Organisatiebesluit Veiligheidsregio Twente 2025

Het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Twente;

 

gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Wet veiligheidsregio’s, de Wet publieke gezondheid en de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Twente.

 

besluit:

 

vast te stellen het navolgende Organisatiebesluit Veiligheidsregio Twente 2025.

 

Besluit:

 

Artikel I

Het Organisatiebesluit Veiligheidsregio Twente 2025 vast te stellen.

 

Artikel II

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot 18 september 2025.

 

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • a.

    algemeen bestuur: het algemeen bestuur van Veiligheidsregio Twente, bedoeld in artikel 9 van de gemeenschappelijke regeling;

  • b.

    dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Twente bedoeld in artikel 15 van de gemeenschappelijke regeling;

  • c.

    voorzitter: de voorzitter van Veiligheidsregio Twente, bedoeld in artikel 16 van de gemeenschappelijke regeling;

  • d.

    directie: de directeur Crisisbeheersing/secretaris en de commandant Brandweer;

  • e.

    commandant Brandweer: de commandant, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s;

  • f.

    directeur Crisisbeheersing: de directeur van het onderdeel Crisisbeheersing tevens zijnde secretaris Veiligheidsregio Twente;

  • g.

    directeur Publieke Gezondheid: de directeur Publieke Gezondheid, bedoeld in artikel 32 van de Wet veiligheidsregio’s;

  • h.

    veiligheidsdirectie: de directeur Crisisbeheersing/secretaris, de commandant Brandweer, het sectorhoofd Politie district Twente, de directeur Publieke Gezondheid en de coördinerend functionaris;

  • i.

    de veiligheidsregio: het openbaar lichaam Veiligheidsregio Twente, bedoeld in artikel 2 van de gemeenschappelijke regeling;

  • j.

    gemeenschappelijke regeling: de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Twente;

  • k.

    coördinerend functionaris: de coördinerend gemeentesecretaris Bevolkingszorg en Crisiscommunicatie, bedoeld in artikel 36 van de Wet Veiligheidsregio’s;

  • l.

    bureau GHOR: de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio, bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s;

  • m.

    integraal management: leidinggeven door te sturen op resultaten, personeel, middelen en de rechtmatige uitvoering van de taken;

  • n.

    OOV-taken: Veiligheidsregio Twente dient als gastheer voor gemeentelijke samenwerking met betrekking tot een aantal (platform)taken op het gebied van openbare orde en veiligheid (OOV);

  • o.

    PIOFACH-taken: de taken en activiteiten op het gebied van financiën, ICT, documentaire informatievoorziening (DIV), HRM, communicatie, planning & control, facilitaire zaken en huisvesting.

Artikel 2 De hoofdstructuur van de ambtelijke organisatie

  • 1.

    De ambtelijke organisatie van Veiligheidsregio Twente bestaat uit een directeur Crisisbeheersing/ secretaris, commandant Brandweer, onderdelen, sectoren en teams zoals aangegeven in het organogram van de veiligheidsregio.

  • 2.

    De sectoren staan ieder onder leiding van een sectorhoofd.

  • 3.

    De teams staan ieder onder leiding van een teamleider. Het bureau GHOR staat onder leiding van het bureauhoofd GHOR. De Twente Safety Campus staat onder leiding van de manager Twente Safety Campus.

HOOFDSTUK 2 AANSTURING EN VERANTWOORDING

Artikel 3 De aansturing

  • 1.

    De commandant Brandweer stuurt de sectorhoofden Brandweer en het sectorhoofd Strategie, Informatie & Organisatie aan.

  • 2.

    De directeur Crisisbeheersing/secretaris stuurt de teamleider Crisisbeheersing en het bureauhoofd GHOR aan.

  • 3.

    Het sectorhoofd stuurt de teamleiders van de teams binnen de sector aan.

  • 4.

    De teamleider stuurt de medewerkers van het team aan.

Artikel 4 De verantwoording

  • 1.

    De directie legt in een bestuursrapportage verantwoording af aan het dagelijks bestuur over de uitvoering van de taken van de veiligheidsregio en de aansturing van de ambtelijke organisatie.

  • 2.

    Het sectorhoofd legt over de voortgang van de aan zijn sector opgedragen taken verantwoording af aan de commandant Brandweer en deelt de voortgang ook mede aan de overige sectorhoofden.

  • 3.

