Blad gemeenschappelijke regeling van Samenwerkingsverband Noord-Nederland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Samenwerkingsverband Noord-Nederland | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 3006 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Samenwerkingsverband Noord-Nederland | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 3006 | beleidsregel |
[Openstelling Programma Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling 2021-2027 NoordNederland (EFRO)]
Challenge-based innoveren in Noord-Nederland
Met deze subsidie-openstelling roepen we een partij of consortium op om aan de hand van een challenge-based innoveren-aanpak kansen te benutten binnen de vier transities Hierbij dient er sprake te zijn van synergie tussen economische en maatschappelijke doelstellingen en het maken van impact. Met behulp van deze aanpak worden probleemeigenaren en innovatieve oplossers beter aan elkaar gekoppeld én worden regionale kansen en problemen beter en sneller opgepakt en opgelost.
Challenge-based innoveren als aanpak wordt daarmee een (verdere) aanvulling en verbetering van het innovatie-ecosysteem van Noord-Nederland en vergroot de regionale concurrentiekracht.
Het Programma Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling 2021-2027 Noord-Nederland (EFRO-programma) kent meerdere doelstellingen. De drie belangrijkste doelstellingen uit het EFRO-programma zijn:
Deze openstelling is (voornamelijk) gericht op de eerste doelstelling en als afgeleide gericht op de tweede doelstelling. Hierbij wordt gestreefd naar synergie tussen economische en maatschappelijke doelstellingen en het maken van impact.
Daarnaast zijn er in het EFRO-programma een drietal uitgangspunten gedefinieerd:
In het EFRO-programma staan vier transities centraal waarmee we als Noord-Nederland te maken hebben: ‘van een lineaire naar circulaire economie’, ‘van fossiele naar hernieuwbare energie’, ‘van zorg naar (duurzame) gezondheid’ en ‘van analoog naar digitaal’. De transities dienen als aangrijpingspunt om kansen en bedreigingen die volgen uit deze transities aan te pakken. Hierbij ontstaat (maatschappelijke) vraagarticulatie en urgentie die richtinggevend is voor innovatie in onze regio. Maar er spelen vele uitdagingen rondom innovatievraagstukken, zo dient de innovatieve oplossing bijvoorbeeld goed aan te sluiten bij eindgebruikers en dient er ook rekening gehouden te worden met weerstand die huidige of nieuwe technieken kunnen oproepen. Betaalbaarheid van (huidige en nieuwe) diensten en producten, marktfalen, eigenaarschap (van het probleem) en/of complexiteit in de keten kunnen andere belangrijke uitdagingen zijn. Verder kan een probleem niet duidelijk zijn, zichtbaar zijn of kunnen oplossingen niet worden gevonden (terwijl die – elders – wel beschikbaar zijn). Al deze uitdagingen spelen ook in Noord-Nederland.
Wat is een challenge-based innoveren-aanpak?
Een challenge-based innoveren-aanpak is een methode waarbij een organisatie een specifiek, complex maatschappelijk of zakelijk vraagstuk (een "challenge") voorlegt aan externe experts, zoals startups of innovators, om gezamenlijk innovatieve oplossingen te ontwikkelen. Deze aanpak versnelt innovatie door toegang te krijgen tot een bredere pool van kennis en ideeën, verkent onverwachte oplossingen en vermindert risico's door gebruik te maken van reeds bestaande concepten in pilotprojecten.
Kernaspecten van een Challenge-Based Innoveren aanpak:
De organisatie identificeert een specifiek en betekenisvol maatschappelijk of zakelijk vraagstuk.
De uitdaging wordt geformuleerd op een manier die andere experts uitdaagt om creatief en buiten de gebaande paden te denken.
De uitdaging wordt gedeeld met een pool van potentiële innovators, bijvoorbeeld via platforms die gespecialiseerd zijn in innovatie challenges.
4. Ontwikkel en test oplossingen:
De geselecteerde innovators presenteren hun oplossingen en, in samenwerking met de organisatie, brengen ze deze tot leven in pilotprojecten.
