Financiële verordening Omgevingsdienst Brabant Noord 2025

Het Algemeen bestuur van de Omgevingsdienst Brabant Noord;

gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur;

gelet op artikel 216 van de Provinciewet;

besluit vast te stellen de Financiële verordening Omgevingsdienst Brabant Noord 2025:

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

Artikel 1: Begripsbepaling

  • 1.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      Algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de omgevingsdienst;

    • b.

      Dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de omgevingsdienst;

    • c.

      Omgevingsdienst: de Omgevingsdienst Brabant Noord

  • 2.

    In deze verordening en bij de toepassing ervan wordt verstaan onder:

    • a.

      Administratie. Het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;

    • b.

      Administratieve organisatie. Het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de Bestuurlijke en ambtelijke informatievoorziening ten behoeve van de verantwoordelijk leiding.

    • c.

      Rechtmatigheid. Het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving.

    • d.

      Doelmatigheid. Het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen.

    • e.

      Doeltreffendheid. Mate waarin de ODBN erin slaagt met de geleverde prestaties de gestelde doelen of de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid te bereiken.

    • f.

      Financiële administratie. Het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de ODBN, teneinde te komen tot een goed inzicht in: de financieel-economische positie; het financiële beheer; de uitvoering van de begroting; het afwikkelen van vorderingen en schulden; evenals tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover.

    • g.

      Investering. Een investering is een uitgaaf voor een goed of object met een gebruiksduur langer dan een jaar.

    • h.

      Functionele tarieven. Aan personele functies binnen de omgevingsdienst Brabant Noord zijn functieschalen gekoppeld. Op basis van de functieschaal wordt een uurtarief toegepast.

Hoofdstuk 2: Begroting en verantwoording

Artikel 2. Programma-indeling

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt de programma-indeling voor de begroting vast.

  • 2.

    Het algemeen bestuur stelt op voorstel van het dagelijks bestuur per programma relevante indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de geleverde dienstverlening en de maatschappelijke effecten van het beleid.

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken

  • 1.

    Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de baten en lasten weergegeven.

  • 2.

    Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. Bij de jaarstukken wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de werkelijke uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven.

  • 3.

    Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming en de investeringen.

  • 4.

    Bij de begroting en jaarverslag wordt een overzicht opgenomen waarin de gezamenlijke deelnemersbijdrage per taak wordt weergegeven.

  • 5.

    Het algemeen bestuur stelt de jaarstukken vast voor de wettelijke deadline opgenomen in de Wet gemeenschappelijke regelingen.

  • 6.

    Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening toe aan de financieel toezichthouder voor de wettelijke deadline opgenomen in de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 4. Kaders begroting

  • 1.

    De algemene financiële en beleidsmatige kaders worden voor de wettelijke deadline opgenomen in de Wet gemeenschappelijke regelingen voorafgaand aan het volgende begrotingsjaar vastgesteld door het algemeen bestuur.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur stuurt voor de wettelijke deadline opgenomen in de Wet gemeenschappelijke regelingen de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de gemeenteraden en provinciale staten.

  • 3.

    In de begroting wordt een post onvoorzien van € 100.000 opgenomen.

Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten

  • 1.

    Het algemeen bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten en ook de in de begroting opgenomen investeringskredieten.

  • 2.

    Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de begroting zijn opgenomen, legt het dagelijks bestuur voor het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor het autoriseren van het investeringskrediet aan het algemeen bestuur voor.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur als ze verwacht, dat de lasten of de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden.

  • 4.

    Bij de behandeling van de tussenrapportages in het algemeen bestuur bedoeld in artikel 6, lid 1, doet het dagelijks bestuur voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid.

  • 5.

    Het Algemeen Bestuur stelt de rapporteringsgrens op € 50.000 waarboven afwijkingen moeten worden gerapporteerd. De rechtmatigheidsverantwoording betreft 2% van de lasten in de vastgestelde begroting exclusief de dotaties aan de reserves.

  • 6.

    Conform gemeenschappelijke regeling ODBN zendt het dagelijks bestuur de conceptbegroting met bijbehorende toelichting, met inachtneming van de wettelijke zienswijze termijn, voordat zij ter definitieve vaststelling aan het algemeen bestuur wordt geagendeerd, toe naar raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten.

