FINANCIELE VERORDENING Veiligheidsregio Limburg-Noord 2025

Het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Limburg-Noord besluit,

gelet op artikel 212 van de Gemeentewet,

vast te stellen:

Financiële Verordening Veiligheidsregio Limburg-Noord 2025,

en treedt in werking per 1 januari 2025.

 

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële Verordening Veiligheidsregio Limburg-Noord”.

 

Artikel 2 Doelstelling

De doelstelling van de Financiële Verordening Veiligheidsregio Limburg-Noord is het vastleggen van de uitgangspunten voor het financieel beleid, het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie binnen de Veiligheidsregio Limburg Noord.

 

Artikel 3 Begripsbepalingen

1. In deze verordening wordt verstaan onder:

a. Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de Veiligheidsregio Limburg-Noord en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.

b. Ambtelijke organisatie: de uitvoerende organisatie, werkzaam in opdracht van het bestuur, hiërarchisch aangestuurd door de directie.

c. BBV: het Besluit begroting en verantwoording voor provincies en gemeen-

ten.

d. Doelmatigheid: de mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen, of met de beschikbare middelen zo veel mogelijk resultaat wordt bereikt.

e. Doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.

f. Financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de Veiligheidsregio Limburg-Noord.

g. Financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de Veiligheidsregio Limburg-Noord, om te komen tot een goed inzicht in de financieel-economische positie, het financiële beheer, de uitvoering van de begroting, het afwikkelen van vorderingen en schulden, alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover.

h. Financiële rechtmatigheid: het voldoen aan wet- en regelgeving bij het uitvoeren van financiële beheersingshandelingen.

i. Investeringskrediet: een budget voor het realiseren van een investering.

j. Jaarrekening: bestaat uit het overzicht van baten en lasten met toelichting, de balans met toelichting, de rechtmatigheidsverantwoording, de overige gegevens (inclusief de accountantsverklaring) en de verplichte bijlagen.

k. Jaarverslag: de toelichtingen op de beleidsresultaten (programmaverantwoording) en de paragrafen, waarmee inzicht wordt gegeven in de realisatie van beleidsdoelen.

l. Jaarverantwoording: het jaarverslag en de jaarrekening.

m. Programma: een samenhangend geheel van activiteiten waarbij de doelstellingen, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten zijn beschreven.

n. Rechtmatigheid: het voldoen aan wet- en regelgeving. Het begrip rechtmatigheid in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording is echter een minder omvattend begrip. Bij rechtmatigheid in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording bestaat er een duidelijke relatie met het financiële beheer. Er moet immers worden verantwoord dat baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. Het gaat om de financiële beheershandelingen.

o. Rechtmatigheidsverantwoording: In dit onderdeel in de jaarrekening legt het bestuur verantwoording af over de rechtmatigheid van de baten en lasten op een drietal criteria: Begrotingscriterium, Voorwaardencriterium en Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium.

p. Zienswijze (termijn): optie voor een schiftelijke reactie, van de aan de Gemeenschappelijke Regeling deelnemende gemeenten, op beleids- en/of begrotingsvoorstellen. Conform de Gemeenschappelijke Regeling is een zienswijze termijn (van 12 weken) verplicht bij de ontwerpbegroting en begrotingswijzigingen welke van invloed zijn op de gemeentelijke bijdrage.

 

2. Indien in de verordening artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van gemeente, raad, college van burgemeester en wethouders, burgemeester, onderscheidenlijk veiligheidsregio, algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzitter.

 

Hoofdstuk II Financieel Beleid en Overige Beleidsbepalingen

Artikel 4 Beleidsnota’s

1. Het algemeen bestuur stelt de kaders waarbinnen het financieel beleid moet passen vast in beleidsnota’s.

2. Het algemeen bestuur stelt eenmaal in de vier jaar, of zodra daar naar wet- en regelgeving aanleiding voor is, de volgende beleidsnota’s vast:

a. investeringsbeleid;

b. onderhoud kapitaalgoederen;

c. reserves en voorzieningen;

d. treasurystatuut;

e. weerstandsvermogen en risicomanagement;

f. kostprijsberekening.

