Blad gemeenschappelijke regeling van Werkbedrijf Arbeid Voor Allen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Werkbedrijf Arbeid Voor Allen | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 288 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Werkbedrijf Arbeid Voor Allen | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 288 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Titel 1. Begroting en verantwoording
In de begroting wordt het meerjarige budgettaire kader opgenomen, alsmede de algemene financiële en beleidsmatige kaders.
In (de toelichting op) de begroting worden, naast de gegevens met betrekking tot WAVA, tevens de geconsolideerde cijfers van WAVA en de daaronder functionerende rechtsperso(o)n(en) opgenomen.
Tevens worden de door het BBV voorgeschreven informatie en overzichten opgenomen, zoals onder meer de baten en lasten naar taakvelden.
Beheersing en Interne controle
Het dagelijks bestuur draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het dagelijks bestuur maatregelen tot herstel.
Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen
Voor vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden.
Artikel 11. Reserves en voorzieningen
De reserves bestaan uit een algemene reserve en eventueel bestemmingsreserves. De algemene reserve dient als buffer om risico’s en tegenvallers te kunnen opvangen, voor zover deze niet betrekking hebben op het subsidietekort van doelgroepen. Door het algemeen bestuur is voor de algemene reserve een onder- en bovengrens vastgesteld, alsmede de systematiek om deze grenzen te berekenen. Volgens de vastgestelde systematiek wordt de basis voor de berekening gevormd door de absolute bedragen van de opbrengsten en kosten in de onderdelen overhead en exploitatieresultaat. De ondergrens van de algemene reserve is bepaald op 3% van dit basisbedrag; de bovengrens op 6% hiervan.
Bestemmingsreserves kunnen alleen worden gevormd door een besluit van het algemeen bestuur, waarbij het doel van de reserve duidelijk moet worden bepaald en, waar van toepassing, de duur waarvoor de reserve wordt gevormd. Het algemeen bestuur is bevoegd de bestemming van een bestemmingsreserve te wijzigen.
Artikel 12. Financieringsfunctie
Het dagelijks bestuur draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor de uitvoering van de richtlijnen zoals vastgelegd in het Treasurystatuut.
Artikel 13. Registratie bezittingen, activa en vermogen
Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor, dat de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de regeling systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de (debiteuren)vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen en de (crediteuren-) schulden jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de drie jaar.
Artikel 14. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het dagelijks bestuur de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het BBV op
Artikel 15. Onderhoud kapitaalgoederen
Het dagelijks bestuur neemt in de begroting een paragraaf onderhoud kapitaalgoederen op. De paragraaf bevat de voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gebouwen.
Titel 4. Financiële organisatie en administratie
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval ingericht is voor:
Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2019, met dien verstande dat de begroting, meerjarenbegroting, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het begrotingsjaar 2019 voldoen aan de bepalingen van deze verordening.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur, d.d. 28 februari 2019.
drs. mevrouw P. Jorritsma-Verkade
Voorzitter
drs. de heer E.B.A. Lichtenberg MCM
Secretaris
Toelichting op de Financiële verordening WAVA
In deze toelichting zal kort worden ingegaan op de artikelen van de verordening.
Artikel 1 bevat een toelichting op gebruikte termen. Eén ervan betreft de verslaggevingsregels zoals opgenomen in het BBV. Door de commissie BBV zijn/worden nadere richtlijnen gegeven met betrekking tot de uitwerking van de voorschriften van het BBV. Deze moeten ook bij het opstellen van begroting en jaarrekening worden betrokken.
Artikel 2 bevat een aantal bepalingen over de inrichting van de begroting waarin de kaderstellende functie van het algemeen bestuur tot uiting komt. In de begroting wordt het meerjarige budgettaire kader opgenomen. Dat vormt de grondslag voor de eigenlijke begroting. Gelet op de taak en bevoegdheid van het algemeen bestuur dient dit expliciet het budgettair kader vast te stellen. Het algemeen bestuur legt op basis van dit artikel een belangrijk deel van de infrastructuur van de begroting vast, evenals de kengetallen waarop het algemeen bestuur wil sturen en controleren. De uitgangspunten waarmee bij het vaststellen van de begroting wordt gewerkt zijn bij WAVA vastgelegd in het meerjarenplan.
Formeel moet alleen voor WAVA een begroting worden opgesteld. Aangezien de bedrijfsvoering in belangrijke mate wordt uitgevoerd binnen de onder WAVA functionerende rechtsperso(o)n(en) (B.V.) is het voor de transparantie van belang dat het bestuur bij het vaststellen van de begroting ook over geconsolideerde cijfers beschikt.
Artikel 3. Begrotingswijziging
In artikel 3 wordt, via een verwijzing naar de gemeenschappelijke regeling, het proces aangegeven dat moet worden gevolgd bij een begrotingswijziging.
