Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning ISD Bollenstreek 2026

Het Dagelijks bestuur van de ISD Bollenstreek;

gelet op de artikelen 7, 8, 11 en 17 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020

 

 

besluit vast te stellen het Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning ISD Bollenstreek 2026

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Algemeen

  • a.

    De begrippen in dit Uitvoeringsbesluit worden gebruikt in dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo), de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 en de Uitvoeringsregels maatschappelijke ondersteuning 2026.

  • b.

    De regels voor de bijdrage in de kosten zijn mede gebaseerd op het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en de geldende Verordening Maatschappelijke ondersteuning.

  • c.

    Daar waar het Uitvoeringsbesluit in tegenspraak is met de bepalingen in de Verordening Maatschappelijke ondersteuning, zijn de bepalingen uit de Verordening Maatschappelijke ondersteuning leidend.

Artikel 2. Hoogte tarieven persoonsgebonden budget (pgb)

  • a.

    Het persoonsgebonden budget (pgb) is een verzilveringsvorm van de aan cliënt toegekende maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het pgb kan nooit hoger zijn dan de kosten van de goedkoopste adequate maatwerkvoorziening in natura.

  • b.

    De hoogte van het pgb is gelijk aan de kostprijs van de voorzieningen in natura (ZIN) zoals deze door het Dagelijks Bestuur zijn vastgesteld.

    Deze kostprijzen worden jaarlijks geactualiseerd op basis van de vastgestelde indexaties, zodat de pgb-tarieven steeds aansluiten bij de actuele tarieven van de voorzieningen in natura.

  • c.

    Voor enkele voorzieningen geldt een afwijkende berekeningssystematiek, namelijk:

    • Scootmobielen

    • Handbikes

    • Elektrische handbikes

    • Driewielfietsen (met of zonder trapondersteuning)

  • Voor deze voorzieningen wordt uitgegaan van de aanschafkostprijs van een adequaat hulpmiddel, in plaats van een huurprijs.

  • d.

    De pgb-tarieven worden jaarlijks aangepast op basis van de door het Dagelijks Bestuur vastgestelde indexaties, zoals opgenomen in het Tarievenoverzicht Wmo ISD Bollenstreek.

  • Deze aanpassing vindt in beginsel jaarlijks per 1 januari plaats, maar kan – afhankelijk van de toepasselijke index (bijvoorbeeld cao-wijzigingen) – ook op andere momenten in het jaar plaatsvinden.

  • e.

    De actuele pgb-tarieven worden gepubliceerd in het Tarievenoverzicht op de website van de ISD Bollenstreek. Dit overzicht geldt als leidraad voor de maximale vergoeding die cliënten via de Sociale Verzekeringsbank (SVB) kunnen declareren.

  • f.

    Binnen deze systematiek blijft het onderscheid tussen leveringsvormen gehandhaafd:

    • -

      bij inzet van een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) bedraagt het tarief 70% van het ZIN-tarief;

    • -

      bij inzet van een informele hulp uit het sociaal netwerk bedraagt het tarief 50% van het ZIN-tarief.

  • g.

    Indien een cliënt duurdere ondersteuning wil inkopen dan binnen het vastgestelde tarief past, kan dit uitsluitend als de cliënt het verschil zelf bijbetaalt aan de SVB, conform de regels die de SVB hiervoor hanteert.

Artikel 2a. Indexatie van tarieven voorzieningen in natura

  • a.

    De tarieven voor maatwerkvoorzieningen in natura (ZIN) worden jaarlijks geïndexeerd volgens de door het Dagelijks Bestuur vastgestelde systematiek, zoals vastgelegd in het Tarievenoverzicht Wmo ISD Bollenstreek.

  • b.

    De indexatie volgt de landelijke of sectorale indexen die gelden voor de betreffende voorziening, waaronder de Consumentenprijsindex (CPI), de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA), de cao Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg (cao VVT) en de geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP).

  • c.

    De geïndexeerde tarieven worden ambtelijk verwerkt binnen de vastgestelde systematiek en jaarlijks ter informatie aan het Dagelijks Bestuur voorgelegd.