3. Overige (interne) beleidsbepalingen worden opgesteld (in overeenstemming met geldende wet- en regelgeving) en vastgesteld door het dagelijks bestuur. Hieronder vallen onder andere:

a. fiscaal statuut;

b. inkoop- en aanbestedingsbeleid;

c. fraudebeleid.

 

Artikel 5 Investeringsbeleid

Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur minimaal eens in de vier jaar een nota investeringsbeleid aan. De nota behandelt in ieder geval:

a. het waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa en het verlenen van investeringskredieten;

b. de grondslagen voor activering en waardering van vaste activa;

c. de termijnen en methodieken voor afschrijvingen van vaste activa;

d. het moment waarop de afschrijving van vaste activa aanvangt.

 

Artikel 6 Onderhoud kapitaalgoederen

Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur minimaal eens in de vier jaar een nota onderhoud kapitaalgoederen aan. De nota behandelt in ieder geval:

a. de relevante wettelijke kaders;

b. overzicht van kapitaalgoederen (waaronder gebouwen, vervoersmiddelen en materieel);

c. uitgangspunten voor:

i. gewenste kwaliteit en/of onderhoudsniveau’s;

ii. beheer- en onderhoudsmaatregelen;

iii. meerjaren onderhoudsplanning;

iv. storting/onttrekking van de onderhoudsvoorziening;

v. achterstallig en uitgesteld onderhoud.

 

Artikel 7 Reserves en voorzieningen

Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur minimaal eens in de vier jaar een nota reserves en voorzieningen aan. De nota behandelt in ieder geval:

a. de uitgangspunten en voorwaarden voor de vorming van reserves en voorzieningen;

b. de aanwending van reserves en voorzieningen en;

c. de verantwoording van de reserves en voorzieningen.

 

Artikel 8 Treasurystatuut

Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur minimaal eens in de vier jaar een treasurystatuut aan. De nota behandelt in ieder geval:

a. de doelstellingen van de financieringsfunctie;

b. de relevante wettelijke kaders;

c. uitgangspunten voor:

i. risicobeheersing;

ii. financiering;

iii. kasbeheer.

d. taken en bevoegdheden;

e. richtlijnen en limieten (voor bijvoorbeeld kasgeld en leningen).

 

Artikel 9 Weerstandsvermogen en risicomanagement

Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur eens in de vier jaar een nota risicomanagement en weerstandsvermogen aan. De nota behandelt in ieder geval:

a. solvabiliteitsratio;

b. netto schuldquote;

c. structurele exploitatieruimte;

d. ratio weerstandsvermogen;

e. de methodiek risicomanagement en weerstandvermogen.

 

Artikel 10 Kostprijsberekening

Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur minimaal eens in de vier jaar een nota kostprijsberekening aan. De nota behandelt in ieder geval de uitgangspunten voor de berekening en toerekening van:

a. de gemeentelijke bijdragen;

b. de overheadkosten;

c. de tarieven en/of bijdragen derden.

 

Artikel 11 Fiscaal statuut

Het dagelijks bestuur stelt minimaal eens in de vier jaar het fiscaal statuut vast. De nota behandelt in ieder geval:

a. de relevante wettelijke kaders;

b. de waarborgen voor het handelen in overeenstemming met wet- en regelgeving.

Artikel 12 Inkoop- en aanbestedingsbeleid

Het dagelijks bestuur stelt minimaal eens in de vier jaar het inkoop- en aanbestedingsbeleid vast. De nota behandelt in ieder geval:

a. de relevante wettelijke kaders;

b. de waarborgen voor het handelen in overeenstemming met wet- en regelgeving;

c. de interne regels voor de inkoop en aanbesteding van leveringen, diensten en werken.

 

Artikel 13 Fraudebeleid

Het dagelijks bestuur stelt minimaal eens in de vier jaar het fraudebeleid vast. De nota behandelt in ieder geval:

a. de relevante wettelijke kaders;

b. de waarborgen voor het handelen in overeenstemming met wet- en regelgeving;

c. de interne regels ter voorkoming van fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik.

