Subsidieverordening Regio Deal Regio Rivierenland II 2025-2029

Het Algemeen Bestuur van Regio Rivierenland,

 

Overwegende dat

  • -

    het bestuur van Regio Rivierenland, samen met de besturen van de provincie Gelderland, VNO-NCW Midden, Waterschap Rivierenland, Stichting Greenport Gelderland, Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Rivor en de Gebiedscoöperatie Rivierenland, een Regio Deal sluit met het Rijk;

  • -

    ons gebied daarmee een Rijksbijdrage uit de Regio Envelop ontvangt om de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers (brede welvaart) in de regio te verbeteren, een en ander op voorwaarde dat er minimaal eenzelfde bijdrage aan regionale (publieke en/of private) financiering wordt ingelegd;

  • -

    Regio Rivierenland in dat kader van het Rijk een bijdrage van € 22.500.000 ontvangt om de gestelde doelen te realiseren;

  • -

    ter uitvoering van de Regio Deal Regio Rivierenland II een uitvoeringsinstrument gewenst is nu Regio Rivierenland de rol zal vervullen van regiokassier;

  • -

    deze tijdelijke verordening tot doel heeft een grondslag te bieden voor toekenning van subsidies voor de regionale subprogramma’s die een bijdrage leveren aan het bereiken van de opgaven, doelen en afspraken van de Regio Deal Regio Rivierenland II;

  • -

    het convenant (de Regio Deal Regio Rivierenland II) dient als basisdocument bij deze verordening en een bijlage bij deze verordening vormt.

Gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, en de artikelen 3, 4 en 6 van de Regeling Regio Rivierenland,

 

Op voorstel van het Dagelijks Bestuur d.d. 29 september 2025.

 

BESLUIT

 

Vast te stellen de navolgende

 

Subsidieverordening Regio Deal Regio Rivierenland II 2025-2029

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen.

Artikel 1 Definities.

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a)

    Aanvraag: het door de aanvrager ingediende subsidieverzoek op grond van deze verordening.

  • b)

    Aanvrager: een rechtspersoon, die de subsidie formeel aanvraagt en de verantwoordelijkheid neemt voor de uitvoering en afwikkeling van een sub-programma of onderdeel daarvan.

  • c)

    AB: Algemeen Bestuur van Regio Rivierenland.

  • d)

    Awb: Algemene wet bestuursrecht.

  • e)

    DB: Dagelijks Bestuur van Regio Rivierenland.

  • f)

    Hoofddoel: een van de opgaven (Toekomstbestendig Wonen, Toekomstbestendig Ondernemen en Toekomstbestendig Leven) zoals verwoord in het convenant Regio Deal Regio Rivierenland II.

  • g)

    Pentahelix: de samenwerking tussen de 5 O’s (overheid, onderwijs en onderzoek, ondernemers, non gouvernementele organisaties en ondernemende burgers).

  • h)

    Penvoerder: de door het samenwerkingsverband aangewezen penvoerende organisatie die deelneemt aan het samenwerkingsverband en die gemachtigd is de betrokken organisaties in het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen in het kader van de subsidieaanvraag.

  • i)

    Programmalijnen: zijn de programma’s toekomstbestendig wonen, ondernemen en leven

  • j)

    Regio Deal Regio Rivierenland II: de afspraken over een rijksbijdrage uit de Regio Envelop vastgelegd in het convenant Regio Deal Regio Rivierenland II, gesloten tussen de Rijksoverheid en 7 lokale partijen (Provincie Gelderland, Regio Rivierenland, Waterschap Rivierenland, VNO-NCW Midden, Stichting Greenport Gelderland, Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Rivor en de Gebiedscoöperatie Rivierenland).

  • k)

    Regionale cofinanciering: voor de uitvoeringsactiviteiten beschikbaar gestelde bijdragen (financieel of in natura) door een regiopartner of een andere (private of publieke) rechtspersoon, voor zover een regiopartner daarover kan beschikken, niet zijnde de bijdrage van de minister voor de uitvoeringsactiviteiten.

  • l)

    Regiopartner: rechtspersoon, bestuur of bestuursorgaan daarvan, die partij zijn bij de Regio Deal Regio Rivierenland II.

  • m)

    Rivierenlandgebied: het geografische gebied dat betrekking heeft op alle 8 deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Regio Rivierenland (Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel).

  • n)

    Samenwerkingsverband: het geheel van de samenwerkende partijen die gezamenlijk een subprogramma (afgebakend onderdeel binnen een programmalijn) uitvoeren, aangestuurd door de penvoerder.

