Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- •
administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.
- •
overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin Hecht, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt.
- •
rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het DB waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheers handelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.
- •
gemeenschappelijke regeling: de gemeenschappelijke regeling van Hecht met alle gemeenten in Hollands Midden
Paragraaf 2 Begroting en verantwoording
Artikel 2 Inrichting begroting en jaarstukken
- 1.
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt:
- a.
per activagroep inzicht gegeven in de investeringen;
- b.
in aanvulling hierop wordt cf. artikel 20 en artikel 21 van het 'Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (1 juli 2019) inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie.
- 2.
In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.
- 3.
In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 250.000 afzonderlijk gespecificeerd.
Artikel 3 Ontwerp programmabegroting
De gemeenschappelijke regeling Hecht (hierna Hecht) stelt jaarlijks een begroting op voor het daaropvolgende jaar. Deze begroting wordt ingedeeld conform de door het AB vastgestelde programma indeling. Het AB kan voorafgaand aan het vaststellen van de ontwerp programmabegroting het initiatief nemen tot aanpassing van de programmaindeling. Dit besluit neemt het AB in december van het voorafgaande jaar op basis van een voorstel van het DB.
Artikel 4 Kaders begroting en meerjarenraming
- 1.
De kadernota geeft een weergave van de uitgangspunten waarlangs de ontwerpbegroting voor het jaar n+2 kan worden opgesteld.
- 2.
In de kadernota worden aandachtspunten van het beleid en de financiële kaders van de begroting benoemd.
- 3.
Uiterlijk de laatste vergadering van het AB van jaar n biedt het DB een kadernota aan het AB aan. Het AB stelt de kaders van de ontwerpbegroting in deze vergadering vast.
Artikel 5 Autorisatie begroting en investeringskredieten
- 1.
Het AB autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma.
- 2.
In afwijking van het eerste lid kan het AB een activiteit welke onderdeel is van een programma, als prioriteit aanwijzen en daarvoor de baten en lasten apart autoriseren.
- 3.
Bij de begrotingsbehandeling geeft het AB aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringskredieten worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.
- 4.
Het DB informeert het AB als zij verwachten, dat de lasten van een programma of een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden of onderschrijden. Ook wanneer de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden. Het AB geeft aan of er een voorstel gewenst is voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, door het bijstellen van het beleid van de geautoriseerde lasten van het programma, of het aanpassen van de prioriteit.
- 5.
Bij de behandeling van de bestuursrapportage door het AB bedoeld in artikel 7, eerste lid, doet het DB voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het DB indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.
- 6.
Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het DB voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen, een investeringsvoorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan het AB voor. Bij investeringen groter dan €100.000 informeert het DB het AB in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de organisatie.
Artikel 6 Begrotingswijziging
- 1.
Onder begrotingswijziging wordt een wijziging van de vastgestelde begroting als gevolg van wijzigingen van baten en/of lasten in de loop van het begrotingsjaar verstaan.
- 2.
Een begrotingswijziging wordt afgehandeld volgens artikel 26, van de Gemeenschappelijke regeling Hecht.
- 3.
Een begrotingswijziging moet worden ingediend, wanneer er sprake is van een wijziging van de BPI/BPK.
- 4.
Alleen bij een begrotingswijziging waarin de BPI/BPK stijgt, wordt een zienswijze van de gemeenteraden gevraagd.
- 5.
Wanneer een (administratieve) begrotingswijziging nodig is, dan wordt deze ten laatste in de laatste vergadering van het jaar vastgesteld door het AB.
Artikel 7 Bestuursrapportage
- 1.
Het DB informeert het AB door middel van een tussentijdse rapportage (bestuursrapportage)over de realisatie van de begroting van Hecht over de eerste 6 maanden van het lopende boekjaar. Hierover wordt eerst advies gevraagd aan de AC.
- 2.
De bestuursrapportage bevat in ieder geval een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van:
- a.
de baten en de lasten per programma;
- b.
het overzicht van de overhead;
- c.
het totale saldo van de baten en lasten, volgend uit de onderdelen a en b;
- d.
de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma;
- e.
het resultaat, volgend uit het onderdeel d;
- f.
de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten.
- 3.
In de bestuursrapportage worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van taakvelden, prioriteiten en investeringskredieten in de begroting groter dan € 100.000 toegelicht.
Artikel 8 Jaarstukken
- 1.
Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het DB het AB het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat.
- 2.
Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het DB het AB voorstellen om middelen toe te voegen aan de reserve.
Artikel 9 Informatieplicht
- 1.
Het DB informeert het AB bij het aangaan van de in lid 2 genoemde rechtshandelingen.
- 2.
Hieronder vallen verscheidene rechtshandelingen met een financieel gevolg, te weten:
- a.
de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten hoger dan €3.000.000;
- b.
het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen.
- 3.