 

 

Hoofdstuk III Financiële Organisatie en Financieel Beheer

Artikel 14 Financiële organisatie

Het dagelijks bestuur draagt zorg voor en legt in een besluit vast:

a. een eenduidige indeling van de organisatie en een eenduidige toewijzing van de taken aan de organisatieonderdelen;

b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van voor verantwoording verstrekte informatie is gewaarborgd;

c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringen;

d. de te maken afspraken met de organisatieonderdelen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;

e. de regels voor verlening van decharge over het gevoerde beheer van de organisatieonderdelen.

 

Artikel 15 Financiële administratie

Het dagelijks bestuur zorgt ervoor dat:

1. De inrichting en de werking van de (financiële) administratie voldoet aan het BBV en andere relevante wet- en regelgeving, zodat kan worden voldaan aan het verstrekken van informatie aan het Rijk, de Provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen die specifieke verantwoordingsverplichtingen hebben opgelegd aan de organisatie.

2. De administratie zodanig van opzet en werking is, betrouwbaar en ordelijk is, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:

a. het sturen en beheersen van activiteiten en processen in de organisatie als geheel en in de organisatieonderdelen afzonderlijk;

b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in omvang van activa, voorraden, vorderingen en schulden enz.;

c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;

d. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving;

e. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

 

Artikel 16 Interne controle

1. De ambtelijke organisatie draagt zorg voor de juistheid, volledigheid en tijdigheid van de bestuurlijke informatievoorziening en de rechtmatigheid van de beheersingshandelingen.

2. Het dagelijks bestuur draagt, minimaal ten behoeve van de getrouwheid en rechtmatigheid van de jaarverantwoording, zorg voor de interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen.

3. Voor de interne toetsing wordt jaarlijks door de ambtelijke organisatie een intern controleplan opgesteld en ten uitvoer gebracht, waarbij voor de belangrijkste processen de werking van beheersmaatregelen wordt getoetst.

4. De ambtelijke organisatie rapporteert, ter kennisgeving, minimaal eenmaal per jaar de bevindingen van de uitgevoerde interne toetsing aan het dagelijks bestuur.

 

 

Hoofdstuk IV Planning en control cyclus

Artikel 17 Planning en control cyclus

1. De planning en control cyclus bestaat uit de volgende producten:

a. kadernota;

b. begroting, inclusief meerjarenraming;

c. tussentijdse rapportage(s);

d. slotnota;

e. jaarverantwoording en resultaatbestemming.

2. De onderdelen in de planning en control cyclus worden opgesteld, aangeboden en/of vastgesteld conform het gestelde in de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Limburg-Noord.

3. De begroting, meerjarenraming en jaarverantwoording worden opgesteld, aangeboden en/of vastgesteld conform het gestelde in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

 

Artikel 18 Kadernota

1. Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur jaarlijks, in het jaar voorafgaande aan het boekjaar waarin de begroting wordt vastgesteld, een kadernota aan met een voorstel voor de beleidsmatige en budgettaire kaders van de begroting (incl. meerjarenraming).

2. Het algemeen bestuur stelt de kadernota vast in voorbereiding op de begroting (incl. meerjarenraming).

3. De kadernota wordt, conform de gemeenschappelijke regeling, ter reactie aan de gemeenteraden aangeboden.

 

Artikel 19 Begroting

1. Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur, jaarlijks een begroting en meerjarenraming aan, met een voorstel voor de budgetten en investeringskredieten, voor het boekjaar volgend op het huidige boekjaar.

2. Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur, indien noodzakelijk, een begrotingswijziging aan met een voorstel voor de gewijzigde budgetten en investeringskredieten, voorafgaand aan of gedurende het boekjaar waarvoor de begroting dient.

3. Het algemeen bestuur stelt de begroting, meerjarenraming en wijzigingen – na kennis genomen te hebben van eventuele zienswijze van de deelnemende gemeenten – vast.

4. Het algemeen bestuur autoriseert, met het vaststellen van de begroting(swijziging), de totale baten, lasten, investeringen en toevoegingen/onttrekkingen reserves per programma.

 

Artikel 20 Tussentijdse rapportage(s)

1. Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur jaarlijks door middel van één of meerdere tussentijdse rapportage(s) over de realisatie van de begroting.

2. De tussentijdse rapportage gaat in op relevante beleidsmatige en budgettaire afwijkingen. Hierbij worden ten minste afwijkingen in de baten, lasten, investeringen, onttrekkingen/toevoegingen reserves per programma groter dan

€ 100.000 toegelicht.