  • o)

    SB: Strategische Board het adviesorgaan, als bedoeld in artikel 12 van deze verordening, dat is samengesteld uit de regionale ondertekenaars van de Regio Deal Regio Rivierenland II.

  • p)

    Subprogramma: is een samenhangendonderdeel van de programmalijn

  • q)

    Subsidie: een subsidie uit de beschikbare middelen voor de Regio Deal Regio Rivierenland II op basis van deze verordening.

  • r)

    Uitvoerder: de rechtspersoon die in opdracht van de aanvrager belast is met de feitelijke uitvoering, dan wel in samenwerkingsverbanden het grootste aandeel heeft in de feitelijke uitvoering, van de gesubsidieerde activiteiten.

  • s)

    Verordening: deze tijdelijke Subsidieverordening Regio Deal Regio Rivierenland II 2025-2029.

Artikel 2 Doel en bevoegdheid

  • 1.

    Deze verordening heeft als doel om de opgaven, doelen en afspraken uit de Regio Deal Regio Rivierenland II te bereiken door het verstrekken van subsidies.

  • 2.

    Deze verordening is van toepassing op de subsidieaanvragen ingediend voor een subsidie uit de beschikbare middelen voor de Regio Deal Regio Rivierenland II.

  • 3.

    Het DB is bevoegd tot het verstrekken van subsidie, het vaststellen van nadere regels ter uitvoering van het Vitaliteitsfonds en het vaststellen of wijzigen van subsidieplafonds binnen een programmalijn, een en ander voor zover passend binnen de reikwijdte van het met het Rijk gesloten convenant.

  • 4.

    Activiteiten komen slechts voor subsidie in aanmerking indien deze worden uitgevoerd in het Rivierenlandgebied en zij een aantoonbare bijdrage leveren aan het bereiken van de opgaven, doelen en afspraken van de Regio Deal Regio Rivierenland II.

Artikel 3. Doelgroep en penvoerderschap

  • 1.

    Subsidie kan slechts worden aangevraagd voor uitvoeringsactiviteiten ter realisatie van de doelen opgenomen in de artikelen 1 en 2 van het convenant Regio Deal Regio Rivierenland II onder de programmalijnen Toekomstbestendig Wonen, Ondernemen en Leven.

  • 2.

    Een subsidie uit het Vitaliteitsfonds (onderdeel van Toekomstbestendig Leven) kan worden aangevraagd na inwerkingtreding van een door het DB vast te stellen nadere subsidieregeling Vitaliteitsfonds 2026-2029.

    In deze regeling wordt bepaald welke doelgroep aanvragen kan indienen. Het fonds is gericht op het versterken van de leefbaarheid door in te zetten op de verbetering van de sociale cohesie en de toegankelijkheid van voorzieningen. Het fonds wordt ingezet voor kleinschaliger projecten met een regionale meerwaarde (impact) die bijdragen aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het fonds zal ten minste opengesteld zijn in 2026-2027, opdat tegen het einde van de looptijd van de Regio Deal Regio Rivierenland II minimaal acht projecten gerealiseerd zijn.

  • 3.

    Aanvragen als bedoeld in het eerste lid, kunnen uitsluitend worden ingediend door

    • a.

      woningcorporatie Thius, voor de Samenwerkende woningcorporaties in de regio ten behoeve van het subprogramma Toekomstbestendige woningbouw onder de lijn Toekomstbestendig Wonen;

    • b.

      VNO-NCW Midden, ten behoeve van het subprogramma Toekomstbestendige Bedrijven en Bedrijventerreinen onder de lijn Toekomstbestendig Ondernemen;

    • c.

      Waterschap Rivierenland ten behoeve van subprogramma Waterveiligheid, -beschikbaarheid en -kwaliteit onder de lijn Toekomstbestendig Leven;

    • d.

      Stichting Greenport Gelderland ten behoeve van subprogramma Verbeteren innoverend vermogen agrarische sector onder de lijn Toekomstbestendig Ondernemen:

    • e.

      Gemeente Tiel (centrumgemeente in de Arbeidsmarktregio Rivierenland) ten behoeve van het subprogramma Toekomstbestendig Onderwijs en Arbeidsmarkt onder de lijn Toekomstbestendig Ondernemen;

    • f.

      voorts door organisaties met rechtspersoonlijkheid, die een deel van een subprogramma uitvoeren, wanneer het penvoerderschap van het gehele subprogramma is belegd bij Regio Rivierenland. In dat geval dient de organisatie een aanvraag in voor subsidie voor het deel dat door deze organisatie wordt uitgevoerd, terwijl de coördinatie en eindverantwoordelijkheid voor het hele subprogramma bij de penvoerder blijft. Dergelijke subsidieaanvragen worden in verband daarmee afgestemd met de betrokken projectleider van de penvoerder.

