.

  • 4.

    De concerncontroller heeft als taken

    • a.

      de inrichting en uitvoering van risicomanagement en treasury. Het uitvoeren van interne administratieve en organisatorische controles op de rechtmatigheid en betrouwbaarheid van de bedrijfsvoering, mede ten behoeve van de door het dagelijks bestuur af te leggen rechtmatigheidsverklaring, maakt hiervan onderdeel uit;

    • b.

      de bundeling van de afzonderlijke hoofdstukken van de programmabegroting, de management- en bestuursrapportages en de jaarstukken;

    • c.

      de toetsing, analyse en advisering over de (door)ontwikkeling van de bestuurlijke planning en controlcyclus en producten, begroting, jaarstukken en de management- en bestuursrapportages;

    • d.

      het opstellen van de financiële verordening, controleverordening en het treasury statuut;

    • e.

      het rapporteren en adviseren van het directieteam over de rechtmatigheid van de bedrijfsvoering, financiële risico’s en andere bedrijfsrisico’s (waaronder risico’s betreffende de verwerking van persoonsgegevens en informatieveiligheid, met inachtneming van artikel 18, derde lid).

  • 5.

    De concerncontroller is gerechtigd om de inlichtingen in te winnen die hij nodig acht om zijn taken te kunnen vervullen.

  • 6.

    De concerncontroller legt over de uitvoering van de taken en de behaalde resultaten verantwoording af aan de algemeen directeur, dit met inachtneming van zijn onafhankelijke positie zoals bedoeld in het tweede lid van dit artikel.

  • 7.

    Het dagelijks bestuur benoemt de concerncontroller op voordracht van de algemeen directeur.

Artikel 12 Coördinerend functionaris

  • 1.

    De coördinerend functionaris wordt aangewezen door het algemeen bestuur van de veiligheidsregio op voordracht van de kring van gemeentesecretarissen

  • 2.

    De coördinerend functionaris is belast met de voorbereiding en de coördinatie van de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten zelf treffen met het oog op een ramp of crisis (bevolkingszorgtaken), waaronder mede begrepen de planvorming, opleiding, training en oefening en vulling van de gemeentelijke bevolkingszorg.

  • 3.

    De directeur crisisbeheersing en de coördinerend functionaris hebben periodiek overleg over taken die de veiligheidsregio verricht voor de gemeenschappelijke bevolkingszorg, bedoeld in artikel 16, tweede lid, alsmede de voorbereiding en coördinatie van de bevolkingszorgtaken door gemeenten, bedoeld in het tweede lid.

  • 4.

    De coördinerend functionaris is lid van de veiligheidsdirectie.

  • 5.

    De coördinerend functionaris legt verantwoording af aan het algemeen bestuur over de in het tweede lid genoemde taken, in afstemming met de Kring van gemeentesecretarissen.

  • 6.

    De coördinerend functionaris voorziet bij afwezigheid in een vervanger en stelt hiervan het algemeen bestuur in kennis.

Artikel 13 Teamleider

  • 1.

    Een teamleider adviseert en ondersteunt de directeur in de uitvoering van diens taken.

  • 2.

    Een teamleider geeft vanuit de gedachte van integraal management leiding aan een team (met inbegrip van de professionele ontwikkeling van het team) en stemt hierover af met de directeur.

  • 3.

    Een teamleider is verantwoordelijk voor de taken en resultaten die aan het team zijn opgedragen, de juiste werking van het team, en voor de inzet en het beheer van de daarvoor beschikbaar gestelde middelen.

  • 4.

    Een teamleider verkrijgt zijn bevoegdheden om invulling te kunnen geven aan hem toegewezen verantwoordelijkheden en taken middels de in artikel 24 genoemde ondermandaatregeling.

  • 5.

    Een teamleider legt over de voortgang van de aan het team opdragen taken en bijbehorende prestaties verantwoording af aan de directeur en deelt de voortgang ook mede aan de overige teamleiders van de betreffende directie.

  • 6.

    Bij afwezigheid van een teamleider is horizontale vervanging het uitgangspunt, tenzij de directeur anders beslist.

