Algemeen mandaatbesluit Veiligheids- en gezondheidsregio Gelderland-Midden 2025

Inleiding

 

1. Achtergrond

 

Op 9 oktober 2019 heeft het Dagelijks Bestuur van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) een Algemeen mandaatbesluit 2020 vastgesteld.

 

Per 1 januari 2025 geldt een herziene gemeenschappelijke regeling VGGM. Op grond van deze regeling heeft het Algemeen Bestuur (AB) bij besluit van 2 april 2025 een tweetal bestuurscommissie ingesteld; de bestuurscommissie Veiligheid en de bestuurscommissie Gezondheid.

In dit Instellingsbesluit worden ook gelijktijdig bevoegdheden van het AB gedelegeerd en overgedragen aan de bestuurscommissies.

 

Gelet op de wijziging van de gemeenschappelijke regeling VGGM behoeft het Algemeen mandaatbesluit 2020 aanpassing.

 

Hieronder wordt de inhoud en systematiek van dit mandaatbesluit kort toegelicht.

 

Mandaat kan alleen worden verleend voor het nemen van besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Voor het verrichten van feitelijke handelingen (bijvoorbeeld voeren van algemene correspondentie) moet het bestuursorgaan de betrokken functionaris machtigen.

Voor het verrichten van privaatrechtelijke handelingen (bijvoorbeeld het sluiten van een overeenkomst) verleent het bestuursorgaan een volmacht aan de betrokken functionaris.

 

In de Awb staat dat de bepalingen over mandaat van overeenkomstige toepassing zijn op machtiging en volmacht (artikel 10:12 Awb). In dit mandaatbesluit is er daarom voor gekozen om alleen de term (onder)mandaat te hanteren, ook als er sprake is van volmacht of machtiging.

 

Besluiten die voor (onder)mandatering in aanmerking komen, zijn in elk geval routinematige besluiten, dat wil zeggen besluiten die regelmatig terugkeren en waarbij de kaders en daarmee de bestuurlijke lijnen vastliggen Het bestuursorgaan blijft altijd verantwoordelijk voor de genomen beslissing. Daarom moet het mandaterend bestuursorgaan ervan uit kunnen gaan dat een besluit wordt genomen dat het bestuursorgaan zelf ook zou nemen. Het is de taak van de gemandateerde om een zaak ter besluitvorming voor te leggen aan het bestuursorgaan wanneer daar twijfel over mogelijk is.

 

2. Bestuursorganen van VGGM

De bestuursorganen van VGGM zijn het Algemeen bestuur, de bestuurscommissie Veiligheid, de bestuurscommissie Gezondheid, het Dagelijks bestuur en de Voorzitter. De relaties tussen deze bestuursorganen is geregeld in de Gemeenschappelijke regeling VGGM. In dit Algemeen mandaatbesluit 2025 mandateren de respectievelijke bestuurscommissies, het Dagelijks bestuur en de Voorzitter een aantal bevoegdheden aan de directie en staat toe dat de directie een aantal van deze bevoegdheden onder mandateert.

 

3. Mandaatverlening volgens de Algemene wet bestuursrecht

 

Onder mandaat wordt verstaan: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen (artikel 10:1 Awb). Essentieel kenmerk van mandaatverlening is dat de verantwoordelijkheid voor de uitoefening van de bevoegdheid bij het bestuursorgaan blijft liggen (artikel 10:2 Awb).

Ofwel, juridisch geldt een in mandaat genomen besluit als een besluit van de mandaatgever.

 

Het bestuursorgaan blijft ook altijd bevoegd om zelf de gemandateerde bevoegdheid uit te oefenen (artikel 10:7 Awb) en kan instructies verbinden aan de uitoefening van de gemandateerde.

Een burger moet uit een besluit kunnen afleiden namens welk bestuursorgaan het besluit is genomen (artikel 10:10 Awb). Als er sprake is van ondermandaat, dienen in elk geval de oorspronkelijke mandaatgever én de gemandateerde te worden vermeld.

 

4. Opzet van het Algemeen mandaatbesluit 2025

De opzet van dit Algemeen mandaatbesluit 2025 is de volgende:

  • -

    Hoofdstuk II bevat de kaders waarbinnen gemandateerden besluiten kunnen nemen. Voorts bevat het bepalingen over zaken als (onder)mandaat, de wijze van ondertekening en de wijze van informatieverstrekking. Voorts staat een aantal situaties omschreven waarin de (onder)gemandateerde geen gebruik mag maken van zijn bevoegdheden;

  • -

    Hoofdstuk III bevat een register van wettelijke bevoegdheden die de respectievelijke bestuursorganen mandateren aan de directie. Per bevoegdheid wordt aangegeven of ondermandaat is toegestaan.

