Huishoudelijk Reglement Jeugdbrandweer VRR 2025

De commandant, handelend namens het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond,

 

constaterende dat het Huishoudelijk reglement Jeugdbrandweer verouderd is en aanpassing behoeft;

 

gelet op artikel 33b, eerste lid, onder c van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

 

besluit:

 

vast te stellen het Huishoudelijk Reglement Jeugdbrandweer VRR 2025

 

Inhoudsopgave

Artikel 1 Definities. 3

Artikel 2 Doel van de jeugdbrandweer 3

Artikel 3 Standplaats en groepsindeling. 4

Artikel 4 Aanwijzing jeugdlid. 4

Artikel 5 Voorwaarden voor aanwijzing bij de jeugdbrandweer 4

Artikel 6 Aanwijzingsprocedure. 4

Artikel 7 Oefenavonden. 5

Artikel 8 Opleiding jeugdlid. 5

Artikel 9 Inzet jeugdbrandweer 5

Artikel 10 Verplichtingen jeugdlid. 5

Artikel 11 Verzekering jeugdlid. 7

Artikel 12 Financiering jeugdbrandweer 7

Artikel 13 Eigen bijdrage jeugdlid. 7

Artikel 14 Bijdrage VRR. 7

Artikel 15 Corrigerende maatregel (straf of schorsing) van jeugdlid. 8

Artikel 16 Beëindiging van het lidmaatschap door de organisatie. 8

Artikel 17 Beëindiging van het lidmaatschap door het jeugdlid. 9

Artikel 18 Doorstroom jeugdlid naar de brandweer 9

Artikel 19 Vertrouwenspersoon. 9

Artikel 20 Leiding jeugdbrandweer 9

Artikel 21 Slotbepaling. 10

 

Artikel 1 Definities

  • -

    VRR: Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.

  • -

    JBNL: Stichting Jeugdbrandweer Nederland onderdeel van brandweer Nederland.

  • -

    Jeugdbrandweer Rotterdam-Rijnmond: Het georganiseerde onderdeel van de brandweer dat bestaat uit jongeren, waarin zij onder begeleiding praktische en theoretische brandweervaardigheden ontwikkelen, conform de doelstellingen van de VRR en de JBNL.

  • -

    Kandidaat-jeugdlid: Oriënteert zich op de jeugdbrandweer.

  • -

    Jeugdlid: Actief lid van de jeugdbrandweer Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.

  • -

    Assistent-jeugdleider: (Niet-)repressief vrijwilliger welke assisteert bij de begeleiding, instructie en toezicht op jeugdleden conform de richtlijnen van de VRR en de JBNL.

  • -

    Jeugdleider: Functionaris met een eerdere of huidige repressieve aanstelling bij de Brandweer Nederland, belast met de begeleiding, instructie en toezicht op jeugdleden conform de richtlijnen van de VRR en de JBNL.

  • -

    Jeugdleiding: De jeugdleiding bestaat uit jeugdleiders en assistent-jeugdleiders en is belast met de begeleiding, instructie en het toezicht op de jeugdleden, overeenkomstig de geldende richtlijnen en bepalingen van de VRR en JBNL.

  • -

    Coördinerend jeugdleider: Jeugdleider die verantwoordelijk is voor de begeleiding van de overige jeugdleiders, gesprekken met jeugdleden en aanspreekpunt is voor de regionaal coördinator jeugdbrandweer VRR.

  • -

    Regionaal coördinator jeugdbrandweer Rotterdam-Rijnmond: Verantwoordelijk voor alle jeugdbrandweerkorpsen binnen de VRR, aanspreekpunt voor de coördinerend jeugdleiders en budgethouder.

  • -

    Jeugdbrandweerkorps: Een organisatorische eenheid binnen de jeugdbrandweer Rotterdam-Rijnmond, bestaande uit jeugdleden en jeugdleiders, die binnen een bepaalde kazerne activiteiten uitvoert zoals vastgesteld door de VRR.

  • -

    Algemeen bestuur: Het algemeen bestuur van de VRR, zijnde het hoogste bestuursorgaan als bedoeld in artikel 11 van de Wet veiligheidsregio’s.

  • -

    Dagelijks bestuur: Het dagelijks bestuur van de VRR, belast met de voorbereiding en uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur, alsmede met de behartiging van de dagelijkse aangelegenheden van de VRR.