Artikel 4. Uitvoering begroting
In artikel 4 legt het algemeen bestuur het dagelijks bestuur een aantal eisen op dat voor een goede uitvoering van de begroting noodzakelijk is. Het algemeen bestuur geeft geen uitvoeringsregels; dat is een uitdrukkelijke bevoegdheid van het dagelijks bestuur.
Het algemeen bestuur legt in dit artikel randvoorwaarden vast voor de interne controle. Daarmee krijgt het algemeen bestuur de zekerheid dat het dagelijks bestuur aan de eisen, genoemd in met name artikel 5, zal kunnen voldoen.
Artikel 6. Tussentijdse rapportage en informatie
Artikel 6, eerste tot en met vierde lid, formaliseert een belangrijk onderdeel van de planning en controle van het algemeen bestuur. Dit gebeurt door de aard en de frequentie van de informatie die het dagelijks bestuur dient te verstrekken (c.q. ontvangen) aan te geven. Daarbij dient bedacht te worden dat het niet de bedoeling is de controller op te zadelen met een rapportagecyclus. De tussenrapportages dienen inzichtelijk, overzichtelijk en beknopt te zijn.
Artikel 7 is het sluitstuk van de begrotingscyclus, de verantwoording over de begrotingsuitvoering door het dagelijks bestuur en de controle van het algemeen bestuur daarop. Basis daarvoor is de realisatie van het meerjarenplan.
Artikel 8. De financiële positie
Het algemeen bestuur geeft in dit artikel enkele belangrijke uitgangspunten aan die het dagelijks bestuur voor de uiteenzetting van de financiële positie en de meerjarenramingen moet volgen.
Artikel 9. Waardering & afschrijving vaste activa
De verordening moet volgens artikel 212 Gemeentewet in elk geval bevatten de “regels voor waardering en afschrijving activa”. Artikel 9 stelt de regels voor de waardering en afschrijving van de vaste activa.
Het eerste lid bepaalt, dat het saldo van agio en disagio en de kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief lineair worden afgeschreven in 5 jaar. Deze immateriële activa mogen volgens het BBV ook ineens ten laste van het resultaat worden gebracht. Er geldt een maximale afschrijvingstermijn van 5 jaar voor de kosten van onderzoek en ontwikkeling en een maximale afschrijvingstermijn voor de kosten voor het afsluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio gelijk aan de looptijd van de lening. Het algemeen bestuur kan de afschrijvingstermijn en wijze op deze plaats in de verordening vastleggen.
Artikel 10. Waardering oninbare vorderingen
Artikel 10 geeft de regels voor de bepaling van de hoogte van de voorziening voor oninbare vorderingen. Voor het bepalen van de hoogte van de voorziening is in dit artikel gekozen voor een individuele beoordeling van oudere openstaande facturen.
Artikel 11. Reserves en voorzieningen
Reserves maken onderdeel uit van het eigen vermogen. De reserves kunnen worden onderscheiden in de algemene reserve en bestemmingsreserves. Door de deelnemende gemeenten is het beleid geformuleerd dat de algemene reserve niet gerelateerd is en ook niet bedoeld is voor het opvangen van risico’s en fluctuaties in de subsidiesystematiek. De risico’s op subsidietekort voor de doelgroepen zijn derhalve voor rekening van de gemeenten.
Het beleid van de deelnemende gemeenten is om in principe geen bestemmingsreserves te vormen; het algemeen bestuur heeft zich geconformeerd aan deze lijn. In de toekomst zou het mogelijk kunnen zijn dat bestemmingsreserves nodig zijn voor een specifiek doel, zodat de mogelijkheid tot het vormen van bestemmingsreserves wel open wordt gelaten. Hiervoor is dan wel een besluit van het algemeen bestuur vereist. Het is de bevoegdheid van het algemeen bestuur om reserves in te stellen en om daaraan voorwaarden te verbinden.
Dit betreft bijvoorbeeld voor de algemene reserve het instellen van een boven- en ondergrens, waarbij overigens voor het bepalen van de basis (absolute bedragen van opbrengsten en kosten in de onderdelen overhead en exploitatieresultaat) de cijfers van alle rechtspersonen tezamen worden genomen. De voorwaarden aan bestemmingsreserves hebben betrekking op het doel en eventueel de duur waarvoor de reserve wordt ingesteld.
Voorzieningen hebben te maken met verplichtingen en behoren daarom tot het vreemde vermogen. In het BBV zijn meerdere redenen genoemd waarom een voorziening kan worden gevormd. De daarvan voor de GR WAVA van toepassing zijnde redenen zijn in de verordening vermeld. Aangezien verplichtingen ten grondslag liggen aan de voorzieningen kan de bestemming daarvan niet worden gewijzigd. Het is van belang dat per balansdatum de hoogte van de voorziening deugdelijk is onderbouwd, overeenkomstig de bepalingen in het BBV.