Algemeen mandaatbesluit 2025 Veiligheids- en gezondheidsregio Gelderland-Midden 2025

 

Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie veiligheid en de bestuurscommissie Gezondheid van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM)

 

Besluiten:

ieder voor zover hun bevoegdheid strekt;

het onderstaande mandaatbesluit vast te stellen.

 

Kaders

 

Besluiten op basis van dit Algemeen mandaatbesluit 2025 worden genomen met inachtneming van de volgende bepalingen:

Artikel 1. Mandaatverlening

  • 1.

    Aan de directie wordt mandaat verleend om namens en onder verantwoordelijkheid van de bestuurscommissies, het Dagelijks bestuur en de Voorzitter besluiten te nemen en die besluiten te ondertekenen.

  • 2.

    De directie kan separate uitvoeringsregelingen vaststellen, voor zover ondermandaat is toegestaan en regelt hierin welke bevoegdheden aan welke functionaris worden onder gemandateerd.

Artikel 2. Mandaat, machtiging en volmacht

  • 1.

    Waar in dit Algemeen mandaatbesluit 2025 wordt gesproken over mandaat, wordt daaronder ook begrepen machtiging en volmacht.

  • 2.

    Het verlenen van mandaat houdt ook in dat de (onder)gemandateerde het betreffende besluit zelf mag nemen namens het bestuursorgaan.

  • 3.

    De bevoegdheid om krachtens mandaat besluiten te nemen omvat ook de bevoegdheid tot het afdoen, voeren en ondertekenen van correspondentie over de gemandateerde bevoegdheden, naast het treffen van voorbereidings- en uitvoeringshandelingen en het nemen van voorbereidings- en uitvoeringsbesluiten.

  • 4.

    De mandaatgever kan een mandaat tijdelijk intrekken. Dit wordt schriftelijk vastgelegd.

Artikel 3. Ondermandaat

  • 1.

    Een mandaatgever geeft per bevoegdheid aan of ondermandaat is toegestaan.

  • 2.

    Indien ondermandaat is toegestaan, is de gemandateerde bevoegd om ondermandaat te verlenen. Degene aan wie ondermandaat is verleend mag de toegekende bevoegdheid verder ondermandateren.

  • 3.

    De gemandateerde kan een ondermandaat tijdelijk beperken of intrekken. Dit wordt schriftelijk vastgelegd.

Artikel 4. Reikwijdte mandaat

  • 1.

    Het mandaat strekt niet verder dan de uitoefening van die bevoegdheden die tot het takenpakket van de (onder)gemandateerde behoren.

  • 2.

    Het mandaat omvat naast het nemen en ondertekenen van besluiten, tevens het verrichten van alle voorbereidings- en uitvoeringshandelingen die bij de uitoefening van de bevoegdheid behoren, zoals:

    • a.

      het verstrekken van mondelinge en/of schriftelijke informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard

    • b.

      het verzenden van ontvangstbewijzen

    • c.

      het voeren van overige correspondentie

    • d.

      het vragen van adviezen en inwinnen van inlichtingen

    • e.

      het verzorgen van publicaties.

  • 3.

    De gemandateerde bevoegdheden worden uitgeoefend binnen de grenzen van het geldend recht en de financiële, beleids- en uitvoeringsregels, waaronder alle relevante interne kaders en richtlijnen.

Artikel 5. Clausulering van het (onder)mandaat

  • 1.

    Bij de uitoefening van bevoegdheden die financiële consequenties hebben, dient de begroting van het desbetreffende dienstjaar of de meerjarenbegroting hierin te voorzien.

  • 2.

    Van het algemeen mandaat is de volgende bevoegdheid uitgezonderd en blijft voorbehouden aan het dagelijks bestuur:

    • -

      verlenen van onvoorwaardelijk ontslag op grond van artikel 8:13 AVGGM (disciplinaire straf);

    • -

      vaststellen van een conversietabel;

    • -

      besluiten inzake functiewaardering voor zover deze besluiten de directieleden betreffen;

    • -

      verlenen van ontslag op staande voet als bedoeld in de zin van de artikelen 7:677 BW en 7:678 BW.

Artikel 6. Informatieverstrekking

De bestuursorganen kunnen zich door de gemandateerden laten informeren over de krachtens mandaat genomen besluiten. Dit laat onverlet de actieve informatieplicht van de directie ten opzichte van het bestuur.

Artikel 7. Ondertekening

  • 1.