De meest veelbelovende oplossingen worden geïmplementeerd, waarbij er direct draagvlak is gecreëerd door de samenwerking.*
* bron: openbare Google-zoekopdracht
Zoals hierboven beschreven kan challenge-based innoveren een effectieve aanpak zijn om deze uitdagingen te lijf te gaan en de kansen die er zijn te benutten. Kernwoorden van challenge-based innoveren zijn: een gestructureerd proces van probleemoplossing, co-creatie, out-of-the-box denken, multidisciplinaire samenwerking en het opdoen van nieuwe kennis en vaardigheden.
Deze aanpak is niet nieuw en ook in Noord-Nederland zijn er in de afgelopen jaren al de nodige ervaringen opgedaan. Onder meer via Groningen Open, het Startup in Residence-programma en niet in de laatste plaats de Sustainable Industry Challenge van Chemport Europe. Deze initiatieven hebben waardevolle resultaten, kennis en lessen opgeleverd.
Met deze openstelling willen we investeren in een noordelijke aanpak van challenge-based innoveren, om zodoende kansen te benutten binnen de vier transities. Hierbij dient er sprake te zijn van synergie tussen economische en maatschappelijke doelstellingen en het maken van impact. De aanpak wordt daarmee een (verdere) aanvulling en verbetering van het innovatie-ecosysteem van Noord-Nederland. Een partij of consortium wordt met deze openstelling uitgedaagd om te komen met een aanpak, waarbij bedrijven, (cluster)organisaties en (semi) overheden in Noord-Nederland worden ondersteund in het articuleren van hun (complexe/keten) probleem (de challenge), het vinden van een oplossing en daarmee aan de slag gaan (het daadwerkelijk maken van impact). Dit versnelt en verbetert innovatie en voegt waarde toe aan en versterkt de onderlinge samenwerking binnen het innovatie-ecosysteem van Noord-Nederland.
Wat maakt een project een goed project?
Een goed project voor deze openstelling is gericht op een aanpak van challenge-based innoveren, belangrijke elementen daarin zijn:
De aanpak dient het ophalen van gerichte/specifiek benodigde hoogwaardige kennis en competenties van buiten de regio te faciliteren en bij voorkeur in de regio te laten landen. Deze kennis en competenties van buiten de regio zijn essentieel om kansen in de eigen regio te verzilveren. De aanpak zorgt er hierdoor voor dat mogelijkheden beter worden benut die partijen in andere regio’s bieden én levert een bijdrage aan het beter verbinden van het noordelijke ecosysteem aan de ecosystemen van andere regio’s in binnen- en buitenland.
Belangrijke partners/stakeholders van het innovatie-ecosysteem in Noord-Nederland hebben zich verbonden aan het initiatief. Daarmee is er in voldoende mate sprake van commitment op een eenduidige noordelijke aanpak en werken er mee samen. Dit voorkomt (verdere) fragmentatie en versterkt onderlinge samenwerking.
Wij zoeken een partij of consortium dat in staat is aan deze eisen te voldoen en daarnaast bereid is opgedane kennis en leereffecten (op basis van gedegen, evidence-based monitoring) openlijk te delen. Het project zet Noord-Nederland aan en inspireert tot meer innoveren, onder andere door de zichtbaarheid van problemen en oplossingen te vergroten. Het project draagt daarmee bij aan de regionale concurrentiekracht en uitstraling als innovatieve regio.
Wij bieden voor dit project een maximale subsidie van €2.000.000,- voor de periode tot maximaal 31 juli 2029. Het maximale subsidiepercentage bedraagt 50% van de subsidiabele kosten.
De subsidie wordt opengesteld van 10 oktober 2025 12:00 tot en met 19 december 2025 12:00. Aanvragen die na deze datum worden ingediend, worden afgewezen.
Alleen complete aanvragen waarbij alle verplichte documenten zijn aangeleverd worden beoordeeld. Lever daarom alle gevraagde en verplichte documenten op de juiste manier aan. De subsidieaanvraag dient u in via het EFRO-webportaal.
De verplichte documenten voor deze openstelling zijn:
o Bewijsvoering waaruit te herleiden is wie tekenbevoegd is.
o Bewijsvoering waaruit te herleiden is wie tekenbevoegd is.