  • 4.

    Een subsidie die is aangevraagd door een penvoerder, wordt verantwoord door de penvoerder op basis van de verantwoordingen van de samenwerkende partijen.

    Een subsidie die wordt aangevraagd door een uitvoerende organisatie binnen het samenwerkingsverband, wordt verantwoord door deze organisatie in samenspraak met de penvoerder, daartoe behoort ook het overleggen van de vereisten voor de eindverantwoording zoals de controleverklaring van de accountant.

  • 5.

    De penvoerder is verantwoordelijk voor sturing en het organiseren van rapportages en deugdelijke verantwoording (inhoudelijk en financieel) van de subsidie voor het betreffende subprogramma.

  • 6.

    Alle organisaties in het betreffende samenwerkingsverband zijn ieder voor zich verantwoordelijk voor de naleving van de subsidievoorwaarden en de juiste uitvoering van hun werkzaamheden, inclusief het verzorgen van benodigde controleverklaring van een accountant.

  • 7.

    Het DB vordert onverschuldigd betaalde subsidies of voorschotten in principe terug van de subsidieontvanger(s). Het DB is bevoegd onverschuldigd betaalde subsidies of voorschotten terug te vorderen van de penvoerder en andere uitvoerende organisaties indien activiteiten niet, onvolledig of in strijd met de geldende voorschriften zijn uitgevoerd en niet kan worden vastgesteld welke subsidieontvanger(s) hiervoor verantwoordelijk zijn.

  • 8.

    In geval van surseance van betaling of faillissement van een subsidieontvanger is het DB uitsluitend bevoegd om voorschotten terug te vorderen van de betreffende subsidieontvanger.

Artikel 4 Verdeling van het beschikbaar budget

Het subsidieplafond voor de uitvoering van deze verordening bedraagt € 20.925.000 over de gehele looptijd vanaf de datum waarop deze verordening in werking treedt tot en met 31 december 2029.

Het beschikbare bedrag wordt onderverdeeld per programmalijn als volgt:

 

Programma / Hoofddoel

Subsidieplafond

Tijdvak

Toekomstbestendig Wonen

€ 3.565.000,00

20 november 2025 tot en met 31 december 2029

Toekomstbestendig Ondernemen

€ 10.360.000,00

20 november 2025 tot en met 31 december 2029

Toekomstbestendig Leven (inclusief het Vitaliteitsfonds)

€ 7.000.000,00

20 november 2025 tot en met 31 december 2029

Hoofdstuk 2 Subsidies

Paragraaf 1 Algemene subsidievoorwaarden

Artikel 5 Algemeen

  • 1.

    Voorafgaand aan de subsidievaststelling, wordt een subsidiebeschikking afgegeven.

  • 2.

    Verdeling van de beschikbare bedragen over de Toekomstbestendige hoofddoelen vindt plaats zoals beschreven in de Regio Deal Regio Rivierenland II.

Artikel 6 Subsidiabele kosten en hoogte

  • 1.

    Voor subsidie komen alleen in aanmerking de daadwerkelijk gemaakte en aantoonbare kosten noodzakelijk voor de realisatie van de gesubsidieerde activiteiten.

  • 2.

    De subsidie betreft het maximaal te verlenen bedrag en is inclusief eventuele niet-verrekenbare of niet-compensabele btw.

  • 3.

    De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van de bijdrage die een subprogramma levert aan de opgaven, doelen en afspraken van de Regio Deal Regio Rivierenland II, met dien verstande dat de subsidie in ieder geval nooit meer bedraagt dan 50% van de totale kosten van het subprogramma.

  • 4.

    Kosten zijn alleen subsidiabel voor zover deze zijn gemaakt in de periode 20 november 2025 tot en met 31 december 2029.

  • 5.

    Voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van de desbetreffende subsidiabele activiteit, komen als subsidiabele kosten in aanmerking:

    • a.

      Loonkosten

    • b.

      Afschrijvingskosten

    • c.

      Bijdragen in natura

    • d.

      Overige kosten derden

  • 6.

    De subsidiabele kosten worden berekend op basis van een voor de subsidieontvanger gebruikelijke en controleerbare methode die is gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd en die de subsidieontvanger stelselmatig toepast.

