In dit hoofdstuk zetten we uiteen hoe schulddienstverlening er bij de RSD in de praktijk uitziet. We gaan in op de verschillende typen dienstverlening die wij bieden en geven een toelichting op de gerichte ondersteuning die wij bieden aan specifieke doelgroepen.
Wij bieden integrale schuldhulpverlening aan inwoners die (tijdelijk) niet in staat zijn hun financiële situatie op orde te krijgen en te houden
Hierbij kijken we niet alleen naar de financiële problemen, maar hebben we ook oog voor de onderliggende oorzaken die ten grondslag kunnen liggen aan deze problemen. Alle inwoners binnen het werkgebied van de RSD komen in aanmerking voor schulddienstverlening, ongeacht de hoogte of vorm van het inkomen, de geldzorgen of de schulden.
Inwoners en ondernemers met geldzorgen of schulden kunnen bij ons terecht voor een adviserend gesprek, een kort begeleidingstraject, budgetbeheer of een schuldregeling. Ook bieden wij de financiële ontzorging voor inburgeringsplichtigen aan. Waar nodig en mogelijk, betrekken we onze samenwerkingspartners. We werken nauw samen met de sociale teams van de gemeenten en sociaal raadslieden. Ook lokale (vrijwilligers)organisaties, zoals Humanitas en Schuldhulpmaatje, zijn partners waar we mee samenwerken. Ook bewindvoerders en andere maatschappelijke organisaties, zoals Over rood (schulddienstverlening voor ondernemers), vormen onderdeel van ons netwerk.
Wij bieden verschillende typen dienstverlening aan om inwoners met geldzorgen of schulden te begeleiden
Informatie en Advies
Door het geven van informatie en (vrijblijvend) advies kan een beroep op andere vormen van financiële dienstverlening worden voorkomen. Soms is dat voldoende om een inwoner weer op weg te helpen. Een informatie- en adviestraject varieert van een eenmalig gesprek tot enkele weken (kortdurende) begeleiding. Hierbij ondersteunen wij de inwoner bij het creëren van rust en overzicht in het financiële situatie en voorzien wij diegene van advies op de hulpvraag. Indien nodig en gewenst, verwijzen wij door naar een van onze (lokale) netwerkpartners. Dit is afhankelijk van de ondersteuningsbehoefte van de inwoner.
Budgetbeheer en budgetcoaching
Het doel van budgetbeheer is dat betalingen tijdig gedaan worden en dat er geen (nieuwe) schulden of betalingsachterstanden ontstaan. Soms is het beter voor de inwoner dat onze budgetbeheerders het beheer van de financiën tijdelijk overnemen. Budgetbeheer is er ook om de financiële situatie stabiel te krijgen, als voorwaarde om een schuldregeling te starten. Budgetbeheer is altijd tijdelijk en we begeleiden inwoners naar het weer zelfstandig stabiel kunnen houden van hun financiële situatie. Gedurende dit traject kijken we steeds of netwerkpartners de inwoner hierbij kan ondersteunen. We bouwen het budgetbeheer af in een tempo dat past bij de inwoner. Mocht het niet mogelijk zijn om de financiën weer helemaal over te dragen aan de inwoner zelf, dan dragen we diegene over aan een bewindvoerder. Naast budgetbeheer bieden we ook budgetcoaching aan voor inwoners waarbij budgetbeheer niet nodig of wenselijk is. Tijdens budgetcoaching begeleiden we inwoners bij het beheren van hun financiën, maar blijven zij zelf verantwoordelijk voor het verrichten van betalingen en houden zij zelf het beheer over hun financiën.
We zien budgetbeheer als een preventieve vorm van schulddienstverlening. Hoewel budgetbeheer onderdeel kan zijn van een schuldregeling, kunnen ook inwoners zonder schulden bij ons terecht. Inwoners die budgetbeheer ontvangen worden soms begeleid door een andere (zorg)organisatie en hebben daarnaast ook budgetbeheer nodig om hen te ontlasten en daarna financieel zelfredzaam te maken.