Hoofdstuk 4 Hoofdtaken en verantwoordelijkheden organisatieonderdelen

Artikel 14 Taken en verantwoordelijkheden directie brandweerzorg

De directie brandweerzorg is verantwoordelijk voor het ontwikkelen, voorbereiden, uitvoeren en evalueren van beleid op het terrein van de brandweerzorg als bedoeld in artikelen 10 en 25 van de Wet veiligheidsregio’s en daarvan afgeleide wettelijke taken. Daarnaast bestaan taken uit het verrichten van diensten en adviestaken als bedoeld in artikel 5 respectievelijk artikel 7 van de gemeenschappelijke regeling.

Artikel 15 Taken en verantwoordelijkheden directie bedrijfsvoering

  • 1.

    De directie bedrijfsvoering is verantwoordelijk voor het ontwikkelen, voorbereiden, uitvoeren en evalueren van beleid van ondersteunende diensten voor de organisatieonderdelen binnen de veiligheidsregio, het zogenaamde secundair arbeidsproces. In het bijzonder gaat het om het verzorgen van processen en diensten van financiële, personele, facilitaire aard, het informatie-en automatiseringsbeleid, het communicatiebeleid en administratief-secretariële zaken.

  • 2.

    De directeur bedrijfsvoering vervult de rol van chief information officer (CIO) en is als zodanig verantwoordelijk voor de aansluiting van de strategie op informatievoorziening en -technologie bij de algemene bedrijfsdoelstellingen van de organisatie. De CIO laat zich gevraagd en ongevraagd adviseren door de functionaris gegevensbescherming en de chief information security officer, genoemd in artikel 18, tweede lid.

  • 3.

    De teamleider organisatieontwikkeling & human resources adviseert gevraagd en ongevraagd het directieteam en de afzonderlijke leden op de organisatieontwikkeling en goed werkgeverschap, onder verantwoordelijkheid van de algemeen directeur, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder b. Deze taak valt buiten de lijnverantwoordelijkheid van de directeur bedrijfsvoering.

Artikel 16 Taken en verantwoordelijkheden directie crisisbeheersing

  • 1.

    De directie crisisbeheersing is verantwoordelijk voor het ontwikkelen, voorbereiden, uitvoeren en evalueren van beleid voor de multidisciplinaire voorbereiding op rampenbestrijding en crisisbeheersing als bedoeld in artikelen 10 en 15 tot en met 17 van de Wet veiligheidsregio’s en daarvan afgeleide wettelijke taken. Daarnaast bestaan taken uit het verrichten van diensten en adviestaken als bedoeld in artikel 5 respectievelijk artikel 7 van de gemeenschappelijke regeling.

  • 2.

    De voorbereiding op en uitvoering van de gemeenschappelijke taken voor de gemeentelijke bevolkingszorg, bedoeld in artikel 5a, eerste lid van de gemeenschappelijke regeling, vindt plaats binnen de directie crisisbeheersing. Hieronder wordt verstaan het faciliteren in:

    • a.

      de planvorming op bevolkingszorg binnen rampenbestrijding en crisisbeheersing;

    • b.

      het opleiden en oefenen in de gecoördineerde inzet van de piketfunctionarissen en zogenoemde vrije instroom binnen de (inter)regionale crisisorganisatie bevolkingszorg;

    • c.

      het adviseren en bijstaan van de coördinerend functionaris in diens afstemming en verbinding met de gemeenten over de maatregelen en voorzieningen die gemeenten treffen op bevolkingszorg met het oog op rampen en crises.

Artikel 17 Taken en verantwoordelijkheden team strategie & regie

Het team strategie & regie ondersteunt en adviseert de algemeen directeur, het directieteam en andere organisatieonderdelen van de veiligheidsregio op bestuurlijke en organisatiebrede onderwerpen. In het bijzonder gaat het om:

  • a.

    bestuurs- en directieondersteuning voor de veiligheidsregio;

  • b.

    strategische en bestuurlijke advisering voor de veiligheidsregio;

  • c.

    advisering en ondersteuning op het gebied van kwaliteitsmanagement en wettelijke en statutaire verplichtingen.

