Blad gemeenschappelijke regeling van Werkmaatschappij 8KTD
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Werkmaatschappij 8KTD | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 1761 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Werkmaatschappij 8KTD | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 1761 | beleidsregel |
Treasurystatuut 2025 werkmaatschappij 8KTD
In dit treasurystatuut is het treasurybeleid van de gemeenschappelijke regeling Werkmaatschappij 8KTD vastgelegd. Het bevat het bestuurlijke kader voor de inrichting van de treasuryfunctie en kan tevens beschouwd worden als een kader voor de uitvoeringspraktijk.
De treasuryfunctie richt zich op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s. Gelet op het hieraan verbonden financieel belang is het noodzakelijk financiële middelen adequaat en verantwoord te beheren.
In dit treasurystatuut worden allereerst enkele begrippen nader aangeduid en de doelstellingen van de treasuryfunctie geformuleerd.
Vervolgens wordt dit geconcretiseerd voor de deelgebieden risicobeheer en financiering. Daarna komen de administratieve organisatie en de interne controle van de treasuryfunctie aan de orde. Daarbij ligt het accent op de eenduidigheid omtrent de verdeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Het statuut eindigt met slotbepalingen over de hardheidsclausule en de inwerkingtreding.
In dit statuut wordt verstaan onder:
|
De wijze waarop betalingen kunnen worden verricht en de daarbij behorende kostentarieven. |
|
|
Het in bewaring geven van geld aan een bank voor een bepaalde vaste periode tegen een vast rentepercentage. |
|
|
Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn waarvan de waarde afhankelijk is van onderliggende activa, referentieprijzen of indices. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. |
|
|
Het maximale bedrag dat een decentrale overheid over een heel kwartaal gezien gemiddeld op dag basis buiten de schatkist mag hebben gehouden. Door omstandigheden kan het voorkomen dat een decentrale overheid gedurende het kwartaal op een of meerdere dagen het drempelbedrag overschrijdt. Deze overschrijding moet dan op andere dagen in datzelfde kwartaal gecompenseerd worden door onder het drempelbedrag te blijven. De hoogte van het drempelbedrag hangt af van de omvang van de begroting; maatgevend voor de omvang van de begroting is het begrotingstotaal zoals dat ook gebruikt wordt voor bijvoorbeeld het berekenen van de kasgeldlimiet. De drempel is gelijk aan 2,0% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen. Indien het begrotingstotaal hoger is dan € 500 miljoen is de drempel gelijk aan € 10 miljoen plus 0,2% van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. De drempel is nooit lager dan € 1 miljoen. Drempelbedragen worden door de centrale overheid vastgesteld en kunnen wijzigen. Indien van toepassing wordt een gedurende het kalenderjaar gewijzigd drempelbedrag naar rato van het jaar toegepast. In het kader van dit treasurystatuut worden altijd de landelijk geldende indicaties toegepast zonder dat voorafgaande aanpassing van dit statuut nodig is. |
|
|
Korte aangetrokken gelden met een looptijd van maximaal één jaar. |
|
|
Een bedrag op basis van de Wet FIDO ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. |
|
|
Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. |
|
|
De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van bijvoorbeeld faillissement. |
|
|
Een verhandelbaar schuldbewijs voor een lening die door een overheid, een onderneming of een instelling is aangegaan. Als een bedrijf geld nodig heeft kan het door het uitgeven van een obligatielening aan de financiering komen. De koper van de obligatie ontvangt van de uitgever rentevergoeding. |
|
|
Een lening waarbij een geldnemer geld leent van één of enkele geldgevers. In tegenstelling tot de obligatielening is er bij de onderhandse lening sprake van direct contact tussen de geldlener en geldgever. De verschillende partijen maken zelf de afspraken. |
|
|
Een taak die waarde creëert voor de gemeentelijke samenleving en waarin het private bedrijfsleven niet voorziet of slechts tegen bijzonder hoge kosten, waardoor deze niet of voor velen niet bereikbaar zou zijn. |