  • -

    Directeur brandweer: De functionaris van de VRR belast met de leiding van de brandweerorganisatie en de uitvoering van het door het algemeen en dagelijks bestuur vastgestelde beleid.

  • -

    Hoofd repressie: De eindverantwoordelijke functionaris voor de repressieve taken binnen de brandweerorganisatie, tevens gemandateerd budgethouder jeugdbrandweer.

Artikel 2 Doel van de jeugdbrandweer Rotterdam-Rijnmond

  • 1.

    Het doel van de jeugdbrandweer Rotterdam-Rijnmond is:

    • a.

      jongeren te laten kennismaken met de brandweer;

    • b.

      het bewustzijn en de kennis met betrekking tot het voorkomen van brand, brandbestrijding en hulpverlening te vergroten;

    • c.

      toekomstige brandweerlieden te werven;

    • d.

      jongeren zelfredzamer te maken;

    • e.

      de brandweer in het algemeen te promoten.

  • 2.

    De VRR heeft een inspanningsverplichting om een programma te ontwikkelen met tenminste de volgende aspecten om jeugdbrandweerleden:

    • a.

      kennis te laten maken met de brandweer;

    • b.

      hun bewustzijn en kennis met betrekking tot het voorkomen van brand, brandbestrijding en hulpverlening te vergroten;

    • c.

      maatschappelijk bewust te maken;

    • d.

      competenties, vaardigheden, normen en waarden te laten ontwikkelen;

    • e.

      samen te laten leren en samen te werken als team om zo fictieve problemen (bijvoorbeeld branden of kleine ongelukken) op te lossen;

    • f.

      te leren omgaan met techniek;

    • g.

      die later doorstromen naar de opleiding ‘Manschap A’ van de brandweer al een voorsprong in kennis en ervaring te geven;

    • h.

      een bijdrage aan een goed doel te laten leveren;

    • i.

      in competitieverband deel te laten nemen aan wedstrijden.

Artikel 3 Standplaats en groepsindeling

  • 1.

    Binnen de VRR zijn meerdere jeugdbrandweer korpsen actief.

  • 2.

    Jeugdleden worden ingedeeld in twee groepen van 10 tot 15 jaar en van 15 tot en met 18 jaar, te weten junioren en aspiranten. In afstemming met de jeugdleiding is het mogelijk dat junioren eerder toegelaten worden bij de aspiranten. Hierin wordt de landelijke richtlijn gevolgd.

Artikel 4 Aanwijzing jeugdlid

  • 1.

    Het dagelijks bestuur van de VRR wijst het jeugdlid op basis van de bepalingen van dit reglement aan als lid van de jeugdbrandweer Rotterdam-Rijnmond.

  • 2.

    Het jeugdlid dient te voldoen aan de voorwaarden voor aanwijzing genoemd in artikel 5.

  • 3.

    Bij gebleken geschiktheid wordt de aanwijzing tot jeugdlid gegeven tot aan het bereiken van de leeftijd van 18 jaar.

Artikel 5 Voorwaarden voor aanwijzing bij de jeugdbrandweer Rotterdam-Rijnmond

  • 1.

    Jeugdleden zijn niet jonger dan 10 jaar en niet ouder dan 18 jaar.

  • 2.

    Fysieke geschiktheid voor de activiteiten.

  • 3.

    Toestemming van ouders/verzorgers.

  • 4.

    Woonachtig in de VRR. Bij een duidelijk aanwijsbaar verband tussen de woonplaats van het kandidaat-jeugdlid en het verzorgingsgebied van de betreffende brandweerpost, kan de regionaal coördinator jeugdbrandweer Rotterdam-Rijnmond hiervan afwijken.

Artikel 6 Aanwijzingsprocedure

  • 1.

    Een kandidaat-jeugdlid verzoekt via een aanmeldingsformulier om toelating tot de aanmeldingsprocedure. Dit formulier dient mede te worden ondertekend door de ouders/verzorgers van het kandidaat-jeugdlid.

  • 2.

    Indien een kandidaat-jeugdlid voldoet aan de voorwaarden tot aanwijzing genoemd in artikel 5 en er is ruimte bij het betreffende jeugdbrandweerkorps, wordt het kandidaat-jeugdlid uitgenodigd voor een gesprek met de coördinerend jeugdleider.

  • 3.

    Indien er geen ruimte is bij het betreffende jeugdbrandweerkorps dan kan het kandidaat-jeugdlid verzoeken om op een wachtlijst te worden geplaatst.

  • 4.