    De ondertekening van stukken bij de uitoefening van de bevoegdheden van de bestuurscommissies, het dagelijks bestuur en de voorzitter wordt opgedragen aan de directie, binnen de grenzen van de aan de VGGM opgedragen taken.

  • 2.

    De directie is bevoegd tot het opdragen van de in het vorige lid genoemde bevoegdheid aan door haar aan te wijzen en onder haar verantwoordelijkheid werkzame functionarissen van VGGM.

  • 3.

    De uitoefening van de bevoegdheid tot ondertekening geldt niet ten aanzien van stukken gericht aan de Kroon, ministers, staatssecretarissen, de Raad van State, de Nationale Ombudsman, de commissaris van de Koning en gedeputeerde staten, indien het aangelegenheden betreft die geen routinematig karakter hebben.

     

De uitgaande stukken worden op navolgende wijze ondertekend:

 

AFDOENING:

Het dagelijks bestuur Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden, namens het bestuur, gevolgd door de functieaanduiding en de naam van de functionaris en zijn handtekening

 

Of

 

Het dagelijks bestuur Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden, namens het bestuur, gevolgd door de naam van een afzonderlijk lid van de directie en zijn handtekening, gevolgd door 'directie'

 

Of

 

De voorzitter Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden, namens deze, gevolgd door de functieaanduiding en de naam van de functionaris en zijn handtekening

 

Of

 

De voorzitter van de Bestuurscommissie Veiligheid, namens deze, gevolgd door de functieaanduiding en de naam van de functionaris en zijn handtekening

 

Of

 

De voorzitter van de Bestuurscommissie Gezondheid, namens deze, gevolgd door de functieaanduiding en de naam van de functionaris en de handtekening

 

ONDERTEKENING:

In geval van uitoefening van ondertekeningmandaat worden uitgaande stukken ondertekend met: Overeenkomstig het door het dagelijks bestuur genomen besluit, gevolgd door de functieaanduiding van de functionaris die gemachtigd is tot het ondertekenen en zijn of haar handtekening en naam.

Artikel 8. Intrekking oude mandaatbesluiten

Het Mandaatbesluit VGGM 2020 wordt ingetrokken.

Artikel 9. Citeertitel en inwerkingtreding

Dit Algemeen Mandaatbesluit VGGM 2025 treedt in werking op 1 november 2025

Aldus vastgesteld door het AB van VGGM in de vergadering van 10 september 2025

de voorzitter,

Ahmed Marcouch

de secretaris,

Henk Bril

Aldus vastgesteld door het DB van VGGM in de vergadering van 25 juni 2025

de voorzitter,

Ahmed Marcouch

de secretaris,

Henk Bril

Aldus vastgesteld door de bestuurscommissie Veiligheid van VGGM in de vergadering van 1 oktober 2025

de voorzitter,

Ahmed Marcouch

de secretaris,

Anton Slofstra

Aldus vastgesteld door de bestuurscommissie Gezondheid van VGGM in vergadering van 1 oktober 2025

de voorzitter,

Chantal Teunissen

de secretaris,

Henk Bril

Hoofdstuk 3. Mandaatregister behorende bij algemeen mandaatbesluit VGGM 2025

 

A. Algemeen

 

Nr.

Bevoegdheid van:

  • -

    Bestuurscommissie Veiligheid,

  • -

    Bestuurscommissie Gezondheid,

  • -

    Het dagelijks bestuur (DB) en

  • -

    Voorzitter

Mandaat aan:

Opmerkingen:

1

Het verrichten van feitelijke handelingen ter voorbereiding en ter uitvoering van de opgedragen taken als genoemd in artikel 4 en 5 van de Gemeenschappelijke regeling Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden 2025 (verder te noemen: de regeling)

Directie

Ondermandaat toegestaan

3

Het aangaan van verplichtingen en het verrichten van andere privaatrechtelijke rechtshandelingen (uitoefenen van privaatrechtelijke bevoegdheden van rechtspersonen)

Directie

Ondermandaat toegestaan

4

Het verrichten van feitelijke handelingen, evenals het aangaan van verplichtingen en het verrichten van andere privaatrechtelijke rechtshandelingen ten behoeve van het dagelijks functioneren en de instandhouding van VGGM, het beheer en onderhoud van de ruimten van de dienst het openbaar lichaam daaronder begrepen.

Directie

Ondermandaat toegestaan

5

Het vaststellen van beleidsregels, richtlijnen en protocollen in het kader van de opgedragen taken en bevoegdheden als genoemd in artikel 4 en 5 van de regeling.

