Blad gemeenschappelijke regeling van Regio Rivierenland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Regio Rivierenland | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 2556 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Regio Rivierenland | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 2556 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieverordening Regio Deal Regio Rivierenland II 2025-2029
Het Algemeen Bestuur van Regio Rivierenland,
ons gebied daarmee een Rijksbijdrage uit de Regio Envelop ontvangt om de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers (brede welvaart) in de regio te verbeteren, een en ander op voorwaarde dat er minimaal eenzelfde bijdrage aan regionale (publieke en/of private) financiering wordt ingelegd;
Gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, en de artikelen 3, 4 en 6 van de Regeling Regio Rivierenland,
Op voorstel van het Dagelijks Bestuur d.d. 29 september 2025.
Subsidieverordening Regio Deal Regio Rivierenland II 2025-2029
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen.
In deze verordening wordt verstaan onder:
Regio Deal Regio Rivierenland II: de afspraken over een rijksbijdrage uit de Regio Envelop vastgelegd in het convenant Regio Deal Regio Rivierenland II, gesloten tussen de Rijksoverheid en 7 lokale partijen (Provincie Gelderland, Regio Rivierenland, Waterschap Rivierenland, VNO-NCW Midden, Stichting Greenport Gelderland, Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Rivor en de Gebiedscoöperatie Rivierenland).
Regionale cofinanciering: voor de uitvoeringsactiviteiten beschikbaar gestelde bijdragen (financieel of in natura) door een regiopartner of een andere (private of publieke) rechtspersoon, voor zover een regiopartner daarover kan beschikken, niet zijnde de bijdrage van de minister voor de uitvoeringsactiviteiten.
Artikel 3. Doelgroep en penvoerderschap
Een subsidie uit het Vitaliteitsfonds (onderdeel van Toekomstbestendig Leven) kan worden aangevraagd na inwerkingtreding van een door het DB vast te stellen nadere subsidieregeling Vitaliteitsfonds 2026-2029.
In deze regeling wordt bepaald welke doelgroep aanvragen kan indienen. Het fonds is gericht op het versterken van de leefbaarheid door in te zetten op de verbetering van de sociale cohesie en de toegankelijkheid van voorzieningen. Het fonds wordt ingezet voor kleinschaliger projecten met een regionale meerwaarde (impact) die bijdragen aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het fonds zal ten minste opengesteld zijn in 2026-2027, opdat tegen het einde van de looptijd van de Regio Deal Regio Rivierenland II minimaal acht projecten gerealiseerd zijn.
Aanvragen als bedoeld in het eerste lid, kunnen uitsluitend worden ingediend door
voorts door organisaties met rechtspersoonlijkheid, die een deel van een subprogramma uitvoeren, wanneer het penvoerderschap van het gehele subprogramma is belegd bij Regio Rivierenland. In dat geval dient de organisatie een aanvraag in voor subsidie voor het deel dat door deze organisatie wordt uitgevoerd, terwijl de coördinatie en eindverantwoordelijkheid voor het hele subprogramma bij de penvoerder blijft. Dergelijke subsidieaanvragen worden in verband daarmee afgestemd met de betrokken projectleider van de penvoerder.
Een subsidie die is aangevraagd door een penvoerder, wordt verantwoord door de penvoerder op basis van de verantwoordingen van de samenwerkende partijen.
Een subsidie die wordt aangevraagd door een uitvoerende organisatie binnen het samenwerkingsverband, wordt verantwoord door deze organisatie in samenspraak met de penvoerder, daartoe behoort ook het overleggen van de vereisten voor de eindverantwoording zoals de controleverklaring van de accountant.
Het DB vordert onverschuldigd betaalde subsidies of voorschotten in principe terug van de subsidieontvanger(s). Het DB is bevoegd onverschuldigd betaalde subsidies of voorschotten terug te vorderen van de penvoerder en andere uitvoerende organisaties indien activiteiten niet, onvolledig of in strijd met de geldende voorschriften zijn uitgevoerd en niet kan worden vastgesteld welke subsidieontvanger(s) hiervoor verantwoordelijk zijn.