    Na de kennismaking kunnen beide partijen aangeven of zij de aanwijzingsprocedure wensen voort te zetten. In geval de aanwijzingsprocedure namens het jeugdbrandweerkorps wordt afgebroken, licht de coördinerend jeugdleider de redenen hiervan mondeling toe aan het kandidaat-jeugdlid en de ouders/verzorgers.

Artikel 7 Oefenavonden

  • 1.

    Er wordt eenmaal per week, of eenmaal per twee weken een oefenavond georganiseerd op een vaste avond.

  • 2.

    Bij het aangaan van een lidmaatschap met de jeugdbrandweer verbindt het jeugdlid zich aan de deelname aan de oefenavonden.

  • 3.

    De jeugdleiding draagt zorg voor voldoende begeleiding tijdens oefenavonden.

  • 4.

    De oefenavonden starten om 19.00 uur en eindigen maximaal om 21.00 uur.

  • 5.

    Buiten het tijdstip van de oefenavonden is het voor jeugdleden verboden op het kazerneterrein aanwezig te zijn.

  • 6.

    Tijdens schoolvakanties en feestdagen vervalt de oefenavond.

  • 7.

    Wanneer tijdens een oefenavond het brandweerkorps gealarmeerd wordt, gaan de jeugdleden naar de instructieruimte of naar een door de jeugdleiding aangegeven plaats, zodat de gealarmeerde blusploeg veilig en ongehinderd kan uitrukken.

Artikel 8 Opleiding jeugdlid

  • 1.

    Aan het jeugdlid wordt de mogelijkheid geboden deel te nemen aan de opleidingen en examens conform het opleidingsmodel van de JBNL.

  • 2.

    Er is een mogelijkheid voor het jeugdlid om het Bedrijfshulpverlening-certificaat, afgegeven door Nederlands Instituut voor Bedrijfshulpverlening, te behalen. Het jeugdlid dient dan aan de volgende voorwaarden te voldoen:

    • a.

      de junior- en aspirant-vaardigheidstoets van JBNL (o.a. het blussen van een beginnende brand met kleine blusmiddelen) te hebben behaald;

    • b.

      aanvullende les- en praktijkoefening over het ontruimen van gebouwen en evacueren van personen in gebouwen door de bedrijfshulpverlening;

    • c.

      lessen in reanimatie en overige spoedeisende en niet-spoedeisende hulp.

Artikel 9 Inzet jeugdbrandweer Rotterdam-Rijnmond

  • 1.

    Leden van de jeugdbrandweer Rotterdam-Rijnmond worden niet ingezet bij hulpverleningsactiviteiten.

  • 2.

    Elk jeugdbrandweerkorps kan deelnemen aan wedstrijden die georganiseerd worden door de JBNL of de regionale wedstrijden jeugdbrandweer Rotterdam-Rijnmond.

  • 3.

    Wedstrijden georganiseerd door de JBNL vallen onder de verantwoordelijkheid van JBNL, in samenwerking met het organiserende jeugdbrandweerkorps en de samengestelde commissie van die dag. Regionale wedstrijden vallen onder verantwoordelijkheid van de regionaal coördinator jeugdbrandweer Rotterdam-Rijnmond, in samenwerking met het organiserende jeugdbrandweerkorps en de samengestelde commissie van die dag.

Artikel 10 Verplichtingen jeugdlid

  • 1.

    Het jeugdlid houdt zich aan redelijkerwijs te stellen eisen ten aanzien van geschiktheid en/of gedrag en brengt het imago van de brandweer geen schade toe.

  • 2.

    Het is jeugdleden ten strengste verboden voorbij afzettingen te komen of contact te zoeken met het brandweerpersoneel bij brandweerinzetten.

  • 3.

    Verspreiding van enigerlei (audio)visueel materiaal is zonder expliciete toestemming niet toegestaan.

  • 4.

    Het jeugdlid dient zich te houden aan instructies van de jeugdleiding.

  • 5.

    Het jeugdlid dient zich niet zonder begeleiding in de kazerne te begeven, tenzij hiervoor door de jeugdleiding nadrukkelijk toestemming is gegeven.

  • 6.

    Het jeugdlid gaat zorgvuldig om met de ter beschikking gestelde kleding en materialen.

  • 7.

    De ter beschikking gestelde kleding mag alleen op aangeven van de jeugdleiders gedragen worden tijdens activiteiten van de jeugdbrandweer.

  • 8.