Directie

Ondermandaat toegestaan

6

  • 1.

    Het vertegenwoordigen van VGGM buiten rechte ter uitvoering van beslissingen die zijn genomen:

    • a.

      in de uitoefening van de bevoegdheden die zijn omschreven in de registers;

    • b.

      door het algemeen bestuur, door de bestuurscommissie veiligheid, bestuurscommissie gezondheid, het dagelijks bestuur of de voorzitter.

  • 2.

    Het aanwijzen van ge(vol)machtigden voor het uitoefenen van de onder het eerste lid genoemde bevoegdheid.

Directie

Ondermandaat toegestaan

7

Het beslissen tot het voeren van rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, de bestuurscommissies veiligheid, bestuurscommissie gezondheid, het dagelijks bestuur en Voorzitter, voor zover het deze bestuursorganen aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist.

Directie

Ondermandaat toegestaan

8

Het ondertekenen van stukken ter voorbereiding en uitvoering van besluiten van het algemeen bestuur, de bestuurscommissie veiligheid, de bestuurscommissie gezondheid, het dagelijks bestuur

Directie

Ondermandaat toegestaan  

9

Het toepassen van bestuursdwang en het opleggen van een last onder dwangsom op grond van artikel 63 Wet veiligheidsregio’s en hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht en het uitoefenen van de bevoegdheden op grond van afdeling 5.3 en afdeling 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Directie

Ondermandaat toegestaan

10

Het uitbrengen van adviezen aan bestuursorganen ter uitvoering van een wettelijk voorschrift als bedoeld in afdeling 3.3. van de Algemene wet bestuursrecht.

Directie

Ondermandaat toegestaan

11

Het bevestigen van de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag als bedoeld in artikel 4.3a van de Algemene wet bestuursrecht.

Directie

Ondermandaat is toegestaan

12

Het vaststellen van formulieren als bedoeld in artikel 4:4 van de Algemene wet bestuursrecht voor het indienen van aanvragen en het verstrekken van gegevens.

Directie

14

Het nemen van beslissingen over het niet behandelen van aanvragen.

Directie

Ondermandaat toegestaan

15

Het in de gelegenheid stellen mondeling of schriftelijke zienswijzen naar voren te brengen en het nemen van beslissingen tot het achterwege laten daarvan.

Directie

Ondermandaat toegestaan

16

Het maken van verslagen.

Directie

Ondermandaat toegestaan

17

Het in ontvangst nemen van aan de bestuursorganen van de VGGM gerichte geschriften en het aantekenen van de datum van ontvangst op ingediende geschriften.

Directie

Ondermandaat toegestaan

18

Het verstrekken van bevestigingen en bewijzen van ontvangst.

Directie

Ondermandaat toegestaan

19

Het ter inzage leggen en het verstrekken van (kopieën) van besluiten, verslagen, nota's en andere stukken.

Directie

Ondermandaat toegestaan

20

Het uitoefenen van bevoegdheden bij of krachtens de Wet open overheid.

Directie

Ondermandaat toegestaan

21

Het in rekening brengen van vergoedingen als bedoeld in artikel 2 van het Besluit maximum tarieven open overheid.

Directie

Ondermandaat toegestaan

22

Het uitoefenen van bevoegdheden bij of krachtens de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

Directie

Ondermandaat toegestaan

23

Het uitoefenen van bevoegdheden bij of krachtens de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg en bij of krachtens hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht.

Directie

Ondermandaat toegestaan

24

Het uitoefenen van bevoegdheden bij of krachtens de Wet hergebruik van overheidsinformatie.

Directie

Ondermandaat toegestaan

25

Het doen van openbare bekendmakingen en het doen van kennisgevingen en mededelingen van voorgenomen en genomen beslissingen.

Directie

Ondermandaat toegestaan

26

Het toezicht houden op en het ontzeggen van de toegang tot de voor het publiek toegankelijke ruimten van VGGM, indien dat noodzakelijk moet worden geacht in het belang van de handhaving van de openbare orde of de voortgang van de werkzaamheden in die ruimten.

Directie

27

Het indienen van verweerschriften en overigens stukken en het vertegenwoordigen van VGGM, de bestuurscommissie veiligheid, de bestuurscommissie gezondheid, het dagelijks bestuur en de voorzitter, alsmede het optreden ter zitting in het kader van gerechtelijke procedures.

Directie

Ondermandaat toegestaan

28

Het doen van aangifte bij het Openbaar Ministerie en het voegen in strafrechtelijke procedures.