  • d.

    Indien landelijke of sectorale ontwikkelingen leiden tot aanpassing van de indexatiesystematiek, wordt dit ter besluitvorming aan het Dagelijks Bestuur voorgelegd.

  • e.

    De vastgestelde tarieven zijn gebaseerd op de wettelijke eis van een reële prijs, conform artikel 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

Artikel 3. Gedifferentieerd tarief

  • a.

    Er is sprake van een gedifferentieerde tariefstelling voor inkoop via een pgb bij erkende zorginstellingen, een zelfstandige zonder personeel (ZZP) of eenmansbedrijf en niet-professionals of sociaal netwerk.

  • b.

    Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:

    • 1.

      Onder Zorginstellingstarief wordt verstaan: het tarief voor de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb indien de ingekochte ondersteuning wordt geleverd door gekwalificeerd personeel dat in loondienst is bij een erkende zorginstelling, waarbij de bij de sector behorende CAO nageleefd wordt. In dit tarief is rekening gehouden met de werkgeverslasten die gebruikelijk zijn voor een dergelijke zorginstelling.

    • Onder ZZP tarief wordt verstaan het tarief voor de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb waarbij de ondersteuning wordt geleverd door een persoon die beroepsmatig is gekwalificeerd voor de betreffende ondersteuning, blijkend uit een diploma* van een erkende (Nederlandse) instelling voor beroepsonderwijs. En bij de Belastingdienst en Kamer van Koophandel geregistreerd staat als zelfstandige, eenmansbedrijf of freelancer. Ook personen die werkzaam zijn binnen een collectief van zelfstandig werkende professionals vallen hier onder én zorginstellingen die de in de sector geldende CAO niet naleven. In al deze situaties is sprake van het ontbreken van of minder werkgeverslasten waardoor a.g.v. aannemelijke minder kosten het maximale tarief verlaagd wordt met 20%.

       

    • *Een diploma in de volgende richtingen en opleidingen is vereist:

      • SPH (Sociaalpedagogisch hulpverlening)

      • MWD (Maatschappelijk Werk en Dienstverlening)

      • CMV (Culturele en Maatschappelijke Vorming)

      • Social Work

      • (Ortho)pedagogiek

      • (Toegepaste) psychologie

      • Verpleegkunde

      • Huisartsassistent

      • Ergotherapie

      • Psychomotorische Therapie

      • Crisisinterventie

      • Trauma-geïnformeerde zorg

      • Autisme Spectrum Stoornissen (ASS) begeleiding

      • Onderwijsassistente

      • Gezondheidswetenschappen

      • Leraar Speciaal Onderwijs

         

      • Voor gespecialiseerde begeleiding is minimaal HBO-niveau vereist, terwijl voor reguliere begeleiding een mbo-opleiding op minstens niveau 4 noodzakelijk is. De afdeling Contractbeheer van de ISD Bollenstreek bepaalt of een bepaald diploma of werkervaring voldoende is om gebruik te maken van het ZZP tarief. Werkervaring kan daarbij een rol spelen bij het vaststellen van de mate van professionaliteit van de zorgverlener. Er dient bij de beoordeling van werkervaring onder andere gekeken te worden naar het aantal jaren ervaring, de aard van de zorgverlening, en de relevantie van de ervaring voor de betreffende maatwerkvoorziening.

  • 3.

    Onder Sociaal netwerk tarief wordt verstaan: het tarief voor de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb indien de ondersteuning wordt geleverd door een persoon uit het sociaal netwerk van belanghebbende of door daartoe niet opgeleid persoon. Deze vorm van hulp kan onder de Regeling Dienstverlening aan Huis 1 vallen (art 5 wet LB 1964). Via deze regeling is de budgethouder gevrijwaard van het afdragen van loonheffingen, premies werknemersverzekeringen en heeft daarnaast geen administratieve verplichtingen. Personen niet behorende tot het sociaal netwerk maar wel vallen onder de Regeling dienst verlening aan huis vallen ook onder dit tarief. Het in dit besluit gehanteerde tarief ligt ruim boven het wettelijk minimumloon. Voor individuele begeleiding is aangesloten bij het tarief dat gehanteerd wordt bij de Wet langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet voor niet-professionals.