    Het dragen van sieraden is tijdens oefeningen, wedstrijden of activiteiten niet toegestaan.

  • 9.

    Het meenemen van kostbaarheden of (digitale) apparatuur naar activiteiten is voor eigen risico. De brandweerorganisatie draagt geen verantwoordelijkheid voor verlies of schade.

  • 10.

    Het is voor jeugdleden ten strengste verboden om materialen en/of gereedschappen uit operationele voertuigen te halen. Dit is alleen toegestaan in aanwezigheid en in opdracht van de jeugdleiding.

  • 11.

    De jeugdleden in samenwerking met leiders van de jeugdbrandweer, dragen zorg voor controle, het schoonmaken en opruimen van alle gebruikte materialen. De ontbrekende en/of defecte materialen moeten gemeld worden bij de jeugdleiding.

  • 12.

    Het is voorafgaand aan, en tijdens oefenavonden, wedstrijden of ander activiteiten niet toegestaan alcohol of andere (stimulerende) middelen zoals drugs ed. te gebruiken.

  • 13.

    De kazernes zijn rookvrije gebouwen. Roken tijdens jeugdbrandweeractiviteiten is niet toegestaan.

  • 14.

    Het gebruik van medicijnen moet kenbaar gemaakt worden aan de jeugdleiders.

  • 15.

    Het bezit van messen en/of andere als wapen te gebruiken voorwerpen is verboden.

  • 16.

    Pesten, schuttingtaal en discriminatie is niet toegestaan. Wangedrag is aanleiding voor een schorsing of royement van het lidmaatschap van de jeugdbrandweer.

  • 17.

    Het is tijdens oefenavonden niet toegestaan personen mee te brengen, tenzij de jeugdleiding vooraf toestemming heeft gegeven.

  • 18.

    Bij strafbare feiten wordt altijd aangifte gedaan bij de politie.

  • 19.

    Bij schade aan eigendommen van de brandweerorganisatie, derden, leiding of andere jeugdleden worden altijd de kosten verhaald.

  • 20.

    Bij andere activiteiten dan die van de jeugdbrandweer zijn jeugdleden alleen aanwezig wanneer zij hiervoor uitgenodigd zijn of toestemming hebben van de jeugdleiding.

Artikel 11 Verzekering jeugdlid

  • 1.

    Het algemeen bestuur van de VRR sluit een ongevallenverzekering af voor het jeugdlid.

  • 2.

    Het jeugdlid ontvangt op diens verzoek kosteloos een afschrift van de polisvoorwaarden.

  • 3.

    Zoals in de polisvoorwaarden is aangegeven geldt de verzekering voor woon-werkverkeer enkel voor de rechtstreekse route tussen het woonadres en de kazerne direct aansluitend aan een oefenavond of activiteit.

Artikel 12 Financiering jeugdbrandweer

  • 1.

    De jeugdbrandweer wordt gefinancierd door de VRR.

  • 2.

    Financiële coördinatie is belegd bij de regionaal coördinator jeugdbrandweer VRR. Als er acties worden opgezet om gelden of materialen binnen te halen moeten deze vooraf gemeld worden bij de regionaal coördinator jeugdbrandweer VRR.

Artikel 13 Eigen bijdrage jeugdlid

  • 1.

    Ieder jeugdbrandweerkorps is vrij om aan de jeugdleden een eigen bijdrage te vragen om aanvullende activiteiten te financieren. Deze eigen bijdrage wordt per ploeg jaarlijks vastgesteld. Deze eigen bijdrage is in beheer van de coördinerend jeugdleider van het jeugdbrandweerkorps.

  • 2.

    Per kalenderjaar wordt de eigen bijdrage voor de leden van de jeugdbrandweer geheven, eventueel in gelijke maandelijkse termijnen.

  • 3.

    De ontvangen eigen bijdrage komt ten goede aan de jeugdbrandweer. Het staat de jeugdbrandweerkorpsen zelf vrij waar deze bijdrage aan te besteden. Deelname aan wedstrijden bekostigt de VRR.

  • 4.

    In het geval het jeugdlid kan aantonen dat het onmogelijk is om de eigen bijdrage te voldoen, kan de regionaal coördinator jeugdbrandweer VRR in overleg met het betreffende jeugdbrandweerkorps bij uitzondering ontheffing van de eigen bijdrage verlenen.