Directie

Ondermandaat toegestaan

29

Beslissen op verzoeken van belanghebbenden om vergoeding van de kosten die zij in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs hebben moeten maken als bedoeld in artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht.

Directie

Ondermandaat toegestaan

30

Het afsluiten, prolongeren, opzeggen dan wel tussentijds wijzigen van verzekeringen.

Directie

Ondermandaat toegestaan

31

Het nemen van beslissingen over aansprakelijkstellingen voor zover een afgesloten verzekering(polis) daarin niet voorziet.

Directie

Ondermandaat toegestaan

32

Het vaststellen van uurtarieven en tarieven voor individuele dienstverlening.

Directie

Ondermandaat toegestaan

33

Het doen van uitgaven en het ontvangen van betalingen ingevolge het bepaalde in artikel 31 van de regeling nader uitgewerkt in de verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de VGGM" (Financiële verordening Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden 2025). Verordening op de organisatie van de administratie en van het beheer van vermogenswaarden van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden en het Treasurystatuut

Directie

Ondermandaat toegestaan

34

Het aanvragen van bijdragen en vergoedingen bij het Rijk, Provincie en andere subsidiënten.

Directie

Ondermandaat toegestaan

35

Het uitoefenen van taken en bevoegdheden bij of krachtens de Archiefwet 1995 waaronder het nemen van besluiten over het vernietigen, het uitlenen, het geven van inzage en het overdragen van archiefbescheiden.

Directie

Ondermandaat toegestaan

36

Het uitoefenen van de taken en bevoegdheden bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet

Directie

Ondermandaat toegestaan

37

Het feitelijk uitoefenen van de taken en bevoegdheden bij of krachtens artikel 10 van de Wet Veiligheidsregio' s.

Directie

38

Het uitoefenen van taken en bevoegdheden bij of krachtens de Wet financiering decentrale overheden.

Directie

Ondermandaat toegestaan

39

Het benoemen, schorsen en ontslaan van personeel alsmede alle overige beheersmatige bevoegdheden betreffende het personeel, waaronder ook verstaan personeel werkzaam voor die onderdelen waarvoor de bestuurscommissie veiligheid en gezondheid binnen de geldende wettelijke grenzen verantwoordelijkheid dragen, alsmede alle rechtspositionele besluiten ten aanzien van Ambulancezorgpersoneel VGGM.

Directie

Ondermandaat toegestaan

 

B. Mandaatregister Bestuurscommissie gezondheid

 

Nr.

Bevoegdheid

Mandaat aan:

Opmerkingen:

1

Het feitelijk uitoefenen van taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 2 van de Wet Publieke gezondheid (Wpg)

  • 1.

    Het bevorderen van de totstandkoming en de continuïteit van en de samenhang binnen de publieke gezondheidszorg en de afstemming ervan met de curatieve gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen.

  • 2.

    Het zorgdragen voor:

    • a.

      het verwerven van, op epidemiologische analyse gebaseerd, inzicht in de gezondheidssituatie van de bevolking;

    • b.

      het elke vier jaar, voorafgaand aan de opstelling van de nota gemeentelijke gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Wpg op landelijk gelijkvormige wijze verzamelen en analyseren van gegevens over deze gezondheidssituatie;

    • c.

      het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen;

    • d.

      het bijdragen aan opzet, uitvoering en afstemming van preventieprogramma’s, met inbegrip van programma’s voor de gezondheidsbevordering;

    • e.

      het bevorderen van medisch milieukundige zorg;

    • f.

      het bevorderen van technische hygiënezorg;

    • g.

      het bevorderen van psychosociale hulp bij rampen;

    • h.

      het geven van prenatale voorlichting aan aanstaande ouders;

    • i.

      het aanbieden van een vrijwillig prenataal huisbezoek.

Directie

Ondermandaat toegestaan

Uitoefenen van taken en bevoegdheden bij of krachtens artikel 5 van de Wpg op gebied van de jeugdgezondheidszorg

  • 1.

    Het in ieder geval zorgdragen voor:

    • a.

      het op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van jeugdigen en van gezondheid bevorderende en -bedreigende factoren;

    • b.

      het ramen van de behoeften aan zorg;

    • c.

      de vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen, met uitzondering van het perinatale onderzoek op phenylketonurie (PKU), congenitale hypothyroïdie (CHT) en adrenogenitaal syndroom (AGS);

    • d.

      het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding;

    • e.

      het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen.

  • 2.

    Het zorgdragen voor vernietiging van het bestand met de gegevens uit het register onderwijsdeelnemers, bedoeld in artikel 5, lid 3, Wpg.