  • 4.

    Om in aanmerking te kunnen komen voor het Zorginstellingstarief dienen de volgende documenten aangeleverd te worden:

    • a.

      De inschrijving in het Handelsregister waaruit blijkt dat er sprake is van er een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdelen a, c, d, of e van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving van het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of voor het grootste deel bestaan uit het verlenen van (Wmo)zorg.

    • b.

      De melding loonheffingen aanmelding werkgever zoals deze bij de Belastingdienst is ingediend ende bevestiging.

    • c.

      Een kopie van een geanonimiseerde arbeidsovereenkomst waaruit blijkt welke cao wordt toegepast. Het dient daarbij te gaan om een voor de betreffende sector relevante cao die aangemeld is bij de directie UAW van het Ministerie van SZW

  • 5.

    Om in aanmerking te komen voor het ZZP tarief dienen de volgende documenten ingediend te worden:

    • a.

      De inschrijving in het Handelsregister waaruit blijkt dat er sprake is van er een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdelen a, c, d, of e van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving van het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of voor het grootste deel bestaan uit het verlenen van (Wmo)zorg.

    • b.

      Een kopie van een relevant diploma van een erkende (Nederlandse) instelling voor beroepsonderwijs.

  • 6.

    Indien de documenten waarvan sprake is in artikel 3, lid b, onder 4b en/of 4c en/of 4d niet overlegd worden, kan hoogstens het ZZP tarief worden toegekend.

  • 7.

    Indien de documenten waarvan sprake is in artikel 3, lid b onder 4 en 5 niet overlegd worden is automatisch sprake van het Sociaal netwerk tarief.

Artikel 4. Bruto bedragen

  • a.

    De in het tarievenoverzicht van de ISD Bollenstreek gepubliceerde bedragen voor zover van toepassing, inclusief Btw.

  • b.

    De gepubliceerde tarieven zijn bruto tarieven. Dat betekent dat hierin alle kosten besloten zijn, waaronder eventuele werkgeverslasten op het moment dat belanghebbende een overeenkomstig loondienst aangaat met de hulpverlener(s) in het kader van werkgever voor personeel aan huis.

Artikel 5. Betaling

  • a.

    Betaling van het pgb vindt plaats aan de SVB.

  • b.

    In afwijking van lid a vindt betaling van het eenmalige persoonsgebonden budget plaats aan de belanghebbende zelf, tenzij de wetgever hierover nadere regels stelt.

Artikel 6. Eigen bijdrage

  • a.

    Als voor de maatwerkvoorziening die met het pgb ingekocht wordt een eigen bijdrage geldt, wordt ook over het toegekende pgb een eigen bijdrage in rekening gebracht. De hoogte van de eigen bijdrage wordt berekend door het CAK.

  • b.

    Het toegekende pgb mag niet gebruikt worden om de eigen bijdrage te voldoen.

Artikel 7. Duur opleggen eigen bijdrage

De duur van de oplegging van de eigen bijdrage is als volgt:

  • a)

    indien de voorziening bestaat uit hulp bij het huishouden of begeleiding wordt gedurende de looptijd van de voorziening per maand een eigen bijdrage in rekening gebracht. De eigen bijdrage per maand is gemaximeerd tot de kosten die het Dagelijks bestuur van de ISD Bollenstreek in die periode maakt.

  • b)

    indien een voorziening in bruikleen wordt verstrekt wordt gedurende de looptijd van de voorziening per maand een eigen bijdrage in rekening gebracht. De eigen bijdrage per maand is gemaximeerd tot de kosten die het Dagelijks bestuur van de ISD Bollenstreek in die periode maakt.

  • c)

    voor overige voorzieningen, niet in bruikleen, wordt een eigen bijdrage maximaal 84 maandperiodes of 120 maandperiodes (voor aard- en nagelvaste woningaanpassingen) in rekening gebracht.