Artikel 14 Bijdrage VRR

De Brandweer Rotterdam-Rijnmond vergoedt de kosten aan het betreffende jeugdbrandweerkorps ten behoeve van:

  • *

    Les- en oefenmateriaal.

  • *

    Junioren- en aspirantentoetsen.

  • *

    Het legitimatiebewijs jeugdbrandweer.

  • *

    Bluskleding en laarzen.

  • *

    Inschrijfgeld ten behoeve van wedstrijden.

  • *

    Attenties als onderscheidingstekens voor jubilarissen en afscheid van jeugdleden.

Artikel 15 Corrigerende maatregel (straf of schorsing) van jeugdlid

  • 1.

    De jeugdleiders zien toe op de naleving van de redelijkerwijs te stellen eisen ten aanzien van geschiktheid en/of gedrag door het jeugdlid, als bedoeld in artikel 10 lid 1. Ook zien de jeugdleiders toe op de naleving van de overige verplichtingen van artikel 10.

  • 2.

    De jeugdleiders kunnen, nadat een jeugdlid een redelijke termijn heeft gekregen om zijn of haar gedrag te verbeteren na een waarschuwing, met onmiddellijke ingang een straf vorderen. Indien de aard of ernst van het gedrag daartoe aanleiding geeft, kan een straf ook worden opgelegd zonder voorafgaande waarschuwing. Deze straf kan bestaan uit:

    • a.

      een jeugdlid niet opnemen in de wedstrijd- of inzetploeg bij een oefening.

    • b.

      het door de ouders/verzorgers laten ophalen van het jeugdlid.

  • 3.

    Het besluit tot het geven van een straf wordt door de jeugdleiding schriftelijk of mondeling met de redenen medegedeeld aan het jeugdlid. Indien gewenst kan de jeugdleiding op een later moment in een gesprek het besluit toelichten.

  • 4.

    Bij wangedrag door jeugdleden overlegt de jeugdleiding met de regionaal coördinator jeugdbrandweer VRR.

  • 5.

    Als een passende straf op basis van lid 2 van dit artikel niet volstaat, of bij het herhaaldelijk in een korte periode moeten opleggen van een straf, kan schorsing van het jeugdlid plaatsvinden. Schorsing vindt niet eerder plaats nadat de ouders/verzorgers van het jeugdlid mondeling of schriftelijk zijn ingelicht en het jeugdlid een redelijke termijn is gesteld om zich te verbeteren.

  • 6.

    Een schorsing houdt in dat het jeugdlid niet meer mag meedoen en niet aanwezig mag zijn bij oefenavonden, wedstrijden of activiteiten die na de beëindigingsdatum c.q. gedurende de schorsing zijn gepland.

  • 7.

    In geval een schorsing wordt overwogen kan de leiding van de jeugdbrandweer in afwachting van het definitieve besluit het jeugdlid de toegang tot de kazerne en de deelname aan oefenavonden, wedstrijden en activiteiten ontzeggen.

  • 8.

    Gedurende de periode van schorsing door de organisatie bestaat er geen recht op restitutie van de contributie.

Artikel 16 Beëindiging van het lidmaatschap door de jeugdbrandweer

  • 1.

    Het lidmaatschap van het jeugdlid wordt beëindigd:

    • a.

      bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd, aan het eind van het kalenderjaar waarin de leeftijd van 18 jaar is bereikt;

    • b.

      bij verhuizing van het jeugdlid buiten de VRR;

    • c.

      indien het jeugdlid meer dan twee keer, zonder af te zeggen, niet deelneemt aan de door de jeugdleiding georganiseerde oefeningen of andere activiteiten.

    • d.

      indien het jeugdlid niet voldoet aan de redelijkerwijs te stellen eisen inzake geschiktheid en/of gedrag als bedoeld in artikel 10 lid 1.

  • 2.

    Beëindiging van het lidmaatschap op basis van lid 2 van dit artikel vindt niet plaats voordat de ouders/verzorgers van het jeugdlid zijn ingelicht en het jeugdlid een redelijke termijn is gesteld om zich te verbeteren, tenzij er een reden is om het lidmaatschap met onmiddellijke ingang te beëindigen.

  • 3.

    Een beëindiging houdt in dat het jeugdlid niet meer mag meedoen en niet aanwezig mag zijn bij oefenavonden, wedstrijden of activiteiten die na de beëindigingdatum zijn gepland.

  • 4.