Schuldregeling
Onze professionals organiseren de totstandkoming van schuldregelingen, waarbij het belang van de schuldeisers en het belang van de inwoner met schulden wordt gediend. We helpen onze inwoners met schulden bij het opbouwen van een schuldenvrij bestaan. Ons uitgangspunt is dat we streven naar volledige betaling van de schuldenlast door middel van een schuldregeling. Als er volledige betaling mogelijk is, dan doen we dit door middel van betalingsregelingen of een herfinanciering (de hele schuldenlast wordt geleend bij de Kredietbank Nederland). Als volledige betaling niet mogelijk is, dan starten we een schuldregeling. Het doel hiervan is het oplossen van de schulden door de inzet van een minnelijke regeling van de totale schuldenlast. Hierbij hebben we een bemiddelende rol tussen de inwoner met schulden en de schuldeiser(s). We streven ernaar om, conform de NVVK richtlijn, binnen 4 maanden uitsluitsel te hebben of een schuldregeling mogelijk is. Hierbij blijven we ook afhankelijk van de reactiesnelheid van schuldeisers.
We hebben de keuze uit de inzet van een saneringskrediet of schuldbemiddeling. Hierbij hanteren we het uitgangspunt ‘saneringskrediet, tenzij…’. De keuze hiervoor is afhankelijk van de persoonlijke situatie van de inwoner die wij begeleiden. Met een saneringskrediet worden de schulden bij alle schuldeisers in één keer afbetaald en blijft alleen het krediet als schuld bij het Waarborgfonds saneringskrediet staan. Voor inwoners met schulden resulteert dit in minder stress, meer perspectief en daardoor structurele stabiliteit, zowel mentaal als financieel. Deze snelle afwikkeling geeft ook voor schuldeisers zekerheid, omdat er meteen duidelijkheid is en de openstaande vorderingen snel voldaan worden. Voor de saneringskredieten werken we samen met het Waarborgfonds saneringskredieten (uitgevoegd door Kredietbank Nederland). In 2023 sloten we 57 saneringskrediet af tegenover 26 schuldbemiddelingen. We verwachten en hebben de wens dat het aantal schuldsaneringen in de komende jaren verder zal toenemen, zodat er voor inwoners met schulden zo snel mogelijk rust en overzicht ontstaat.
Er zijn situaties denkbaar, waarbij het verstandig is om schuldbemiddeling in te zetten. Bij een schuldbemiddeling wordt jaarlijks onderzocht hoeveel een inwoner kan afbetalen aan de schuldeisers. We zetten een schuldbemiddeling bijvoorbeeld in wanneer een inwoner een sterk wisselend inkomen heeft of als er onvoldoende zekerheid is over de inkomsten of aanverwante financiën die invloed kunnen hebben op de afloscapaciteit, kan een schuldbemiddeling een betere oplossing voor de schulden zijn.
Zodra de inwoner de regeling succesvol heeft afgerond, bouwen we de begeleiding af in het tempo dat past bij de inwoner. Als het afbouwen om welke reden dan ook (nog) niet lukt, dan wordt er weer extra begeleiding ingezet. Te denken valt aan het voortzetten van (individuele) budgetcoaching, het inzetten of voortzetten van budgetbeheer of het overdragen naar beschermingsbewind. Ook het inzetten van de ondersteuning van een (lokale) netwerkpartner, zoals Humanitas, Schuldhulpmaatje of Over Rood9, hoort tot de mogelijkheden. We bekijken samen met de inwoner naar zijn of haar ondersteuningsvraag en zorgen samen voor een passend afbouwtraject.
We laten pas los als we er samen van overtuigd zijn dat de inwoner weer zelf in staat is om de financiële situatie op orde te houden.
De recente halvering van de aflostermijn zorgt niet voor een halvering van onze werklast
Tijdens het schuldtraject is er aandacht voor het creëren van een stabiele financiële situatie en het behouden hiervan. Zoals genoemd in hoofdstuk 2 is sinds 1 juli 2023 de aflostermijn van een schuldregeling van 36 naar 18 maanden gegaan om mensen met problematische schulden sneller perspectief te bieden. Een schuldregeling bestaat nu uit 18 maanden aflostermijn en 18 maanden begeleiding en nazorg. Onze inzet wordt door deze halvering van de aflostermijn echter niet minder. De inzet is namelijk in de eerste maanden, waarbij de schulden gestabiliseerd worden en de onderhandelingen met de schuldeisers plaatsvinden het meest intensief, maar we zetten ons ook bij het begeleidings- en nazorgtraject in op die inwoners waarbij extra ondersteuning nodig is.