    De teamleiders, het bureauhoofd GHOR en de manager TSC leggen over de voortgang van de aan hun teams opgedragen taken verantwoording af aan het sectorhoofd of directeur. Het bureauhoofd GHOR legt daarnaast over de voortgang van de aan zijn afdeling opgedragen inhoudelijke taken verantwoording af aan de directeur Publieke Gezondheid.

HOOFDSTUK 3 TAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN

Artikel 5 De directie en vervanging

  • 1.

    De directie:

     

    • a.

      draagt zorg voor het opstellen van de strategische- en tactische beleidsagenda van de organisatie en bewaakt de daarmee samenhangende planning;

    • b.

      draagt zorg voor de integrale advisering aan het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter;

    • c.

      faciliteert de besluitvorming door het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur op het gevoerde en te voeren beleid;

    • d.

      draagt er zorg voor dat de ambtelijke organisatie de besluiten van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur op basis van professionele kennis en op een professionele werkwijze voorbereidt en/of uitvoert;

    • e.

      draagt zorg voor afstemming tussen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur, de bestuursleden en de portefeuillehouders op integraliteit van beleidsvoorbereiding, beleidsuitvoering en de uitvoering van besluiten;

    • f.

      draagt zorg voor het realiseren van de bestuurlijke beleidsdoelen en de uitvoering van vastgestelde plannen.

  • 2.

    Er is sprake van een collegiale directie bestaande uit twee leden; de directeur Crisisbeheersing/secretaris en de commandant Brandweer. Beide zijn verantwoordelijk voor hun eigen onderdelen en gezamenlijk voor de gehele veiligheidsregio. De directie heeft een onderlinge portefeuilleverdeling gemaakt. Zij kunnen daar waar nodig elkaar in functie en in rol als directeur of secretaris vervangen.

  • 3.

    De directeur Crisisbeheersing is door het dagelijks bestuur aangewezen als secretaris van de veiligheidsregio.

  • 4.

    Naast de onderlinge vervanging van de leden van de directie is bij afwezigheid van beide functionarissen het sectorhoofd Strategie, Informatie & Organisatie in de rol van adjunct directeur de vervanger van de commandant Brandweer en/of de directeur Crisisbeheersing/secretaris. Deze functiehouder sluit vanuit deze rol aan bij de directie overleggen.

Artikel 6 De secretaris van het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter

  • 1.

    De secretaris is ingevolge artikel 17 van de gemeenschappelijke regeling de secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en de voorzitter en draagt zorg voor:

    • a.

      het op correcte wijze volgen van advies- en besluitvormingsprocedures met toepassing van de geldende wettelijke verplichtingen;

    • b.

      de voorbereiding, ondersteuning en afhandeling van vergaderingen van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur;

    • c.

      het bewaken van de kwaliteit van de voorbereiding en totstandkoming van de besluitvorming en de zorgvuldigheid ervan;

    • d.

      de vastlegging van vergaderingen en bestuursbesluiten;

    • e.

      het realiseren en bewaken van de secretariële, administratieve, logistieke en facilitaire ondersteuning van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Artikel 7 De commandant Brandweer

  • 1.

    De commandant Brandweer is hoofd van het onderdeel brandweer, geeft daaraan leiding en is verantwoordelijk voor de vervulling van de daaraan opgedragen taken.

  • 2.

    De commandant Brandweer is verantwoordelijk voor de vervulling van de wettelijke taken.

  • 3.

    De commandant Brandweer legt verantwoording af aan het bestuur.

Artikel 8 De directeur Crisisbeheersing

  • 1.

    De directeur Crisisbeheersing is hoofd van het onderdeel crisisbeheersing, geeft daaraan leiding en is verantwoordelijk voor de vervulling van de daaraan opgedragen taken.

  • 2.

    De directeur Crisisbeheersing is verantwoordelijk voor de vervulling van de wettelijke taken.

  • 3.

    De directeur Crisisbeheersing legt verantwoording af aan het bestuur.

Artikel 9 De directeur Publieke Gezondheid

  • 1.

    De directeur Publieke Gezondheid is belast met het organiseren en versterken van de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen.

  • 2.

    De directeur Publieke Gezondheid heeft op grond van artikel 32 lid 2 Wet veiligheidsregio's en vanuit een samenwerkingsconstruct met Samen Twente een rol in de veiligheidsregio.

  • 3.

    De directeur Publieke Gezondheid heeft geen aanstelling binnen de veiligheidsregio.

  • 4.

    De directeur Publieke Gezondheid neemt als adviseur deel aan de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

  • 5.

    De directeur Publieke Gezondheid geeft inhoudelijk leiding aan de GHOR, conform de Wet veiligheidsregio’s en de Wet publieke gezondheid.