Directie

Ondermandaat toegestaan

3

Uitoefenen van taken en bevoegdheden op het gebied van de ouderenzorg bij of krachtens artikel 5a van de Wpg

  • 1.

    Het zorgdragen voor:

    • a.

      het op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van ouderen en van gezondheidsbevorderende en -bedreigende factoren;

    • b.

      het ramen van de behoeften aan zorg;

    • c.

      de vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen als comorbiditeit;

    • d.

      het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding;

    • e.

      het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen.

Directie

Ondermandaat toegestaan

4

Uitoefenen van taken en bevoegdheden bij of krachtens artikel 6 van de Wpg op gebied van infectieziektebestrijding

  • 1.

    Het zorgdragen voor:

    • a.

      het nemen van algemene preventieve maatregelen op het gebied van de infectieziekte bestrijding;

    • b.

      het bestrijden van tuberculose en seksueel overdraagbare aandoeningen, inclusief bron- en contactopsporing;

    • c.

      bron- en contactopsporing bij meldingen als bedoeld in de artikelen 21, 22, 25 en 26 van de Wpg.

  • 2.

    Het zorgdragen voor de voorbereiding op de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A1 of A2, alsmede op de bestrijding van een nieuw subtype humaan influenzavirus, waarbij ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat.

Directie

Ondermandaat toegestaan

5

Uitoefenen van taken en bevoegdheden bij of krachtens artikel 8 van de Wpg op gebied van infectieziektebestrijding

  • 1.

    Het toepassen van de maatregelen die door Minister worden opgedragen indien het gaat om de voorbereiding op de bestrijding van:

    • a.

      infectieziekten behorende tot groep A1 of A2, of

    • b.

      een nieuw subtype humaan influenzavirus, waarbij ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat.

  • 2.

    Het vaststellen van het deel van het crisisplan (artikel 16 Wet veiligheidsregio’s), dat betrekking heeft op bestrijding van en de voorbereiding op de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A1 of A2, alsmede de voorbereiding op de bestrijding van een nieuw subtype humaan influenzavirus waarbij ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat.

Directie

6

Uitoefenen van bevoegdheden bij of krachtens artikel 5 van de wet ambulancezorgvoorzieningen

  • 1.

    Het zorgdragen voor:

    • a.

      het uitvoeren van de meldkamerfunctie door een ambulancezorgprofessional;

    • b.

      het ontvangen, registreren en beoordelen van elke aanvraag van zorg, bedoeld in de onderdelen c, d en e, en zo nodig het besluiten door wie en op welke wijze deze zorg zal worden verleend, niet zijnde de meldkamerfunctie;

    • c.

      het met een speciaal daartoe uitgerust en als zodanig herkenbaar voertuig snel ter plaatse brengen van een ambulanceverpleegkundige of andere ambulancezorgprofessional om aldaar zorg te verlenen, in verband met een ervaren of geobserveerde mogelijk ernstige of een op korte termijn levensbedreigende situatie als gevolg van een gezondheidsprobleem of letsel dat plotseling is ontstaan of verergert;

    • d.

      het verlenen van zorg door een ambulanceverpleegkundige of andere ambulancezorgprofessional die erop gericht is een zieke of gewonde ter zake van zijn aandoening of letsel, in verband met een ervaren of geobserveerde mogelijk ernstige of een op korte termijn levensbedreigende situatie als gevolg van een gezondheidsprobleem of letsel dat plotseling is ontstaan of verergert, per ambulance te vervoeren;

    • e.

      het verlenen van zorg door een ambulanceverpleegkundige of andere ambulancezorgprofessional op het woon- of verblijfsadres van een patiënt of verlenen van zorg in combinatie met vervoer van een patiënt tussen het woon- of verblijfadres en een zorginstelling met het oog op diagnostiek, behandeling, opname of ontslag met een ambulance.

Directie

7

Uitoefenen van bevoegdheden bij of krachtens artikel 7, van de wet ambulancezorgvoorzieningen.

 

Het sluiten van een convenant in het werkgebied van onze meldkamer.

Directie

8

Uitoefenen van bevoegdheden bij of krachtens artikel 9 van de wet ambulancezorgvoorzieningen

  • 1.