  • 7.

    Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet:

    • a.

      de vaste personeelslasten van de aanvrager;

    • b.

      reguliere kosten van aanvrager voor huisvesting, apparatuur en expertise, zonder directe relatie met de subsidiabele activiteiten;

    • c.

      andere kosten behorend tot de normale exploitatiekosten van aanvrager;

    • d.

      kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager, onderhoud of herstelkosten;

    • e.

      Verrekenbare BTW op grond van de Wet op de Omzetbelasting en/of op het BTW-compensatiefonds.

Artikel 7 Kaders subsidiabele kosten

Ten aanzien van de kosten, bedoeld in artikel 6, lid 5, gelden de volgende kaders:

  • 1.

    Loonkosten

    Kosten van inzet van personeel in loondienst tegen een vast uurtarief van € 60 voor directe loon- en arbeidskosten en daaraan verbonden indirecte kosten. Uren moeten verantwoord worden op basis van tijdschrijven.(voor directe loon- en arbeidskosten en daaraan verbonden indirecte kosten).

  • 2.

    Afschrijvingskosten

    Onder afschrijvingskosten vallen kosten van apparatuur, machines en uitrusting die in bezit zijn van de subsidieontvanger of partner en gebruikt worden bij de uitvoering van het subprogramma. De subsidiabele afschrijvingskosten voor het gebruik van apparatuur, machines en uitrusting gedurende de looptijd van het subprogramma worden berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen. Het moet gaan om activa waarover een economisch risico wordt gelopen (geen huur of operational lease).

  • 3.

    Bijdragen in natura

    Onder een bijdrage in natura wordt verstaan: het verlenen van een dienst (niet zijnde inzet van personeel) en het inbrengen of ter beschikking stellen van (on)roerende zaken zonder dat daar een (evenredige) tegenprestatie tegenover staat. Wat betreft de waarde van deze bijdrage dient de gebruikelijke waarde van de zaak of dienst in het economisch verkeer te worden bepaald.

    Daarbij wordt uitgegaan van het standaardtarief of het bedrag dat onder normale omstandigheden in rekening zou worden gebracht. De waarde van een bijdrage in natura is de gebruikelijke waarde van de bijdrage in het economisch verkeer, verminderd met de eventuele financiële vergoeding daarvoor. Deze bijdrage moet dus een reële economische waarde hebben of een waarde die gangbaar is in het economische verkeer en controleerbaar door een accountant.

  • 4.

    Overige kosten derden

    • a.

      Andere direct aan de uitvoering van de activiteiten gerelateerde kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overlegd.

    • b.

      Voor de inbreng van studentenuren geldt een maximum uurtarief van maximaal €25,- ex BTW.

    • c.

      De kosten van vergoedingen voor vrijwilligers bedraagt per vrijwilliger maximaal het bedrag per uur, per maand en per jaar als door de Belastingdienst voor dat jaar is vastgesteld en zijn subsidiabel voor zover:

      • i.

        deze aan de vrijwilliger zijn uitbetaald;

      • ii.

        het aantal gewerkte uren in de administratie met bijhorende vergoeding per vrijwilliger is vastgelegd.

Artikel 8 Algemene weigeringsgronden

  • 1.

    Een subsidie wordt in ieder geval geheel geweigerd, indien:

    • a.

      De aanvrager niet valt onder artikel 3, derde lid, onder a tot en met f.

    • b.

      De activiteiten in de aanvraag niet of onvoldoende passen binnen de kaders en uitgangspunten gesteld in de Regio Deal Regio Rivierenland II;

    • c.

      de looptijd van het subprogramma langer dan vier jaar bedraagt, danwel het beoogde resultaat naar het oordeel van het DB niet binnen vier jaar zal worden bereikt.

  • 2.

    Voorts wordt de subsidie geweigerd, indien de subsidie niet kan worden verstrekt binnen de kaders voor rechtmatige staatssteun overeenkomstig de Europese regelgeving.

  • 3.

    Subsidie kan worden geweigerd:

    • a.

      als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de regio of haar ingezetenen dan wel niet of onvoldoende bijdragen aan de opgaven, doelen en afspraken van de Regio Deal Regio Rivierenland II;

    • b.

      als de aanvrager de activiteiten ook zonder de gevraagde subsidie kan verrichten;

    • c.

      als met de activiteiten waarvoor de subsidie is aangevraagd, reeds is begonnen voordat de Regio Deal Regio Rivierenland II werd gesloten;

    • d.

      indien dezelfde aanvrager, al dan niet zelfstandig, reeds voor 2025 subsidie heeft verkregen voor vergelijkbare activiteiten;

    • e.

      indien er geen of onvoldoende cofinanciering kan worden ingebracht.

