Blad gemeenschappelijke regeling van Sociaal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sociaal | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 3106 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sociaal | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 3106 | ander besluit van algemene strekking |
Nadere regels Participatiewet Drechtsteden
overwegende dat het gewenst is om nadere regels vast te stellen omtrent de uitvoering van de Participatiewet in de Drechtsteden, omdat hiermee inwoners ondersteund kunnen worden die niet zelfstanding het minimumloon kunnen verdienen of omdat zij niet in staat zijn gebleken zelfstandig betaald werk te vinden; de Participatiewet moet ervoor zorgen dat meer mensen werk vinden;
artikel 4:81 lid 1, 4:83 en artikel 1:3 lid 4 Algemene wet bestuursrecht (Awb);
artikel 2.5 van de Verordening Werk en Inkomen Dordrecht;
de afstemming met de Regionale cliëntenraad, waaraan de nadere regels zijn gezonden met verzoek om advies;
vast te stellen, de navolgende nadere regels Participatiewet Drechtsteden.
In deze nadere regels wordt verstaan onder:
Indicatie banenafspraak: verklaring dat een persoon tot de doelgroep Banenafspraak behoort. Een persoon krijgt een indicatie banenafspraak wanneer deze door ziekte of handicap (die waarschijnlijk 6 maanden of langer duurt) niet in staat is het minimumloon te verdienen, maar wel kan werken bij een gewone werkgever;
Jongvolwassene in een kwetsbare positie: 1) jongeren van 16 of 17 jaar die nog leerplichtig zijn, voor wie schooluitval dreigt, 2) jongeren van 18 tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald en vanuit specifieke onderwijsposities (pro, vso-profiel arbeidsmarkt en vervolgonderwijs, vmbo-basisberoepsgerichte leerweg, mbo-1) uit het onderwijs zijn gestroomd of zijn doorgestroomd naar of binnen het mbo (niveau 1 of niveau 2) in het daaropvolgende schooljaar en 3) jongeren van 18 tot 27 jaar die wel een startkwalificatie behaald hebben, maar niet zonder ondersteuning een duurzame plek op de arbeidsmarkt kunnen behouden;
Hoofdstuk 2. Werkvoorzieningen
Artikel 2 Doelstelling en reikwijdte
In de ondersteuning wordt gestreefd naar maatwerk, waarbij per individu wordt bekeken welke specifieke voorzieningen nodig zijn. Hierbij kan, in het belang van duurzame arbeidsparticipatie, de periode van ondersteuning van belanghebbende verlengd worden tot een jaar na het moment van uitstroom richting betaald werk.
Artikel 3 Werkplekaanpassingen
Het Dagelijks Bestuur kan een aanpassing van de werkplek aanbieden aan een belanghebbende, als dit noodzakelijk is voor de belanghebbende met een arbeidsbeperking om zijn/haar werk uit te voeren. Voorbeelden van een werkplekaanpassing zijn een rolstoeltoegankelijke werkruimte of een traplift. Er is geen limitatieve lijst van werkplekaanpassingen. In principe kan elk product als een werkplekaanpassing worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is.
Het Dagelijks Bestuur biedt de belanghebbende een werkplekaanpassing als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Er is sprake van een dienstverband/arbeidsovereenkomst voor de duur van ten minste 6 maanden en voor minimaal 12 uur per week. Het toekennen van een werkplekaanpassing gedurende de proefplaatsing behoort tot de mogelijkheden op voorwaarde dat er zekerheid is dat na de proefplaatsing een arbeidsovereenkomst volgt; en
Het Dagelijks Bestuur biedt de meest adequate en meest goedkoopste oplossing, die kwalitatief verantwoord is. De kosten van de werkplekaanpassing dienen proportioneel te zijn. Dat wil zeggen dat de investering in de werkplekaanpassing moet opwegen tegen de opbrengsten van uitstroom naar werk. Bij de beoordeling of de kosten proportioneel zijn worden onder andere betrokken:
Artikel 5 Re-integratie Werkovereenkomst (RWO)
De duur van de RWO voor belanghebbenden wordt vastgesteld op basis van afstand tot de arbeidsmarkt, opleidingsniveau, uitkeringsduur, complexiteit van de functie en persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende en zolang als nodig is voor de werkgever en de GR Sociaal om zich een beeld te vormen van de geschiktheid van de belanghebbende;
De aanvraag moet binnen drie maanden na ingang van de arbeidsovereenkomst worden ingediend, middels het daartoe bestemde aanvraagformulier. Hierbij dient een getekende arbeidsovereenkomst te worden overlegd. De werkgever ontvangt vervolgens een beschikking waarin het formele recht op de baanbonus wordt toegekend, op voorwaarde dat de werkgever na afloop van de arbeidsovereenkomst de benodigde loonstroken kan overleggen. De declaratie inclusief 6e of 12e loonstrook moet uiterlijk drie maanden na afloop van de arbeidsovereenkomst zijn ingediend.