  • 7.

    Conform gemeenschappelijke regeling ODBN kunnen de Raden en Provinciale Staten binnen de wettelijke termijn na toezending van de ontwerpbegroting hun zienswijzen daarover naar voren brengen. Het dagelijks bestuur stelt aan de hand van de ontwerpbegrotingen en de ontvangen zienswijzen de definitieve begroting op.

  • 8.

    Conform gemeenschappelijke regeling ODBN stel het algemeen bestuur de begroting vast voor de wettelijke deadline opgenomen in de Wet gemeenschappelijke regelingen.

  • 9.

    Direct na de vaststelling zendt het dagelijks bestuur de begroting naar de deelnemers.

  • 10.

    Na vaststelling en voor de wettelijke deadline opgenomen in de Wet gemeenschappelijke regelingen stuurt het dagelijks bestuur de vastgestelde begroting op naar de financieel toezichthouder.

Artikel 6. Tussentijdse rapportage(*)

  • 1.

    Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur door middel van tussentijdse rapportages ten minste tweemaal per jaar over de realisatie en afwijkingen van de begroting en doet zo nodig voorstellen ter actualisering van de begroting.

  • 2.

    In de tussenrapportages worden afwijkingen op de te bereiken doelstellingen en de oorspronkelijke ramingen van de baten en de lasten van de programma’s en investeringskredieten in de begroting toegelicht en bijgesteld.

(*) In de financiële verordening worden kaders vastgelegd over het financiële beleid. Artikel 6 gaat over het rapporteren over de uitvoering van de begroting van concern ODBN. Het gaat in deze niet om de individuele tussenrapportages over de uitvoering van het werkprogramma van de individuele deelnemers.

Artikel 7. Informatieplicht

Het dagelijks bestuur informeert op grond artikel 52 Wgr in samenhang met artikel 17 Wgr en artikel 6.3 van de GR ODBN het algemeen bestuur actief over nieuwe ontwikkelingen met eventuele financiële consequenties die ingrijpende gevolgen hebben voor de omgevingsdienst. Het dagelijks bestuur besluit in dergelijke gevallen of indien het algemeen bestuur hierom verzoekt, niet eerder dan nadat het algemeen bestuur is geïnformeerd over het voornemen. Het algemeen bestuur moet in de gelegenheid zijn gesteld om zijn wensen en bedenkingen ter kennis te brengen van het dagelijks bestuur.

Het Algemeen Bestuur stelt de rapporteringsgrens op € 50.000 waarboven afwijkingen moeten worden gerapporteerd.

Artikel 8. EMU-saldo

Wanneer het Rijk de omgevingsdienst bericht dat alle overheidsinstellingen samen het collectieve aandeel van de overheid in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het dagelijks bestuur het algemeen bestuur indien dit consequenties heeft voor de begroting ODBN.

 

Hoofdstuk 3. Financieel beleid

Artikel 9. Waardering en afschrijving vaste activa

  • 1.

    Voor het waarderen en afschrijven van vaste activa worden de regels uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten gehanteerd.

  • 2.

    Voor de bepalingen over afschrijvingsmethodieken en afschrijvingstermijnen van de immateriële en materiële vaste activa wordt in de verordening verwezen naar de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. In deze bijlage zijn naast de methodiek de afschrijvingstermijnen voor de verschillende categorieën immateriële vaste activa, materiële vaste activa met economisch nut en materiële vaste activa met maatschappelijk nut opgenomen.

  • 3.

    Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.

  • 4.

    Voor investeringen wordt, in overeenstemming met de notitie rente een omslagrente toegerekend, zodra de ODBN hiervoor leningen aantrekt.

Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen

Voor de openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de vordering.

Artikel 11. Reserves en voorzieningen

  • 1.

    Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur een nota reserves en voorzieningen aan. In deze nota wordt door het algemeen bestuur het volgende vastgesteld en behandelt;

    • a.

      De vorming en besteding van reserves;

    • b.

      De vorming en besteding van voorzieningen.

  • 2.

    Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een bestedingsvoornemen wordt minimaal aangegeven;

    • a.

