Bekrachtigingsbesluit van wijziging van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en Uitwerkingsovereenkomst (UWO)

Het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht,

 

gelet op:

  • de Ambtenarenwet 2017;

  • het gestelde in artikel 33b van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • de LOAV-brief d.d. 23 mei 2024 met kenmerk LOAV 24/02 (Lbr 24/04)

 

besluit:

de LOAV-brief d.d. 23 mei 2024 met kenmerk LOAV 24/02 (Lbr 24/04) vast te stellen en de arbeidsvoorwaardenregeling van de VRU als volgt te wijzigen:

Artikel A

De CAR-UWO wordt als volgt gewijzigd:

  • A.

    Aan artikel 9i:2 wordt een nieuw onderdeel h. toegevoegd:

 

h. AOW-kloof: de periode tussen de leeftijd van 67 jaar en de individuele AOW-leeftijd van de ambtenaar.

 

  • B.

    De titel van paragraaf 9 wijzigt en komt als volgt te luiden: §9. Einde FLO-overgangsrecht.

 

  • C.

    Aan hoofdstuk 9i wordt een nieuwe paragraaf 10 toegevoegd en deze komt als volgt te luiden:

 

§10. Verhoging AOW-leeftijd tot boven 67 jaar.

 

Artikel 9i:21 werkingssfeer

Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar of de gewezen ambtenaar die gebruik maakt van

  • a.

    het bepaalde in artikel 9i:3, en

  • b.

    maximaal eenmaal de ingangsdatum van het volledig buitengewoon verlof een jaar later liet ingaan op grond van artikel 9i:5 lid 1, en

  • c.

    ontslag kreeg op grond van artikel 9i:20, en

  • d.

    waarbij sprake is van een AOW-kloof zoals bedoeld in artikel 9i:2 onder h.

 

Artikel 9i:22 compensatie

  • 1.

    De ambtenaar heeft vanaf de leeftijd van 67 jaar recht op een maandelijkse compensatie AOW voor de duur van 50% van de lengte van de individuele AOW-kloof.

  • 2.

    De hoogte van de maandelijkse compensatie AOW is overeenkomstig artikel 9i:14 lid 2.

 

Artikel 9i:23 keuzemogelijkheid langer doorwerken

  • 1.

    De ambtenaar mag, naast de mogelijkheid van artikel 9i:5 lid 1 en in afwijking van artikel 9i5 lid 4, de ingangsdatum van het volledige buitengewoon verlof zoveel later laten ingaan als 50% van de individueel verwachte AOW-kloof. Voorwaarde is dat de ambtenaar geschikt is om door te werken in de bezwarende functie volgens een PPMO als bedoeld in artikel 19a:3.

  • 2.

    De ambtenaar die van de in lid 1 geboden mogelijkheid gebruik wil maken, doet de aanvraag één jaar voorafgaand aan het bereiken van de uittredeleeftijd.

  • 3.

    Het vaststellen van de duur van de periode dat de ambtenaar het volledige buitengewoon verlof later laat ingaan, genoemd in lid 1, vindt plaats op basis van de AOW-kloof zoals verwacht op het moment van aanvraag zoals bedoeld in lid 2.

  • 4.

    De ambtenaar die geen gebruik kan maken van het gestelde in lid 1 vanwege ongeschiktheid volgens een PPMO door een dienstongeval zoals bedoeld in artikel 7:1 lid 1 onder e of door gediagnostiseerde PTSS heeft recht op een maandelijkse compensatie AOW zoals aangegeven in artikel 9i:14 lid 2 voor de duur van zijn individuele AOW-kloof.

 

Artikel B

Dit besluit treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 juni 2024.

 

Aldus vastgesteld door het dagelijks bestuur,

Utrecht, 17 juni 2024,

S.A.M. Dijksma

voorzitter

J.R. Donker

secretaris

Naar boven