Gelet op
Artikel 232, vierde lid, van de Gemeentewet, artikel 124, vijfde lid, van de Waterschapswet, artikel 30, achtste lid, van de Wet waardering onroerende zaken; Artikel 23, 24, 25, 26 en 27 van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht;
Besluit
Vast te stellen navolgend Aanwijzingsbesluit bevoegde ambtenaren belastingen BghU 2020.
Artikel 1
Artikel 1 van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht en artikel 1 van de Organisatieverordening BghU 2020 zijn op dit besluit van overeenkomstige toepassing. Daarnaast wordt in dit besluit verstaan onder:
a. functionaris: een ambtenaar, als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet 2017;
b Organisatieverordening de Organisatieverordening BghU 2020.
Artikel 2 Aanwijzing
1. Overeenkomstig artikel 33, achtste lid, van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2016 wordt de directeur aangewezen als heffingsambtenaar .
2. Overeenkomstig artikel 33, achtste lid, van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2016 wordt de directeur aangewezen als invorderingsambtenaar .
3. Overeenkomstig artikel 33, achtste lid, van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2016 worden als belastingdeurwaarder aangewezen de functionarissen van het samenwerkingsverband werkzaam in de functie van medewerker beleidsuitvoering II (alleen degenen met werknaam belastingdeurwaarder).
4. Overeenkomstig artikel 33, achtste lid, van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2016 worden als ambtenaren van het samenwerkingsverband aangewezen alle functionarissen van het samenwerkingsverband, met uitzondering van de functionarissen bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder e van de Organisatieverordening BghU 2020;
Artikel 3 Plaatsvervanging
1. Bij afwezigheid van meer dan twee opeenvolgende werkdagen van de heffingsambtenaar, onderscheidenlijk de invorderingsambtenaar, wordt hij vervangen door een door de directeur aan te wijzen manager.
2. Deze manager kan de heffingsambtenaar, onderscheidenlijk de invorderingsambtenaar, ook in andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid vervangen.
3. De heffingsambtenaar, onderscheidenlijk de invorderingsambtenaar, geeft nadere instructies ter zake van de plaatsvervanging.
Artikel 4 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Aanwijzingsbesluit bevoegde ambtenaren belastingen BghU 2020.
Artikel 5 Bekendmaking en inwerkingtreding
1. Dit besluit treedt in werking met ingang 1 mei 2020.
2. Het ‘Aanwijzingsbesluit bevoegde ambtenaren belastingen BghU 2013’ wordt ingetrokken met ingang van de in het eerste lid genoemde datum.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het bestuur van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht van 31 oktober 2019.