    Het zorgdragen voor;

    • a.

      het op systematische wijze verzamelen en registreren van gegevens betreffende de kwaliteit van de werkzaamheden en de verlening van ambulancezorg, zoals vastgelegd in de kwaliteitskaders voor de Regionale Ambulancevoorzieningen en de kwaliteitsgegevens die de minister op basis van artikel 12 opvraagt;

    • b.

      het aan de hand van de gegevens, bedoeld onder a, op systematische wijze toetsen in hoeverre de wijze van uitvoering van artikel 4 leidt tot een verantwoorde uitvoering van de werkzaamheden;

    • c.

      het op basis van de uitkomst van de toetsing, bedoeld onder b, zo nodig verbeteren van de wijze waarop artikel 4 wordt uitgevoerd;

    • d.

      dat eenmaal in de vijf jaar een visitatie door een visitatiecommissie wordt verricht;

    • e.

      toezending van visitatierapport en standpunt daarover aan Onze Minister en het openbaar maken daarvan.

Directie

9

Uitoefenen van bevoegdheden bij of krachtens artikel 11 van de wet ambulancezorgvoorzieningen

 

Het zorgdragen voor een adequate en integrale inbedding van de medische verantwoordelijkheid in de organisatie.

Directie

10

Het benoemen van gemeentelijke lijkschouwers als bedoeld in artikel 4 en 5 van de Wet op de lijkbezorging.

Directie

 

 

 

 

 

C. Mandaatregister Bestuurscommissie veiligheid

 

Nr.

Bevoegdheid

Mandaat aan:

Opmerkingen

1

Het feitelijk uitoefenen van taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s:

  • a.

    het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises;

  • b.

    het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald;

  • c.

    het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid;

  • d.

    het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing;

  • e.

    het instellen en in stand houden van een brandweer;

  • f.

    het instellen en in stand houden van een GHOR;

  • g.

    het voorzien in de meldkamerfunctie;

  • h.

    het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel;

  • i.

    het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.

Directie

2

Het feitelijk uitoefenen van taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 17 van de Wet veiligheidsregio’s:

  • 1.

    het vaststellen van een rampbestrijdingsplan voor:

    • a.

      locaties waarop een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen milieubelastende activiteiten worden verricht;

    • b.

      inrichtingen en rampen die behoren tot een bij de maatregel, bedoeld onder a, aangewezen categorie;

    • c.

      uchthavens die bij de maatregel, bedoeld onder a, zijn aangewezen.

  • 2.

    Het besluiten dat geen rampbestrijdingsplan hoeft te worden vastgesteld op grond van de ingevolge artikel 48 Wet veiligheidsregio’s verschafte informatie.

Directie

3

Het feitelijk uitoefenen van taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 19 van de Wet veiligheidsregio’s:

 

Het sluiten van een convenant met functionarissen als bedoeld in artikel 12, lid 1 Wvr.

Directie

4

Het feitelijk uitoefenen van taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 22 van de Wet veiligheidsregio’s:

Het met de andere besturen van de veiligheidsregio’s zorgdragen voor de inrichting van een uniforme informatie- en communicatievoorziening. Waaronder :

  • a.

    het vaststellen van de informatiebehoefte en

  • b.

    het vaststellen van kaders, standaarden en kwaliteitseisen met het oog op de informatie-uitwisseling binnen en tussen de in artikel 10, onder i, bedoelde organisaties.

Directie

5

  • 1.

    Het feitelijk uitoefenen van taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 25 van de Wet veiligheidsregio’s, waarbij de brandweer in ieder geval de volgende taken en bevoegdheden uitoefent:

    • a.

      het voorkomen, beperken en bestrijden van brand;

    • b.

      het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand;

    • c.

      het waarschuwen van de bevolking;

    • d.

      het verkennen van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting;

    • e.

      het adviseren van andere overheden en organisaties op het gebied van de brandpreventie, brandbestrijding en het voorkomen, beperken en bestrijden van ongevallen met gevaarlijke stoffen.

  • 2.

    De brandweer voert tevens taken uit bij rampen en crises in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing.

Directie

6

Het feitelijk uitoefenen van taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 31 van de Wet veiligheidsregio’s.

 

Het aanwijzen van een locatie als bedrijfsbrandweerplichtig en het in ontvangst nemen van de inlichtingen als bedoeld in dit artikel.

Directie

7

Het feitelijk uitoefenen van taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 33 van de Wet veiligheidsregio’s.

  • 1.

    Organisatorische verbanden die zorg of een andere dienst verlenen waarop aanspraak bestaat ingevolge artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg of ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet, zorgaanbieders als bedoeld in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, Regionale Ambulancevoorzieningen en gezondheidsdiensten in die regio, die een taak hebben binnen de geneeskundige hulpverlening, treffen de nodige maatregelen met het oog op hun taak en de voorbereiding daarop.

  • 2.

