Directiestatuut Omgevingsdienst Brabant Noord 2025

Het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Brabant Noord

Gelet op:

artikel 5.2 lid 3 van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Brabant Noord 2024.

 

Besluit:

Vast te stellen:

het Directiestatuut van de Omgevingsdienst Brabant Noord, houdende de vaststelling van de nadere regels ten aanzien van de taak en de bevoegdheid van de directie van de Omgevingsdienst Brabant Noord.

 

 

Artikel 1: Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    bestuur: het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst;

  • b.

    dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst;

  • c.

    deelnemers: de rechtspersonen achter de deelnemende colleges, zoals bedoeld in artikel 1:1, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, die het besluit hebben genomen om deel te nemen aan de regeling;

  • d.

    algemeen directeur: de directeur van de Omgevingsdienst, bedoeld in artikel 5.2 van de regeling;

  • e.

    directeur bedrijfsvoering: de directeur bedrijfsvoering als bedoeld in artikel 2 van het Directiestatuut ODBN 2025;

  • f.

    functionaris: een medewerker, behorende tot de ambtelijke organisatie van de Omgevingsdienst, aangesteld krachtens publiekrechtelijk besluit dan wel een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht;

  • g.

    Omgevingsdienst: de Omgevingsdienst Brabant Noord, bedoeld in artikel 5.2 van de regeling;

  • h.

    regeling: de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Brabant Noord 2024;

  • i.

    Cao SGW: de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties;

  • j.

    Strategisch Management Overleg (SMO): overleg als bedoeld in artikel 3 lid 2 van het Directiestatuut ODBN 2025;

  • k.

    Middenmanagement Overleg (MMO): overleg als bedoeld in artikel 4 lid 3 van het Directiestatuut ODBN 2025;

  • l.

    Datakwaliteit: de mate waarin data voldoen aan criteria voor nauwkeurigheid, volledigheid, geldigheid, consistentie, uniekheid, tijdigheid en geschiktheid voor het doel waarvoor deze verzameld worden.

 

Artikel 2: Directie

  • 1.

    De directie bestaat uit twee leden: de algemeen directeur en de directeur bedrijfsvoering.

  • 2.

    De algemeen directeur is tevens secretaris van het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur en WOR-bestuurder. De directeur bedrijfsvoering is eerste plaatsvervanger van de algemeen directeur.

  • 3.

    De algemeen directeur is voorzitter van de directie.

  • 4.

    De directie verdeelt haar taken in portefeuilles. Bij de verdeling wordt rekening gehouden met een vergelijkbare werklast. De portefeuilleverdeling wordt vastgelegd in een directiebesluit.

  • 5.

    Binnen de directie worden afspraken gemaakt over de aansturing van afzonderlijke organisatieonderdelen van de ODBN.

  • 6.

    De directie besluit bij consensus. Indien er geen consensus kan worden bereikt, beslist de voorzitter.

 

Artikel 3: Taken en verantwoordelijkheden ter ondersteuning van het bestuur

  • 1.

    De directie draagt zorg voor een goede voorbereiding van de vergaderingen van het bestuur;

  • 2.

    De directie draagt er gevraagd en ongevraagd zorg voor dat de leden van het bestuur over de informatie kunnen beschikken die zij nodig hebben om hun functie naar behoren uit te kunnen oefenen;

  • 3.

    De directie draagt zorg voor een gedegen en tijdige advisering aan het bestuur. De directie adviseert het bestuur ten behoeve van de door het bestuur te nemen besluiten;

  • 4.

    De directie is verantwoordelijk voor een snel en adequaat verloop van de procedures die noodzakelijk zijn voor het proces van besluitvorming en bevordert een voortvarende uitvoering van de besluiten van het bestuur;

  • 5.

    De directie draagt er zorg voor dat de door het bestuur genomen besluiten worden vastgelegd in een besluitenlijst;

  • 6.

    De directie is verantwoordelijk voor het onderhouden van een goede relatie met de deelnemers in hun rol van eigenaar van de Omgevingsdienst;

  • 7.

    De directie is verantwoordelijk voor het onderhouden van een goede relatie met de deelnemers in hun rol als opdrachtgever van de Omgevingsdienst;

  • 8.

    De directie is verantwoordelijk voor het onderhouden van een goede relatie met externe stakeholders.

 

Artikel 4: Ondersteuning directie

  • 1.

    De directie oefent haar taken, waar nodig, uit in nauwe samenwerking met strategisch managers en het middenmanagement. Finale besluitvorming vindt – behoudens verleende ondermandaten – plaats door de directie;

  • 2.

    Er is een strategisch managementoverleg (SMO). Het SMO wordt gevormd door de directie en de afdelingsmanagers, onder voorzitterschap van de algemeen directeur. Het SMO is verantwoordelijk voor:

    • a.

      de strategische koers en lange termijnvisie van de omgevingsdienst;

    • b.

      de voorbereiding van agendapunten voor het bestuur;

    • c.

      goed werkgeverschap voor de organisatie;

    • d.

      het kwalitatief hoogwaardig en efficiënt bedienen van de deelnemers;

    • e.

      de kwaliteit van de dienstverlening aan burgers en ondernemers;

    • f.

      het financieel beleid van de omgevingsdienst.