Alle aanvragen waarbij alle verplichte documenten zijn aangeleverd worden parellel beoordeeld op ontvankelijkheid (onderdeel van de subsidie-technische toets) door het SNN en inhoudelijk beoordeeld door de Deskundigencommissie. De Deskundigencommissie bestaat uit onafhankelijke deskundigen. Zij adviseren het SNN over de toekenning van de subsidie. Dit doen zij op basis van de landelijk afgesproken selectiecriteria uit het beoordelingskader.
Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Dit betekent dat de projecten die als eerste compleet zijn ingediend als eerste in aanmerking komen voor subsidie. Er geldt een ondergrens van 70 punten. Projecten die minder dan 70 punten scoren, komen niet in aanmerking voor subsidie. Deze projecten dragen onvoldoende bij aan de doelstellingen van het subsidieprogramma. Daarnaast geldt dat voor elk criterium minimaal de helft van het maximaal aantal te behalen punten dient te worden gescoord.
In de subsidie-technische toets wordt een aanvraag getoetst op beleidscriteria, harde afwijzingsgronden en maximale staatssteun. Wij kunnen u tijdens de subsidie-technische toets vragen om aanvullende informatie aan te leveren. Dit doen wij wanneer de verstrekte informatie nog onvoldoende is om te komen tot een beschikking.
Aanvragen worden beoordeeld conform de beoordelingsmethodiek en beoordelingscriteria die gelden voor het EFRO-programma 2021-2027 Noord-Nederland.
Aan projecten worden per criterium punten toebedeeld, waarbij per criterium vijf verschillende gradaties mogelijk zijn. Het maximumaantal punten verschilt per criterium. De te behalen punten per criterium en gradatie worden hieronder nader toegelicht.
De projecten worden door de Deskundigencommissie op de volgende criteria beoordeeld:
1. De bijdrage van een project aan de doelstellingen van het programma en de openstelling
Bij het beoordelen van dit criterium wordt gevraagd om een kwalitatief oordeel te geven over het projectvoorstel in relatie tot wat met het programma, de betreffende specifieke doelstelling en de openstelling wordt beoogd.
2. De bijdrage van een project aan maatschappelijke impact en duurzame ontwikkeling. Bij dit criterium gaat het om de vraag in hoeverre het project aan de hand van challenge-based innoveren erin slaagt economische en maatschappelijke doelstellingen met elkaar te verbinden en synergie weet te bewerkstelligen; dus in hoeverre een project inspeelt op maatschappelijke uitdagingen – de RIS3-transities –, daar economisch voordeel uit weet te creëren en tevens maatschappelijke impact genereert.
In de beoordeling wordt meegenomen:
In bredere zin wordt bij dit criterium beoordeeld in hoeverre een project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en niet leidt tot onnodig negatieve effecten in termen van duurzame ontwikkeling (het ‘do no significant harm’-principe).
Ecologische duurzaamheid (‘planet’), hierbij valt te denken aan efficiënt gebruik van hulpbronnen, verhogen van de biodiversiteit, klimaatadaptie en mitigatie; duurzaam watergebruik en beheer; tegengaan van vervuiling van het milieu; verbetering van de luchtkwaliteit; en herstelvermogen voor rampen, risicopreventie en beheer;
Dit dient in overeenstemming te zijn met de definitie in het Brundtland Rapport2: Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder de behoeften van toekomstige generaties, zowel hier als in andere delen van de wereld, in gevaar te brengen. Alsmede dat het project positief bijdraagt aan de beginselen gendergelijkheid en non-discriminatie in brede zin.
3. Het financieel en economisch toekomstperspectief van een project.
Bij dit criterium wordt een project beoordeeld op de economische impact tijdens de projectperiode en het perspectief op de langere termijn, dat wil zeggen, na afloop van de subsidieperiode. Het kan gaan om directe impact van een project of om het potentieel van een project om vervolginitiatieven te genereren, veranderingen teweeg te brengen en/ of andere partijen te enthousiasmeren en inspireren.