Paragraaf 2: De subsidieverlening

Artikel 9 Aanvraag

  • 1.

    De aanvraag wordt via het online subsidieportal ingediend: https://subsidieportaal.regiorivierenland.nl

  • 2.

    Een aanvraag dient te geschieden door middel van een volledig ingevuld en gewaarmerkt aanvraagformulier, dat daartoe beschikbaar wordt gesteld via het in het eerste lid vermelde subsidieportaal op de website van Regio Rivierenland.

  • 3.

    Bij het aanvraagformulier worden de volgende bescheiden gevoegd:

    • a.

      het inhoudelijk plan / inhoudelijke beschrijving van de activiteiten;

    • b.

      een gespecificeerde en sluitende begroting;

    • c.

      de getekende samenwerkingsovereenkomst;

    • d.

      de ingevulde en getekende staatsteunchecklist.

Artikel 10 Volledige aanvraag

  • 1.

    Indien de aanvraag niet volledig is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld deze alsnog aan te vullen, binnen 7 dagen na dagtekening van het schrijven waarin dit verzoek wordt gedaan.

  • 2.

    Indien de aanvraag binnen de gestelde termijn niet of niet volledig is aangevuld, kan het DB besluiten de aanvraag buiten behandeling te laten.

  • 3.

    Indien sprake is van een onvolledige aanvraag die kort voor de sluitingsdatum wordt ingediend, zijn de consequenties van de onvolledigheid voor risico van de aanvrager.

Artikel 11 Financiële aspecten van de aanvraag

  • 1.

    De aanvraag dient voorzien te zijn van een sluitende begroting, die voldoende zekerheid biedt ten aanzien van regionale cofinanciering. Ten tijde van uitbetaling van het eerste voorschot moet 50% van de regionale cofinanciering beschikbaar zijn voor aanvrager. Voor uitbetaling van het tweede voorschot moet 100% van de regionale cofinanciering beschikbaar zijn.

  • 2.

    Verwachte inkomsten in een subprogramma moeten aan de financieringszijde van de begroting tot uitdrukking worden gebracht.

  • 3.

    Indien er sprake is van gekapitaliseerde ureninbreng in een subprogramma, dan is artikel 7, onderdeel 1, van overeenkomstige toepassing.

  • 4.

    Wanneer de aanvrager al voor het moment van subsidieverlening is gestart met de uitvoering van het subprogramma, is dat voor eigen rekening en risico.

    Eventuele programmakosten, gemaakt vanaf 1 november 2025, kunnen evenwel voor subsidie in aanmerking komen. Afronding van de beoogde activiteiten mag in elk geval niet plaatsvinden vóórdat het DB op de aanvraag heeft beslist. Gemaakt kosten worden verantwoording in de verantwoording over 2026

  • 5.

    Voor zover van toepassing, zijn subsidiebedragen altijd inclusief BTW.

    Subsidie wordt berekend op basis van de subsidiabele kosten. Als de aanvrager de BTW op deze kosten kan terugvragen of voor een deel kan compenseren, dan worden de subsidiabele kosten in de begroting vermeld exclusief BTW. Indien de aanvrager kan aantonen dat de BTW (evt. gedeeltelijk) niet kan worden verrekend of gecompenseerd, dan worden de subsidiabele kosten in de begroting vermeld inclusief de BTW.

Artikel 12 Beslissing op de aanvraag

  • 1.

    Alle complete aanvragen worden ter toetsing voorgelegd aan het programmateam Regio Deal.

  • 2.

    De aanvragen worden vervolgens voorgelegd aan de SB. Deze brengt daarover een schriftelijk en zwaarwegend advies uit aan het DB.

  • 3.

    Een subsidieaanvraag wordt getoetst op:

    • a.

      De aansluiting bij de opgaven, doelen en afspraken uit de Regio Deal Regio Rivierenland II;

    • b.

      De overige weigerings- en toetsingsgronden, zoals opgenomen in deze verordening.

  • 4.

    Aan de hand van voornoemde toetsing en het advies van de SB, beslist het DB op de aanvraag na consultatie van het AB.

Artikel 13 Beslistermijn, tranches

  • 1.

    Indien de aanvraag uiterlijk op 1 december 2025 23.59 uur wordt ingediend, ontvangt de aanvrager de beslissing op de aanvraag voor 3 februari 2026 (eerste tranche).