Doordat in het verleden het schuldtraject 36 maanden duurde kregen inwoners al tijdens het schuldhulpverleningstraject hulp bij het aanpassen van hun financiële gedrag en hebben ze de daarvoor benodigde vaardigheden al aangeleerd. Hierdoor kon de nazorg zich beperken tot ondersteuning om het nieuwe gedrag en de geleerde vaardigheden in de praktijk te brengen. Door het verkorten van de termijn kan het voorkomen dat inwoners die hulp nog niet hebben gehad. Bij hen is de juiste nazorg van belang zodat zij hun financiën (deels) zelfstandig gaan beheren. Begeleiding en nazorg kan in overleg met de klant worden verlengd na de 18 maanden, geïntensiveerd of juist ingekort als de situatie hierom vraagt. Ook hierbij is maatwerk van groot belang. Indien dit past bij de inwoner worden vrijwilligersorganisaties, maatschappelijk werk of andere ketenpartners hiervoor ingezet. Als er een vermoeden is dat er zwaardere ondersteuning nodig is en recidive verwacht wordt, blijft de klant bij de RSD in beeld.
We bieden gerichte ondersteuning en begeleiding van inwoners uit een specifieke doelgroep
Iedere inwoner met geldzorgen of schulden heeft zijn of haar eigen verhaal en ondersteuningsbehoefte. Veel inwoners ontvangen begeleiding van de Tussenvoorziening en/of Kwintes. Er zijn ook inwoners uit specifieke doelgroepen die niet door hen begeleid worden. Indien nodig bieden we hen gerichte ondersteuning en begeleiding aan.
Preventie
Het voorkomen van armoede, geldzorgen en problematische schulden is een gedeelde verantwoordelijkheid van de gemeenten en de RSD. Samenwerking met (lokale) netwerkpartners, zoals Humanitas en Schuldhulpmaatje en gezamenlijke initiatieven, dragen bij aan de preventie van geldzorgen en schulden. Onze professionals beschikken over veel expertise die ten behoeve van preventie kan worden benut door de gemeenten. Met name Vroegsignalering wordt ingezet ten behoeve van de preventie van geldzorgen en schulden.
Vroegsignalering
Sinds 2021 voert de RSD ook de wettelijke Vroegsignalering uit namens de gemeenten onder de naam Vroeg in Actie. Iedere maand ontvangt de RSD een overzicht van vaste lasten partners, zoals de woningcorporaties, zorgverzekeraars, energiemaatschappijen en waterbedrijven, over betalingsachterstanden bij inwoners. Afhankelijk van het signaal ontvangen deze inwoners een SMS, brief, e-mail, telefoontje of gaan we op huisbezoek samen met het sociaal team van de desbetreffende gemeente. Met Vroegsignalering proberen in een vroeg stadium van betalingsachterstanden in contact te komen met inwoners, zodat we voorkomen dat er grotere problemen of problematische schulden ontstaan.
We verwachten dat Vroegsignalering in de komende jaren op landelijk niveau zal worden uitgebreid met nieuwe vaste lasten partners. Er zijn verschillende landelijke pilots waarbij geëxperimenteerd wordt met het toepassen van Vroegsignalering bij betalingsachterstanden bij de Belastingdienst, gemeentelijke belastingen, Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en hypotheekverstrekkers. We volgen deze ontwikkelingen op de voet.
Schuldhulpverlening voor ondernemers
Schuldhulpverlening aan ondernemers is niet alleen belangrijk, maar ook wettelijk verplicht. Alle natuurlijke personen, waaronder ondernemers, hebben recht op schuldhulpverlening van gemeenten. Dit is op 1 januari 2021 verduidelijkt in de gewijzigde Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Samen met het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening (Bgs) vormt de Wgs het wettelijk kader voor schuldhulpverlening aan ondernemers. Vanuit de Wgs hebben gemeenten een regierol in het voorkomen en aanpakken van schulden bij hun inwoners en dus ook bij ondernemers als natuurlijke personen.
Ondernemers zijn een specifieke doelgroep die meer (tijds)inzet en kennis van onze schulddienstverleners vraagt. Al onze schulddienstverleners zijn daarom geschoold in het begeleiden van ondernemers. We zien dat het aantal ondernemers dat zich bij ons meldt met financiële zorgen of problemen de afgelopen jaren is verdubbeld. We geven de voorkeur aan het inzetten van een saneringskrediet voor ondernemers (met garantstelling door het Waarborgfonds Saneringskredieten). Door de inzet van een saneringskrediet voor ondernemers wordt dezelfde aflostermijn van 18 maanden gehanteerd als bij particulieren met schulden. Ondernemers zijn tenslotte ook inwoners die gebaat zijn bij een schuldenrust en een snelle verbetering van hun financiële situatie. Het Waarborgfonds Saneringskrediet staat garant voor het krediet, waardoor het risico bij betalingsproblemen niet langer bij de RSD ligt. Dit risico ligt wel bij de RSD wanneer het BBZ-krediet wordt ingezet.