3. De inrichting van de tussentijdse rapportage sluit aan bij de programma-indeling van de begroting en meerjarenraming.

4. Het algemeen bestuur neemt kennis van deze rapportage en stelt de daarin opgenomen begrotingswijzigingen vast, conform art. 19 lid 3.

 

Artikel 21 Slotnota

1. Het dagelijks bestuur stelt, eventueel, op het einde van het boekjaar een slotnota op over het lopende begrotingsjaar.

2. De slotnota, bestaande uit onontkoombare en/of niet-bijstuurbare afwijkingen in de baten, lasten, investeringen, toevoegingen/onttrekkingen reserves, wordt als begrotingswijziging verwerkt en dient door het algemeen bestuur, conform art. 19 lid 3, te worden vastgesteld.

3. Indien niet (tijdig) tot vaststelling van de begrotingswijziging overgegaan kan worden omdat een noodzakelijke zienswijze termijn niet kan worden uitgevoerd, zal het algemeen bestuur, conform de gemaakte afspraken in het Controle- en rechtmatigheidsprotocol, over de rechtmatigheid van de begrotingsafwijkingen besluiten.

 

Artikel 22 Jaarverantwoording en resultaatbestemming

1. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks de jaarverantwoording (conform art. 17 lid 2 en 3) en het voorstel resultaatbestemming op.

2. In de jaarverantwoording worden de grondslagen voor waardering, resultaatbepaling en de rechtmatigheid toegelicht.

3. In de jaarverantwoording worden ten minste afwijkingen in baten, lasten, investeringen en onttrekkingen/toevoegingen reserves per programma groter dan € 100.000, ten opzichte van de begroting(swijziging), toegelicht.

4. De jaarverantwoording wordt jaarlijks, conform art. 213 Gemeentewet en de Controleverordening, door een door het algemeen bestuur aangewezen accountant gecontroleerd.

5. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarverantwoording biedt het dagelijks bestuur het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat.

6. Het algemeen bestuur stelt de jaarverantwoording en de bestemming van het jaarrekeningresultaat vast.

 

 

Hoofdstuk V Paragrafen

Artikel 23 Verplichte paragrafen

Het dagelijks bestuur neemt, conform wet- en regelgeving, in de planning en control producten de volgende verplichte paragrafen op (afhankelijk van het product):

a. paragraaf bedrijfsvoering;

b. paragraaf onderhoud kapitaalgoederen;

c. paragraaf financiering;

d. paragraaf weerstandsvermogen en risicomanagement;

e. paragraaf verbonden partijen.

 

Artikel 24 Bedrijfsvoering

Bij de begroting en de jaarverantwoording doet het dagelijks bestuur in de paragraaf bedrijfsvoering in ieder geval verslag van:

a. de stand van zaken van de bedrijfsvoering;

b. de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering;

c. informatie over de financiele rechtmatigheid (zie tevens de artikelen in hoofdstuk VI);

d. de maatregelen die worden ondernomen om fouten en onduidelijkheden met betrekking tot de financiële rechtmatigheid te voorkomen.

 

Artikel 25 Onderhoud kapitaalgoederen

Bij de begroting en de jaarverantwoording doet het dagelijks bestuur in de paragraaf onderhoud kapitaal goederen in ieder geval verslag van:

a. de voortgang van het geplande onderhoud;

b. het eventuele achterstallige onderhoud;

c. de ontwikkelingen op het gebied van het onderhoud.

 

Artikel 26 Financiering

Bij de begroting en de jaarverantwoording doet het dagelijks bestuur in de paragraaf financiering in ieder geval verslag van:

a. risicobeheer (kasgeldlimiet en de renterisiconorm);

b. rentelasten en renteresultaat;

c. wijze van rentetoerekening aan investeringen en taakvelden;

d. financieringsbehoefte.

Artikel 27 Weerstandsvermogen en risicomanagement

Bij de begroting en de jaarverantwooding doet het dagelijks bestuur in de paragraaf weerstandsvermogen en risicomanagement verslag van:

a. solvabiliteitsratio;

b. netto schuldquote;

c. structurele exploitatieruimte;

d. ratio weerstandsvermogen;

e. Inventarisatie van strategische risico’s.

