Blad gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Kennemerland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veiligheidsregio Kennemerland | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 1767 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veiligheidsregio Kennemerland | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 1767 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 van de Gemeentewet) van de Veiligheidsregio Kennemerland 2024
Het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Kennemerland;
gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 29 januari 2025;
gelet op artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 van de Gemeentewet) van de Veiligheidsregio Kennemerland 2024
In deze verordening wordt verstaan onder:
overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de Veiligheidsregio Kennemerland, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt.
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten
Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het dagelijks bestuur voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan het algemeen bestuur voor.
Het Dagelijks Bestuur informeert het Algemeen Bestuur als zij verwachten, dat de lasten van een programma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. Het Algemeen Bestuur geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma of de prioriteit, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid.
Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in het Algemeen Bestuur bedoeld in artikel 6, eerste lid, doet het Dagelijks Bestuur technische voorstellen voor begrotingswijzigingen die de inwonersbijdrage niet raken en brengt beleidsmatige aanpassingen ter kennisname aan het Algemeen Bestuur, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het Dagelijks Bestuur indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.
Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het Dagelijks Bestuur het Algemeen Bestuur voorstellen om middelen over te hevelen naar volgende begrotingsjaren. Dit betreft in ieder geval de budgetten waarvoor een afzonderlijke egalisatiereserve door het algemeen bestuur is ingesteld.
Artikel 8. Actieve informatieplicht
In het kader van de actieve informatieplicht worden afwijkingen van materiële betekenis zo snel mogelijk ter kennis worden gebracht aan de gemeenten. Wanneer dat aan de orde is, is ter beoordeling aan het Algemeen Bestuur. Belangrijk is dat het Algemeen Bestuur zodanig door het Dagelijks Bestuur geïnformeerd wordt, dat zij de gemeenten actief kan informeren.
Artikel 11. Voorwaardencriterium
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
Het Dagelijks Bestuur biedt het Algemeen Bestuur jaarlijks uiterlijk in de eerste vergadering t+1 ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Hierbij wordt het normenkader definitief vastgesteld voor het jaar t en voorlopig voor het jaar t+1. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Het Dagelijks Bestuur operationaliseert dit normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne beheersing.
Artikel 12 Begrotingscriterium
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de Algemeen bestuur geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen;
Onderschrijdingen van de lasten/baten, overschrijdingen van de baten, afgesloten kredieten met een voordeel die niet eerder zijn gemeld en reservemutaties die niet begroot waren, zijn rechtmatig voor zover ze zijn toegelicht in de jaarrekening. Het melden in de jaarrekening aan het algemeen bestuur is tijdig en de onderschrijdingen van lasten, baten of investeringskredieten en overschrijdingen van baten en niet eerder gemelde reserve mutaties worden hierdoor als rechtmatig aangemerkt.
Artikel 17. Kostprijsberekening
Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten tevens indirecte kosten worden toegerekend.
Artikel 23. Onderhoud kapitaalgoederen
Het Dagelijks Bestuur neemt in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.
Het Dagelijks Bestuur neemt in de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op:
Het Dagelijks Bestuur neemt in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
Artikel 26. Verbonden partijen
Het Dagelijks Bestuur neemt in de paragraaf verbonden partijen van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
Artikel 29. Financiële organisatie
Het Dagelijks Bestuur draagt in ieder geval zorg voor:
Het Dagelijks Bestuur zorgt voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het Dagelijks Bestuur daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 25 onder f. Daarnaast informeert het Dagelijks Bestuur het Algemeen Bestuur over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Het Dagelijks Bestuur zorgt voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de Veiligheidsregio met dien verstande dat de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd, bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de vijf jaar. Bij afwijkingen in de administratie neemt het Dagelijks Bestuur maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Artikel 31. Gemeentelijke bijdrage
De bekostiging door de gemeenten voor de gemeenschappelijke taken benoemd in de GR vindt plaats op basis van een zestal grondslagen:
Ten aanzien van lid f geldt dat niet benodigde middelen Veilig Thuis separaat worden afgerekend. Een voordeel wordt op basis van financiële inbreng aan de deelnemers terugbetaald.
De compensatie voor lonen wordt op basis van de lopende cao en de loonvoet overheid; afgegeven door het CPB bepaald bij het opstellen van de begroting. Daarbij, hierbij wordt teruggekeken naar eerdere jaren om te bepalen of de gehanteerde uitgangspunten juist zijn geweest en deze worden indien nodig aangepast.
De compensatie voor prijsontwikkeling wordt bepaald op basis van de IMOC prijsindex zoals afgegeven door het Centraal Planbureau. Bij het opstellen van de begroting wordt uitgegaan van de laatst bekende prognose. Bij het bepalen van de prijsindex voor het komende begrotingsjaar wordt de prijsindex van de 4 voorgaande jaren geactualiseerd en meegenomen in de berekening.
Begrotingswijzigingen, die van invloed zijn op de omvang van de inwonerbijdrage, worden voor zienswijze worden voorgelegd aan de raden van de deelnemende gemeenten als deze leiden tot een verhoging van de inwoner bijdrage, tenzij:
Het een aan de Gemeenschappelijke Regeling aanvullende taak betreft, welke wordt verricht op basis van opdrachten van gemeenten. Een aanvullende taakopdracht leidt tot een wijziging van de gemeentelijke bijdrage en een wijziging van de VRK-begroting. Aanvullende opdrachten leiden niet tot een zienswijzetraject omdat het budgetrecht van de raad van de opdracht verlenende gemeente al een plek heeft in het toekennen van het budget dat samenhangt met de opdracht.
