Blad gemeenschappelijke regeling van Tribuut belastingsamenwerking
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tribuut belastingsamenwerking | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 2811 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tribuut belastingsamenwerking | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 2811 | ander besluit van algemene strekking |
Treasurystatuut Tribuut belastingsamenwerking
Het bestuur van Tribuut belastingsamenwerking,
gelet op de Wet financiering decentrale overheden;
gelet op de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden;
gelet op de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden;
gelet op de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden;
gelet op artikel 30 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
gelet op artikel 25 van de Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking;
gelet op artikel 9 [red: dit is nu artikel 20] van de Financiële verordening Tribuut belastingsamenwerking;
gelet op het Treasurystatuut van de gemeente Apeldoorn;
In dit statuut wordt verstaan onder:
wet Fido: de Wet financiering decentrale overheden;
schatkistbankieren: houdt in dat deelnemende instellingen al hun liquide middelen en beleggingen aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën en niet langer financiële geldmiddelen en vermogens bij private partijen buiten de schatkist aanhouden. Schatkistbankieren betekent dat de belastingsamenwerking de middelen die zij (tijdelijk) niet nodig heeft voor de uitoefening van haar taken en verantwoordelijkheden – met andere woorden haar (tijdelijke) overtollige middelen – aanhoudt in de schatkist.
Euribor (Euro Interbank Offered Rate): is het benchmarktarief op de geldmarkt waartegen interbancaire termijndeposito's met een vaste looptijd tot en met één jaar in eurobedragen binnen de Europese Economische en Monetaire Unie aangeboden worden door de ene primaire bank aan de andere primaire bank.
Het Treasurystatuut Tribuut belastingsamenwerking (hierna te noemen: ‘treasurystatuut’) vormt het kader voor de uitvoering van het treasurybeleid, de zogenaamde treasuryfunctie. De treasuryfunctie ondersteunt, als onderdeel van het financieel beleid, de uitvoering van de publieke taken en biedt mede waarborgen voor de financiële continuïteit van Tribuut belastingsamenwerking (hierna te noemen: ’de belastingsamenwerking’) op korte en lange termijn.
De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's. Voor Tribuut is de treasuryfunctie beperkt, gelet op de omvang van de exploitatie, de beperkte omvang van investeringen en de gemeentelijke bijdragen.
De specifieke beleidsvoornemens respectievelijk de uitvoering van het beleid op het gebied van treasury worden besproken in de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken.
Bij de inrichting van het treasuryproces zorgen de vier elementen sturing, uitvoering, verantwoording en toezicht houden voor duidelijkheid en transparantie.
Het treasurystatuut is een nadere uitwerking van de geldende wetgeving. Bij het opstellen van dit statuut is rekening gehouden met het relevante wettelijke kader in:
de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido);
Het treasurystatuut is voor de belastingsamenwerking beperkt gehouden, omdat de belastingsamenwerking een eenvoudige rol heeft op het gebied van treasury. De behoefte is:
het overbruggen van de mate van bevoorschotting zoals geregeld in de Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking of bij het offreren van projecten en de voortgang van uitvoering van de projecten en begroting;
Voorgaande betekent dat er een langlopende financiering mogelijk is voor investeringen in de bedrijfsvoering en een korte termijn financiering voor de overbrugging van bevoorschotting ten behoeve van uitvoering.
1.3 Doelstellingen van de treasuryfunctie
Bij de belastingsamenwerking gelden de volgende doelstellingen van de treasuryfunctie:
Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido en de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut;
De paragraaf financiering in de programmabegroting bevat de plannen voor de treasuryfunctie. Er wordt inzicht gegeven in de uitgangspunten van de treasury-activiteiten.
De paragraaf financiering in de jaarstukken geeft een verslag van de uitvoering van het treasurybeleid in het afgelopen jaar. Daarbij wordt getoetst aan de beleidsvoornemens in de begroting en de bijstellingen van deze voornemens in de wijzigingen van de begroting.
3.1 Uitgangspunten Risicobeheer
Het beheersen en vermijden van risico's staat in het treasurybeleid voorop. In dit verband is het risicomanagement gericht op het inzichtelijk maken van toekomstige risico's en deze te beheersen, te verminderen en te spreiden. Leningen worden niet aangetrokken met het doel deze tegen een hoger rendement uit te zetten.
De Wet Fido geeft voor het beheersen van de renterisico's concrete richtlijnen, zijnde de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.
Met betrekking tot het renterisicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
De kasgeldlimiet wordt nageleefd conform de Wet Fido;
De renterisiconorm wordt nageleefd conform de Wet Fido;
De regels omtrent schatkistbankieren worden nageleefd volgens de Wet Fido en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden;
Het kredietrisico wordt in de eerste plaats beperkt doordat het financieringsbeleid gericht is op het voorkomen van langdurige overschotten.
Valutarisico's worden uitgesloten door alleen leningen te verstrekken, aan te trekken of te garanderen
De interne liquiditeitsrisico's wordt beperkt door de treasury- activiteiten te baseren op liquiditeitsplanningen die periodiek worden bijgesteld en zoveel mogelijk synchroon lopen met begroting en jaarstukken.
Het relatiebeheer wordt zodanig uitgevoerd dat de integriteit van het ambtelijk apparaat niet in het geding komt.
Het beheer van relaties met financiële ondernemingen, waaronder de bankrelaties, valt onder de verantwoordelijkheid van de medewerker die is belast met de uitvoering van de treasuryfunctie.
Onder dit beheer wordt verstaan:
Om de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen.
Om de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank.
4.3 Aantrekken van langlopende financiering
Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:
4.4 Saldo- en liquiditeitenbeheer (Kasbeheer)
Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:
In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:
Bevoegdheden zijn via mandaatverlening nader schriftelijk vastgelegd conform artikel 13 [red: dit is nu artikel 29] van de Financiële Verordening Tribuut belastingsamenwerking;
Het primair bevoegde orgaan tot het aangaan van overeenkomsten tot aangaan en verstrekken van geldleningen is het bestuur van de belastingsamenwerking. Op basis van delegatie wordt deze bevoegdheid overgedragen aan de directeur van de belastingsamenwerking.
De verantwoordelijkheden ten aanzien van treasury zijn:
Het treasurybeleid en elke aanpassing daarvan, moet worden vastgesteld door het bestuur van de belastingsamenwerking.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2025-2811.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.