Artikel 8. Geen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb’s

Voor de volgende maatwerkvoorzieningen wordt geen eigen bijdrage geïnd:

  • a)

    Een algemene voorziening, waaronder mede bedoelt het collectief vraagafhankelijk vervoer. Voor het collectief vraagafhankelijk vervoer geldt een aparte bijdrage regeling.

  • b)

    Een rolstoel inclusief accessoires die onlosmakelijk met de rolstoel verbonden zijn en accessoires niet ten behoeve van het zelfstandig verplaatsen.

  • c)

    Sportvoorziening.

  • d)

    Voorzieningen voor personen jonger dan 18 jaar met uitzondering van woningaanpassingen.

  • e)

    In uitzondering op sub e wordt voor de gemeente Lisse en Hillegom geen eigen bijdrage opgelegd voor woningaanpassingen ten behoeve van personen jonger dan 18 jaar.

  • f)

    De kosten voor verzekering, onderhoud, keuring en reparaties van voorzieningen (na verstrekking).

  • g)

    Voorzieningen geplaatst in algemene ruimten, die ook door anderen worden gebruikt.

  • h)

    De klant of zijn echtgenoot die al een bijdrage in de kosten op grond van artikel 4 of 14 van het Bijdragebesluit zorg verschuldigd is (verblijf in instelling).

  • i)

    Indien een instelling voor algemeen maatschappelijk werk, de Raad voor de Kinderbescherming of het AMHK van mening is dat het opleggen van een eigen bijdrage tot mishandeling, verwaarlozing of ernstige schade voor de opvoeding en ontwikkeling van een minderjarige kan leiden. Het oordeel tot het verlenen van vrijstelling voor de bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening ligt bij het Dagelijks Bestuur.

  • j)

    Huisvesting- en voedingskosten tijdens logeerverblijf geboden door een hulp uit sociaal netwerk, geldt alleen voor gemeente Noordwijk.

  • k)

    Waakvlam begeleiding, regulier en gespecialiseerd.

Artikel 9. Meerkosten tegemoetkoming

Een financiële tegemoetkoming voor: verhuis- en inrichtingskosten of voor het vrijmaken van een aangepaste woning; het bezoekbaar / logeerbaar maken van de woning; het gebruik van een (eigen) auto, gebruik taxi, gebruik van rolstoeltaxi en het gebruik van een bruikleenauto. De bedragen voor meerkosten tegemoetkomingen zijn vastgelegd in Verordening artikel 13

 

Bedragen persoonsgebonden budget vervoersmiddelen

Het gaat hier om een – in principe – éénpersoons vervoermiddel dat voorziet in de vervoersbehoefte op de zeer korte afstand tot en met de middellange afstand. De tegemoetkoming voor vervoersmiddelen gebeurt volgens vastgelegde prijzen die jaarlijks worden geïndexeerd.

 

Bij scootmobielen worden enkel driewielige scootmobielen verstrekt. Opvouwbare scootmobielen worden niet toegekend.

 

De klant is volledig vrij om het toegekende pgb voor de aanschaf, het onderhoud en de verzekering van het geïndiceerde vervoersmiddel te besteden bij een aanbieder of leverancier naar haar keuze, maar dient de extra kosten die haar keuze voor een andere, duurdere aanbieder of leverancier met zich meebrengt uit eigen middelen te betalen voor zover het pgb ontoereikend is.

 

Bedragen persoonsgebonden budget hulpmiddelen

De tegenwaarde van de goedkoopste adequate voorziening die door de ISD Bollenstreek in natura zou zijn verstrekt.

 

Verhuizen

Bij verhuizing klant kunnen leveranciers tot maximaal 2 maanden na stop van de indicatie nog huur declareren bij de ISD Bollenstreek.

 

Hoofdstuk 3 Overige bepalingen

Artikel 10. Primaat van verhuizen

Het bedrag waarboven het primaat van de verhuizing wordt gehanteerd bedraagt € 10.000

Artikel 11. Sportvoorziening

Sportvoorzieningen, in de vorm van een hulpmiddel, worden uitsluitend in de vorm van een pgb verstrekt.

Artikel 12. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning

Lid 1. De persoon of instelling die het pgb uitvoert, voldoet aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving en voldoet aan de voorwaarden die de ISD Bollenstreek stelt aan de voorziening.