Artikel 7 Loonkostensubsidie en Loonwaardebepaling
Uiterlijk twaalf maanden na afloop van een kalenderjaar waarin een recht op loonkostensubsidie zou bestaan, dient de werkgever per maand een volledig ingevuld declaratieformulier in, vergezeld door een afschrift van de loonstrook van de desbetreffende maand. Onder bijzondere omstandigheden kan het Dagelijks Bestuur ontheffing verlenen van deze indieningstermijn. Wanneer er sprake is van een aanvraag op declaratiebasis, dan dient de werkgever per maand een volledig ingevuld declaratieformulier in, vergezeld door een afschrift van de loonstrook van de desbetreffende maand. Onder bijzondere omstandigheden kan het Dagelijks Bestuur ontheffing verlenen van deze indieningstermijn.
In het geval van een activiteit omschreven in het eerste lid, onder c, worden alleen de kosten vergoed als de activiteit plaats heeft binnen het werkgebied van de gemeenschappelijke regeling Sociaal. Uitzondering hierop is de situatie waarin een belanghebbende een voortraject voor een universitaire opleiding buiten de Drechtsteden volgt. Geen vergoeding wordt toegekend aan personen met een inkomen hoger dan 110% van het van toepassing zijnde sociaal minimum en/of in aanmerking te nemen vermogen.
Artikel 9 Incidentele reiskosten
Indien nodig, wordt na afloop gecontroleerd of de vergoeding op correcte wijze is gebruikt door de belanghebbende. De controle wordt steekproefsgewijs uitgevoerd. Belanghebbenden zijn verplicht (AVV) bewijsmiddelen van de gemaakte vervoerskosten te bewaren tot één jaar na de desbetreffende activiteit.
Artikel 10 Reiskosten woon-werkverkeer
De vergoeding wordt berekend op basis van de ANWB Routeplanner en bedraagt niet meer dan de belastingvrije vergoeding per kilometer. In 2024 is dit een bedrag van €0,23. Bij een reis met het openbaar vervoer, wordt de vergoeding berekend met de reisplanner van 9292. Bij een enkele reisafstand van minder dan 5 km, wordt geen vergoeding toegekend.
Wanneer belanghebbende een reiskostenvergoeding ontvangt van zijn werkgever, vervalt het recht op de regeling woon-werkverkeer, indien deze het niveau van de vergoeding bij berekening volgens het derde lid overstijgt. Indien belanghebbende van zijn werkgever een reiskostenvergoeding ontvangt, maar deze lager is dan de vergoeding bij berekening op basis van het derde lid, krijgt belanghebbende het verschil aangevuld.
Hoofdstuk 3. Verlaging bijstandsnorm
Artikel 12 Verlagen bijstandsnorm bij ontbrekende woonkosten
De bijstandsnorm als bedoeld in artikel 20 en artikel 21 van de Participatiewet wordt op grond van artikel 27 van de Participatiewet verlaagd met 20 procent van het wettelijk sociaal minimum indien de belanghebbende lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet als gevolg van de bewoning van een woning waaraan geen woonkosten zijn verbonden of als gevolg van het niet beschikken over een woning.
‘Het sociaal minimum’ in de uitvoering van dit artikel houdt in: het bedrag zoals vastgelegd in artikel 21 sub b van de Participatiewet.
Hoofdstuk 4. Ondersteuning bij arbeidsinschakeling
Artikel 14 Voorwaarden ondersteuning
Artikel 15 inzet voorzieningen
De arbeidsondersteuning van een jongvolwassene in een kwetsbare positie vindt in eerste instantie en bij voorkeur plaats in de vorm van ondersteuning bij een leer-werktraject, wanneer dit nodig is om te voldoen aan de leer- en kwalificatieplicht. Indien dit niet mogelijk is, dan wordt een centrale voorziening zoals beschreven in de verordening ingezet.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2025-3106.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.