Blad gemeenschappelijke regeling van Omgevingsdienst Brabant Noord
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Omgevingsdienst Brabant Noord | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 2756 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Omgevingsdienst Brabant Noord | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 2756 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Financiële verordening Omgevingsdienst Brabant Noord 2025
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen
In deze verordening en bij de toepassing ervan wordt verstaan onder:
Financiële administratie. Het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de ODBN, teneinde te komen tot een goed inzicht in: de financieel-economische positie; het financiële beheer; de uitvoering van de begroting; het afwikkelen van vorderingen en schulden; evenals tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover.
Hoofdstuk 2: Begroting en verantwoording
Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. Bij de jaarstukken wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de werkelijke uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven.
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming en de investeringen.
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten
Conform gemeenschappelijke regeling ODBN zendt het dagelijks bestuur de conceptbegroting met bijbehorende toelichting, met inachtneming van de wettelijke zienswijze termijn, voordat zij ter definitieve vaststelling aan het algemeen bestuur wordt geagendeerd, toe naar raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten.
Conform gemeenschappelijke regeling ODBN kunnen de Raden en Provinciale Staten binnen de wettelijke termijn na toezending van de ontwerpbegroting hun zienswijzen daarover naar voren brengen. Het dagelijks bestuur stelt aan de hand van de ontwerpbegrotingen en de ontvangen zienswijzen de definitieve begroting op.
Artikel 6. Tussentijdse rapportage(*)
(*) In de financiële verordening worden kaders vastgelegd over het financiële beleid. Artikel 6 gaat over het rapporteren over de uitvoering van de begroting van concern ODBN. Het gaat in deze niet om de individuele tussenrapportages over de uitvoering van het werkprogramma van de individuele deelnemers.
Het dagelijks bestuur informeert op grond artikel 52 Wgr in samenhang met artikel 17 Wgr en artikel 6.3 van de GR ODBN het algemeen bestuur actief over nieuwe ontwikkelingen met eventuele financiële consequenties die ingrijpende gevolgen hebben voor de omgevingsdienst. Het dagelijks bestuur besluit in dergelijke gevallen of indien het algemeen bestuur hierom verzoekt, niet eerder dan nadat het algemeen bestuur is geïnformeerd over het voornemen. Het algemeen bestuur moet in de gelegenheid zijn gesteld om zijn wensen en bedenkingen ter kennis te brengen van het dagelijks bestuur.
Het Algemeen Bestuur stelt de rapporteringsgrens op € 50.000 waarboven afwijkingen moeten worden gerapporteerd.
Wanneer het Rijk de omgevingsdienst bericht dat alle overheidsinstellingen samen het collectieve aandeel van de overheid in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het dagelijks bestuur het algemeen bestuur indien dit consequenties heeft voor de begroting ODBN.
Hoofdstuk 3. Financieel beleid
Artikel 9. Waardering en afschrijving vaste activa
Voor de bepalingen over afschrijvingsmethodieken en afschrijvingstermijnen van de immateriële en materiële vaste activa wordt in de verordening verwezen naar de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. In deze bijlage zijn naast de methodiek de afschrijvingstermijnen voor de verschillende categorieën immateriële vaste activa, materiële vaste activa met economisch nut en materiële vaste activa met maatschappelijk nut opgenomen.
Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen
Voor de openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de vordering.
Artikel 13. Prijzen economische activiteiten
Het dagelijks bestuur past bij economische activiteiten de gedragsregels als bedoeld in hoofdstuk 4b (Overheden en overheidsbedrijven) van de Mededingingswet toe, tenzij het activiteiten betreft die het algemeen bestuur heeft aangewezen als activiteiten die plaatsvinden in het algemeen belang.
Artikel 14. Vaststelling hoogte tarieven
Het dagelijks bestuur doet het algemeen bestuur jaarlijks en indien nodig tussentijds, een voorstel voor de hoogte van de tarieven.
Artikel 15. Financieringsfunctie
Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur vooraf als de wettelijke kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm, bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale overheden, dreigt te worden overschreden.
Op grond van artikel 9 van het Besluit Begroting en Verantwoording voor provincies en gemeenten kent de begroting en jaarstukken een aantal verplichte paragrafen waarin de beleidslijnen vastgelegd worden met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten. Voor de omgevingsdienst zijn een aantal verplichte paragrafen niet van toepassing. De volgende paragrafen worden niet nader toegelicht in de begroting en jaarstukken; de paragraaf lokale heffing, de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen en de paragraaf grondbeleid.