  • 6.

    Voor de functionele verantwoordelijkheid van de directeur Publieke Gezondheid sluit de functiehouder aan bij de directie overleggen daar waar het GHOR zaken betreft.

  • 7.

    De directeur Publieke Gezondheid kan worden vervangen door het hoofd bureau GHOR, voor zover het de taken/verantwoordelijkheden van de GHOR betreft.

Artikel 10 Het sectorhoofd

  • 1.

    Het sectorhoofd geeft leiding aan een sector en is integraal verantwoordelijk voor de resultaten die aan de sector zijn opgedragen en voor de inzet en het beheer van de daarvoor beschikbaar gestelde middelen.

  • 2.

    Een sectorhoofd draagt een eigen verantwoordelijkheid voor besluiten die enkel en alleen de eigen sector betreffen, binnen de eigen begroting en vastgestelde bedrijfsvoeringskaders.

  • 3.

    Bij afwezigheid van een sectorhoofd is horizontale vervanging het uitgangspunt. Het sectorhoofd wordt in dat geval vervangen door een ander sectorhoofd, welke daartoe door een directielid (mondeling) is aangewezen.

Artikel 11 De teamleider

  • 1.

    De teamleider geeft leiding aan het eigen team en is integraal verantwoordelijk voor de resultaten die aan het team zijn opgedragen en voor de inzet en het beheer van de daarvoor beschikbaar gestelde middelen.

  • 2.

    Bij afwezigheid van een teamleider is horizontale vervanging binnen de eigen sector het uitgangspunt. De teamleider wordt dan vervangen door een andere teamleider, bij voorkeur van de eigen sector, welke daartoe door het sectorhoofd (mondeling) is aangewezen.

Artikel 12 De kazernecoördinator en ploegchef

  • 1.

    De kazernecoördinator is verantwoordelijk voor het functioneren van een kazerne met brandweervrijwilligers.

  • 2.

    De kazernecoördinator treedt op als het boegbeeld van een kazerne naar de vrijwillige brandweermensen en de lokale omgeving van de kazerne.

  • 3.

    De ploegchef is verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken van de brandweerploegen in roosterdienst binnen de kazernes met beroepsbrandweermedewerkers.

  • 4.

    De kazernecoördinator en ploegchef worden aangestuurd door een teamleider.

Artikel 13 De controller

  • 1.

    De controller valt binnen het team Beleid en Strategie en kan zich rechtstreeks wenden tot het dagelijks bestuur via de portefeuillehouder middelen.

  • 2.

    De controller houdt zich bezig met het opstellen van de financiële kaders van de organisatie, het beheersen van (financiële) risico’s en het bewaken van de afspraken die hierover met het bestuur zijn gemaakt.

  • 3.

    De controller geeft jaarlijks uitvoering aan audits. Het managementteam bespreekt de audits en voorziet in de ondersteuning van de controller in de uitvoering ervan. De auditreportages worden ter kennis gebracht van het dagelijks bestuur.

  • 4.

    De controller doet mededeling aan de directie en zonodig aan het dagelijks bestuur indien hij bij de uitoefening van zijn taken onrechtmatigheden, niet gemelde risico’s of andere onvolkomenheden signaleert.

  • 5.

    De controller draagt zorg voor een onderzoekstelsel en oordeelsvorming door middel van interne controle ten behoeve van de door het dagelijks bestuur af te leggen rechtmatigheidsverklaring.

HOOFDSTUK 4 VEILIGHEIDSDIRECTIE

Artikel 14 De veiligheidsdirectie

  • 1.

    De veiligheidsdirectie bestaat uit de directeur Crisisbeheersing/secretaris, de commandant Brandweer, het sectorhoofd Politie district Twente, de directeur Publieke Gezondheid en de coördinerend functionaris. Ieder lid van de veiligheidsdirectie vormt de koppeling tussen de veiligheidsregio en de eigen organisatie of dienst.

  • 2.

    De veiligheidsdirectie is belast met de multidisciplinaire afstemming en coördinatie van de voorbereiding op de crisisbeheersing en rampenbestrijding.

  • 3.

    De commandant Brandweer is de voorzitter van de veiligheidsdirectie.

  • 4.

    De veiligheidsdirectie ondersteunt en adviseert het dagelijks bestuur gevraagd en ongevraagd inzake multidisciplinaire aangelegenheden.

  • 5.

    De specifieke verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de veiligheidsdirectie zijn te vinden in het statuut veiligheidsdirectie Twente.