      Het specifieke doel van de reserve;

    • b.

      De voeding van de reserve;

    • c.

      De looptijd.

Artikel 12. Kostprijsberekening

  • 1.

    Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden de directe kosten en indirecte kosten betrokken.

  • 2.

    De toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van door de omgevingsdienst te leveren producten en diensten, gebeurt op basis van de directe uren voor de betreffende activiteit.

Artikel 13. Prijzen economische activiteiten

Het dagelijks bestuur past bij economische activiteiten de gedragsregels als bedoeld in hoofdstuk 4b (Overheden en overheidsbedrijven) van de Mededingingswet toe, tenzij het activiteiten betreft die het algemeen bestuur heeft aangewezen als activiteiten die plaatsvinden in het algemeen belang.

Artikel 14. Vaststelling hoogte tarieven

Het dagelijks bestuur doet het algemeen bestuur jaarlijks en indien nodig tussentijds, een voorstel voor de hoogte van de tarieven.

Artikel 15. Financieringsfunctie

  • 1.

    Het dagelijks bestuur neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht:

    • a.

      Voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en

    • b.

      Er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur vooraf als de wettelijke kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm, bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale overheden, dreigt te worden overschreden.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur legt het treasurystatuut ter vaststelling voor aan het algemeen bestuur. Het treasurystatuut geeft een uiteenzetting van het treasurybeleid en geeft een beschrijving van de bevoegdheden en verantwoordelijkheden in het kader van de treasuryfunctie.

Hoofdstuk 4. Paragrafen

Artikel 16. Paragrafen

Op grond van artikel 9 van het Besluit Begroting en Verantwoording voor provincies en gemeenten kent de begroting en jaarstukken een aantal verplichte paragrafen waarin de beleidslijnen vastgelegd worden met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten. Voor de omgevingsdienst zijn een aantal verplichte paragrafen niet van toepassing. De volgende paragrafen worden niet nader toegelicht in de begroting en jaarstukken; de paragraaf lokale heffing, de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen en de paragraaf grondbeleid.

Artikel 17. Financiering

In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het dagelijks bestuur naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:

  • 1.

    De kasgeldlimiet;

  • 2.

    De rente risiconorm;

  • 3.

    Het EMU-saldo.

Artikel 18. Weerstandsvermogen & risicobeheersing

  • 1.

    In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het dagelijks bestuur naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval het weerstandsvermogen op. De kengetallen zoals opgenomen in artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording worden meerjarig gepresenteerd.

  • 2.

    Het algemeen bestuur stelt een nota risicomanagement en weerstandsvermogen vast. In de nota wordt aandacht besteed aan:

    • a.

      Visie op risicobeheersing

    • b.

      Methode van risicocalculatie

    • c.

      Normering van de financiële kengetallen

Artikel 19. Bedrijfsvoering

In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het dagelijks bestuur in ieder geval de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.

Artikel 20. Verbonden partijen

Bij de begroting en de jaarstukken neemt het dagelijks bestuur in de paragraaf verbonden partijen de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten op voor de verbonden partijen.

Artikel 21. Wet open overheid

In de paragraaf Wet open overheid bij de begroting en de jaarstukken neemt het dagelijks bestuur in ieder geval de verplichte onderdelen op grond van artikel 16a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.

Hoofdstuk 5. Financiële organisatie en financieel beheer

Artikel 22. Administratie

De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:

  • a.

    Het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de organisatie als geheel en in de afdelingen;

  • b.

    Het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, enzovoorts;

  • c.

    Het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het maken van kostencalculaties;

  • d.

    Het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de productie en dienstenverlening;

  • e.

    Het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en

  • f.

    De controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving;

  • g.

    De inrichting en de werking van de financiële administratie voldoet aan het gestelde in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten;

  • h.

    Het verstrekken van de vereiste informatie aan het Rijk, de provincie, gemeenten en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan het concern ODBN.

Artikel 23. Financiële organisatie

Het dagelijks bestuur draagt zorgt voor:

  • a.

    Een eenduidige indeling van de organisatie en een eenduidig toewijzing van de taken aan de afdelingen;

  • b.

