Het dagelijks bestuur van het Plassenschap Loosdrecht e.o., zijnde het bevoegd gezag inzake de Scheepvaartverkeerswet (Stb 1988, nr. 352) en de daarop rustende bepalingen, ten aanzien van de scheepvaartwegen, gelegen binnen het beheersgebied van het Plassenschap Loosdrecht e.o.,
kennis genomen hebbende van de ambtelijke adviezen inzake het gewijzigde gebruik van de ’s-Gravelandse Vaart nadat deze vaarweg is verbreed en verdiept, en de daaruit volgende aanbevelingen tot het nemen van maatregelen ten aanzien van het afmeren van vaartuigen,
van mening zijnde dat het ter verzekering van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer en gelet op het voorkomen en beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de oeverbeschoeiingen, en mede in het belang van het voorkomen of beperken van schade aan de landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden, geboden is maatregelen te treffen,
na overleg daarover met de politie regio Gooi en Vechtstreek en de gemeente Loosdrecht,
Vanaf mei 1999 is het gebruik van de ’s-Gravelandse Vaart veranderd. Door het verbreden en verdiepen van de Vaart is het scheepvaartverkeer aanzienlijk toegenomen.
Het bevaarbare gedeelte van de Vaart is 8 m. Onder de Nieuwebrug is het bevaarbare gedeelte versmald tot 4,00m. en in de Raaisluis tot 4,20m.
Op grond van de Verordening Bescherming Passengebied is afmeren van boten in de ’s-Gravelandse Vaart verboden met uitzondering van:
- a.
open bootjes, niet langer dan 4m en niet breder dan 1,50m en
- b.
boten die binnen een afstand van 15m van een woning liggen.
Omdat het Plassenschap eigenaar is van het water en de oevers van de Vaart is echter altijd toestemming vereist voor het afmeren van elke boot.
Ten behoeve van 22 aanwonenden worden er door het schap aan de kant van de ’s-Gravelandsevaartweg steigertjes aangelegd en verhuurd waaraan vervolgens één bootje met een maximale maat van 6,00m x 2,00m per steiger mag worden afgemeerd gedurende de periode van 1 april tot 1 november. Daarnaast wordt er een openbare steiger aangelegd voor bezoekers van de bedrijven. Ter plaatse van de aanlegplaatsen wordt de oever beschermd met een betonmat. Voor het gebruik van de door het schap aangelegde ligplaatsen wordt toestemming en zo nodig ontheffing verleend. Om een jachthavenachtige situatie te voorkomen worden nieuwe ligplaatsen in de toekomst niet toegestaan.
De vernieuwde Vaart is een scheepvaartweg waarop de Scheepvaartverkeerswetgeving van toepassing is. Voor de toepassing van deze wetgeving is het dagelijks bestuur het bevoegd gezag met betrekking tot de ordening van het scheepvaartverkeer.
Afgelopen zomer lagen in de Vaart ten noorden en ten zuiden van de Nieuwebrug 4 bootjes afgemeerd. Omdat het hier het versmalde gedeelte van de Vaart betreft (8m wordt 4m) ontstond een hinderlijke en gevaarlijke situatie voor de scheepvaart. Na diverse verzoeken van de toezichthouder heeft de eigenaar van de 2 bootjes welke ten noorden van de Nieuwebrug waren afgemeerd verwijderd. De eigenaar (Van ’t Klooster) van de 2 bootjes ten zuiden van de Nieuwebrug weigert echter deze te verwijderen, ook na verzoek van de politie.
Inmiddels is het secretariaat er diverse keren telefonisch door schippers op gewezen dat de afgemeerde bootjes leiden tot aanvaringen en vernielingen aan de oevers.
Voor het verwijderen van de 2 afgemeerde bootjes en het voorkomen dat elders in de Vaart ligplaats wordt ingenomen is het noodzakelijk te besluiten tot het instellen van een afmeerverbod in de gehele Vaart met uitzondering van de genoemde 22 ligplaatsen voor aanwonenden ten behoeve waarvan nog dit jaar door het schap steigertjes worden aangelegd.
Voorstel: Besluiten conform het bijgevoegde verkeersbesluit