  • 6.

    De veiligheidsdirectie laat zich bijstaan door een directiesecretaris, deze draagt zorg voor de voorbereiding, ondersteuning en afhandeling van vergaderingen van de veiligheidsdirectie.

  • 7.

    De leden van de veiligheidsdirectie nemen als adviseur deel aan de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

Artikel 15 De coördinerend functionaris

  • 1.

    De coördinerend functionaris is belast met en verantwoordelijk voor de voorbereiding en coördinatie van de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen met het oog op een ramp of crisis.

  • 2.

    De coördinerend functionaris is daartoe, in overleg met de gemeentesecretarissen die samenwerken in de Veiligheidsregio, door het dagelijks bestuur aangewezen.

HOOFDSTUK 5 OVERLEGSTRUCTUUR

Artikel 16 Het managementteam

  • 1.

    Het managementteam bestaat uit de commandant Brandweer, de directeur Crisisbeheersing/secretaris en de sectorhoofden.

  • 2.

    De commandant Brandweer is voorzitter van het managementteam. De directeur Crisisbeheersing/secretaris is zijn plaatsvervanger.

  • 3.

    Besluiten worden genomen door de directie. Om te komen tot een integrale afweging, consulteren zij de overige managementteamleden. Zij hebben hierin een adviserende rol richting directie.

  • 4.

    Bij afwezigheid vervangen de sectorhoofden elkaar.

Artikel 17 Het sectoroverleg

  • 1.

    Het sectoroverleg is het overleg tussen het sectorhoofd en de teamleiders van de sector.

  • 2.

    In het sectoroverleg worden de lopende zaken en ontwikkelingen die de sector en de teams betreffen besproken. Daarnaast worden besproken de lopende zaken en ontwikkelingen van andere sectoren die de integrale besluitvorming bevorderen.

HOOFDSTUK 6 OOV-TAKEN

Artikel 18 OOV- taken

  • 1.

    Veiligheidsregio Twente dient als gastheer voor gemeentelijke samenwerking met betrekking tot een aantal taken op het gebied van openbare orde en veiligheid (OOV). De veiligheidsregio verzorgt hierbij de PIOFACH-taken. Grondslag hiervoor is artikel 7 van de gemeenschappelijke regeling.

  • 2.

    Er is een aparte bestuurlijke structuur voor de OOV-taken. Het Districtelijk Veiligheidsoverleg is een afstemmingsoverleg. Besluitvorming vindt plaats bij gemeenten, AB VRT, AB Samen Twente of andere gremia.

  • 3.

    De secretaris veiligheidsregio vervult de rol van secretaris van het Districtelijk Veiligheidsoverleg.

  • 4.

    De OOV-taken worden aangestuurd door de directeur Crisisbeheersing/secretaris.

  • 5.

    Onderdeel van de OOV- taken is het Zorg en Veiligheidshuis Twente. Dit team staat onder leiding van de ketenmanager Zorg en Veiligheidshuis Twente. De ketenmanager Zorg en Veiligheidshuis Twente legt over de voortgang van de aan het Zorg en Veiligheidshuis Twente opgedragen taken verantwoording af aan de directeur Crisisbeheersing/secretaris.

HOOFDSTUK 7 OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 19 De meldkamerfunctie

  • 1.

    De Meldkamer Oost-Nederland ondersteunt de veiligheidsregio in de uitvoering van de meldkamertaken voor de brandweer alsmede voor crisisbeheersing en voert deze uit.

  • 2.

    De commandant Brandweer draagt, in samenspraak met de commandanten Brandweer van de Veiligheidsregio IJsselland, Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden, Veiligheidsregio Gelderland-Zuid en Veiligheidsregio Noord-Oost Gelderland zorg voor de ambtelijke aansturing van de meldkamerfunctie Brandweer binnen de Meldkamer Oost-Nederland.

Artikel 20 Overige bepaling omtrent vervanging

Bij vervanging zijn de Mandaatregeling, het Ondermandaatbesluit en de Budgethoudersregeling onverkort van toepassing.

HOOFDSTUK 8 SLOTBEPALINGEN

Artikel 21 Uitleg van deze regeling

Bij twijfel over de uitleg van deze regeling of in de gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het dagelijks bestuur.

Artikel 22 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking de eerste dag na bekendmaking.

  • 2.

    Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Organisatiebesluit Veiligheidsregio Twente 2025’.

Het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Twente,

De secretaris

H. Meuleman

De voorzitter

R. Bleker

Enschede, 18 september 2025

Naar boven