Blad gemeenschappelijke regeling van Belastingsamenwerking West-Brabant
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Belastingsamenwerking West-Brabant | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 23 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Belastingsamenwerking West-Brabant | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 23 | beleidsregel |
Treasurystatuut Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant 2024
Het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking West-Brabant
gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur
de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West Brabant;
de Wet financiering decentrale overheden;
de Wet gemeenschappelijke regelingen en;
de financiële verordening van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West Brabant.
vast te stellen het “Treasurystatuut Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant 2024”
In dit statuut wordt verstaan onder:
Rente – instrumenten. Financiële instrumenten, belichaamd in contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal of kan plaatsvinden en waarvan de waardeafhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices. Zie ook “rente-instrumenten”.
Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar.
Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).
De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitsplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachting.
Een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. Het percentage wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.
Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.
De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichting door de tegenpartij als gevolg van insolventie.
De mate waarin een instelling of onderneming in staat is aan haar verplichtingen te kunnen voldoen.
Staat die lid is van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
Het financieren en uitzetten van middelen voor een periode van maximaal één jaar.
Een prognose van de inkomende en uitgaande geldstromen.
Een overeenkomst op grond waarvan de wederzijdse verplichtingen tussen partijen verrekend worden waardoor wordt bepaald wat de ene partij per saldo aan de andere partij verschuldigd is.
Kredietwaardigheidsbeoordeling van debiteuren door instituten zoals Moody’s, Standard & Poors (S&P) en Fitch. Een rating is de inschatting van de kans op wanbetaling bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen. Een hogere rating houdt een betere kredietwaardigheid in.
Afgeleide financiële instrumenten om posities af te schermen of in te dekken. Het betreft verhandelbare contracten ten aanzien van bepaalde rechten of verplichtingen met as onderliggende waarde een geldlening of belegging. Niet de geldlening zelf wordt verhandeld, maar bijvoorbeeld het recht deze te kopen of verkopen tegen vooraf bepaalde voorwaarden. Ook het recht om op een toekomstig tijdstip de rente vast te stellen op een bepaalde wijze kan in een contract worden geregeld. Zie ook “Derivaten”.
Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeenschappelijke regeling door rentewijzigingen.
Een bedrag ter grootte van een percentage van de totale vaste schuld bij aanvang van het jaar. Het percentage wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.
Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningsvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding.
Toekomstverwachting over de renteontwikkeling.
Het in een lidstaat voor een financiële onderneming voorgeschreven minimumniveau aansprakelijk vermogen tegenover aangehouden naar risicograad gewogen activum.
De verplichting om overtollige middelen in de (rijks)schatkist aan te houden en de mogelijkheid om overtollige middelen onderling uit te lenen.
Alle activiteiten die zich richten op het sturen en het beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.
Wet financiering decentrale overheden. Een onderdeel hiervan is het verplichte schatkistbankieren.
Artikel 2. Algemene doelstellingen
Hoewel de algemene doelstellingen van de treasuryfunctie niet expliciet worden genoemd in de Wet Fido, vloeien ze wel uit de wet voort. Meer concreet kunnen de doelstellingen als volgt worden benoemd:
Artikel 3. Uitgangspunten risicobeheer
Met betrekking tot het risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
Artikel 5. Kredietrisicobeheer
Kredietrisico's worden beperkt door uitsluitend uit te zetten bij financiële instellingen die voldoende kredietwaardig zijn. Deze financiële ondernemingen moeten:
voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kunnen aantonen dat ze ten minste over een AA-minusrating beschikken, afgegeven door ten minste twee ratingbureaus.
In afwijking hiervan geldt dat indien de gelden worden uitgezet voor een periode van minder dan drie maanden, de ondernemingen aan moeten tonen dat ze voor henzelf of voor de door hen uitgeven waardepapieren ten minste over een A-rating afgegeven door ten minste twee ratingbureaus beschikken. Dat geldt eveneens voor verbintenissen met betrekking tot financiële derivaten voor een periode van minder dan drie maanden.
Valutarisico's worden in de gemeenschappelijke regeling uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken of aan te gaan in euro's.
Artikel 7. Financiering (lange termijn)
De financiering van de gemeenschappelijke regeling heeft de volgende doelstellingen:
Bij het aantrekken van financiering voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:
De gemeenschappelijke regeling beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:
Artikel 11. Saldo- en liquiditeitsbeheer (korte termijn)
Het kasbeheer betreft het beheer van de geldstromen en daaruit voortvloeiende saldi en liquiditeitsposities tot één jaar. Hierbij gelden de volgende doelstellingen:
Voor het saldobeheer en het liquiditeitsbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:
Artikel 12. Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
In het kader van de treasury-functie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:
Artikel 13. Verantwoordelijkheden
De taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de belastingsamenwerking West-Brabant staan in onderstaande tabel gedefinieerd.
De bevoegdheden met betrekking tot de treasuryactiviteiten van de belastingsamenwerking West-Brabant staan in onderstaande tabel gedefinieerd.
Artikel 15. Informatievoorziening
De minimale informatieverstrekking op het gebied van treasuryactiviteiten aan de ontvanger is in de onderstaande tabel opgenomen:
In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is voorgeschreven dat periodiek informatie moet worden verstrekt aan het CBS. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit in bepaalde omstandigheden het geval. Het CBS bepaalt welke gemeenschappelijke regelingen moeten rapporteren. De inhoud van die rapportages is bepaald in het BBV.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2025-23.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.