Artikel 4 Verdeling van het beschikbaar budget
Het subsidieplafond voor de uitvoering van deze verordening bedraagt € 20.925.000 over de gehele looptijd vanaf de datum waarop deze verordening in werking treedt tot en met 31 december 2029.
Het beschikbare bedrag wordt onderverdeeld per programmalijn als volgt:
Paragraaf 1 Algemene subsidievoorwaarden
Artikel 6 Subsidiabele kosten en hoogte
De subsidiabele kosten worden berekend op basis van een voor de subsidieontvanger gebruikelijke en controleerbare methode die is gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd en die de subsidieontvanger stelselmatig toepast.
Artikel 7 Kaders subsidiabele kosten
Ten aanzien van de kosten, bedoeld in artikel 6, lid 5, gelden de volgende kaders:
Onder afschrijvingskosten vallen kosten van apparatuur, machines en uitrusting die in bezit zijn van de subsidieontvanger of partner en gebruikt worden bij de uitvoering van het subprogramma. De subsidiabele afschrijvingskosten voor het gebruik van apparatuur, machines en uitrusting gedurende de looptijd van het subprogramma worden berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen. Het moet gaan om activa waarover een economisch risico wordt gelopen (geen huur of operational lease).
Onder een bijdrage in natura wordt verstaan: het verlenen van een dienst (niet zijnde inzet van personeel) en het inbrengen of ter beschikking stellen van (on)roerende zaken zonder dat daar een (evenredige) tegenprestatie tegenover staat. Wat betreft de waarde van deze bijdrage dient de gebruikelijke waarde van de zaak of dienst in het economisch verkeer te worden bepaald.
Daarbij wordt uitgegaan van het standaardtarief of het bedrag dat onder normale omstandigheden in rekening zou worden gebracht. De waarde van een bijdrage in natura is de gebruikelijke waarde van de bijdrage in het economisch verkeer, verminderd met de eventuele financiële vergoeding daarvoor. Deze bijdrage moet dus een reële economische waarde hebben of een waarde die gangbaar is in het economische verkeer en controleerbaar door een accountant.
Paragraaf 2: De subsidieverlening
De aanvraag wordt via het online subsidieportal ingediend: https://subsidieportaal.regiorivierenland.nl
Artikel 11 Financiële aspecten van de aanvraag
De aanvraag dient voorzien te zijn van een sluitende begroting, die voldoende zekerheid biedt ten aanzien van regionale cofinanciering. Ten tijde van uitbetaling van het eerste voorschot moet 50% van de regionale cofinanciering beschikbaar zijn voor aanvrager. Voor uitbetaling van het tweede voorschot moet 100% van de regionale cofinanciering beschikbaar zijn.
Wanneer de aanvrager al voor het moment van subsidieverlening is gestart met de uitvoering van het subprogramma, is dat voor eigen rekening en risico.
Eventuele programmakosten, gemaakt vanaf 1 november 2025, kunnen evenwel voor subsidie in aanmerking komen. Afronding van de beoogde activiteiten mag in elk geval niet plaatsvinden vóórdat het DB op de aanvraag heeft beslist. Gemaakt kosten worden verantwoording in de verantwoording over 2026
Voor zover van toepassing, zijn subsidiebedragen altijd inclusief BTW.
Subsidie wordt berekend op basis van de subsidiabele kosten. Als de aanvrager de BTW op deze kosten kan terugvragen of voor een deel kan compenseren, dan worden de subsidiabele kosten in de begroting vermeld exclusief BTW. Indien de aanvrager kan aantonen dat de BTW (evt. gedeeltelijk) niet kan worden verrekend of gecompenseerd, dan worden de subsidiabele kosten in de begroting vermeld inclusief de BTW.
Artikel 14 Besluit tot verlening
Indien de te verstrekken subsidie staatssteun vormt als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, kan subsidie slechts worden verleend binnen de de-minimisregelgeving, de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, dan wel na kennisgeving aan / na goedkeuring door de Europese Commissie, in overeenstemming met de geldende staatssteunregelgeving.