 

Artikel 28 Verbonden partijen

Bij de begroting en de jaarverantwoording doet het dagelijks bestuur in de paragraaf verbonden partijen in ieder gaval verslag van:

a. de visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen;

b. de lijst van verbonden partijen, waarbij de volgende informatie is opgenomen:

i. bestaande, nieuwe, gewijzigde of beëindigde verbonden partijen;

ii. de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verbonden partijen;

iii. de financiële en bestuurlijke inbreng van Veiligheidsregio Limburg-Noord en;

iv. relevante actuele ontwikkelingen rondom verbonden partijen.

 

 

Hoofdstuk VI Rechtmatigheid

Artikel 29 Rechtmatigheidsverantwoording

1. Het dagelijks bestuur legt jaarlijks verantwoording af aan het algemeen bestuur over de rechtmatigheid van de financiële beheersingshandelingen. Deze hebben betrekking op de volgende rechtmatigheidscriteria:

a. begrotingscriterium;

b. voorwaardencriterium;

c. misbruik en oneigenlijk gebruik criterium.

2. De rechtmatigheidsverantwoording, wordt als onderdeel van de jaar-verantwoording, opgesteld in overeenstemming met de kadernota rechtmatigheid van de Commissie BBV.

 

Artikel 30 Controle- en rechtmatigheidsprotocol

1. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks een controle- en rechtmatigheidsprotocol, (onder andere) ten behoeve van de rechtmatigheidsverantwoording, vast.

2. In het controle- en rechtmatigheidsprotocol zijn de kaders en richtlijnen opgenomen voor de controle van de jaarverantwoording. Het protocol behandelt, op het aspect rechtmatigheid, in ieder geval:

a. De verantwoordings- en rapportage grenzen;

b. Het normen- en toetsingskader, waarin is beschreven welke (interne) wet- en regelgeving voor financiële beheersingshandelingen van toepassing zijn en waarop getoetst dient te worden;

c. Afspraken, conform de kadernota rechtmatigheid, die het dagelijks bestuur maakt met het algemeen bestuur aangaande de rechtmatigheidscriteria.

 

Artikel 31 Begrotingsrechtmatigheid

Het begrotingscriterium is het criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten, lasten, onttrekkingen reserves en investeringen in de door het algemeen bestuur geautoriseerde begroting, waarbinnen de financiële beheersingshandelingen tot stand moeten zijn gekomen.

a. De begrotingsrechtmatigheid van baten, lasten en reserve ontrekkingen/

toevoegingen worden beoordeeld op het niveau waarop de begroting door het algemeen bestuur is geautoriseerd, conform art. 19.

b. De begrotingsrechtmatigheid van investeringen worden beoordeeld op het niveau waarop de investeringskredieten door het algemeen bestuur zijn geautoriseerd, conform art. 19.

c. De begrotingsafwijkingen die per definitie als rechtmatig, onrechtmatig en/of acceptabel worden aangemerkt, worden met inachtneming van hetgeen in de kadernota rechtmatigheid, gedefinieerd in het Controle en rechtmatigheids-protocol.

 

Artikel 32 Voorwaardencriterium

Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, worden conform art. 30, vastgelegd in het controle- en rechtmatigheidsprotocol.

 

Artikel 33 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium

Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en organisatie eigendommen bij financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden die ten aanzien van het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen, worden conform 30, vastgelegd in het controle- en rechtmatigheidsprotocol.

 

Hoofdstuk VII Inwerkingtreding

Artikel 34 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025, met dien verstande dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen met ingang van de programmabegroting voor het begrotingsjaar 2025 voldoen aan de bepalingen van deze verordening.

 

Artikel 35 Afwijkingen van de financiële verordening

Indien van de artikelen in deze verordening wordt afgeweken, biedt het dagelijks bestuur een begeleidend schrijven aan (bijvoorbeeld in de deknotitie) waarin deze afwijkingen onderbouwd worden toegelicht.

 

 

 

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van 5 september 2025,

 

 

 

 

Het algemeen bestuur van Veiligheidsregio Limburg-Noord,

 

 

 

 

de voorzitter, de secretaris,

Naar boven