    Een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden;

  • c.

    De verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;

  • d.

    De interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;

  • e.

    De te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;

  • f.

    Het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;

  • g.

    Het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen en eigendommen,

opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

Artikel 24. Interne controle

Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het dagelijks bestuur daarover in de rechtmatigheidsverantwoording. Daarnaast informeert het dagelijks bestuur het algemeen bestuur over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.

Artikel 25. Aanbesteding en inkoop

Het dagelijks bestuur draagt zorg voor het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen en diensten. Deze regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels van de Europese Unie en Aanbestedingswet.

 

Hoofdstuk 6. Rechtmatigheid

Artikel 26. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording

Het Algemeen Bestuur stelt de rapporteringsgrens op € 50.000 waarboven afwijkingen moeten worden gerapporteerd. De rechtmatigheidsverantwoording betreft 2% van de lasten in de vastgestelde begroting exclusief de dotaties aan de reserves.

Artikel 27. Begrotingsrechtmatigheid

  • 1.

    Begrotingsonrechtmatigheden: Hiervan is sprake als het Dagelijks Bestuur:

    • a.

      bij de realisatie van doelen en activiteiten van de door het Algemene Bestuur vastgestelde budgetten voor wat betreft de lasten of investeringsbudgetten overschrijdt met meer dan 10% van het geautoriseerde bedrag, met een minimum van € 10.000

    • b.

      toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves die niet door het Algemeen Bestuur zijn vastgesteld

    • c.

      als bij onderschrijdingen van lasten of investeringsbudgetten en/of lagere of hogere baten dan begroot de begroting niet tijdig met begrotingswijzigingen is aangepast.

  • 2.

    De begrotingsonrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau van het programma, zoals deze door het Algemeen Bestuur zijn geautoriseerd.

  • 3.

    Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.

  • 4.

    Begrotingsafwijkingen zijnde overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen lasten, investeringen op totaalkrediet en baten zijn op zichzelf niet onrechtmatig. Deze kunnen alleen onrechtmatig zijn als die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld door het Dagelijks Bestuur. Deze begrotingsafwijkingen worden door het Algemeen Bestuur vastgesteld bij vaststelling van de jaarrekening en zijn daarmee tijdig gemeld. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:

    • a.

      Er is sprake van een overschrijding waarbij gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren.

    • b.

      Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling.

    • c.

      De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.

    • d.

      De overschrijding is geautoriseerd door middel van een aanvullende toelichting bij de vaststelling van de jaarrekening.

  • 5.

    Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het Algemeen Bestuur, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.

Artikel 28. Voorwaardencriterium

  • 1.

    Besteding en inning opbrengsten van gelden door de Omgevingsdienst zijn aan bepaalde voorwaarden verbonden waarop door het dagelijks bestuur moet worden getoetst. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur biedt het Algemeen Bestuur jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante interne regelgeving en overige wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien.

Artikel 29. Het misbruik en oneigenlijk gebruikscriterium (M&O-criterium)

Een gemeenschappelijke regeling dient misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. De aard van de activiteiten van de ODBN maakt dat het vaststellen van het beleid hieromtrent in een specifieke nota niet passend is. De ODBN heeft een ODBN-beleidsstuk opgesteld waaruit blijkt hoe de organisatie het misbruik en oneigenlijk gebruik toetst. Misbruik en oneigenlijk gebruik wordt voorkomen door in de verschillende regelingen en procedures passende maatregelen te voorzien. Voor bestaande procedures en interne controlemaatregelen op de naleving daarvan moet worden getoetst in hoeverre deugdelijke maatregelen ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik zijn genomen.

Artikel 30. Begrotingswijziging

Het dagelijks bestuur is bevoegd om de begroting budgettair neutraal te wijzigen voor uitgaven die volledig worden gedekt door specifieke uitkeringen en/of subsidies als er geen sprake is van beleidsvrijheid voor de organisatie.

Artikel 31. Incidentele budgetten

Incidentele budgetten zijn maximaal 2 jaar inzetbaar. Wanneer een incidenteel toegekend budget over de jaargrens heen meegenomen wordt, wordt deze jaarresultaat bepalend toegevoegd aan de reserve ‘Incidentele projecten’. Nut en noodzaak hiervan moeten onderbouwd worden en vermeld worden in de jaarstukken.