Lid 2. De persoon of instelling die het pgb ontvangt, garandeert dat de uitvoering in overeenstemming zal zijn met de geldende en gangbare zorgvuldigheidsmaatstaven. De reikwijdte van deze verplichting wordt beperkt door de eigen verantwoordelijkheid van klant om naar vermogen bij te dragen aan de uitvoering en het resultaat van de maatwerkvoorziening.

Artikel 13. Betrekken van ingezetenen bij beleid

Lid 1. Het Dagelijks bestuur stelt, zoals aangegeven in artikel 17 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020, ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning aangaande maatwerkvoorzieningen te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning aangaande maatwerkvoorzieningen, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.

Lid 2. Het Dagelijks bestuur zorgt ervoor, zoals aangegeven in artikel 17 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020, dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.

Lid 3. Het Dagelijks Bestuur maakt daarbij gebruik van de binnen de Bollenstreek gemeenten fungerende Wmo Adviesraden, waarin de hiervoor onder 1. en 2. beschreven activiteiten zijn belegd.

Lid 4. Afhankelijk van specifieke onderwerpen gaat het Dagelijks bestuur de dialoog aan met andere groeperingen en/of organisaties dan de Wmo Adviesraden van de Bollenstreek gemeenten die specifieke en waardevolle kennis kunnen delen. Naast groeperingen kunnen ook individuele burgers of belangenbehartigers van individuen gevraagd worden mee te denken over te vormen beleidskaders.

Artikel 14. Indexering

Het Dagelijks Bestuur stelt de indexatiesystematiek per leveringsvorm vast (CPI, OVA, HICP of cao VVT) als meerjarig kader. Binnen deze systematiek kunnen, afhankelijk van landelijke of sectorale ontwikkelingen, meerdere indexatiemomenten per jaar voorkomen. De ISD past deze indexaties ambtelijk toe en publiceert de geactualiseerde tarieven. Zie bijlage 2 voor een overzicht toegepaste indexaties per voorziening.

Artikel 15. Publicatie van tarieven

De actuele tarieven maatschappelijke ondersteuning worden, na vaststelling van dit besluit, gepubliceerd op de website van de ISD Bollenstreek.

Deze publicatie omvat het Tarievenoverzicht Wmo ISD Bollenstreek 2026, waarin per voorziening de actuele tarieven, toegepaste indexen en ingangsdata zijn opgenomen.

 

Het Tarievenoverzicht geldt als uitvoeringsdocument waarin de door het Dagelijks Bestuur vastgestelde tarieven en indexaties worden verwerkt.

De onderliggende berekening van de reële kostprijs vormt de ambtelijke onderbouwing en maakt geen onderdeel uit van dit besluit.

Artikel 16. Inwerkingtreding en citeertitel

Lid 1. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.

Lid 2. Het Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2025 wordt per de in het eerste lid genoemde datum ingetrokken

Lid 3. Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning ISD Bollenstreek 2026.

Artikel 17. Geldigheidsduur

De geldigheidsduur van dit besluit is van kracht gedurende de geldigheidsduur van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020.

Het dagelijks bestuur van de ISD Bollenstreek heeft op 19 november 2025 het Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2026 vastgesteld.

D.T.C. Salman

voorzitter

Mr. R.J. ‘t Jong

secretaris

Toelichting  

Tenzij anders is vermeld wordt aangesloten bij de begripsbepaling van de Wmo 2015.

 

Artikelsgewijze toelichting

Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven, worden hieronder behandeld.

 

Artikel 2. Hoogte persoonsgebonden budget (pgb)

In dit artikel is vastgelegd dat het persoonsgebonden budget (pgb) gelijk is aan de kostprijs van de goedkoopst adequate voorziening in natura, zoals vastgesteld door het Dagelijks Bestuur. Hiermee sluit de hoogte van het pgb direct aan bij de tarieven die gelden voor zorg in natura (ZIN).

 

De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de door het Dagelijks Bestuur vastgestelde landelijke of sectorale indexen, zodat de pgb-tarieven steeds in de pas lopen met de actuele prijsontwikkeling.