Artikel 18 Taken en verantwoordelijkheden team audit & control

  • 1.

    Het team audit & control ondersteunt en adviseert de concerncontroller bij diens taken en verantwoordelijkheden bedoeld in artikel 11, vierde lid.

  • 2.

    De functionaris voor gegevensbescherming (FG) en de chief information security officer (CISO) maken onderdeel uit van het team audit & control en stemmen als zodanig hun controlewerkzaamheden en rapportageproces af met de concerncontroller.

  • 3.

    De FG is een onafhankelijk toezichthouder als bedoeld in artikel 38 van de Algemene verordening gegevensbescherming en rapporteert zo nodig rechtstreeks aan de algemeen directeur en het dagelijks bestuur. De CISO kan direct ingrijpen bij ernstige beveiligingsincidenten of -risico’s met betrekking tot informatieveiligheid en legt daarover achteraf verantwoording af aan de algemeen directeur.

Artikel 19 Taken en verantwoordelijkheden GHOR

  • 1.

    De GHOR is belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening op grond van artikelen 33 tot en met 34 van de Wet veiligheidsregio’s opgedragen en daarvan afgeleide taken.

  • 2.

    De GHOR is ondergebracht bij Regio Gooi en Vechtstreek, onderdeel GGD.

  • 3.

    De algemeen directeur van de veiligheidsregio sluit ten behoeve van de inrichting en instandhouding van de GHOR een dienstverleningsovereenkomst af met de directeur GGD. In de dienstverleningsovereenkomst worden bepalingen opgenomen met betrekking tot de door GGD te verlenen diensten, de vergoeding van de daartoe te maken kosten, en de inrichting en verantwoording van het onderdeel GHOR in de planning en controldocumenten van de veiligheidsregio.

  • 4.

    De begroting, de rekening en het beleidsplan van de GHOR worden integraal opgenomen in de begroting, jaarrekening en het beleidsplan van de veiligheidsregio.

Hoofdstuk 5 Overleggremia en besluitvorming

Artikel 20 Directieteam

  • 1.

    Het directieteam van de veiligheidsregio bestaat uit de algemeen directeur, directeur brandweerzorg, directeur crisisbeheersing en directeur bedrijfsvoering.

  • 2.

    De algemeen directeur is voorzitter van het overleg van het directieteam en besluit op de daar te bespreken voorstellen en vraagstukken.

  • 3.

    Het directieteam bevordert de integraliteit van de organisatieonderdelen die de veiligheidsregio vormen. Het directieteam stemt af over de werking van de organisatie als geheel alsmede de beleidsmatige en bestuurlijk-financiële kaders. In het bijzonder gaat het om:

    • a.

      het ontwikkelen, implementeren en evalueren van een visie op de werking van de organisatie en de te realiseren strategische doelen;

    • b.

      het ontwikkelen, implementeren en evalueren van organisatiebreed beleid op het gebied van organisatieontwikkeling en goed werkgeverschap;

    • c.

      een gecoördineerde inbreng van maatschappelijke ontwikkelingen, rijksbeleid en bestuurlijke inzichten in beleid en uitvoering;

    • d.

      de verantwoording van de uitvoering van de taken en het beheer van de veiligheidsregio aan het bestuur.

  • 4.

    De leden van het directieteam zijn ieder voor zich verantwoordelijk voor de professionele doorontwikkeling van hun eigen organisatieonderdeel met het daaraan opgedragen takenpakket en stemmen hierover vanuit de gedachte van integraal management af met andere organisatieonderdelen.

  • 5.

    Voorstellen binnen directies die merkbaar effect hebben op het functioneren van andere organisatieonderdelen, die medezeggenschap vereisen of anderszins redelijkerwijs om afstemming op directieniveau en besluitvorming door de algemeen directeur vragen, worden altijd voorgelegd aan het directieteam.

  • 6.

    De concerncontroller, de teamleider strategie & regie en de teamleider organisatieontwikkeling & human resources nemen als vaste adviseurs deel aan het overleg van het directieteam.

