Regeling Scholings- en opleidingsfaciliteiten VrAA

Inleiding

 

Op 1 augustus 2022 is de EU Richtlijn 2019/1152 over transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie door middel van een nieuwe wet ook geïmplementeerd in Nederland. De betreffende richtlijn is als gevolg van de zogenaamde verticale werking ook van toepassing voor overheidswerkgevers die nog niet vallen onder de werking van het Burgerlijk wetboek. Onderstaande regeling betreft de implementatie van eerdergenoemde EU-richtlijn binnen de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland.

 

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen en toepassing

  • 1.

    Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      Werkgever: de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland verder te noemen de VrAA)

    • b.

      Medewerker: de ambtenaar die op grond van de NRGA is aangesteld bij de VrAA;

    • c.

      Gemandateerde: Degene die op grond van de Mandateringsregeling Brandweer Amsterdam-Amstelland/Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland bevoegd is een besluit over de aanvraag te nemen.

    • d.

      Scholing: Scholing die naar het oordeel van de leidinggevende noodzakelijk is voor een goede vervulling van de huidige of een toekomstige functie van de medewerker

    • e.

      Vakgerichte opleiding: opleiding om te blijven voldoen aan de eisen van vakbekwaamheid

    • f.

      Niet-vak-gerichte opleiding: Opleiding die bijdraagt tot de loopbaanontwikkeling van de medewerker.

    • g.

      Studiekosten: verplichte cursus-, les-, college of deelname gelden, examen- en diplomagelden en ook de kosten voor verplicht voorgeschreven studiemateriaal en het reizen voor het volgen van lessen en het afleggen van examens of tentamens en het verblijf voor het afleggen van examens of tentamens.

    • h.

      Studieverlof: betaald verlof voor:

      • 1.

        het volgen van verplicht gestelde lessen;

      • 2.

        het voorbereiden en afleggen van examens of tentamens;

      • 3.

        verplichte excursies.

Artikel 2 Reikwijdte van de regeling

  • 1.

    Deze regeling is van toepassing voor medewerkers die scholing of een vakgerichte of een niet- vakgerichte opleiding volgen.

  • 2.

    Voor medewerkers van de operationele dienst die een opleiding volgen met het oog op hun tweede loopbaan als gedefinieerd in artikel 27a.2 van de ARBAA gelden de Richtlijnen uitvoering 2e loopbaan VrAA.

Artikel 3 Afspraken over scholing en volgen van een opleiding

  • 1.

    Jaarlijks maken werkgever en medewerker afspraken over al dan niet te volgen scholing en opleiding. Beiden kunnen het initiatief daartoe nemen.

Artikel 4 Faciliteiten

  • 1.

    Voordat de medewerker een aanvraag indient voor een te volgen scholing of opleiding en toe te kennen faciliteiten voert die hierover overleg met de direct leidinggevende.

  • 2.

    Faciliteiten worden toegekend in het geval van:

    • a.

      Scholing;

    • b.

      Een vakgerichte opleiding om te voldoen aan de eisen van vakbekwaamheid als genoemd in artikel 3 van het Besluit personeel veiligheidsregio's.

    • c.

      Een vakgerichte opleiding die niet is opgenomen in het Besluit personeel veiligheidsregio’s of andere wetgeving voor het verkrijgen of behouden van een beroepskwalificatie.

    • d.

      Een niet-vakgerichte opleiding.

Artikel 5 De aanvraag

  • 1.

    Voor te volgen scholing of opleiding moet een verzoek om faciliteiten worden ingediend.

  • 2.

    Hiervoor dient de medewerker digitaal een aanvraag in. Hierin wordt vermeld:

    • a.

      De naam van de scholing of opleiding en de instelling waar die wordt gevolgd;

    • b.

      De start- en einddatum van de scholing of opleiding;

    • c.

      Het doel van de opleiding;

    • d.

      Het lesgeld en examengeld;

    • e.

      De kosten van verplichte literatuur, reiskosten, verblijfkosten en overige kosten;

    • f.

      Het aantal uren van de scholing of opleiding en lesdagen en

    • g.

      De motivering voor het volgen van de opleiding.

  • 3.

    De direct leidinggevende beoordeelt de aanvraag.

  • 4.

    Op basis van een advies van de direct leidinggevende neemt de gemandateerde een besluit over de aanvraag. In geval van honorering van de aanvraag wordt vermeld:

    • a.

      De naam van de scholing of opleiding en de instelling waar die wordt gevolgd.

    • b.

      De start- en einddatum van de scholing of opleiding

    • c.