 

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 32. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking daags na bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2025.

  • 2.

    Met deze nieuwe verordening vervalt automatisch de voorgaande verordening.

  • 3.

    Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten eerder vastgestelde en nog geldende uitvoeringsregels mede op deze regeling.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening Omgevingsdienst Brabant Noord 2025.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Brabant Noord van 5 november 2025, te ‘s-Hertogenbosch.

de secretaris, de voorzitter,

Jan Lenssen Kees van Rooij

BIJLAGE 1: AFSCHRIJVINGSBELEID BIJ ARTIKEL 9

Voor het activabeleid worden de volgende aanvullende uitgangspunten gehanteerd:

  • 1.

    Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 25.000 worden niet geactiveerd.

  • 2.

    Uitzondering hierop zijn:

    • a.

      Gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd.

    • b.

      Persoonlijke Beschermingsmiddelen: dit zijn verbruiksartikelen.

    • c.

      Investeringen met dezelfde categorie en afschrijvingstermijn die afzonderlijk de activeringsgrens niet halen, maar gezamenlijk wel.

  • 3.

    De start van afschrijven begint vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin het actief gereed komt/verworven wordt of in gebruik wordt genomen.

  • 4.

    In principe wordt de lineaire afschrijvingsmethode gehanteerd. De keuze voor annuïtaire afschrijvingen wordt beschouwd als een afwijking van de standaard en dient te allen tijde expliciet en gemotiveerd te worden aangegeven.

  • 5.

    Bij investeringen > € 500.000 wordt alleen componentenbenadering (*) toegepast na een specifiek besluit van het algemeen bestuur.

  • 6.

    Voor het bepalen van de hoogte van de afschrijving wordt op grond van het voorzichtigheidsbeginsel geen rekening gehouden met de restwaarde van het actief.

  • 7.

    Afschrijvingstermijnen van investeringen die niet voorkomen in deze lijst worden na goedkeuring van betreffende investeringskrediet vastgesteld

  • 8.

    Uitgangspunt bij het uitvoeren van investeringskredieten is dat deze binnen twee jaar na autorisatie afgewikkeld moeten zijn. Kredieten die na beschikbaarstelling door het algemeen bestuur, per ultimo van het begrotingsjaar ouder zijn dan twee jaar, worden niet voor verdere uitvoering in het volgend begrotingsjaar in stand gehouden. Indien een krediet in afwijking op deze regel in stand dient te worden gehouden, kan het dagelijks bestuur hiertoe aan het algemeen bestuur in de P&C producten een voorstel doen.

(*) De componentenbenadering houdt in dat verschillende samenstellende delen van een materieel vast actief, afzonderlijk worden gewaardeerd en afgeschreven op basis van het waarde verloop van die individuele delen. Per samenstellend deel kan de economische gebruiksduur namelijk verschillen. Bij toepassen van deze benadering, worden afzonderlijke vervangingen opnieuw geactiveerd.

 

Tabel met afschrijvingstermijnen

Activa

 

Afschrijvingstermijn

Immateriële vaste activa

 

Kosten van onderzoek en ontwikkeling (max. termijn BBV)

5

 

Agio en disagio

Looptijd geldlening

Materiële vaste activa

 

Gronden en terreinen

0

 

Woonruimten en bedrijfsgebouwen

 

 

  • Nieuwbouw gebouwen (permanent)

40

 

  • Renovatie, restauratie en verbouw

10

 

  • Tijdelijke gebouwen (bijv. noodlokalen)

10

 

  • Voorzieningen aan gebouwen

10

 

Vervoersmiddelen

5

 

Machines, apparaten en installaties

10

 

Overige materiele vaste activa

 

 

Hardware ICT

5

 

Aanschaf telefoons

3

 

Aanschaf laptops

3

 

Aanschaf tablets

3

 

Koffieautomaat

5

 

Bureau stoelen

5

 

Bureaus

10

 

Kasten

10

 

Kantoormeubilair

10

 

Overige

10

 

Naar boven