    In geval een beëindiging van het lidmaatschap wordt overwogen kan de leiding van de jeugdbrandweer in afwachting van het definitieve besluit het jeugdlid de toegang tot de kazerne en de deelname aan oefenavonden, wedstrijden en activiteiten ontzeggen.

  • 5.

    Gedurende de periode na beëindiging van het lidmaatschap door de organisatie bestaat er geen recht op restitutie van de contributie.

Artikel 17 Beëindiging van het lidmaatschap door het jeugdlid

  • 1.

    Het jeugdlid kan schriftelijk om beëindiging van de aanwijzing vragen. Het verzoek dient ondertekend te zijn door de ouders/verzorgers van het jeugdlid.

  • 2.

    Na ontvangst van het verzoek wordt de aanwijzing beëindigd, met ingang van de eerstvolgende maand waarop het verzoek is ontvangen.

  • 3.

    Na beëindiging van het lidmaatschap door het jeugdlid bestaat er geen recht op restitutie van de contributie.

Artikel 18 Doorstroom jeugdlid naar de brandweer

  • 1.

    Een lid van de jeugdbrandweer stroomt niet automatisch door naar de brandweer.

  • 2.

    Voor een jeugdlid gelden dezelfde aanstellingseisen als voor andere aspiranten. Bij gelijke geschiktheid verdient een ex-jeugdlid de voorkeur.

Artikel 19 Vertrouwenspersoon

Binnen de VRR zijn vertrouwenspersonen aangesteld, tot wie de leden van de jeugdbrandweer zich kunnen wenden in geval van vragen, meldingen of klachten omtrent (ongewenst) gedrag of persoonlijke omstandigheden. Deze vertrouwenspersonen vervullen hun taak met inachtneming van vertrouwelijkheid en verwijzen, indien daartoe aanleiding bestaat, door naar bevoegde instanties.

Artikel 20 Leiding jeugdbrandweer

  • 1.

    De leiding van de jeugdbrandweer bestaat uit de regionaal coördinator VRR, coördinerend jeugdleiders, jeugdleiders en assistent-jeugdleiders.

  • 2.

    De (assistent-)jeugdleider die geen repressieve aanstelling heeft krijgt een aanstelling als niet-repressief vrijwilliger.

  • 3.

    De (assistent-)jeugdleiders dienen een Verklaring Omtrent Gedrag te kunnen overleggen waarin staat dat diegene met jeugd mag werken.

  • 4.

    Het is de (assistent-)jeugdleider voorafgaand aan en/of tijdens oefenavonden, wedstrijden of andere activiteiten niet toegestaan alcohol of andere (stimulerende) middelen zoals drugs ed. te gebruiken.

  • 5.

    Bij theoretische lessen is tenminste één jeugdleider aanwezig. Bij praktijkmomenten zijn tenminste één jeugdleider en één assistent-jeugdleider aanwezig. Bij andere activiteiten wordt het aantal begeleiders afgestemd op de aard van de activiteit.

  • 6.

    (Assistent-)jeugdleiders worden voor hun activiteiten bij de jeugdbrandweer beloond op basis van de vrijwilligersvergoeding oefenuren in de rang van Manschap A, c.q. niet-repressief vrijwilliger, met een maximum van één uur per oefenavond en een maximum van 40 uren per jaar. Per jeugdbrandweerkorps mogen er maximaal 200 uur per jaar worden vergoed.

  • 7.

    Externe expertise mag enkel worden ingehuurd nadat toestemming is verkregen van de regionaal coördinator jeugdbrandweer VRR en betrokkene een Verklaring Omtrent Gedrag kan overleggen waarin staat dat diegene met jeugd mag werken.

Artikel 21 Slotbepaling

  • 1.

    In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de regionaal coördinator jeugdbrandweer VRR, na overleg met het Hoofd repressie.

  • 2.

    Door de regionaal jeugdcoördinator jeugdbrandweer VRR kan, in overleg met en na goedkeuring van het Hoofd repressie, aanvullende huishoudelijke regels worden opgesteld.

  • 3.

    Dit reglement wordt aangehaald als ‘Huishoudelijk Reglement Jeugdbrandweer VRR 2025’. Deze regeling treedt in werking na bekendmaking.

  • 4.

    Het Huishoudelijk Reglement Jeugdbrandweer 2012 wordt ingetrokken op het moment van inwerkingtreding van het nieuwe Reglement.

 

Aldus vastgesteld op 1 december 2025.

 

Het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond,

namens deze:

 

de regionaal commandant

mr. drs. A. Littooij

Naar boven