  • 2.

    Indien het indienen van de aanvraag niet haalbaar is binnen de termijn van de eerste tranche, wordt deze uiterlijk op 1 februari 2026 om 23.59 uur ingediend.

    De aanvrager ontvangt de beslissing op de aanvraag dan voor 21 april 2026 (tweede tranche).

  • 3.

    De beslistermijn voor aanvragen die buiten bovenstaande tranches binnenkomen bedraagt maximaal 13 weken.

  • 4.

    De in het vorige lid genoemde termijn kan eenmalig met ten hoogste vier weken worden verlengd. De verlenging wordt schriftelijk medegedeeld aan de aanvragers.

  • 5.

    Het indienen van aanvragen uit het Vitaliteitsfonds wordt geregeld door het DB, in de regeling bedoeld in artikel 2, derde lid.

Artikel 14 Besluit tot verlening

  • 1.

    Het besluit tot subsidieverlening vermeldt minimaal:

    • a.

      de start- en einddatum van de activiteiten;

    • b.

      de maximale subsidie;

    • c.

      de belangrijkste kenmerken van de financieringsopzet;

    • d.

      de totale kosten van het subprogramma die als basis voor de berekening van de subsidie dienen;

    • e.

      eventuele eindbegunstigde van de subsidie en/of uitvoerder van het subprogramma.

  • 2.

    Het besluit tot subsidieverlening kan tevens de kwalitatieve en kwantitatieve doelstelling van het subprogramma vermelden, eventueel per programmalijn.

  • 3.

    Voorts vermeldt het besluit de wijze van beschikbaarstelling van de subsidie en de aan de subsidie verbonden verplichtingen, inclusief de wijze van verantwoording door de aanvrager.

  • 4.

    Indien de te verstrekken subsidie staatssteun vormt als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, kan subsidie slechts worden verleend binnen de de-minimisregelgeving, de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, dan wel na kennisgeving aan / na goedkeuring door de Europese Commissie, in overeenstemming met de geldende staatssteunregelgeving.

Artikel 15 Beschikbaarstelling van de subsidie: bevoorschotting

  • 1.

    Voorschotten worden per subprogramma verstrekt volgens de bij de beschikking gevoegde procedure.

  • 2.

    Voorschotten worden verstrekt op basis van een sluitende begroting en wanneer voldaan wordt aan de verplichtingen die op grond van de beschikking aan de subsidie zijn verbonden en artikel 11 (cofinanciering) (waaronder het tijdig indienen van de jaarlijkse verplichte voortgangsrapportages waaruit voldoende inhoudelijke voortgang blijkt).

  • 3.

    Er kan gedurende de uitvoeringsfase maximaal 90 procent van de verleende subsidie aan voorschotten worden uitbetaald. Als uitgangspunt wordt 45 procent betaald binnen 30 dagen na de beschikking tot subsidieverlening en 45% op 1 juli 2027 op basis van de ingediende voortgangsrapportage over het eerste jaar, op voorwaarde dat de cofinanciering dan definitief en volledig aangetoond is. Het DB is bevoegd van dit uitgangspunt af te wijken in de beschikking.

  • 4.

    De resterende 10% wordt in alle gevallen gereserveerd tot de beslissing over de subsidievaststelling na afloop. Het DB kan hiervan in bijzondere gevallen en op gemotiveerd verzoek afwijken.

Artikel 16 Verplichtingen verbonden aan de subsidie

  • 1.

    Het DB verbindt aan de subsidie ten minste de volgende verplichtingen:

    • a.

      de aanvrager en eventuele eindbegunstigde en/of uitvoerder handelen in overeenstemming met de Europese en/of nationale regelgeving;

    • b.

      de voortgang van de activiteiten waarvoor een subsidie is verleend, geschiedt in overeenstemming met de bij de aanvraag verschafte gegevens;

    • c.

      het bij de verlening vermelde bedrag zal worden uitgegeven aan de in de aanvraag genoemde zaken;

    • d.

      de aanvrager draagt zorg voor een inzichtelijke en controleerbare administratie, die voldoet aan de in deze verordening en de beschikking gestelde eisen;

    • e.

      de aanvrager rapporteert over de financiële en inhoudelijke status van het subprogramma conform het bepaalde in de subsidiebeschikking.

      De voortgangsrapportage wordt jaarlijks ingediend uiterlijk op 1 april over het voorafgaande jaar.