  • 3.

    Er is een tactisch en operationeel middenmanagement overleg (MMO). Het MMO wordt gevormd door de teammanagers, onder voorzitterschap van een door het MMO uit haar midden gekozen voorzitter. Het middenmanagement is verantwoordelijk voor:

    • a.

      Het vertalen van de strategische koers en lange termijnvisie van de omgevingsdienst naar concrete operationele processen en werkafspraken binnen de daarvoor door de directie en bestuur vastgestelde kaders.

    • b.

      Het monitoren van de uitvoering van operationeel beleid en het zo nodig aanpassen daarvan voor het optimaliseren van werkprocessen.

    • c.

      Het managen van de implementatie van nieuwe (werk)processen, het beheer daarvan, het borgen van eenduidige uitvoering van taken door de verschillende teams.

    • d.

      Het zorgdragen en bewaken van een goede datakwaliteit als onderlegger voor processen en producten en randvoorwaardelijk voor de strategische doorontwikkeling van de dienstverlening.

 

Artikel 5: Overige taken en verantwoordelijkheden van de directie

  • 1.

    De directie draagt, binnen de door het bestuur gestelde kaders, zorg voor een adequate organisatorische inrichting en een goede kwaliteit van de functionarissen;

  • 2.

    De directie schept de voorwaarden die het optimaal functioneren van de Omgevingsdienst en de functionarissen bevorderen en houdt deze voorwaarden in stand;

  • 3.

    De directie draagt, binnen het door het bestuur gestelde financiële kader, zorg voor de sturing op middelen binnen de Omgevingsdienst;

  • 4.

    De directie draagt, binnen de door het bestuur gestelde kaders, zorg voor de uitvoering van het personeelsbeleid, de Cao SGW en andere op wet- en regelgeving berustende rechtspositionele bepalingen;

  • 5.

    De directie draagt zorg voor de exploitatie van de huisvestingslocaties en de inventaris van de dienst;

  • 6.

    De directie draagt er zorg voor dat vanuit de Omgevingsdienst afgeronde adviezen en voorstellen worden voorbereid ten behoeve van het bestuur;

  • 7.

    De directie draagt zorg voor de goede uitvoering van de activiteiten die aan de Omgevingsdienst zijn opgedragen, gebaseerd op een voldoende planning van activiteiten en met inachtneming van het ter zake vastgestelde beleid;

  • 8.

    De directie draagt zorg voor de samenhang en een voldoende gecoördineerd en geïntegreerd handelen van de onderdelen van de ambtelijke organisatie van de Omgevingsdienst;

  • 9.

    De algemeen directeur treedt op als bestuurder als bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden en overlegt met de ondernemingsraad;

  • 10.

    De algemeen directeur vertegenwoordigt de Omgevingsdienst naar buiten toe en draagt zorg voor een actieve voorlichting over de werkzaamheden van de Omgevingsdienst.

 

Artikel 6: Bijzondere omstandigheden

  • 1.

    Wanneer de directie vermoedt dat er zodanig tegenstellingen ontstaan of dreigen te ontstaan in het beleid van de deelnemers en dat het functioneren van de Omgevingsdienst daardoor kan worden bemoeilijkt, meldt zij dit aan het dagelijks bestuur en aan de AB-afgevaardigde van het bestuur van de betreffende deelnemers;

  • 2.

    De directie informeert, in overleg met het dagelijks bestuur of zo nodig terstond, de besturen van de deelnemers over een gebeurtenis die voor de deelnemers van direct belang is en, indien van toepassing, adviseert de directie de besturen van de deelnemers over de naar aanleiding van die gebeurtenis te nemen maatregelen.

 

Artikel 7: Afwezigheid en bereikbaarheid

  • 1.

    De algemeen directeur stelt, bij afwezigheid van ten minste een kalenderweek, de voorzitter van het bestuur hiervan in kennis;

  • 2.

    De algemeen directeur draagt bij afwezigheid zorg voor een adequate vervanging en bereikbaarheid van de Omgevingsdienst.

 

Artikel 8: Slotbepalingen

  • Dit besluit wordt aangehaald als Directiestatuut Omgevingsdienst Brabant Noord 2025.

 

Artikel 9: Intrekking, bekendmaking en inwerkingtreding

  • 1.

    Het Directiestatuut Omgevingsdienst Brabant Noord (vastgesteld 6 mei 2013) wordt ingetrokken.

  • 2.

    Dit besluit wordt bekend gemaakt in het Blad gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Brabant Noord.

  • 3.

    Dit besluit treedt in werking daags na bekendmaking.

 

Aldus besloten door het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Brabant Noord in haar vergadering van 28 augustus 2025 te ‘s-Hertogenbosch.

de secretaris, de (plaatsvervangend) voorzitter,

Jan Lenssen Marc Oudenhoven

Naar boven