Artikel 21 Veiligheidsdirectie

  • 1.

    De vaste leden van de veiligheidsdirectie zijn in ieder geval de algemeen directeur van de veiligheidsregio (voorzitter), de directeur publieke gezondheid, de directeur brandweerzorg; de directeur crisisbeheersing, de politiechef eenheid Midden-Nederland of diens vertegenwoordiger, en de coördinerend functionaris of diens vertegenwoordiger.

  • 2.

    De veiligheidsdirectie is een gezamenlijk overleg voor zaken betrekking hebbende op Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek en Veiligheidsregio Flevoland als bedoeld in het vierde lid. Een van de directeuren publieke gezondheid is plaatsvervangend voorzitter.

  • 3.

    Indien gewenst voor de voorbereiding op specifieke rampen en crises worden netwerkpartners op uitnodiging van de algemeen directeur tijdelijk toegevoegd aan de veiligheidsdirectie. De veiligheidsdirectie heeft ten minste een keer per jaar een overleg met andere netwerkpartners betreffende rampenbestrijding en crisisbeheersing, waaronder in ieder geval het waterschap, defensie en het openbaar ministerie.

  • 4.

    Onder coördinatie van de algemeen directeur verricht de veiligheidsdirectie de voorbereidende operationele afstemming op rampen en crises als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s.

  • 5.

    De veiligheidsdirectie heeft de volgende taken:

    • a.

      het bespreken van de dreigingen voor de samenleving van de veiligheidsregio met mogelijke effecten voor de te nemen maatregelen en voorzieningen voor rampen- en crisisbeheersing en het waar nodig informeren en adviseren van het algemeen bestuur;

    • b.

      het stellen van gezamenlijke operationele prioriteiten, binnen de bestuurlijke en organisatorische kaders en de bevoegdheden van de leden voor respectievelijk brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening en gezondheidszorg, bevolkingszorg, politiezorg ten behoeve van rampenbestrijding en crisisbeheersing;

    • c.

      het eenduidig adviseren van het algemeen bestuur van de veiligheidsregio over de operationele coördinatie en planproducten met het oog op de (multidisciplinaire) rampenbestrijding en crisisbeheersing, waaronder ten minste het regionale risicoprofiel, crisisplan en het meerjarenbeleidsplan van de veiligheidsregio;

    • d.

      de onderlinge afstemming van rollen en taken met betrekking tot de realisatie van het door het bestuur vastgestelde beleid op rampen- en crisisbeheersing, in het bijzonder voor opleiden, trainen, oefenen en planvorming;

    • e.

      het bespreken van andere onderwerpen die relevant zijn voor de verantwoordelijkheid van de veiligheidsdirectie, waaronder de regionale crisisorganisatie en lessen uit (crisis/rampen)evaluatie.

Artikel 22 Teamleidersoverleg

  • 1.

    Een teamleidersoverleg is een overleg tussen een directeur van de veiligheidsregio en de teamleiders binnen de betreffende directie.

  • 2.

    Het teamleidersoverleg dient om lopende zaken en ontwikkelingen die de teams betreffen te bespreken en af te stemmen over de activiteiten en plannen van de teams en de bestuurlijke en financiële kaders waarbinnen die plaatsvinden.

  • 3.

    Besluiten worden genomen binnen het daartoe verstrekte mandaat en vanuit de gedachte van integraal management.

Hoofdstuk 6 Sturingsinstrumenten

Artikel 23 Beleid, begroting en verantwoording

  • 1.

    De algemeen directeur draagt zorg voor de totstandkoming van de programmabegroting en jaarrekening van de veiligheidsregio, alsmede andere producten in het kader van de planning en controlcyclus.

  • 2.

    De vaststelling van de begroting alsmede andere producten in het kader van de planning en controlcyclus verloopt overeenkomstig het proces als bedoeld in de gemeenschappelijke regeling. Het algemeen bestuur stelt het beleidskader en de programmabegroting vast en geeft daarmee opdracht aan het dagelijks bestuur om het beleid uit te voeren.