De mate waarin de partij of het consortium, op basis van de gekozen aanpak, borgt dat er bij de problemen (challenges) sprake is van urgentie, eigenaarschap, uitvoerbaarheid en impact. Levert de aanpak voldoende economische impact op en is de aanpak voldoende business gericht? Onderbouwing op basis van resultaten, kennis en lessen (evaluaties) van initiatieven uit het verleden kunnen hierbij een rol spelen;
4. De innovativiteit van een project.
Bij dit criterium wordt een project beoordeeld op het vernieuwende karakter. Het gaat om vernieuwing in brede zin, binnen een project zelf en/of vernieuwing die een project teweegbrengt.
De mate waarin de kwaliteit en innovativiteit van de aanpak de potentie heeft tot het vergroten van de regionale concurrentiekracht. Onder meer doordat het project erin slaagt om gerichte/specifiek benodigde hoogwaardige kennis en competenties van buiten de regio op te halen. De aanpak zorgt er daarmee voor dat mogelijkheden beter worden benut die partijen in andere regio’s bieden én die het noordelijke ecosysteem beter verbinden aan de ecosystemen van andere regio’s in binnen- en buitenland.
5. De kwaliteit van een aanvraag.
Bij dit criterium wordt beoordeeld op de kwaliteit van de aanvrager en de kwaliteit van het projectplan.
a. De kwaliteit van de aanvrager;
Het gaat bij dit element primair om de vraag of de partij of het consortium wordt toevertrouwd projectdoelstellingen daadwerkelijk te realiseren en de risico’s die met projectuitvoering gepaard gaan, weet te beheersen. Hierbij gaat het om:
b. De kwaliteit van het projectplan. Hierbij gaat het om:
Vervolgens wordt de subsidieaanvraag met een zwaarwegend advies van de Deskundigencommissie ter besluitvorming voorgelegd aan het Dagelijks Bestuur van het SNN (DB SNN). Na het besluit van het DB SNN volgt de subsidiebeschikking. De beslisperiode voor het geven van een beschikking is 26 weken. Deze tijd loopt vanaf het moment dat de aanvraag is ingediend. De beslisperiode wordt opgeschort als aanvullende informatie wordt gevraagd.
Subsidies die vanuit deze openstelling worden verstrekt worden gefinancierd vanuit het EFRO-programma, aangevuld met Rijkscofinanciering. Dit fonds wordt in Noord-Nederland ingezet via het EFRO-programma 2021-2027 Noord-Nederland. Als juridische grondslag op deze uitvoeringsregeling geldt de Regeling Europese EZ-subsidies (REES), de Uitvoeringswet EFRO, de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies, de GB-verordening en de Algemene wet bestuursrecht.
Subsidie wordt alleen verstrekt wanneer:
Kosten komen voor subsidie in aanmerking (subsidiabele kosten) als:
Projectkosten zijn subsidiabel wanneer de verplichtingen die leiden tot werkzaamheden zijn aangegaan na de datum waarop het SNN de subsidieaanvraag heeft ontvangen. Ook moeten de werkzaamheden die tot de kosten leiden, zijn verricht op uiterlijk de einddatum van het project. Daarbij moeten de projectkosten betaald zijn binnen 13 weken na de einddatum van de projectperiode. Dit met uitzondering van eventuele accountantswerkzaamheden die verricht worden voor het verzoek tot definitieve vaststelling;
De penvoerder is voor het SNN het aanspreekpunt voor het project én de partij aan wie het SNN de subsidie uitkeert. De penvoerder is verantwoordelijk voor indienen van de aanvraag en het doorbetalen van de subsidie aan andere deelnemers. Afspraken hierover moeten in de samenwerkingsovereenkomst worden vastgelegd.
Deze subsidie is in de basis bedoeld voor (een) uitvoerende partij(en) van de challenge-based innoveren-aanpak in Noord-Nederland.
Bij een samenwerkingsverband wordt de subsidie aangevraagd door een deelnemer aan het samenwerkingsverband, waarbij het project de instemming draagt van alle deelnemers van het samenwerkingsverband. De samenwerking moet worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst die door alle deelnemers wordt ondertekend.