      Over het jaar 2025 wordt gerapporteerd, tegelijkertijd met de rapportage over 2026, uiterlijk op 1 april 2027.

    • f.

      de aanvrager c.q. de eindbegunstigde werkt mee aan financiële en fysieke controles en evaluatieonderzoeken door of namens het DB;

    • g.

      de aanvrager werkt mee aan communicatie en publiciteit over het subprogramma conform het bepaalde in artikel 20;

    De subsidieverplichtingen worden gevoegd bij de verleningsbeschikking.

  • 2.

    De activiteiten dienen binnen drie maanden na de subsidieverlening te starten, waarbij de datum zoals vermeld in de beschikking bepalend is.

  • 3.

    De startdatum kan worden verschoven ingeval van bijzondere omstandigheden. Het vaste uitgangspunt daarbij is dat het subprogramma binnen de looptijd van de Regio Deal Regio Rivierenland II kan worden afgerond en aantoonbare resultaten oplevert.

Artikel 17 Administratievoorschriften

  • 1.

    De aanvrager draagt er zorg voor dat een afzonderlijke administratie op verplichtingen- en kasbasis wordt gevoerd, waarin alle noodzakelijke gegevens tijdig, betrouwbaar en volledig zijn vastgelegd en zijn te verifiëren met bewijsstukken.

  • 2.

    De administratie dient aldus te zijn opgezet dat deze voldoende waarborg biedt voor correcte en adequate tussentijdse rapportages.

  • 3.

    De administratie biedt voldoende mogelijkheden voor een adequate accountantscontrole op rechtmatigheid en doelmatigheid en voor een controle op de juiste naleving van de voorwaarden.

  • 4.

    Indien de administratie niet in eigen beheer wordt uitgevoerd, wordt bij de aanvraag opgave gedaan van de instelling die de administratie voert. Op de administratie van deze instelling is het hiervoor bepaalde eveneens van toepassing.

Artikel 18 Rapportagevoorschriften

  • 1.

    De aanvrager rapporteert periodiek, door gebruikmaking van een vaststaand model, over de financiële en inhoudelijke status van het subprogramma conform het bepaalde in de subsidiebeschikking.

  • 2.

    Rapportage geschiedt door volledige en waarheidsgetrouwe informatie te geven over de voortgang van het subprogramma waarvoor een subsidie is verleend, door middel van daarvoor ter beschikking gestelde en door de aanvrager ondertekende standaardformulieren.

  • 3.

    Indien de aanvrager (penvoerder) niet tevens de uitvoerder en/of eindbegunstigde is van het subprogramma, dient de aanvrager ervoor zorg te dragen dat de uitvoerder en/of eindbegunstigde dezelfde medewerking verleent als in voorgaande leden bedoeld. Hieronder valt ook de medewerking aan het rapporteren over de inhoudelijke voortgang, zelfs na het moment waarop het subprogramma financieel is afgerond, maar uiterlijk tot het moment waarop de beleidseffecten zoals opgenomen in de aanvraag zijn gerealiseerd.

Artikel 19 Controle

  • 1.

    Het DB, evenals het Rijk als verstrekker van de regiobijdrage, hebben het recht om ter plaatse de rechtmatige besteding van de subsidie te (laten) controleren, de administratie in te zien en daarvan kopieën te maken.

  • 2.

    Indien de aanvrager niet tevens de uitvoerder en/of eindbegunstigde is van het subprogramma, verplicht de aanvrager de uitvoerder en/of eindbegunstigde tot dezelfde medewerking. Hieronder valt ook de medewerking aan het rapporteren over de inhoudelijke voortgang, zelfs na het moment waarop het subprogramma financieel is afgerond, maar uiterlijk tot het moment waarop de beleidseffecten zoals opgenomen in de aanvraag zijn gerealiseerd.

Artikel 20 Voorschriften met betrekking tot communicatie en publiciteit

  • 1.

    De aanvrager werkt mee aan de uitvoering van taken rond communicatie en publiciteit over de Regio Deal Regio Rivierenland II.

  • 2.

    In ieder geval wordt er op verzoek rechtenvrij beeldmateriaal beschikbaar gesteld en worden er inhoudelijke teksten aangeleverd over het subprogramma voor publicaties.

  • 3.

    Bij eigen publicaties wordt in ieder geval aangegeven dat “het programma onderdeel uitmaakt van Regio Deal Regio Rivierenland II, waarin het Rijk, de Provincie en partijen uit de regio samen werken aan én investeren in een toekomstbestendig Rivierenland.