  • 3.

    Op basis van de door het algemeen bestuur vastgestelde programmabegroting en beleidsplan stelt de directie, in afstemming met de teamleiders, jaarlijks uitvoeringsplannen op

  • 4.

    De algemeen directeur legt via een bestuursrapportage over de inhoud en uitvoering van beleid van de veiligheidsregio als geheel alsmede over de bedrijfsvoering en het beheer verantwoording af aan het dagelijks bestuur.

  • 5.

    Na vaststelling van de bestuursrapportage legt het dagelijks bestuur verantwoording af aan het algemeen bestuur met het aanbieden van de bestuursrapportage met daarin opgenomen een prognose van het resultaat van het betreffende jaar.

  • 6.

    Het dagelijks bestuur biedt, in overeenstemming met de door het algemeen bestuur gegeven richtlijnen en de relevante wettelijke bepalingen, na afloop van het boekjaar (twaalf maanden) aan het algemeen bestuur de jaarrekening aan.

  • 7.

    Met de vaststelling van de jaarrekening verleent het algemeen bestuur het dagelijks bestuur decharge met betrekking tot het gevoerde beleid en beheer.

Hoofdstuk 7 Bevoegdheidstoedeling

Artikel 24 Bevoegdheidstoedeling

  • 1.

    Bevoegdheden worden uitgeoefend op basis van attributie, delegatie, (onder)mandaat, (onder)volmacht en (onder)machtiging.

  • 2.

    Tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet, dragen de bestuursorganen van de veiligheidsregio voor nader door hen aan te geven categorieën van zaken zorg voor het mandaat, volmacht en machtiging van de uitoefening van een of meer bevoegdheden aan de algemeen directeur ten behoeve van de uitvoering van de taken en verantwoordelijkheden. De gemandateerde en ge(vol)machtigde bevoegdheden worden opgenomen in een mandaatregeling.

  • 3.

    De algemeen directeur kan, tenzij de bestuursorganen dat hebben uitgesloten, de krachtens het tweede lid van dit artikel opgedragen bevoegdheden op grond van de mandaatregeling geheel of gedeeltelijk ondermandateren aan functionarissen binnen de veiligheidsregio.

  • 4.

    Uitgangspunt is dat bevoegdheden voor uitvoering van taken en verantwoordelijkhedendoor middel van (onder)mandaat, (onder)volmacht of (onder)machtiging kunnen worden uitgeoefend binnen de kaders die door het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn vastgesteld.

  • 5.

    De organisatieonderdelen kunnen uitgaven doen en verplichtingen aangaan overeenkomstig de daarvoor vastgestelde mandaatregelen en andere relevante regelingen.

  • 6.

    Bij vervanging van functionarissen zijn de regelingen en de besluiten tot (onder)mandaat, volmacht en machtiging onverkort van toepassing.

Hoofdstuk 8 Slotbepalingen

Artikel 25 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: “Organisatiebesluit Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2025.”

Artikel 26 Overgangsbepalingen

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    Met ingang van de datum waarop deze regeling in werking treedt, vervallen alle eerder vastgestelde organisatiebesluiten van Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek.

Artikel 27 Slotbepaling

In alle gevallen waarin dit besluit niet voorziet, beslist het dagelijks bestuur.

Aldus besloten in de vergadering van het dagelijks bestuur op 19 juni 2025,

de ambtelijk secretaris,

Dhr. J.A. van der Zwan

de voorzitter,

Dhr. G.M. van den Top

Toelichting organisatiebesluit

Algemeen

Dit organisatiebesluit betreft een besluit op hoofdlijnen, waarbij overlap met andere (wettelijke) regelingen zoveel mogelijk is vermeden. Het organisatiebesluit benoemt slechts de belangrijkste organen, taken en bevoegdheden in de sturing op de ambtelijke organisatie. Het geeft dus hoofdstructuur van de organisatie weer. Veel is of wordt uitgewerkt in nadere plannen (zoals het organisatieplan), regelingen (zoals de mandaatregeling), of wordt geregeld in andere (in)formele afspraken (met medezeggenschap).