 

Voor enkele hulpmiddelen – zoals scootmobielen, (elektrische) handbikes en driewielfietsen – geldt een afwijkende berekeningssystematiek, waarbij de kostprijs van aanschaf als uitgangspunt geldt. Deze bepaling voorkomt dat de hoogte van het pgb wordt gekoppeld aan huurprijzen en zorgt dat cliënten voldoende budget ontvangen om een adequaat hulpmiddel aan te schaffen.

 

Door deze werkwijze wordt geborgd dat pgb- en ZIN-tarieven op een eenduidige wijze worden vastgesteld, dat cliënten een passend budget ontvangen en dat de uitvoering aansluit bij de wettelijke eis van een reële prijs.

 

Artikel 3. Gedifferentieerd tarief

In artikel 3 maakt de ISD Bollenstreek onderscheid tussen welke persoon de ondersteuning levert. Er worden twee verdelingen gemaakt

 

Er geldt een lager tarief voor een persoon die niet werkt via een daartoe gekwalificeerde instelling. Daarbij wordt in de tariefstelling ook nog een onderscheid tussen een opgeleid persoon en een niet opgeleid persoon gemaakt.

 

Voor een niet opgeleid persoon geldt dat dit (ook) een mantelzorger kan zijn of iemand uit het sociale netwerk van de klant. Uitgangspunt hierbij blijft dat dit waar mogelijk als voorliggende voorziening gezien wordt en om die reden onbetaald verricht wordt.

 

Voor de pgb tarieven voor een opgeleid persoon die niet werkt via een daartoe gekwalificeerde instelling geldt dat het gangbare praktijk is dat deze circa 20% lager kunnen liggen dan tarieven waarmee vergelijkbare zorg in natura wordt ingekocht. Dat heeft ermee te maken dat er minder overheadkosten hoeven te worden mee berekend.

 

Het pgb is aan maxima gebonden. Hiermee wordt bewerkstelligd dat niet méér vergoed wordt dan de daadwerkelijke kosten die belanghebbende maakt, voor zover deze lager liggen dan het maximum. Belanghebbende moet in dat kader inzichtelijk maken wat de concrete kosten zijn, voordat het pgb wordt uitbetaald.

 

Ten aanzien van sub b onder 3 is van belang dat in de nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 34) de regering heeft aangegeven dat onder genoemde personen het sociale netwerk inclusief mantelzorgers kunnen vallen. Wel is de regering van mening dat de beloning van het sociale netwerk in elk geval beperkt moet blijven tot die gevallen waarin het de gebruikelijke hulp overstijgt en dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. Overeenkomstig de huidige Wmo-praktijk met betrekking tot informele hulp wordt hierbij in ieder geval gedacht aan diensten (zorg van mantelzorgers bijvoorbeeld). Informele hulp bij hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen is minder goed denkbaar. Ingeval ook hiervoor een pgb wordt aangevraagd is voor de ISD Bollenstreek van belang dat slechts een pgb wordt verstrekt indien naar het oordeel van het Dagelijks bestuur is gewaarborgd dat de in te kopen diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt (artikel 2.3.6, tweede lid, onder c, van de wet). Bij het beoordelen van de kwaliteit als bedoeld in artikel 2.3.6, tweede lid, onder c, van de wet weegt het Dagelijks bestuur mee of de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt (artikel 2.3.6, derde lid, van de wet).

 

Artikel 7. Duur opleggen eigen bijdrage

Dit artikel regelt de duur waarover de cliënt een eigen bijdrage is verschuldigd. De Wmo 2015 maakt het mogelijk een eigen bijdrage te vragen tot de kostprijs is voldaan. Gekozen is dit op te nemen maar te maximeren tot 7 jaar voor alle woon- en vervoersvoorzieningen, niet in bruikleen, of 10 jaar voor aard- en nagelvaste woningaanpassingen.

 

Artikel 8. Geen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb’s

In een aantal gevallen mag op grond van de geldende regelgeving geen eigen bijdrage worden geheven dan wel wordt dit niet opportuun geacht. Artikel 9 geeft hier nadere invulling aan.