|
|
Bankrekening die de mogelijkheid geeft om zonder ingewikkelde procedures geld op te nemen tot een bepaalde limiet (zelfs al gaf dit aanleiding tot een negatief saldo) voor een vooraf vastgelegde reden. De benaming rekening-courant wordt in het dagelijks taalgebruik vaak vervangen door het kaskrediet |
|
|
Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten door rentewijzigingen. |
|
|
Het maximumbedrag conform de wet FIDO waarover in enig jaar renterisico mag worden gelopen door aflossing en renteherziening gebaseerd op een wettelijk percentage van het begrotingstotaal. |
|
|
Een bindend voorschrift c.q. aanwijzing van een te volgen handelwijze. |
|
|
Het tijdelijk toevertrouwen van overtollige liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer. |
|
|
Het risico dat financiële waarden aangehouden in vreemde valuta in waarde dalen door een daling van de wisselkoers van die vreemde valuta. |
In gevallen waarin dit statuut niet voorziet of wanneer de toepassing van de bepalingen in deze regeling zou leiden tot een situatie van onredelijkheid/onbillijkheid, beslist het college/dagelijks bestuur. Wanneer de hardheidsclausule wordt toegepast, zal het college/dagelijks bestuur de raad/algemeen bestuur hierover informeren.
Dit treasurystatuut is als kapstok voor de werkmaatschappij 8KTD van toepassing
Toelichting gemeenschappelijke regeling werkmaatschappij 8KTD
De werkmaatschappij is niet bevoegd tot het garanderen en verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak zoals is vermeld in artikel 3 bij Risicobeheer.
De wettelijke grondslag is vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) en de hiermee samenhangende wetgeving: Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden, Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden, Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), de Wet Houdbare overheidsfinanciën (Hof) en de Wet Integraal schatkistbankieren decentrale overheden.
De Wet Hof is een vertaling van het EMU-saldo voor zowel de rijksoverheid als de decentrale overheden (provincies, waterschappen en gemeenten), en de verschillende gemeenschappelijke regelingen waarin zij participeren. De wet Hof moet ervoor zorgen dat de Nederlandse Staat binnen het EMU-saldo van 3% blijft.
Het doel van de kasgeldlimiet is een grens te stellen aan korte financiering (rentetypische looptijd tot één jaar). Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten.
De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,2% voor de Werkmaatschappij van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. In de Wet FIDO wordt de gemiddelde korte financiering (de netto vlottende schuld) per drie maanden getoetst aan de kasgeldlimiet. Hiertoe wordt het gemiddelde genomen van de korte financiering op de eerste dag van de drie kalendermaanden in een kwartaal.
De provincie, als toezichthouder, ziet toe op hantering van de normen en kan zo nodig ontheffing verlenen. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden opgelegd.
De renterisiconorm is niet van toepassing is voor de werkmaatschappij niet van toepassing.
Het doel van het EMU-saldo is het binnen de perken houden van de overheidsfinanciën. Het EMU-saldo is gesteld op 3% van het nationaal product van elk lid van de Europese Monetaire Unie. In de Wet HOF is geregeld dat per regeringsperiode het aandeel van de lagere overheden, waterschappen, provincies en gemeenten, voor duur van de regeringsperiode wordt vastgesteld.
Bij het vaststellen van het EMU-saldo voor de lagere overheden wordt rekening gehouden met het benodigde investeringsvolume van gemeenten voor de uitvoering van hun wettelijke taken en nationale verplichtingen.
Rapportage over het EMU-saldo vindt elk kwartaal plaats door middel van de opgave IV-3 (informatie voor derden) aan het CBS. Daarnaast worden er afzonderlijke rapportages op basis van de vastgestelde raadsbegroting en jaarrekening naar het CBS gestuurd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2025-1761.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.