      Welke kosten voor vergoeding in aanmerking komen.

    • d.

      Welk verlof er wordt verleend.

    • e.

      Een eventuele terugbetalingsverplichting.

    • f.

      Mogelijke, andere onderwerpen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de gemaakte afspraken.

  • 5.

    In het geval van een afwijzing van de aanvraag wordt de betreffende medewerker hiervan schriftelijk, gemotiveerd in kennis gesteld. Tegen dit besluit staat de mogelijkheid tot het aantekenen van bezwaar open.

Artikel 6 Studie- en loopbaanadvies

De werkgever kan alvorens te beslissen over het al dan niet toekennen van faciliteiten een studie- of loopbaanadvies bij het Loopbaancentrum van werkgever inwinnen.

Artikel 7 Verplichtingen werkgever en medewerker

  • 1.

    Werkgever maakt het voor de medewerker mogelijk om de scholing of opleiding succesvol te volgen en hem of haar hiervoor zo nodig vrij te roosteren.

  • 2.

    De medewerker:

    • a.

      Houdt de werkgever regelmatig op de hoogte van de voortgang van de studie;

    • b.

      Stelt de werkgever onmiddelijk op de hoogte van het eventueel onderbreken, opschorten, afronden of afbreken van de scholing of opleiding.

    • c.

      Neemt deel aan het eventueel voor zijn opleiding geldende examen of tentamen en deelt de uitslag daarvan aan zijn leidinggevende mee.

Paragraaf 2 Bepalingen over het studieverlof

Artikel 8 Verlof

  • 1.

    De medewerker maakt aanspraak op verlof afhankelijk van de aard van de scholing of opleiding. De omvang hiervan bedraagt:

    • a.

      100% in het geval van scholing of een vakgerichte opleiding en

    • b.

      50% in het geval van een niet-vakgerichte opleiding.

  • 2.

    Repressieve medewerkers worden voor de scholing of opleiding tijdens hun rooster vrijgemaakt. Wanneer zij geen dienst hebben vindt compensatie van de scholings- of opleidingsuren plaats in de vorm van tijd voor tijd. Dit wordt vermenigvuldigd met de factor 1,33 (48/36 uren).

  • 3.

    Het verlof kan niet worden opgenomen voor een ander doel dan waarvoor het wordt verleend. Niet opgenomen verlof vervalt automatisch.

     

Paragraaf 3 Bepalingen over de Studiekosten

Artikel 9 Hoogte studiekostenvergoeding

  • 1.

    De kosten van scholing of een vakgerichte opleiding worden voor 100% vergoed.

  • 2.

    Niet-vakgerichte opleidingen worden voor 50% vergoed.

  • 3.

    Medewerkers die een niet-vakgerichte opleiding deels zelf dienen te bekostigen, kunnen ervoor kiezen om een bedrag hiervoor uit het IKB in te zetten.

  • 4.

    In het geval van een niet-vakgerichte opleiding kunnen de resterende 50% van de kosten die voor eigen rekening zijn gebleven op een later moment alsnog voor vergoeding in aanmerking komen als de opleiding wordt opgenomen in het tweede loopbaanplan. Hiervoor dient de medewerker een verzoek in te dienen bij het Loopbaancentrum van de afdeling P&O.

Artikel 10 Reis- en verblijfskosten

  • 1.

    De reiskosten die een medewerker ten behoeve van het volgen van scholing of opleiding maakt, worden vergoed op basis van openbaar vervoer 2e klasse.

  • 2.

    In overleg met de direct-leidinggevende kan ook een vergoeding voor het reizen met eigen vervoermiddel worden gekregen als de plaats van scholing of opleiding, slecht of tijdrovend met het openbaar vervoer bereikbaar is. De hoogte hiervan bedraagt het fiscaal maximaal vrijgestelde bedrag (per 1 januari 2024 € 0,23 per kilometer).

  • 3.

    Op een reiskostenvergoeding bestaat geen aanspraak als gebruik kan worden gemaakt van een dienstvoertuig.

  • 4.

    Verblijfskosten worden vergoed op grond van artikel 9.12 van de NRGA.

Artikel 11 Declareren

  • 1.

    Rekeningen van opleidingskosten die volledig worden vergoed worden rechtstreeks door de werkgever betaald mits een op naam van de VrAA gestelde factuur wordt gestuurd naar de afdeling Financiële Administratie.

  • 2.

    De kosten van opleidingen die niet volledig worden vergoed, kunnen worden gedeclareerd middels het declaratieformulier opleidingsfaciliteiten.

