Reiskostenregeling Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    CAR-UWO: Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling voor veiligheidsregio’s – Uitwerkingsovereenkomst

  • 2.

    Werkgever: het dagelijks bestuur van de VRZHZ;

  • 3.

    Medewerker: de ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder a, van de CAR- UWO. In deze regeling is sprake van twee doelgroepen medewerkers:

    • -

      Standplaatser: de medewerker die zijn werkzaamheden altijd op of vanaf een vaste VRZHZ-locatie (= standplaats) uitvoert.

    • -

      Flexwerker: de medewerker die gedeeltelijk op een van de VRZHZ-locaties en gedeeltelijk elders (bijvoorbeeld thuis) zijn werkzaamheden uitvoert.

  • 4.

    Werkadres: het adres waar of van waaruit de medewerker zijn werkzaamheden verricht;

  • 5.

    Woonadres: het adres waar de ambtenaar woont;

  • 6.

    Woon-werkverkeer: het eenmaal per dag heen- en weer reizen tussen woon- en werkadres;

  • 7.

    Reisafstand woon-werk: het aantal kilometers tussen woonadres en werkadres, wordt gemeten met behulp van de routeplanner van het salarisadministratiesysteem.

Artikel 2 Vergoeding woon-werkverkeer

Aan de standplaatser wordt maandelijks een vaste vergoeding voor reiskosten woon- werkverkeer toegekend. Deze vergoeding is gebaseerd op € 0,21 cent netto per kilometer.

  • 1.

    De maandelijkse woon-werkverkeervergoeding wordt bepaald op basis van 214 werkdagen uitgaande van een vijfdaagse werkweek (€ 0,21 x aantal km (retour) x 214 werkdagen gedeeld door 12 maanden). De vergoeding wordt bij een lager aantal reisdagen per week naar rato toegekend.

  • 2.

    De woon-werkverkeervergoeding wordt berekend met behulp van de routeplanner van het salarisadministratiesysteem.

  • 3.

    Varieert de reisfrequentie per week dan wordt een gemiddelde per week berekend.

  • 4.

    De medewerker kan de vergoeding zelf inzetten voor de gewenste wijze van vervoer.

Aan de flexwerker wordt geen vaste vergoeding maandelijkse vergoeding voor reiskosten woon- werkverkeer toegekend.

  • 1.

    De flexwerker werkt flexibel en ontvangt voor de dagen dat hij werkzaam is op één van de kantoorlocaties een reiskostenvergoeding en op de dagen dat hij thuiswerkt een thuiswerkvergoeding conform CAO.

  • 2.

    De flexwerker ontvangt een reiskostenvergoeding voor het werkelijke woon-/werkverkeer op basis van declaratie in het salarisadministratiesysteem. De flexwerker ontvangt € 0,21 cent netto per kilometer.

  • 3.

    De woon-werkverkeervergoeding wordt berekend met behulp van de routeplanner van het salarisadministratiesysteem.

  • 4.

    De medewerker kan de vergoeding zelf inzetten voor de gewenste wijze van vervoer.

Artikel 3 OV woon-werkverkeer

Voor de standplaatser geldt:

  • 1.

    De medewerker is zelf verantwoordelijk voor de aanschaf van een OV-kaart 2e klas.

  • 2.

    De medewerker die voor het woon-werkverkeer gebruik maakt van het OV, krijgt een vergoeding voor de gemaakte kosten. Hierbij wordt gekozen voor het goedkoopste abonnement.

  • 3.

    Betreft dit een jaarabonnement voor OV (2e klas), dan wordt de 100% vergoeding achteraf, op basis van declaratie, toegekend. Het is mogelijk om vooraf, bij de aanschaf van een jaarkaart, een voorschot aan te vragen.

  • 4.

    Indien per week drie dagen of minder wordt gereisd, wordt de vergoeding gebaseerd op de ritprijs x het aantal werkdagen heen en terug en wordt evenredig over 12 maanden uitbetaald.

  • 5.

    Betreft dit een OV-chipkaart wordt de vergoeding gebaseerd op de ritprijs x 214 werkdagen heen en terug bij een vijfdaagse werkweek en wordt evenredig over 12 maanden uitbetaald. De vergoeding wordt bij een lager aantal reisdagen per week naar rato toegekend.

  • 6.

    Tweemaal per jaar wordt de medewerker verzocht een uitdraai aan te leveren van de reisbewegingen met de OV-chipkaart.

  • Voor de flexwerker geldt:

  • De medewerker krijgt achteraf zijn werkelijk gemaakte kosten voor het OV vergoed, door het indienen van de vervoersbewijzen-/factuur in het salarisadministratiesysteem.

Artikel 4 Stopzetten tegemoetkoming reiskosten woon-werkverkeer

  • 1.

    De tegemoetkoming reiskosten woon-werkverkeer wordt stopgezet als de standplaatser gedurende een periode van meer dan vier weken aaneengesloten zijn werkzaamheden – behoudens vakantieverlof – uitvoert.

  • 2.

