Blad gemeenschappelijke regeling van GGD Brabant-Zuidoost
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| GGD Brabant-Zuidoost | Blad gemeenschappelijke regeling 2024, 1488 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| GGD Brabant-Zuidoost | Blad gemeenschappelijke regeling 2024, 1488 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Financiële verordening GGD Brabant-Zuidoost 2023
Hoofdstuk 2 Begroting en verantwoording
Artikel 4 Inrichting begroting en jaarstukken
voor de begroting van het jaar t worden de percentages gehanteerd die in de Macro Economische Verkenning t-1 (uitgebracht in jaar t-2) zijn opgenomen voor het jaar t-1. Het gaat om de “Loonvoet sector overheid” voor de index van de lonen en de “Prijs netto materiële overheidsconsumptie (imoc)” voor de index van de prijzen.
Artikel 6 Autorisatie begroting en investeringskredieten
2. Indien het dagelijks bestuur verwacht dat de baten en lasten van een geautoriseerde programmabegroting zodanig muteren dat het saldo van baten en lasten van een individueel programma af gaat wijken van de vastgestelde begroting wordt dit door het dagelijks bestuur in de eerstvolgende vergadering/rapportage aan het algemeen bestuur gemeld. Het dagelijks bestuur voegt hierbij desgewenst een voorstel tot begrotingswijziging of voor het bijstellen van het beleid.
Indien het dagelijks bestuur een overschrijding verwacht van een geautoriseerd investeringskrediet met méér dan 10% wordt dit door het dagelijks bestuur in de eerstvolgende vergadering/rapportage aan het algemeen bestuur gemeld. Het dagelijks bestuur voegt hierbij desgewenst een voorstel tot begrotingswijziging of voor het bijstellen van het beleid.
De directie is gemachtigd om in uitzonderingsgevallen in samenspraak met de voorzitter van het dagelijks bestuur, zonder voorafgaande rapportage aan het algemeen bestuur of een besluit van het algemeen bestuur, de begroting of een investeringskrediet te overschrijden om de belangen van de organisatie naar de inzichten op dat moment, zo goed mogelijk te behartigen. Deze omstandigheden zijn aan de orde indien het organisatiebelang in een bepaalde situatie (mogelijk) nadelig gevolgen zou ondervinden indien geen beslissing kan worden genomen en ingrijpen geen uitstel duldt. Deze uitzonderingsgevallen worden betiteld als “brandzaak” en terstond na het besluit van de directie met een begrotingswijziging gemeld aan het algemeen bestuur.
Hoofdstuk 5 Financiële organisatie en financieel beheer
De directie zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de baten, lasten en balansmutaties voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt de directie maatregelen tot herstel.
Artikel 18 Inwerkingtreding, geldingsduur en citeertitel
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023 en vervangt de financiële verordening d.d. december 2017, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op de begroting, jaarrekening, jaarverslag en bijbehorende stukken van 2022 en 2023, voor zover vastgesteld en/of nieuwe bepalingen daarop niet meer toe te passen zijn.
Hoofdstuk 7 Toelichting op de artikelen
Er is gekozen voor de minimale variant van deze financiële verordening. Dat houdt in dat invulling is geven aan dat wat artikel 212 van de Gemeentewet vraagt. Dit houdt tevens in dat niet alles wat in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV) en diverse besluiten is vastgelegd onverkort in deze verordening is opgenomen. De concrete invulling van het financiële beleid krijgt hoofdzakelijk via de reguliere P&C-cyclus vorm. Door hier via deze verordening niet tot in detail afspraken over te maken wordt voorkomen dat bij elke wijziging in de P&C-cyclus of bij elke wijziging van een financiële beleidsregel ook de financiële verordening aangepast moet worden. Ook wordt voorkomen dat er werkzaamheden op basis van deze verordening moeten worden verricht waar het algemeen bestuur, om wat voor reden dan ook, op dat moment geen behoefte aan heeft.
Dit artikel bevat bepalingen over de inrichting van de begroting en de jaarstukken.
Overigens bepaalt dit artikel niet dat elke nieuwe raadsperiode de gehele begroting en jaarstukken moeten worden herzien. In de meeste gevallen is dat niet raadzaam. Als de indeling en gebruikte beleidsindicatoren de vorige raadsperiode goed zijn bevallen, kunnen deze ongewijzigd opnieuw worden vastgesteld. In andere gevallen zijn (kleine) bijstellingen of wijzigingen meestal voldoende.
In dit artikel wordt toegelicht hoe de kaders voor de begroting worden vastgesteld. Daarbij wordt verwezen naar de planning. Daarnaast wordt in sub 3 van dit artikel de afspraak aangehaald die door de 4GR is gemaakt over de indexering van de collectieve budgetten van de 4GR. Door deze index vast te leggen in de financiële verordening kan de discussie met de deelnemers meer gaan over de inhoud in plaats van over de te hanteren index. De wegingsfactor van de indices wordt bepaald door de verdeling van de totale lasten in de begroting over prijzen en lonen.
Door de wegingsfactor te vermenigvuldigen met de index voor lonen en voor prijzen wordt een gewogen index verkregen. De gewogen index wordt berekend over de totale bijdrage van de collectieve taken voor de deelnemers in de GR. Op basis van de verdeelsleutel die per GR is afgesproken wordt de bijdrage per deelnemer bepaald.
In de beleidsnotitie kaders P&C-documenten is ook vastgesteld dat de kadernota uiterlijk eind december ter informatie wordt toegezonden aan de gemeenteraden.
Zij kunnen de kadernota als instrument gebruiken om hun college of hun AB-lid (afhankelijk van de soort regeling) te instrueren over hoe hij/zij geacht wordt te stemmen in het algemeen bestuur en om contacten met andere gemeenteraden te leggen zodat deelnemers kunnen achterhalen of zij op één gemeenschappelijke lijn zitten.
Artikel 5 Aanbieding begroting
In de beleidsnotitie kaders P&C-documenten is vastgelegd op welke momenten de begroting wordt aangeboden aan de gemeenteraden [en Provinciale staten] van de deelnemers en wanneer uiterlijk om zienswijze wordt gevraagd. Doordat de 4GR dezelfde deadlines hanteren is het makkelijker voor deelnemers om hun bestuurlijke planning hierop af te stemmen. Dit zou er toe moeten leiden dat de gemeenschappelijke regeling de zienswijzen van de deelnemers binnen de gewenste termijn en meer tegelijk zullen ontvangen.
Artikel 7 Tussentijdse rapportages
Bij het verstrekken van tussentijdse informatie kan onderscheid gemaakt worden in rapporteren en informeren. Het onderdeel informeren behoort niet tot de reikwijdte van deze financiële verordening. Bij informeren draait het immers om het op de hoogte brengen van de deelnemers van belangrijke zaken die spelen of in het nieuws kunnen komen. Dit is zeer specifiek van geval tot geval waar geen vaste regels bij passen.
Rapporteren vindt plaats via de normale lijn. Dit houdt in dat een rapportage wordt aangeboden aan de colleges en via de colleges aan de gemeenteraden. Rapporteren vindt plaats indien een tussentijdse rapportage is afgesproken met de deelnemers of als er sprake is van een aanpassing van de financiële bijdrage c.q. sprake is van een begrotingswijziging.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2024-1488.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.