Artikel 15 Beschikbaarstelling van de subsidie: bevoorschotting
Voorschotten worden verstrekt op basis van een sluitende begroting en wanneer voldaan wordt aan de verplichtingen die op grond van de beschikking aan de subsidie zijn verbonden en artikel 11 (cofinanciering) (waaronder het tijdig indienen van de jaarlijkse verplichte voortgangsrapportages waaruit voldoende inhoudelijke voortgang blijkt).
Er kan gedurende de uitvoeringsfase maximaal 90 procent van de verleende subsidie aan voorschotten worden uitbetaald. Als uitgangspunt wordt 45 procent betaald binnen 30 dagen na de beschikking tot subsidieverlening en 45% op 1 juli 2027 op basis van de ingediende voortgangsrapportage over het eerste jaar, op voorwaarde dat de cofinanciering dan definitief en volledig aangetoond is. Het DB is bevoegd van dit uitgangspunt af te wijken in de beschikking.
Artikel 16 Verplichtingen verbonden aan de subsidie
Het DB verbindt aan de subsidie ten minste de volgende verplichtingen:
de aanvrager rapporteert over de financiële en inhoudelijke status van het subprogramma conform het bepaalde in de subsidiebeschikking.
De voortgangsrapportage wordt jaarlijks ingediend uiterlijk op 1 april over het voorafgaande jaar.
Over het jaar 2025 wordt gerapporteerd, tegelijkertijd met de rapportage over 2026, uiterlijk op 1 april 2027.
De subsidieverplichtingen worden gevoegd bij de verleningsbeschikking.
Artikel 18 Rapportagevoorschriften
Indien de aanvrager (penvoerder) niet tevens de uitvoerder en/of eindbegunstigde is van het subprogramma, dient de aanvrager ervoor zorg te dragen dat de uitvoerder en/of eindbegunstigde dezelfde medewerking verleent als in voorgaande leden bedoeld. Hieronder valt ook de medewerking aan het rapporteren over de inhoudelijke voortgang, zelfs na het moment waarop het subprogramma financieel is afgerond, maar uiterlijk tot het moment waarop de beleidseffecten zoals opgenomen in de aanvraag zijn gerealiseerd.
Indien de aanvrager niet tevens de uitvoerder en/of eindbegunstigde is van het subprogramma, verplicht de aanvrager de uitvoerder en/of eindbegunstigde tot dezelfde medewerking. Hieronder valt ook de medewerking aan het rapporteren over de inhoudelijke voortgang, zelfs na het moment waarop het subprogramma financieel is afgerond, maar uiterlijk tot het moment waarop de beleidseffecten zoals opgenomen in de aanvraag zijn gerealiseerd.
Artikel 20 Voorschriften met betrekking tot communicatie en publiciteit
Bij eigen publicaties wordt in ieder geval aangegeven dat “het programma onderdeel uitmaakt van Regio Deal Regio Rivierenland II, waarin het Rijk, de Provincie en partijen uit de regio samen werken aan én investeren in een toekomstbestendig Rivierenland.
Het beschikbaar gestelde logo dient daarbij duidelijk zichtbaar te zijn.
Paragraaf 3 Vaststelling van de subsidie
Artikel 23 Beslissing op de aanvraag
De vastgestelde subsidie is niet hoger dan de subsidie zoals vermeld in de beschikking, noch hoger dan het bedrag waar de aanvrager recht op heeft op basis van de vastgestelde, controleerbare en in overeenstemming met de voorschriften bij het besluit tot verlening van de subsidie gemaakte kosten voor het subprogramma.
Het DB neemt uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de vaststellingsaanvraag een besluit over de subsidievaststelling.
Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 29 Hardheidsclausule en nadere regels.
Het DB is bevoegd nadere regels vast te stellen ter uitwerking van deze verordening, waarin regels kunnen worden vastgelegd rondom de aanvraag en verantwoording, zoals de vorm en inhoud van het aanvraagformulier en rapportageformulieren, alsmede regels omtrent selectiecriteria, de hoogte van de subsidie en de beoordeling van aanvragen.
Deze verordening kan worden aangehaald als “Subsidieverordening Regio Deal Regio Rivierenland II 2025 - 2029”.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2025-2556.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.