Een subsidieaanvraag wordt zonder meer afgewezen als het DB SNN door toewijzing niet zou voldoen aan verplichtingen gesteld in de GB-verordening, of andere geldende wet- en regelgeving. Dit houdt onder andere in dat een aanvraag in ieder geval wordt afgewezen als:
Subsidie wordt verstrekt voor de periode die nodig is voor de uitvoering van het project. De maximale projectperiode is tot uiterlijk 31 december 2028. De kosten komen voor subsidie in aanmerking vanaf het moment dat de subsidieaanvraag is ingediend. Gaat het project later van start? Dan geldt dat de kosten voor subsidie in aanmerking komen vanaf de startdatum.
Wijzigt er iets in het project? Dan moet u deze wijziging zo snel mogelijk melden bij het SNN.
De subsidieaanvrager moet minimaal een keer per jaar een voortgangsrapportage indienen. In deze voortgangsrapportage staat de financiële en inhoudelijke voortgang van het project over de voorafgaande periode. Voor deze rapportage moet het door het SNN verstrekte format gebruikt worden. Als er niet degelijk wordt gerapporteerd kan de subsidie worden ingetrokken of verlaagd.
Wanneer gestart is met de uitvoering van het project kan een voorschot van 20% van de maximaal verleende subsidie worden verstrekt. Dit voorschot wordt niet verstrekt als het SNN een obstakel in de uitvoering van het project constateert.
Na het afronden van een voortgangsrapportage zal een extra voorschot worden uitbetaald. De hoogte van dat voorschot wordt bepaald op basis van de gemaakte en betaalde kosten. In totaal kan er voor maximaal 95% aan voorschotten worden uitbetaald.
Het resterende subsidiebedrag wordt bij de projectvaststelling uitbetaald.
Uiterlijk 13 weken na de einddatum van het project moet een vaststellingsverzoek worden ingediend. Hiervoor moet het format van het SNN gebruikt worden. Een lijst van aan te leveren documenten bij de vaststelling wordt in de verleningsbeschikking opgenomen. Een rapport van bevindingen door een accountant kan hier onderdeel van zijn.
De subsidie wordt lager vastgesteld als de gerealiseerde kosten lager zijn dan begroot. Ook kan de subsidie lager worden vastgesteld wanneer niet aan de verplichtingen in de verleningsbeschikking is voldaan. Voor de berekening van de uiteindelijke subsidie wordt uitgegaan van het subsidiepercentage bij verlening.
Het SNN kan de uitbetaling van de subsidie opschorten als de financiering vanuit de Europese Commissie niet beschikbaar is.
Besluit tot vaststelling van de uitvoeringsregeling
Deze uitvoeringsregeling is door het DB SNN vastgesteld. Dit heeft zij gedaan in haar hoedanigheid van beheerautoriteit Noord-Nederland. De uitvoeringsregeling wordt gepubliceerd en treedt in werking op 10 oktober 2025 en werkt terug tot deze datum voor zover bekendmaking plaatsvindt na 10 oktober 2025.
De uitvoeringsregeling wordt aangehaald als: Challenge-based innoveren in Noord-Nederland.
Linkjes naar wet-, regelgeving en algemene informatie
GB-verordening nr. 2021/1060 (Klik hier).
Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies (Klik hier).
Uitvoeringswet EFRO (Klik hier).
Algemene groepsvrijstellingsverordening nr. 651/2014 (Klik hier).
De-minimis steun Nr. 1407/2013 (Klik hier).
RIS3 (Klik hier).
Publiekssamenvatting EFRO-programma 2021-2027 Noord-Nederland (Klik hier).
Algemene wet bestuursrecht (Klik hier).
Dit bedoelen wij met de begrippen die wij gebruiken:
GB-verordening: Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021. Deze bevat de gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006;
REES: Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat 8 oktober 2021, nr. WJZ/20222966. Hierin staat de wijziging van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021 in verband met specifieke regels voor de subsidiabiliteit van uitgaven. Ook bevat de regeling andere wijzigingen in het kader van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en Europese territoriale samenwerking en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2025-3006.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.