 

Dit organisatiebesluit bestendigt een aantal belangrijke bestuurlijke besluiten in het kader van de samenwerking tussen de veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek. Het bestuurlijke besluit van 16 oktober 2024 tot harmonisering van de ambtelijke organisatie en uitvoering van de taken door Veiligheidsregio Flevoland en Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek is maatgevend voor de totstandkoming van dit organisatiebesluit. In aanloop hiernaar toe zijn de gemeenschappelijke regelingen van beide veiligheidsregio’s al vrijwel identiek gemaakt. Een volgende stap is een eenduidige organisatie(hoofd)structuur, waardoor beide ambtelijke organisaties als het ware als één organisatie kunnen worden aangestuurd onder een eenhoofdige leiding en de taken zoveel mogelijk op eenduidige wijze kunnen worden ingericht en uitgevoerd.

 

Crisisbeheersing

Het organisatiebesluit geeft ook vorm aan een al langer bestaande behoefte om het proces van crisisbeheersing een duidelijke positie te geven in de organisatiestructuur, naast het huidige primaire proces van brandweerzorg. Crisisbeheersing is, inclusief de gemeenschappelijke taken in bevolkingszorg en de namens de veiligheidsregio bij de GGD belegde uitvoering voor de GHOR-taken, een steeds prominenter onderdeel van de veiligheidsregio. Dit organisatieonderdeel wordt nu als zodanig gepositioneerd in het organisatiebesluit. Dit is ook in lijn met de voorgenomen landelijke ontwikkeling van de Wet veiligheidsregio naar een Wet crisisbeheersing en brandweerzorg.

 

Algemeen directeur

In het verlengde voorziet dit organisatiebesluit in de behoefte om de eindverantwoordelijkheid voor de ambtelijke organisatie van de samenwerkende uitvoeringsorganisatie bij een bredere, meer integraal georiënteerde functie te beleggen. Crisisbeheersing, brandweerzorg en bedrijfsvoering als ondersteunend proces worden in het organisatiebesluit erkend als de drie hoofdprocessen van de veiligheidsregio. Deze drie processen worden ingebed in een directiestructuur, onder eindverantwoordelijkheid van een algemeen directeur. De beweging naar een ambtelijk eindverantwoordelijke was eerder al ingezet door de ambtelijk secretaris, naast de commandant brandweer, meer bevoegdheden te geven. In dit organisatiebesluit vervult de ambtelijke secretaris een ondersteunende en adviserende rol richting het bestuur. De algemeen directeur is een leidinggevende functie en bekleedt zowel de rollen van ambtelijk secretaris, WOR-bestuurder en is tevens voorzitter van de veiligheidsdirectie.

 

Directie

In het directieteam vindt onder leiding van de algemeen directeur de strategievorming van de organisatie en afstemming over organisatiebreed beleid en beheer van de veiligheidsregio plaats. De concerncontroller, de teamleider organisatieontwikkeling & human resources en de teamleider strategie & regie zijn vaste adviseurs in het overleg van de directeuren. De directeur publieke gezondheid, die leiding geeft aan de GHOR en tevens GGD-directeur is, sluit op agendabasis aan bij het directieoverleg voor de integrale opname van het onderdeel GHOR binnen de begroting, beleidsplan en jaarrekening van de veiligheidsregio.

 

Veiligheidsdirectie

In het organisatiebesluit is eveneens de rol en samenstelling van de zogenoemde veiligheidsdirectie verhelderd, aansluitend op de gemeenschappelijke regeling van de veiligheidsregio en overeenkomstig de Wet veiligheidsregio’s. In dit gremium vindt de voorbereidende operationele afstemming met betrekking tot rampen en crises plaats tussen de veiligheidsregio en crisispartners in de algemene keten. De leden van de veiligheidsdirectie vormen de koppeling tussen de veiligheidsregio en de eigen organisatie of kolom voor zowel de voorbereiding als de uitvoering van beleid op rampen- en crisisbeheersing. De coördinerend functionaris fungeert als schakel op de voorbereiding en uitvoering van het onderdeel bevolkingszorg door de deelnemende gemeenten in de veiligheidsregio. Gezamenlijk zijn de leden van de veiligheidsdirectie verantwoordelijk voor de multidisciplinaire aspecten van voorbereiding en uitvoering van rampen- en crisisbeheersing. Het algemeen bestuur wordt door de veiligheidsdirectie geadviseerd op de toepasselijke planvorming, zoals het crisisplan en het regionaal risicoprofiel. Ten minste een keer per jaar en vaker indien nodig in de voorbereiding op specifieke crisisthema’s voert de veiligheidsdirectie overleg met andere crisispartners.