 

Een eigen bijdrage voor een rolstoel (in natura dan wel met een pgb) is, gezien het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 niet toegestaan.

 

Uitzondering daarop vormen de accessoire die het mogelijk maken de rolstoel buitenshuis te gebruiken als zelfstandige vervoersvoorziening (vergelijkbaar met een scootmobiel).

 

Een elektrische aandrijfsysteem voor een rolstoel of een aankoppelfiets zijn accessoires die bedoeld zijn voor lokaal verplaatsen. In huis is dit soort hulpstuk namelijk niet nodig. De rolstoel verandert daarmee in een vervoersvoorziening, echter voor de rolstoel zelf kan nog steeds geen bijdrage gevraagd worden. Voor het elektrische aandrijfsysteem of de aankoppelfiets wel. Deze zijn namelijk niet onlosmakelijk verbonden met de rolstoel. Zonder deze accessoires functioneert de rolstoel namelijk nog steeds als rolstoel.

 

De eigen bijdrage is niet van toepassing op duwondersteuning op een rolstoel als bijvoorbeeld de partner of mantelzorger onvoldoende kracht heeft om de rolstoel te duwen. In dit geval wordt de rolstoel met accessoire namelijk geen zelfstandige vervoersvoorziening. De cliënt kan de rolstoel met accessoire niet zelfstandig bedienen.

 

Ook voor een voorziening in een gemeenschappelijke ruimte van een wooncomplex wordt geen eigen bijdrage gevraagd. Van een voorziening in een gemeenschappelijke ruimte kunnen ook anderen gebruik maken. Deze kunnen daarmee ook ten goede komen van andere personen met een beperking. Om die reden wordt in dat geval bij de individuele belanghebbende geen eigen bijdrage geheven.

 

Artikel 10. Primaat van verhuizen

Dit artikel bepaalt bij welk bedrag (wanneer) het primaat van verhuizen beoordeelt dient te worden aan de hand van de in de Uitvoeringsregels genoemde afwegingspunten.

 

Artikel 12. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning

Dit artikel is een uitwerking van het bepaalde in artikel 10 de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020.

 

Artikel 14. Indexering

In dit artikel is vastgelegd dat de jaarlijkse indexatie van tarieven plaatsvindt op basis van de door het Dagelijks Bestuur vastgestelde systematiek. Hiermee is geborgd dat de tarieven binnen de Wmo aansluiten bij de landelijke loon- en prijsontwikkelingen, zoals de Consumentenprijsindex (CPI), de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA), de cao Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg (cao VVT) en de geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP).

 

De ISD Bollenstreek voert de indexaties ambtelijk uit binnen deze bestuurlijk vastgestelde kaders en publiceert de geactualiseerde tarieven in het Tarievenoverzicht Wmo ISD Bollenstreek.

 

Deze werkwijze voorkomt dat voor iedere afzonderlijke indexatie een apart besluit hoeft te worden genomen, terwijl het Dagelijks Bestuur formeel bevoegd blijft tot tariefvaststelling. Beleidsmatige wijzigingen in de indexatiesystematiek worden altijd opnieuw ter besluitvorming aan het DB voorgelegd.

 

Artikel 16. Inwerkingtreding; citeertitel

Dit artikel benoemt de citeertitel van dit Besluit en geeft aan wanneer het Uitvoeringsbesluit in werking treedt.

 

Artikel 17. Geldigheidsduur

Dit artikel bepaalt dat de geldigheidsduur van dit Uitvoeringsbesluit gelijk loopt aan de duur van de Verordening. Het in de Verordening gestelde met betrekking tot periodieke evaluatie van het gemeentelijke beleid en dientengevolge eventuele bijstelling van de Verordening is eveneens van toepassing op dit Uitvoeringsbesluit.

Bijlage 1 Vergoeding van kosten van onderhoud en keuring ingevolge artikel 13 lid 1 sub j Verordening maatschappelijke ondersteuning

 

De fabrieksgarantie op een traplift bedraagt twee jaar. Na afloop van deze periode beoordeelt de ISD Bollenstreek of onderhouds- of reparatiekosten voor vergoeding in aanmerking komen. Alleen kosten die niet onder garantie vallen en niet verwijtbaar zijn, kunnen worden vergoed.

