Blad gemeenschappelijke regeling van Omgevingsdienst IJsselland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Omgevingsdienst IJsselland | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 2568 | delegatie- of mandaatbesluit |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Omgevingsdienst IJsselland | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 2568 | delegatie- of mandaatbesluit |
Mandaatbesluit, dagelijks bestuur en voorzitter, 9 oktober 2025
Gelet op het bepaalde in afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland;
Omgevingsdienst IJsselland is ingesteld ter behartiging van de individuele en gezamenlijke belangen van haar deelnemers op het gebied van de fysieke leefomgeving en ziet op de vergunningverlening, het toezicht op de naleving en de handhaving van de voorschriften zoals opgenomen in de relevante regelgeving, voor zover de bevoegdheid daartoe de deelnemers toekomt en voor zover deze aan de omgevingsdienst is gemandateerd;
De omgevingsdienst zorg draagt voor een organisatie ter behartiging van de hierboven genoemde belangen en richt zich daarbij op:
* Het bieden van een structuur waarin de colleges voldoen aan de wettelijke eisen van kwaliteit, effectiviteit en robuustheid en organisatie voor de uitvoering van hun taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving;
* Advisering aan en uitvoering voor de deelnemers ten behoeve van vergunningverlening, toezicht en handhaving;
* De inzet van kennis en kunde;
* De realisatie van een centraal aanspreekpunt voor externe partners;
* Het creëren van een gelijk speelveld voor burgers en bedrijven in het werkgebied van de omgevingsdienst.
Het uit oogpunt van efficiëntie en actualiteit het wenselijk is om het mandaat dat het dagelijks bestuur en de voorzitter op 16 november 2017 aan de directeur verstrekt hebben te actualiseren en op een enkel onderdeel mandaat te verstrekken aan de managers.
Het op 16 november 2017 aan de directeur van Omgevingsdienst IJsselland verleende mandaat in te trekken en in plaats daarvan het mandaat aan de directeur en managers van de omgevingsdienst aldus vast te stellen:
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst;
b. dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de omgevingsdienst;
c. directeur: de directeur van de omgevingsdienst, zoals bedoeld in artikel 25 van de regeling;
d. machtiging: de bevoegdheid om namens de mandaatgever feitelijke handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;
e. manager: een werknemer zoals bedoeld in het Burgerlijk Wetboek, wiens functiebeschrijving valt onder strategisch management als bedoeld in de modelbeschrijving van HR21;
f. mandaat: de bevoegdheid om namens de mandaatgever besluiten te nemen;
g. omgevingsdienst: het openbaar lichaam Omgevingsdienst IJsselland, zoals bedoeld in artikel 2 van de regeling;
h. regeling: gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland;
i. volmacht: de bevoegdheid om namens de mandaatgever privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop rustende bepalingen worden volmacht en machtiging gelijkgesteld met mandaat, tenzij de bepalingen van dit besluit anders aangeven.
Artikel 3 Mandaat aan de directeur
Het dagelijks bestuur en de voorzitter verlenen, ieder voor zover het de eigen bevoegdheden betreft, mandaat aan de directeur voor de bevoegdheid tot:
a. het nemen van besluiten op grond van de Titels 10 en 15 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de cao SGO en de overige personele regelingen van de omgevingsdienst, met uitzondering van besluiten omtrent de directeur zelf;
b. het nemen van besluiten op grond van de Wet verbetering poortwachter en de Arbeidsomstandighedenwet, met uitzondering van besluiten omtrent de directeur zelf;
c. het nemen van besluiten op bezwaarschriften die gericht zijn tegen besluiten op grond van de Wet open overheid, de Wet hergebruik overheidsinformatie en de Algemene Verordening Gegevensbescherming, voor zover het de autonome bevoegdheden van de omgevingsdienst betreft;
d. het nemen van besluiten inzake informatieveiligheid, met inachtneming van door het dagelijks bestuur vastgesteld beleid;
e. het nemen van besluiten in gevolge de geldende klachtenregeling met betrekking tot het afhandelen van klachten over een gedraging van een persoon, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur, met uitzondering van de directeur zelf;
f. het toewijzen van taken aan voor de omgevingsdienst werkzame personen, met uitzondering van de directeur zelf;
g. het vaststellen van functiebeschrijvingen en functiewaarderingen, met uitzondering van die van de directeur zelf;
h. het besluiten om namens de omgevingsdienst, het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist;
i. tot het aangaan van overeenkomsten ten behoeve van de taakuitoefening dan wel de bedrijfsvoering van de omgevingsdienst, met inachtneming van het geldende budgethoudersreglement en het geldende procuratiebesluit van de omgevingsdienst;
j. het besluit om schriftelijk en gemotiveerd af te wijken van het inkoopbeleid van de omgevingsdienst;
k. het voeren van overleg met het Lokaal Overleg en het nemen van besluiten over de in artikel 12.2 Cao SGO genoemde onderwerpen;
l. tot het aanvragen en verantwoorden van subsidies of specifieke doeluitkeringen op basis van regelingen van andere overheidsorganen en de Europese Unie, alsmede het aangaan van uitvoeringsovereenkomsten ter verkrijging daarvan;
m. het vertegenwoordigen van de omgevingsdienst in en buiten rechte.
Artikel 4 Mandaat aan de managers
2. Het mandaat bedoeld in het eerste lid, ziet tevens op de ondertekening van genomen besluiten.
3. Het mandaat bedoeld in het eerste lid, ziet niet op het nemen van een besluit op een bezwaarschrift
De directeur en de managers oefenen het mandaat niet uit als:
a. hij of zij bij het te nemen besluit een persoonlijk belang heeft;
b. de financiële consequenties van het besluit naar verwachting het daartoe in de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting beschikbaar gestelde budget overschrijden;
c. de uitoefening van de bevoegdheden ingrijpende gevolgen voor de omgevingsdienst kan hebben.
De directeur stelt het dagelijks bestuur respectievelijk de voorzitter tijdig in kennis van krachtens mandaat of ondermandaat te nemen besluiten, waarvan hij redelijkerwijs moet aannemen dat kennisneming door hen gewenst is.
In geval van afwezigheid van de directeur, kan het mandaat worden uitgeoefend door diens formele plaatsvervanger.
Ingeval van uitoefening van ondermandaat worden uitgaande stukken overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid ondertekend, met dien verstande dat de naam, de functieaanduiding en de handtekening van de ondermandataris, in de plaats van de naam van de directeur en zijn handtekening worden geplaatst
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2025-2568.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.