 

Teamleiders

Diverse zaken die in het organisatiebesluit worden beschreven functioneren al als zodanig en worden door de vaststelling van het organisatiebesluit formeel bevestigd. Zo sluit de vorming van directies met daaronder ressorterende teams aan bij de structuur die sinds 1 januari 2020 in werking is gezet door de samenwerking tussen de twee veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek. In beide organisaties zijn (samenwerkende) teams op dezelfde domeinen en taken, die onder leiding staan van een teamleider. In het organisatieplan worden deze teams nader beschreven. De teamleiders zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de taken en doelen die aan de teams zijn opgedragen. In het teamleidersoverleg wordt de directeur van advies voorzien en wordt de onderlinge afstemming en informatie-uitwisseling over zaken binnen en buiten de directie bevorderd.

 

Directeuren

De directeuren brandweerzorg, crisisbeheersing en bedrijfsvoering hebben de verantwoordelijkheid voor de professionele ontwikkeling van de teams en de integraliteit binnen een directie alsmede met andere directies. Een directeur is gericht op de bredere opgaven en thema’s van een directie, in nauwe samenwerking met diens teamleiders en de andere directies. De algemeen directeur ziet op de organisatieontwikkeling en het functioneren van de organisatie als geheel en draagt de eindverantwoordelijkheid voor het realiseren van doelen en beleid binnen bestuurlijk-financiële kaders.

 

Specifieke functies en rollen

Een toekomstbestendig organisatiemodel betekent ook versteviging van een aantal functies of rollen in de organisatie. Zo is in het organisatiebesluit de onafhankelijke positie van de concerncontroller geborgd; deze functie zit niet langer in de lijn van bedrijfsvoering en wordt ook separaat ondersteund op auditing en control. De functies van de functionaris gegevensbescherming (FG) en de chief information security officer (CISO) zijn vanwege hun (wettelijke) onafhankelijke toezichts- en adviesrollen eveneens ondergebracht bij dit team van de concern-controller. Deze positionering dient ook een bredere blik op bedrijfsrisico’s; niet alleen financiële risico’s maar ook gegevensbescherming en informatiebeveiliging komen onder leiding van de concerncontroller nadrukkelijk onder de aandacht van de directie. De verantwoordelijkheid voor de strategie op informatievoorziening wordt met dit organisatiebesluit eveneens geborgd op directieniveau, door koppeling van de rol van chief Information officer (CIO) aan de directeur bedrijfsvoering.

 

Nadere uitwerking

In het Organisatieplan worden de uitgangspunten die gehanteerd worden in dit organisatiebesluit nader uitgewerkt en beschreven. Dit plan gaat in op de bestuurlijk-organisatorische context, de visie, missie, doelen en kerntaken van de organisatie. Ook worden de organisatieonderdelen en besturingsmodellen nader beschreven en wordt de formatie aan directies en teams toebedeeld. Het organisatiebesluit en het organisatieplan vormen input voor de functieboeken waarin de afzonderlijke functies en de verhoudingen tussen afzonderlijke functies beschreven en gewaardeerd worden.

 

Het bestuur van de veiligheidsregio stelt de algemene mandaatregeling vast. De algemeen directeur verkrijgt daarin de benodigde bevoegdheden en kan vervolgens het ondermandaat verlenen aan functionarissen binnen de veiligheidsregio, passend bij het organisatiebesluit en het organisatie- en formatieplan.

Naar boven