 

De ISD heeft met de gecontracteerde leverancier een onderhoudscontract voor de eerste gebruiksjaren. Na afloop van deze periode kan de cliënt, bij eigendom van de traplift, jaarlijks een maximale vergoeding ontvangen voor noodzakelijk onderhoud.

 

De hoogte van deze vergoeding wordt vastgesteld en gepubliceerd in het tarievenoverzicht op de website van de ISD Bollenstreek.

  • 1.

    Alleen de werkelijk gemaakte kosten van onderhoud en keuring aan voorzieningen, zoals trapliften, rolstoelliften, woonhuisliften en vergelijkbare hulpmiddelen, komen voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking, met inachtneming van de vastgestelde maximale vergoedingen.

  • 2.

    De ISD Bollenstreek baseert deze maximale vergoedingen op branchegemiddelden en prijsinformatie van fabrikanten en onderhoudsbedrijven.

  • 3.

    De actuele vergoedingsbedragen worden gepubliceerd in het tarievenoverzicht op de website van de ISD Bollenstreek en worden zo nodig aangepast aan marktontwikkelingen of gewijzigde onderhoudsnormen.

  • 4.

    Indien het onderhoudscontract een looptijd heeft van één jaar, wordt het toepasselijke maximale vergoedingsbedrag naar rato vastgesteld (50% van het bedrag bij een tweejarig contract).

  • 5.

    Maximale toeslagen op de in het tarievenoverzicht genoemde bedragen kunnen worden toegepast in de volgende situaties:

    • 50% toeslag voor installaties geplaatst buiten de woning;

    • 50% toeslag voor installaties die meer dan één verdieping overbruggen;

    • 50% toeslag voor installaties die zijn uitgevoerd met elektrisch aangedreven plateaus, afrijdbeveiliging of elektrisch wegklapbare raildelen.

  • 6.

    Reparatiekosten die het vastgestelde maximum overschrijden kunnen, op basis van een offerte en een individuele beoordeling, geheel of gedeeltelijk worden vergoed als de kosten redelijk en noodzakelijk zijn.

Bijlage 2 Overzicht toegepaste indexaties per voorziening

 

Voorziening

Gebruikte index

Ingangsdatum

Hulp bij het huishouden (HbH)

cao VVT

1 september 2025**

Individuele begeleiding en dagbesteding

CPI augustus

1 januari

Individuele begeleiding (vanaf ingang nieuwe aanbesteding)

90% OVA en 10% HICP

1 januari*

Dagbesteding (vanaf ingang nieuwe aanbesteding)

70% OVA en 30% HICP

1 januari*

Respijtzorg met kortdurend verblijf/logeren

CPI augustus

1 januari

Respijtzorg met kortdurend verblijf/logeren (vanaf ingang nieuwe aanbesteding)

70% OVA en 30% HICP

1 januari*

Respijtzorg met ondersteuning in eigen woonomgeving (vanaf ingang nieuwe aanbesteding)

90% OVA en 10% HICP

1 januari*

Beschermd Wonen

OVA en HICP

1 januari

Maatschappelijke opvang

OVA en HICP

1 januari

Woningaanpassing

CPI augustus

1 februari

Trapliften

CPI augustus

1 februari

Hulpmiddelen algemeen

70% OVA en 30% CPI

1 februari

Vervoer (CVV/ Regiotaxi)

LTI

1 januari

Artikel 13 – Tegemoetkoming meerkosten

CPI augustus

1 januari

Sportvoorzieningen

CPI augustus

1 januari

Onderhoud en keuring

CPI augustus

1 januari

Vervoerskostenvergoeding

CPI augustus

1 januari

Medische advisering

CPI augustus

1 januari

Doven en doofblinden

CPI augustus

1 januari

*Alleen in 2026 geldt afwijkende ingangsdatum

** Kan meerdere keren per jaar wijzigen

Naar boven