  • 3.

    Gemaakte reiskosten moeten op de gebruikelijke wijze via het personeels- en salarissysteem worden gedeclareerd.

     

Paragraaf 4 Bepalingen over het intrekken van faciliteiten en terugbetaling

Artikel 12 Intrekken faciliteiten

  • 1.

    De werkgever kan verleende faciliteiten tijdelijk of definitief intrekken wanneer:

    • a.

      de leidinggevende op grond van de door hem ingewonnen inlichtingen als genoemd in artikel 7 van oordeel is dat de medewerker niet regelmatig of voldoende studeert, hierdoor onvoldoende vordering maakt, waardoor hij niet is staat is om de scholing of opleiding binnen een redelijke termijn af te ronden.

    • b.

      De medewerker verwijtbaar zelf de scholing of opleiding zonder resultaat beëindigt voor afloop van de afgesproken opleidingsduur.

  • 2.

    Intrekking van faciliteiten als genoemd in het eerste lid onder a vindt niet plaats, indien de medewerker aannemelijk maakt dat de onregelmatige of onvoldoende studie het gevolg is van feiten en omstandigheden die niet aan hemzelf te wijten zijn.

  • 3.

    De gemaakte kosten door de werkgever of betaalde vergoeding voor de scholing of opleiding worden bij de medewerker teruggevorderd onder verwijzing naar de scholings- en opleidingsovereenkomst. Hierbij vindt een verrekening plaats met het salaris en de toegekende salaristoelage(n) of IKB van de medewerker door maandelijkse inhoudingen tot maximaal 5% van zijn salaris.

     

    Met instemming van de medewerker kan ook een hoger maandelijks bedrag of een bedrag ineens worden ingehouden mits dit niet leidt tot een salaris lager dan het wettelijk minimumloon.

Artikel 13 Terugbetalingsverplichting bij beëindiging van de aanstelling

  • 1.

    Voor scholing en opleidingen als bedoeld in artikel 3 lid 1 onder a en b geldt geen terugbetalingsverplichting.

  • 2.

    Voor opleidingen als bedoeld in artikel 3 lid 1 onder c en d geldt een terugbetalingsverplichting.

  • 3.

    Een ontvangen vergoeding wordt alleen teruggevorderd wanneer de aanstelling binnen 36 maanden na voltooiing van de opleiding wordt beëindigd.

  • 4.

    Er is in het geval van lid 2 geen verplichting tot het terugbetalen van vergoede kosten wanneer:

    • a.

      De aanstelling wordt beëindigd in verband met arbeidsongeschiktheid wegens ziekte;

    • b.

      De aanstelling wordt beëindigd vanwege reorganisatie;

    • c.

      Direct aansluitend op de beëindiging van de aanstelling in dienst wordt getreden bij een overheidswerkgever als bedoeld in artikel 1 onder m, Wet privatisering ABP.

  • 5.

    Het terug te betalen bedrag aan vergoeding is in zijn geheel invorderbaar en kan worden verrekend met de nog te betalen bedragen aan salaris en toegekende salaristoelage(n), IKB en eventuele tegemoetkomingen of onkostenvergoedingen.

  • 6.

    De terug te betalen vergoeding wordt verminderd met 1/36e deel voor iedere kalendermaand liggende tussen de beëindiging van de opleiding en de beëindigingsdatum van de aanstelling. Een andere verdeling is slechts mogelijk wanneer dit wordt opgenomen in het toekenningsbesluit als genoemd in artikel 5 lid 4 van deze regeling.

     

Paragraaf 5 Inwerkingtreding, overgangsbepalingen en hardheidsclausule

Artikel 14 Inwerkingtreding en overgangsbepalingen

  • 1.

    Deze regeling wordt vastgesteld op grond van artikel 10.1 van de NRGA-VrAA en treedt in werking na bekendmaking.

  • 2.

    Afspraken die in het kader van de te volgen scholing of opleiding met medewerkers zijn gemaakt vóór de datum van vaststelling van deze regeling blijven ongewijzigd gehandhaafd.

  • 3.

    Aan de in lid 2 bedoelde afspraken kunnen geen nieuwe afspraken worden toegevoegd.

Artikel 15 Hardheidsclausule

Namens het bestuur van de VrAA is de directeur VrAA bevoegd in gevallen waarin deze regeling niet voorziet, of niet in redelijkheid voorziet, nadere regelingen te treffen.

Aldus besloten in de vergadering van het Algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland op 8 september 2025 te Amsterdam.

Naar boven