Wanneer het aangaan van deze verplichtingen het in lid 2 a genoemde bedrag overschrijden wordt of dat er sprake is van een rechtshandeling zoals opgenomen in lid 2b dan moet het AB actief geïnformeerd worden en in de gelegenheid gesteld zijn om wensen en bedenkingen ter kennis van het DB te brengen.
Paragraaf 3 Rechtmatigheidsverantwoording
Artikel 10 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
- 1.
In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het DB het AB over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 3% van de totale lasten van de gemeenschappelijke regeling, inclusief de dotaties aan de reserves.
- 2.
Het DB biedt het AB jaarlijks uiterlijk de laatste AB-vergadering voorafgaand van het begrotingsjaar ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante interne wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien.
- 3.
Het DB operationaliseert dit normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne beheersing.
Artikel 11 Criteria rechtmatigheidsverantwoording
Bij rechtmatigheid in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording bestaat er een duidelijke relatie met het financiële beheer. Er moet worden verantwoord dat baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. Het gaat om de financiële beheershandelingen. Als gevolg van de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording legt het DB op het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium verantwoording af aan het algemeen bestuur omtrent rechtmatigheid afleggen.
Artikel 11a Voorwaardencriterium
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
Artikel 11b Begrotingscriterium
- 1.
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door het AB geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen;
- 2.
De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door het AB is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5.
- 3.
Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.
- 4.
Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
- a.
Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren;
- b.
Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling;
- c.
Er sprake is van een overschrijding die door het AB is goedgekeurd en is daarmee passend binnen bestaand beleid;
- d.
De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.
- 5.
Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het AB, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
- 6.
Afwijkingen die na balansdatum inzichtelijk worden, worden nog voorafgaand aan vaststelling van de jaarstukken door het DB, kenbaar gemaakt aan het AB. Dit kenbaar maken kan door middel van een tussentijdse rapportage en/of vastlegging in formele besluiten. Deze begrotingsafwijkingen moeten duidelijk individueel identificeerbaar zijn vastgelegd en meegenomen in de besluitvorming richting het AB.
Artikel 11c Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium
Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en eigendommen van de gemeenschappelijke regeling bij financiële beheershandelingen.
Paragraaf 4 Financieel beleid
Artikel 12 Waardering en afschrijving vaste activa
- 1.
Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief worden lineair in maximaal 4 jaar afgeschreven.
- 2.
Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. Het saldo van agio en disagio van geldleningen wordt eveneens direct ten gunste dan wel ten laste van de exploitatie gebracht.
- 3.
De materiele vaste activa met economisch nut, als bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, worden lineair afgeschreven in:
- a.
Bedrijfsgebouwen:
- •
50 jaar bedrijfsgebouwen RAV;
- •
40 jaar bedrijfsgebouwen;
- •
25 jaar renovatie en restauratie;
- •
20 jaar kantine opbouw Parmentierweg 49 Leiden;
- •
- •
10 jaar verbouwingen RAV.
- b.
Vervoermiddelen:
- •
5 jaar ambulances RAV; overige vervoermiddelen RAV; overige vervoermiddelen.
- c.
Machines, apparaten en installaties:
- •
15 jaar nieuwe technische installaties in bedrijfsgebouwen;
- •
10 jaar veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; veiligheidsvoorzieningen RAV: noodstroomvoorziening; röntgenapparatuur; audiometers; hogedrukreiniger RAV;
- •
5 jaar telefooninstallaties; verbindingsapparatuur/-netwerk RAV;
- •
5 jaar kantoorautomatisering RAV;
- •
5 jaar overige kantoorapparatuur;
- •
5 jaar automatiseringsapparatuur, -infrastructuur en software.
- d.
Overige materiële vaste activa:
- •
15 jaar verrijdbaar archief en documentatiecentrum;
- •
10 jaar vergadermeubilair en meubilair directeur; nagelvaste voorzieningen bedrijfsgebouwen; kantoorinventaris RAV; overige bedrijfsmiddelen RAV;
- •
5 jaar kantoorinventaris; medische inventaris RAV; overige voorzieningen (in gebouwen).
- 4.
Investeringen waarvan is voorgeschreven dat deze worden geactiveerd dienen uiterlijk op het moment van ingebruikname te zijn geactiveerd als activa in gebruik.
- 5.
De waardering en afschrijving van materiële vaste activa behorend tot het programma ambulancezorg van de sector RAV, welke vallen onder de voorschriften van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) of de rechtsopvolger(s) daarvan kunnen te eniger tijd worden gewijzigd door de NZa. In die gevallen prevaleren de voorschriften ter zake van de NZa.
- 6.
Gronden en terreinen worden niet afgeschreven.
- 7.
Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan €5.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen (deze worden altijd geactiveerd) en doorlopende activa of activa aangeschaft als onderdeel van een reeks.