Wanneer het saneringskrediet voor ondernemers niet mogelijk of wenselijk is, zetten we een spaarbemiddeling10 of een BBZ-krediet in. Bij dit krediet hanteren we eveneens een aflostermijn van 18 maanden, overeenkomstig met de aflostermijn bij een MSNP- of WSNP-traject. We onderzoeken de komende periode of de inzet van het saneringskrediet voor ondernemers gezien kan worden als een voorliggende voorziening11 op de inzet van een BBZ-krediet. Hierover is nu binnen het schuldendomein in Nederland nog geen duidelijkheid of consensus.
Verder blijven we samenwerken met Over Rood, IMK, Menzing & Partners en Zuidweg & Partners om de schuldhulp voor ondernemers zo goed mogelijk te organiseren en hen te begeleiden naar een gezonde financiële situatie, indien de expertise van deze partijen gewenst is.
Financieel ontzorging van inburgeringsplichtigen
Zoals eerder uitgelegd in hoofdstuk 2, zijn wij op basis van de inburgeringswet verplicht om inburgeringsplichtigen met een bijstandsuitkering sinds juni 2022 in de eerste zes maanden12 na huisvesting in de gemeente financieel ontzorgd door een budgetbeheerder. Dit betekent dat de budgetbeheerder de vaste lasten voor huur, zorg, energie en water voldoet.
Sinds juli 2023 is het mogelijk om maatwerk te bieden bij het financieel ontzorgen. In een gezamenlijke pilot met de lokale Vluchtelingenwerkorganisaties hebben we deze werkwijze ontwikkeld. Zelfredzame inburgeringsplichtigen worden niet technisch ontzorgd, maar zij ontvangen budgetcoaching. In een startgesprek met de inburgeringsplichtige stellen we vast of diegene zelf in staat is zijn of haar financiën te beheren, wordt gezamenlijk met de budgetbeheerder naar het budgetplan gekeken en krijgt de inburgeringsplichtige de gelegenheid om vragen te stellen over zijn of haar financiën. Vanuit de Vroegsignalering houden we vinger aan de pols en signaleren we direct als er betalingsachterstanden ontstaan. Deze werkwijze zetten we de komende jaren voort.
Begeleiding en nazorg
Met de wijziging van de aflostermijn bij schuldregelingen van 36 naar 18 maanden, is de nadruk sterker komen te liggen op begeleiding en nazorg. Een schuldregeling duurt nog steeds 36 maanden, met in de tweede 18 maanden de focus op nazorg. Uit ervaring weten we dat het bieden van begeleiding nà een traject in veel gevallen niet op medewerking van inwoners kan rekenen. Inwoners zijn opgelucht dat hun traject erop zit en staan daarom vaak niet welwillend tegenover begeleiding na het traject. Om deze reden beginnen we de begeleiding en nazorg al tijdens de aflostermijn.
De begeleiding en nazorg richt zich op het aanleren van (nieuwe) gezonde financiële vaardigheden en het voorkomen van geldzorgen of schulden in de toekomst. Hierbij zetten we onze eigen begeleiding in, zoals het gefaseerd afbouwen van budgetbeheer, het samen met de inwoner opstellen van een budgetplan of het inzetten van de budgetcursus. Daarnaast stellen we samen met de inwoner individuele doelen op tijdens het schuldtraject en reflecteren hier regelmatig met elkaar op.
Daarnaast verwijzen we naar de ondersteuning van (lokale) netwerkpartners, zoals Humanitas en Schuldhulpmaatje. De ondersteuning van (lokale) netwerkpartners gebeurt altijd op vrijwillige basis en is niet verplicht voor de inwoner met geldzorgen of schulden. De verwachting is dat de begeleiding en nazorg in het schuldtraject de komende jaren (landelijk) wordt doorontwikkeld. We volgen deze ontwikkelingen en committeren ons aan de werkwijze van de NVVK.
We onderzoeken de inzet op ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid om zo mensen beter te bereiken en meer mensen een regeling met perspectief op een schuldenvrije toekomst te bieden. We willen beter aansluiten bij onze inwoners en hun leefwereld centraal stellen. Ontwikkelingen zoals inflatie en energiearmoede vragen extra aandacht voor preventie en vroegsignalering van schulden. Dit betekent dat er meer ervaringsdeskundige inzet gewenst is, zowel ervaringskennis als ervaringsdeskundigheid. Beide vormen van ervaringsdeskundige inzet zijn waardevol, maar het is goed om vooraf te bepalen in welke context en in welke vorm dit wenselijk en noodzakelijk is.