Blad gemeenschappelijke regeling van Fijnder
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fijnder | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 13 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fijnder | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 13 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) Fijnder 2024
Het Algemeen Bestuur van Fijnder,
gelet op artikel 35 lid 7 van de Wet gemeenschappelijke regelingen waarin artikel 212 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op gemeenschappelijke regelingen;
gelet op artikel 35 van de Gemeenschappelijke regeling Fijnder;
gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van Fijnder van 25 november 2024;
Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) Fijnder 2024
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin Fijnder, al dan niet tezamen met één of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt.
Paragraaf 2. Begroting en verantwoording
Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming
Het Dagelijks Bestuur biedt uiterlijk in de laatste vergadering van het Algemeen Bestuur van een kalenderjaar een memo aan over de kaders voor het volgende begrotingsjaar (kalenderjaar +2) en de drie opvolgende jaren. In deze memo worden de bevindingen betrokken uit de rapportage van de begrotingsuitvoering bedoeld in artikel 7 en de jaarstukken bedoeld in artikel 8.
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten
Bij de begrotingsbehandeling geeft het Algemeen Bestuur aan van welke nieuwe investeringen het bestuur op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringskredieten worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.
Het Dagelijks Bestuur informeert het Algemeen Bestuur als het verwacht, dat de lasten van een programma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. Het Algemeen Bestuur geeft aan of het bestuur een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid.
Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in het Algemeen Bestuur bedoeld in artikel 6, eerste lid, doet het Dagelijks Bestuur voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het Dagelijks Bestuur indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.
Voor een investering groter of gelijk aan € 100.000 waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het Dagelijks Bestuur voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan het Algemeen Bestuur voor. Het Dagelijks Bestuur blijft bevoegd voor investeringen tot € 100.000. Bij investeringen groter dan € 500.000 informeert het Dagelijks Bestuur het Algemeen Bestuur in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van Fijnder.
Als het Rijk Fijnder bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het Dagelijks Bestuur het Algemeen Bestuur of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het Dagelijks Bestuur een aanpassing nodig acht, doet het Dagelijks Bestuur een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording
Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
Afwijkingen ten opzichte van de begroting worden als rechtmatig beschouwd indien zij afdoende zijn toegelicht in de jaarrekening. Het melden in de jaarrekening wordt als tijdig aangemerkt door het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur autoriseert de afwijkingen op basis van de toelichting in de jaarrekening. De rechtmatigheid van deze afwijkingen is onderhevig aan de voorwaarde dat zij dienen ter ondersteuning van het te realiseren beleid en de besteding van het benodigde bedrag en de ontvangen baten.
Artikel 11. Voorwaardencriterium
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
Artikel 12. Begrotingscriterium
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door het Algemeen Bestuur geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen;
Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het Algemeen Bestuur, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Paragraaf 4. Financieel beleid
Artikel 15. Voorziening voor oninbare vorderingen
Voor openstaande vorderingen betreffende cliënt-debiteuren in het kader van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAW) of het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid.
Artikel 16. Reserves en voorzieningen
Artikel 17. Kostprijsberekening
Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.
Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten.
Paragraaf 5. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken
Artikel 21. Onderhoud kapitaalgoederen
Het Dagelijks Bestuur neemt in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op als beschreven in artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
Het Dagelijks Bestuur neemt in de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken alleen de verplichte onderdelen op als beschreven in artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
Paragraaf 6. Financiële organisatie en financieel beheer
Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het Dagelijks Bestuur daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 23 onder a. Daarnaast informeert het Dagelijks Bestuur het Algemeen Bestuur over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Artikel 28. Intrekking oude regeling
De Financiële verordening Fijnder 2023 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt.
Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut
Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 20.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd.
Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven.
Kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief en het saldo van agio en disagio worden in één keer afgeschreven, ofwel direct ten laste van de exploitatie gebracht.
Het ingangsmoment van afschrijven is 1 januari van het jaar na ingebruikname van het volledige actief. Bij het afsluiten van een investeringsfase start het daaropvolgende jaar de afschrijving van het actief.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 23 december 2024.
E.S.F. Schepers-Janssen
Voorzitter
T.A. Beijer
Secretaris
Bijlage afschrijvingsbeleid bij artikel 14
Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut
Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 20.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd.
Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven.
Kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief en het saldo van agio en disagio worden in één keer afgeschreven, ofwel direct ten laste van de exploitatie gebracht.
Het ingangsmoment van afschrijven is 1 januari van het jaar na ingebruikname van het volledige actief. Bij het afsluiten van een investeringsfase start het daaropvolgende jaar de afschrijving van het actief.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2025-13.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.