In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het dagelijks bestuur naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
Artikel 18. Weerstandsvermogen & risicobeheersing
In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het dagelijks bestuur naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval het weerstandsvermogen op. De kengetallen zoals opgenomen in artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording worden meerjarig gepresenteerd.
In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het dagelijks bestuur in ieder geval de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.
Hoofdstuk 5. Financiële organisatie en financieel beheer
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
Artikel 23. Financiële organisatie
Het dagelijks bestuur draagt zorgt voor:
opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.
Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het dagelijks bestuur daarover in de rechtmatigheidsverantwoording. Daarnaast informeert het dagelijks bestuur het algemeen bestuur over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Artikel 26. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
Het Algemeen Bestuur stelt de rapporteringsgrens op € 50.000 waarboven afwijkingen moeten worden gerapporteerd. De rechtmatigheidsverantwoording betreft 2% van de lasten in de vastgestelde begroting exclusief de dotaties aan de reserves.
Artikel 27. Begrotingsrechtmatigheid
Begrotingsafwijkingen zijnde overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen lasten, investeringen op totaalkrediet en baten zijn op zichzelf niet onrechtmatig. Deze kunnen alleen onrechtmatig zijn als die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld door het Dagelijks Bestuur. Deze begrotingsafwijkingen worden door het Algemeen Bestuur vastgesteld bij vaststelling van de jaarrekening en zijn daarmee tijdig gemeld. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het Algemeen Bestuur, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Artikel 28. Voorwaardencriterium
Besteding en inning opbrengsten van gelden door de Omgevingsdienst zijn aan bepaalde voorwaarden verbonden waarop door het dagelijks bestuur moet worden getoetst. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
Artikel 29. Het misbruik en oneigenlijk gebruikscriterium (M&O-criterium)
Een gemeenschappelijke regeling dient misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. De aard van de activiteiten van de ODBN maakt dat het vaststellen van het beleid hieromtrent in een specifieke nota niet passend is. De ODBN heeft een ODBN-beleidsstuk opgesteld waaruit blijkt hoe de organisatie het misbruik en oneigenlijk gebruik toetst. Misbruik en oneigenlijk gebruik wordt voorkomen door in de verschillende regelingen en procedures passende maatregelen te voorzien. Voor bestaande procedures en interne controlemaatregelen op de naleving daarvan moet worden getoetst in hoeverre deugdelijke maatregelen ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik zijn genomen.
Artikel 30. Begrotingswijziging
Het dagelijks bestuur is bevoegd om de begroting budgettair neutraal te wijzigen voor uitgaven die volledig worden gedekt door specifieke uitkeringen en/of subsidies als er geen sprake is van beleidsvrijheid voor de organisatie.
Artikel 31. Incidentele budgetten
Incidentele budgetten zijn maximaal 2 jaar inzetbaar. Wanneer een incidenteel toegekend budget over de jaargrens heen meegenomen wordt, wordt deze jaarresultaat bepalend toegevoegd aan de reserve ‘Incidentele projecten’. Nut en noodzaak hiervan moeten onderbouwd worden en vermeld worden in de jaarstukken.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Brabant Noord van 5 november 2025, te ‘s-Hertogenbosch.
de secretaris, de voorzitter,
Jan Lenssen Kees van Rooij
BIJLAGE 1: AFSCHRIJVINGSBELEID BIJ ARTIKEL 9
Voor het activabeleid worden de volgende aanvullende uitgangspunten gehanteerd:
Uitgangspunt bij het uitvoeren van investeringskredieten is dat deze binnen twee jaar na autorisatie afgewikkeld moeten zijn. Kredieten die na beschikbaarstelling door het algemeen bestuur, per ultimo van het begrotingsjaar ouder zijn dan twee jaar, worden niet voor verdere uitvoering in het volgend begrotingsjaar in stand gehouden. Indien een krediet in afwijking op deze regel in stand dient te worden gehouden, kan het dagelijks bestuur hiertoe aan het algemeen bestuur in de P&C producten een voorstel doen.
(*) De componentenbenadering houdt in dat verschillende samenstellende delen van een materieel vast actief, afzonderlijk worden gewaardeerd en afgeschreven op basis van het waarde verloop van die individuele delen. Per samenstellend deel kan de economische gebruiksduur namelijk verschillen. Bij toepassen van deze benadering, worden afzonderlijke vervangingen opnieuw geactiveerd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2025-2756.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.