    Het bestuur van de veiligheidsregio, de Regionale Ambulancevoorziening en de in die regio werkzame organisatorische verbanden, zorgaanbieders en diensten, bedoeld in het eerste lid, maken schriftelijke afspraken over de inzet van deze organisatorische verbanden, zorgaanbieders en diensten bij de uitvoering van hun taak en op de voorbereiding daarop.

  • 3.

    De organisatorische verbanden, zorgaanbieders, Regionale Ambulancevoorzieningen en diensten, bedoeld in het eerste lid, verstrekken het bestuur van de veiligheidsregio desgevraagd alle informatie over hun inzet en de voorbereiding daarop.

  • 4.

    Bij algemene maatregel van bestuur worden eisen gesteld aan de inhoud van afspraken, bedoeld in het tweede lid.

Directie

Ondermandaat toegestaan

8

Het feitelijk uitoefenen van taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 34 van de Wet veiligheidsregio’s.

 

Het in overleg treden met de organisatorische verbanden als bedoeld in artikel 33 Wet veiligheidsregio's.

Directie

9

Het feitelijk uitoefenen van taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 35 van de Wet veiligheidsregio’s.

  • 1.

    Het uitoefenen van de meldkamerfunctie ten behoeve van de brandweertaak, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening.

  • 2.

    Het in overeenstemming met politie besluiten dat de politie op die meldkamer de meldkamerfunctie tbv de brandweertaak uitvoert.

  • 3.

    Het afsluiten van een convenant met besturen van veiligheidsregio's in ons werkgebied van de meldkamer waarin afspraken worden gemaakt over uitvoering van de meldkamerfunctie in het werkgebied van de meldkamer.

Directie

10

Het feitelijk uitoefenen van taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 46 van de Wet veiligheidsregio’s.

  • 1.

    Het verschaffen van informatie verschaft over de rampen en de crises die de regio kunnen treffen, en over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en bestrijding of beheersing hiervan aan onze Minister, de commissaris van de Koning, de Hoofdofficier van Justitie en de bevolking.

  • 2.

    Het bij de rampenbestrijding en de crisisbeheersing in de regio betrokken personen verschaffen van informatie over:

    • -

      de rampen en de crises die de regio kunnen treffen,

    • -

      de risico’s die hun inzet kan hebben voor hun gezondheid en de voorzorgsmaatregelen die in verband daarmee zijn of zullen worden getroffen.

  • 3.

    het afstemmen van informatievoorziening met de bij rampen en crises betrokken Ministers.

Directie

11

Het feitelijk uitoefenen van taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 48 van de Wet veiligheidsregio’s.

  • 1.

    Het in ontvangst nemen van relevante veiligheidstechnische gegevens die nodig is voor een adequate voorbereiding van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing.

  • 2.

    Het geven van een bevel dat een milieubelastende activiteit op een locatie niet wordt verricht of een inrichting niet wordt geëxploiteerd, indien niet aan de verplichting tot informatieverstrekking wordt voldaan.

Directie

12

Het feitelijk uitoefenen van taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 49 van de Wet veiligheidsregio’s.

  • 1.

    Het openbaar maken van de relevant veiligheidstechnische gegevens.

Directie

13

Het feitelijk uitoefenen van taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 61 van de Wet veiligheidsregio’s

  • 1.

    Het aanwijzen van toezichthoudende ambtenaren en het mededelen in de Staatscourant.

Directie

 

D. Mandaatregister Dagelijks Bestuur

 

1

De taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 17 van de gemeenschappelijke regeling VGGM;

  • a.

    een voortdurend toezicht op al wat de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland- Midden aangaat;

  • b.

    het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur respectievelijk de bestuurscommissies veiligheid en gezondheid ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd;

  • c.

    het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur respectievelijk de bestuurscommissies veiligheid en gezondheid;

  • d.

    het mededeling doen van besluiten van het algemeen bestuur respectievelijk de bestuurscommissies veiligheid en gezondheid aan de aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten;

  • e.

    het voorstaan van de belangen van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland- Midden bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden van belang is;

  • f.

    de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden;

  • g.

    de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;

  • h.

    het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit

  • i.

    de zorg voor en het houden van toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden;

  • j.

    het benoemen, schorsen en ontslaan van personeel alsmede alle overige beheersmatige bevoegdheden betreffende het personeel, waaronder ook verstaan personeel werkzaam voor die onderdelen waarvoor de bestuurscommissies veiligheid en gezondheid binnen de geldende wettelijke grenzen verantwoordelijkheid draagt.

  • k.

    regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam;

  • l.

    tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • m.

    te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover dit het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist.

Directie

 

Naar boven