    Het beschikbaar gestelde logo dient daarbij duidelijk zichtbaar te zijn.

  • 2.

    Indien de aanvrager niet tevens de uitvoerder en/of eindbegunstigde is van het subprogramma, verplicht de aanvrager de uitvoerder en/of eindbegunstigde dezelfde medewerking te verlenen.

Artikel 21 Intrekking en wijziging van de subsidie

Het DB kan de verlening van de subsidie intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen als bedoeld in artikel 4:48, en 4:50 van de Awb.

 

Paragraaf 3 Vaststelling van de subsidie

Artikel 22 Aanvraag om vaststelling van de subsidie

  • 1.

    De aanvrager dient binnen drie maanden na de einddatum zoals opgenomen in de beschikking van het subprogramma, een aanvraag om vaststelling van de subsidie in bij het DB, door gebruikmaking van een vaststaand formulier.

  • 2.

    De vaststellingsaanvraag dient voorzien te zijn van:

    • a.

      een financieel en inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat aan alle verplichtingen is voldaan;

    • b.

      een controleverklaring van een onafhankelijk accountant

      (gebaseerd op het controleprotocol dat bij de beschikking is meegestuurd).

  • 3.

    Het DB kan op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de aanvrager toestaan, dat de indiening van de vaststellingsaanvraag na genoemde drie maanden, maar in elk geval binnen zes maanden na de einddatum van het subprogramma, plaatsvindt.

  • 4.

    Het verzoek als bedoeld in het vorige lid dient binnen de in lid 1 genoemde termijn van drie maanden te zijn ingediend.

Artikel 23 Beslissing op de aanvraag

De vastgestelde subsidie is niet hoger dan de subsidie zoals vermeld in de beschikking, noch hoger dan het bedrag waar de aanvrager recht op heeft op basis van de vastgestelde, controleerbare en in overeenstemming met de voorschriften bij het besluit tot verlening van de subsidie gemaakte kosten voor het subprogramma.

Artikel 24 Beslistermijn

Het DB neemt uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de vaststellingsaanvraag een besluit over de subsidievaststelling.

Artikel 25 Inhoud besluit tot vaststelling

  • 1.

    Het besluit tot vaststelling vermeldt het bedrag van de definitieve subsidie.

  • 2.

    In geval de subsidie lager is vastgesteld dan eerder verleend, vermeldt het DB de reden daarvan.

Artikel 26 Beschikbaarstelling: uitbetaling

  • 1.

    De uitbetaling van het vastgestelde subsidiebedrag vindt plaats onder verrekening van uitbetaalde voorschotten.

  • 2.

    De vastgestelde subsidie alsmede de toegekende voorschotten worden uitbetaald aan de aanvrager.

  • 3.

    Wanneer de subsidie lager wordt vastgesteld, dan er aan voorschotten is uitbetaald, is de ontvanger verplicht het verschil binnen 30 dagen na de subsidievaststelling terug te storten.

Artikel 27 Verplichtingen verbonden aan de subsidievaststelling

De aanvrager bewaart tot vijf jaar na vaststelling van de subsidie alle bewijsstukken inzake betalingen, ontvangsten en uitgaven betreffende het subprogramma.

Artikel 28 Intrekken en wijzigen vastgestelde subsidie

Het DB kan de vaststelling van de subsidie intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen als bedoeld in artikel 4:49 van de Awb.

Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 29 Hardheidsclausule en nadere regels.

  • 1.

    In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het DB.

  • 2.

    Het DB is bevoegd in bijzondere gevallen op basis van zwaarwegende motieven af te wijken van het bepaalde in deze verordening.

  • 3.

    Het DB is bevoegd nadere regels vast te stellen ter uitwerking van deze verordening, waarin regels kunnen worden vastgelegd rondom de aanvraag en verantwoording, zoals de vorm en inhoud van het aanvraagformulier en rapportageformulieren, alsmede regels omtrent selectiecriteria, de hoogte van de subsidie en de beoordeling van aanvragen.

Artikel 30 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als “Subsidieverordening Regio Deal Regio Rivierenland II 2025 - 2029”.

Artikel 31 Bekendmaking en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking daarvan in het blad Gemeenschappelijke Regelingen van Regio Rivierenland.

  • 2.

    Deze verordening vervalt met ingang van 1 januari 2030, maar blijft ook daarna van toepassing op subsidies die op basis van deze verordening zijn verstrekt.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het AB op 20 oktober 2025.

De voorzitter,

Drs S. Stoop

de secretaris,

Mr. J.W.A. Hakkert

Naar boven