    Indien de standplaatser gebruik maakt van ouderschapsverlof, bestaat met ingang van de maand volgend op die waarop het verlof is ingegaan, geen aanspraak op de reiskostenvergoeding, danwel wordt de vergoeding aangepast aan het aantal reisdagen.

  • 3.

    Indien het werkadres van de standplaatser (tijdelijk) wijzigt, en deze wijziging naar verwachting langer dan twee maanden gaat duren, worden de vergoedingen van de kosten van het woon-werkverkeer op grond van deze regeling opnieuw vastgesteld aan de hand van de nieuwe situatie.

Artikel 5 Reiskosten in het belang van de dienst (tevens studie)

  • 1.

    Voor het maken van dienstreizen wordt zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van het OV (2e klas) en/of de dienstfiets, -scooter, -auto.

  • 2.

    De kosten van het OV (laagste klasse) ten behoeve van de dienst worden volledig vergoed tegen overlegging van de vervoersbewijzen. Wanneer gebruik gemaakt wordt van een persoonlijke OV-chipkaart dient als bewijsstuk een overzicht van de reisbeweging(en) aangetoond te worden.

  • 3.

    Indien de medewerker naast het openbaar vervoer gebruik moet maken van ander vervoer, zoals OV-fiets of een taxi om op de plaats van bestemming te komen, dan bespreekt de medewerker dit met de leidinggevende. Bij goedkeuring worden de kosten volledig vergoed.

  • 4.

    Indien gebruik van het OV en/of van de dienstfiets, -scooter, -auto naar het oordeel van de werkgever niet mogelijk of niet doelmatig is, kan met een eigen motorvoertuig worden gereisd. De vergoeding bedraagt € 0,21 netto per kilometer.

  • 5.

    De afgelegde afstand met een eigen motorvoertuig zoals bedoeld in de lid 4, wordt berekend met behulp van het routeplannersysteem van het salarisadministratie-systeem.

  • 6.

    Indien de medewerker bij dienstreizen kosten heeft gemaakt voor parkeren, veer-, tol- en tunnelgelden worden deze kosten vergoed onder overlegging van bewijzen.

  • 7.

    De fiscale afhandeling van de vergoedingen van parkeer-, veer-, tol- en tunnelgelden zal conform de vigerende wet- en regelgeving worden uitgevoerd.

Artikel 6 Verblijfkosten dienstreizen en dienstreizen buitenland

  • 1.

    De regeling dienstreizen binnen- en buitenland CAO Rijk is van toepassing op de vergoeding van de verblijfkosten voor dienstreizen binnen Nederland.

  • 2.

    De regeling dienstreizen binnen- en buitenland CAO Rijk is van toepassing op de vergoeding van de reis- en verblijfkosten voor dienstreizen naar het buitenland.

  • 3.

    Voor alle gemaakte kosten die in het kader van de regeling dienstreizen binnen- en buitenland CAO Rijk worden gedeclareerd, dienen bewijzen te worden overlegd.

  • 4.

    Indien naar een bestemming wordt gereisd die wordt gebruikt voor groepstraining zoals Zweden of Engeland maakt de coördinator van de groepsreis op basis van de aldaar geldende prijzen een realistische onderbouwing van een onkostenvergoeding.

  • De deelnemers hebben vervolgens de keuze:

    • -

      uitkering van de onkostenvergoeding op basis van de realistische onderbouwing zonder bewijzen in te hoeven leveren;

    • -

      toepassing van de onkostenvergoeding conform regeling dienstreizen binnen- en buitenland CAO Rijk waarbij bewijzen overlegd worden voor de gemaakte onkosten.

Artikel 7 Wijzigingen

  • 1.

    Indien de CAO Veiligheidsregio’s wijzigt met betrekking tot de voorwaarden of als de genoemde bedragen hoger worden, dan in deze regeling opgenomen, dan wordt aangesloten bij de CAO.

  • 2.

    Indien de fiscale voorwaarden met betrekking tot de in deze regeling opgenomen onderwerpen wijzigen, wordt deze regeling aangepast aan die fiscale wijzigingen.

  • 3.

    Indien regeling dienstreizen binnen- en buitenland CAO Rijk wijzigt, worden de betrokken onderwerpen in deze regeling aangepast aan die regeling.

  • 4.

    De aanpassingen worden aan de OR ter kennisgeving medegedeeld.

Artikel 8 Slotbepalingen

In de gevallen waarin deze regeling niet of niet volledig voorziet, beslist de directeur Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid.

Artikel 9 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met terugwerkende kracht met ingang van 1 augustus 2023 en kan worden aangehaald als “Reiskostenregeling VRZHZ 2023”

Aldus vastgesteld in de schriftelijke ronde van het Georganiseerd Overleg van 21 juni 2023 t/m 30 juni 2023 en via een schriftelijke ronde van het Dagelijks Bestuur van 3 juli 2023 t/m 7 juli 2023.

De voorzitter Georganiseerd Overleg,

C.P. Aptroot

De voorzitter van het dagelijks bestuur

mr. A.W. Kolff

Naar boven