Het dagelijks bestuur van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (RDWI),
gelet op:
- ▪
het voorstel van 6 november met kenmerk 3925-02;
- ▪
artikel 31, tweede lid, onderdeel m en s, van de Participatiewet;
- ▪
artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
- ▪
het advies van de Regionale Cliëntenraad Kromme Rijn Heuvelrug van 15 september 2025,
besluit:
in zijn vergadering van 27 november 2025 vast te stellen de Beleidsregel giften en schadevergoedingen RDWI 2026.
Beleidsregel giften en schadevergoedingen RDWI 2026
In de Participatiewet staat dat bepaalde giften, kostenbesparende bijdragen en schadevergoedingen vrijgelaten kunnen worden.
Giften
Op grond van de Participatiewet mogen giften tot de wettelijke vrijlatingsgrens (per 1 januari 2026 is dat € 1.200 per kalenderjaar) worden vrijgelaten. Giften onder die grens zijn geen middel en hebben dus geen invloed hebben op het recht op bijstand. Dit geeft inwoners met een bijstandsuitkering ruimte om financiële of materiële steun van familie, vrienden of anderen te ontvangen, zonder dat dit direct leidt tot een verlaging of beëindiging van de uitkering. De wettelijke grens wordt jaarlijks geïndexeerd.
Het is de verantwoordelijkheid van de bijstandsgerechtigde om bij te houden wanneer het in de Participatiewet genoemde bedrag wordt bereikt. Giften boven dit bedrag moeten altijd worden gemeld. Het dagelijks bestuur beoordeelt vervolgens of het meerdere al dan niet wordt vrijgelaten of aangemerkt moet worden als middel volgens artikel 31, tweede lid, onderdeel s, van de Participatiewet. Daarbij wordt maatwerk geleverd en rekening gehouden met de individuele omstandigheden van de inwoner. Hiervoor mag inzicht worden gevraagd in de herkomst van ontvangen bedragen of kasstortingen, zodat beoordeeld kan worden of er sprake is van een gift in de zin van de Participatiewet.
Bij de uitvoering van deze beleidsregel wordt maatwerk geleverd en rekening gehouden met de individuele omstandigheden van de inwoner. Hiervoor mag inzicht worden gevraagd in de herkomst van ontvangen bedragen of kasstortingen, zodat beoordeeld kan worden of er sprake is van een gift in de zin van de Participatiewet.
In deze beleidsregel zijn aanvullende regels opgenomen over de wijze waarop wordt omgegaan met giften. Daarnaast biedt deze beleidsregel kaders voor de beoordeling daarvan.
Kostenbesparende bijdragen
Per 1 januari 2026 kunnen ook bepaalde kostenbesparende bijdragen worden vrijgelaten. Het gaat hierbij om bijdragen van anderen die de kosten van het levensonderhoud verlagen, zoals boodschappen, de betaling van gas, elektriciteit of water, de zorgpremie of sportcontributie.
Voor giften en kostenbesparende bijdragen geldt een gezamenlijke wettelijke vrijlatingsgrens die jaarlijks wordt geïndexeerd. Voor zover kostenbesparingen in een kalenderjaar (al dan niet in combinatie met andere giften) het in de Participatiewet genoemde bedrag niet overstijgen, wordt de bijstand niet afgestemd.
Indien de kostenbesparende bijdragen (al dan niet in combinatie met andere giften) hoger zijn dan de wettelijke vrijlatingsgrens, wordt beoordeeld of dit gevolgen heeft voor de bijstandsuitkering. Er vindt dan een beoordeling plaats of de bijstandsuitkering moet worden afgestemd op grond van artikel 18, eerste lid, van de Participatiewet. Dit is een individuele afweging op basis van de omstandigheden van de uitkeringsgerechtigde. Hiervoor zijn geen aanvullende regels opgesteld.
Schadevergoeding
Ook sommige schadevergoedingen kunnen gevolgen hebben voor de bijstandsuitkering. De Participatiewet laat een aantal schadevergoedingen standaard vrij. Voor schadevergoedingen die niet in de wet zijn geregeld, wordt beoordeeld of de schadevergoeding gevolgen heeft voor de bijstandsuitkering.
De beoordeling van schadevergoedingen is een individuele beoordeling. Hierbij wordt rekening gehouden met het doel en de hoogte van de schadevergoeding. In deze beleidsregel zijn hiervoor kaders opgenomen.