Besluit van de ambtenaar belast met de invordering van BghU tot het verlenen van mandaat en machtiging voor het uitoefenen van bevoegdheden bij de uitvoering van de aan BghU overgedragen gemeentelijke- en waterschapsbelastingen door LAVG.

De directeur van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU),

 

gelet op afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht;

 

gezien de schriftelijke instemming van het afdelingshoofd Overheden werkzaam bij de Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V. (LAVG)

B E S L U I T:

Artikel 1:  

1. Aan het afdelingshoofd Overheden werkzaam bij LAVG wordt mandaat verleent tot:

a. Het doen van de vordering en het nemen van de beschikking als bedoeld in artikel 19 van de invorderingswet 1990.

2. De in het eerste lid genoemde persoon kan van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, geen ondermandaat verlenen.

 

Artikel 2:  

Indien uitvoering wordt gegeven aan artikel 1 luidt de ondertekening:

De ambtenaar belast met de invordering van BghU, namens deze:

gevolgd door de handtekening, de naam en de functienaam van de betrokken functionaris.

Artikel 3:

Dit besluit eindigt van rechtswege met ingang van de datum waarop de overeenkomst van opdracht met LAVG eindigt.

 

Artikel 4:  

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

 

Artikel 5:  

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat en machtiging belastingbevoegdheden LAVG 2024.

 

 

 

 

Bezwaar

Tegen de mandaatverlening of machtiging kan een belanghebbende binnen zes weken na de dag van bekendmaking van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de ambtenaar belast met de invordering. U stuurt uw brief naar BghU, postbus 5150, 3502 JD Utrecht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Utrecht, 12 december 2024

De directeur Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU).

M. Vrisou van Eck

Naar boven