Artikel 12. Financieringsfunctie
Het Treasurystatuut WAVA bevat bepalingen met betrekking tot de financieringsfunctie van WAVA. Het Treasurystatuut wordt door het algemeen bestuur vastgesteld. In de verordening is bepaald dat deze bepalingen in het Treasurystatuut op de financieringsfunctie van toepassing zijn.
Artikel 13. Registratie bezittingen en activa
Voor een goed beeld van de financiële positie is een volledige registratie van de bezittingen onontbeerlijk. Om te garanderen dat de registratie actueel en juist is, wordt in dit artikel het dagelijks bestuur opgedragen periodiek de registratie te controleren en bij afwijkingen maatregelen tot herstel te treffen.
Artikel 14. Risicobeheersing en weerstandsvermogen
In het BBV zijn bepalingen opgenomen waaraan de in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing op te nemen informatie moet voldoen.
Artikel 15. Onderhoud kapitaalgoederen
Artikel 15 regelt het opnemen van een paragraaf in de begroting met betrekking tot het onderhoud van de kapitaalgoederen. Voor wat betreft de gebouwen is het in dat kader van belang om te beschikken over een (recente) inventarisatie van de onderhoudstoestand en de in de komende jaren te verrichten onderhoudswerkzaamheden.
Artikel 16 regelt over welke feiten inzake het financieel beheer van de financieringsfunctie het algemeen bestuur in elk geval in de verplichte paragraaf financiering bij de begroting en jaarstukken wordt geïnformeerd. Het algemeen bestuur kan aangeven om over meerdere zaken geïnformeerd te willen worden zoals de samenstelling en omvang van het vreemde vermogen en van de uitzettingen en de liquiditeitspositie.
Het domein van de (ambtelijke) organisatie is de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur. Beleid op dit gebied wordt in de eerste plaats vormgegeven door het dagelijks bestuur. Er wordt dan ook slechts een nota over de bedrijfsvoering ter kennisgeving aan het algemeen bestuur overlegd. Het tweede lid regelt verder over welke feiten aangaande het financieel beheer van de bedrijfsvoering het algemeen bestuur in de verplichte paragraaf bedrijfsvoering geïnformeerd wordt. In dit artikel kan het algemeen bestuur invulling geven aan zijn eigen informatiebehoefte over de middelen bedrijfsvoering. Men kan hiervoor bijvoorbeeld opnemen:
In artikel 18 worden de kaders gegeven voor de inrichting van administraties van de regeling. In hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens moeten worden vastgelegd en aan welke eisen de vastgelegde gegevens moeten voldoen.
Artikel 19. Financiële administratie
Een belangrijk onderdeel van de administratie is de financiële administratie. Bij algemene maatregel van bestuur stelt het Rijk eisen aan de verantwoordingsinformatie van gemeenten. In het BBV zijn onder andere waarderingsgrondslagen, balansindeling en verplicht op te leveren financiële gegevens vastgelegd. Vanuit de financiële administratie moeten gegevens worden aangeleverd voor de financiële verantwoordingsinformatie aan het bestuur, maar ook aan deelnemende gemeenten, gedeputeerde staten(in hun rol als toezichthouder), het rijk, de Europese Unie, et cetera.
Artikel 20. Financiële organisatie
In dit artikel worden uitgangspunten voor de inrichting van de financiële organisatie gegeven, waaraan het dagelijks bestuur bij het stellen van regels voor de ambtelijke organisatie invulling moet geven. De uitgangspunten vormen kaders voor het dagelijks bestuur, waaraan het zich moet houden. In de onderdelen a en b worden eisen gesteld aan de toedeling van taken aan organisatieonderdelen van de regeling en de toewijzing van functies aan functionarissen. In onderdeel c worden eisen gesteld aan de budgettoedeling en de verantwoording daarover.
Artikel 21. Aanbesteding en inkoop
De inkoop van goederen en diensten en de aanbesteding van werken zijn belangrijke en kwetsbare activiteiten die een groot budgettair effect kunnen hebben. Het hanteren van een protocol is naast de desbetreffende administratieve aspecten tevens te zien als een vorm van risicobeheersing. De aansprakelijkheid kan worden beperkt en er wordt jegens derden rechtszekerheid gecreëerd. Dit artikel legt aan het dagelijks bestuur de zorg op om regels op te stellen voor de aanbesteding van werken en inkoop van goederen en diensten. De regelgeving van de Europese Unie dient daarbij nageleefd te worden. Doordat de regels worden vastgelegd, kan de accountant bij zijn controle van de jaarstukken nagaan of de interne regels (en de Europese regelgeving) zijn nageleefd; het is een onderdeel van de rechtmatigheidstoets. De accountant beoordeelt hiervoor eveneens het systeem van interne regels.
Deze verordening treedt in de plaats van de vorige op grond van het oude artikel 212 Gemeentewet opgestelde verordening. De oude verordening blijft nog van kracht op de begroting en jaarrekening van 2018.
In dit artikel wordt de naam gegeven, waarmee in stukken naar deze verordening kan verwijzen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2025-288.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.