Artikel 33. Intrekking oude regeling
De Nota Financieel beleid van 15 mei 2024 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur Veiligheidsregio Kennemerland van 12 februari 2025.
De Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) heeft haar basis in artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet, waarin is opgenomen dat het Algemeen Bestuur bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid vaststelt, en daarnaast de uitgangspunten voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Omdat de Veiligheidsregio als uitvoeringsorganisatie van de gemeenten dezelfde regelgeving volgt is net als veel Veiligheidsregio’s ervoor gekozen deze verordening structuur te volgen. Tot 2024 heeft de Veiligheidsregio Kennemerland veel van deze regels vervat in de nota financieel beleid.
Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Veiligheidsregio Kennemerland (artikel 212 Gemeentewet) vult daarnaast de vrije ruimte er wettelijk bestaat ten aanzien van de inrichting van het eigen financieel beleid, beheer en organisatie en de rechtmatigheid.
De Gemeentewet biedt de belangrijkste kaders en regelt bijvoorbeeld dat er nadere eisen worden gesteld aan de inrichting van de begroting en de jaarrekening. Dit wordt vervolgens uitgewerkt in het Besluit begroting en verantwoording gemeentes en provincies (hierna: BBV) waar ook Veiligheidsregio’s onder vallen. Het BBV schrijft voor op welke wijze de Veiligheidsregio moet begroten en verantwoorden en de wijze waarop zij uitvoeringsinformatie vastlegt. Om een correcte interpretatie van deze artikelen te waarborgen is er een commissie voor het Besluit begroting en verantwoording (hierna: commissie BBV). De commissie BBV draagt zorg voor een eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV, en voor een visie ten aanzien van rechtmatigheid in de controleverklaring (artikel 75, tweede lid, van het BBV).
Richtlijnen van de commissie BBV aan Veiligheidsregio’s, gemeenten en andere decentrale overheden zijn een belangrijk instrument van de commissie BBV om in navolging van artikel 75 van het BBV de eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV te bevorderen. De richtlijnen van de commissie BBV worden onderverdeeld naar stellige uitspraken en aanbevelingen. De stellige uitspraken zijn dwingend; een Veiligheidsregio behoort zich hier aan te houden. Met stellige uitspraken geeft de commissie BBV een interpretatie van de regelgeving die leidend is. Indien een Veiligheidsregio toch een afwijkende interpretatie kiest, dan moet zij dit expliciet motiveren en kenbaar maken bij de begroting en jaarstukken. De aanbevelingen zijn niet dwingend. Hierbij gaat het om uitspraken die ‘steun en richting geven aan de praktijk’. De commissie BBV spoort alle onder de BBV vallende organisaties aan om deze aanbevelingen te volgen, omdat dat naar haar oordeel bijdraagt aan het inzicht in de financiële positie (transparantie). Omdat deze aanbevelingen vanuit de expertise van de commissie BBV zijn opgesteld, zijn specifiek die aanbevelingen die gaan over de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) opgenomen als onderdeel van de verordening.
In artikel 75, tweede lid, onder b, van het BBV is vastgelegd dat de commissie BBV een kadernota rechtmatigheid opstelt voor het geven van een visie ten aanzien van rechtmatigheid in de controleverklaring. Met het instellen van de rechtmatigheidsverantwoording door het Dagelijks Bestuur heeft de commissie BBV de Kadernota rechtmatigheid 2023 opgesteld.
Nieuwe ontwikkeling: rechtmatigheidsverantwoording
Vanaf boekjaar 2023 neemt het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio een rechtmatigheidsverantwoording op in de jaarrekening. Deze verantwoording is een standaardmodel dat bij wet is vastgelegd en het geeft inzicht in hoeverre de Veiligheidsregio rechtmatig heeft gehandeld. Waar de accountant voorheen een oordeel vormde over de getrouwheid én rechtmatigheid van de jaarverslaggeving, beperkt de accountant zich nu tot een oordeel over het getrouwe beeld van de jaarrekening (inclusief de rechtmatigheidsverantwoording). De accountant geeft vanaf dit moment dus geen afzonderlijk oordeel meer over de rechtmatigheid.
Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording toetst de accountant uitsluitend of de jaarrekening getrouw is, maar toetst daarbij ook of de rechtmatigheidsverantwoording dat is. Dit betekent onder meer dat afwijkingen van rechtmatigheid (voor zover deze niet tevens van invloed zijn op het getrouwe beeld), geen invloed hebben op de strekking van de controleverklaring. Hierdoor kan het bijvoorbeeld voorkomen dat er omvangrijke afwijkingen van rechtmatigheid opgenomen zijn in de rechtmatigheidsverantwoording van het Dagelijks Bestuur, terwijl de strekking van de controleverklaring toch goedkeurend is, omdat de omvangrijke rechtmatigheidsfouten getrouw opgenomen zijn in de rechtmatigheidsverantwoording.
De invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is mede bedoeld om het gesprek te ondersteunen tussen Het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur, over de (financiële) rechtmatigheid. Het doel hiervan is om de kaderstellende en controlerende rol van het Algemeen Bestuur op dit vlak te versterken. Het is daarnaast de verwachting dat dit een kwaliteitsimpuls zal geven aan de interne processen en beheersing, zodat het dagelijks Bestuur kan steunen op een adequaat functionerend systeem. Ook is de verwachting dat er meer vooruitgekeken gaat worden naar het oplossen van onrechtmatigheden, omdat het Dagelijks Bestuur ook beheersmaatregelen moeten formuleren (Kadernota rechtmatigheid 2023). Zie ook de toelichting bij artikel 6a.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2025-1767.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.