Artikel 13 Voorziening voor oninbare vorderingen
Voor de vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden.
Artikel 14 Reserves en voorzieningen
- 1.
Het DB biedt het AB eens in de vier jaar een nota reserves en voorzieningen aan, of eerder indien omstandigheden daartoe aanleiding geven. Deze nota wordt door het AB vastgesteld en behandelt in ieder geval:
- a.
de vorming, besteding, bodem en plafonds van reserves;
- b.
de vorming en besteding van voorzieningen.
- 2.
Bij een voorstel van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt in ieder geval aangegeven:
- a.
het specifieke doel van de reserve;
- b.
de voeding van de reserve;
- c.
de maximale hoogte van de reserve.
- 3.
Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd.
Artikel 15 Kostprijsberekening
- 1.
Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten, de afschrijvingskosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen betrokken.
- 2.
Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.
- 4.
De kosten van overhead worden naar rato op basis van personele lasten van de taken berekend.
- 5.
In afwijking van artikel 16 eerste lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken.
Artikel 16 Prijzen economische activiteiten
- 1.
Voor de levering van goederen, diensten en werken door Hecht aan overheidsbedrijven en derden waarbij Hecht in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht.
- 2.
Bij het verstrekken van leningen of garanties door Hecht aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht.
- 3.
Bij het verstrekken van kapitaal door Hecht aan overheidsbedrijven en derden gaat het DB uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen.
- 4.
Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doet het DB vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een besluit van het AB, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd.
- 5.
Besluiten van het AB met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet.
Artikel 17 Financieringsfunctie
- 1.
Het DB draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor:
- a.
het continu verzorgen van voldoende financiële middelen (liquiditeiten) voor Hecht;
- b.
het beheersen van financiële risico’s zoals renterisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s;
- c.
het zo veel mogelijk beperken van de kosten binnen het vastgestelde risicoprofiel;
- d.
het maximaliseren van de renteopbrengsten binnen het vastgestelde risicoprofiel.
- 2.
Het DB stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder het eerste lid en legt deze regels alsmede de regels voor taken en bevoegdheden in het kader van de financieringsfunctie, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een treasurystatuut. Het AB stelt het treasurystatuut vast.
Paragraaf 5 Paragrafen bij de begroting en jaarstukken
Artikel 18 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het DB vermeldt in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en de jaarstukken:
- a.
de risico’s van materieel belang en een inschatting van de kans dat deze risico’s zich voordoen;
- b.
in hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico’s van materieel belang met het weerstandsvermogen kunnen worden opgevangen.
Artikel 19 Onderhoud kapitaalgoederen
- 1.
Tenminste eens in de vijf jaar wordt het meerjaren onderhoudsplan voor de bedrijfsgebouwen in eigendom geactualiseerd om de noodzaak tot aanpassing van jaarlijkse storting in de voorziening groot onderhoud gebouwen vast te stellen.
- 2.
Bij de begroting en de jaarstukken doet het DB in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang van het geplande onderhoud en het eventuele achterstallige onderhoud aan bedrijfsgebouwen en, indien de actualisering van het meerjaren onderhoudsplan daartoe aanleiding geeft van de (financiële) gevolgen daarvan.
Artikel 20 Financiering
Het DB neemt in de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
Artikel 21 Bedrijfsvoering
Het DB neemt in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
- a.
de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten;
- b.
de kosten van inhuur derden;
- c.
- d.
- e.
geconstateerde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt.
Paragraaf 6 Financiële organisatie en financieel beheer
Artikel 22 Administratie
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
- a.
het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de organisatie als geheel en in de afdelingen;
- b.
het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten;
- c.
het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;
- d.
het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de productie van goederen en diensten;
- e.
het afleggen van verantwoording door het DB aan het AB over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving, en
- f.
de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.
Artikel 23 Financiële organisatie
Het DB draagt in ieder geval zorg voor:
- a.
een eenduidige indeling van de financiële organisatie en een eenduidig toewijzing van de taken aan de RVE’en;
- b.
een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;
- c.
de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;
- d.
de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;
- e.
de te maken afspraken met de RVE’en over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;
- f.
het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;
- g.
het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude van eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.
- h.
het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten, zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door het AB, kunnen worden getoetst.
Artikel 24 Interne controle
- 1.
Het DB draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen over de rechtmatigheid van beheershandelingen rapporteert het DB daarover in de rechtmatigheidsverantwoording. Daarnaast informeert het DB het AB over de genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
- 2.
Het DB zorgt voor de systematische controle van de administratie. Bij afwijkingen in de administratie neemt het DB-maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Paragraaf 7 Slotbepalingen
Artikel 25 Intrekking oude regeling
De Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Hecht 2024 wordt ingetrokken.
Artikel 26 Inwerkingtreding en citeertitel
- 1.
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025.
- 2.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Hecht 2025.