Besluit aanwijzing belastingplichtige

Besluit van dagelijks bestuur van BsGW tot vaststelling van een uitvoeringsregeling voor de aanwijzing van de belastingplichtige/WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie BsGW 2022

 

Het Dagelijks Bestuur van BsGW;

 

overwegende dat,

 

het gewenst is om een uitvoeringsregeling vast te stellen voor het door BsGW aanwijzen van belastingplichtigen en van een WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie;

 

omdat;

 

In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich dat meer personen belastingplichtig kunnen zijn voor één belastingobject. In de gevallen waarin dat voorkomt mag BsGW de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen stellen. In deze gevallen hanteert BsGW een voorkeursvolgorde bij de aanwijzing van de belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam krijgt. Deze voorkeursvolgorde is gebaseerd op veronderstelde betaalcapaciteit en doelmatige c.q. doeltreffende heffing en invordering en wordt toegepast voor zover de gegevens voorhanden of te achterhalen zijn. De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen limitatieve opsomming van de belastingplichtigen, maar zijn richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen.

 

Gelet op;

 

hoofdstuk 1 en hoofdstuk 3 van de Gemeenschappelijke regeling belastingsamenwerking gemeenten en waterschappen Limburg (Gemeenschappelijke regeling), waarin de waterschapsbelastingen en de gemeentelijke belastingen staan omschreven waarvan de heffing en invordering (deels) is overgedragen aan BsGW;

 

artikel 5, lid 1, onder f van de Gemeenschappelijke regeling waarin de bevoegdheid tot vaststellen van uitvoeringsregels is overgedragen aan het Dagelijks Bestuur;

 

artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 253 van de Gemeentewet, artikel 142 van de Waterschapwet, de wet WOZ en het bepaalde over de belastingplicht in de verordening onroerende-zaakbelastingen, de verordening hondenbelasting, de verordening rioolheffing, de verordening afvalstoffenheffing de verordening watersysteemheffing, de verordening zuiveringsheffing, de verordening verontreinigingsheffing, en voor zover deze gelden in de aan BsGW deelnemende gemeenten en het waterschap en BsGW met de uitvoering daarvan is belast;

 

b e s l u i t :

 

 

vast te stellen de volgende uitvoeringsregeling:

 

 

Uitvoeringregeling aanwijzing belastingplichtige/WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie BsGW 2022

 

Hoofdstuk 1 Heffing

 

Artikel 1 Zakelijk recht

 

1. Met betrekking tot de belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt, indien er met betrekking tot één roerende of onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

 

1.1 de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt:

1.1.1 de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning;

1.1.2 de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft;

1.1.3 de erfpachter dan wel de beklemde meier;

 

1.2 de eigenaar of de appartementsgerechtigde;

1.3 degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter.

 

2.1 Indien binnen één categorie meerdere genothebbende personen zijn:

 

2.1.1 degene die het grootste aandeel in het genotrecht heeft;

2.1.2 degene die ook als gebruiker wordt aangemerkt;

2.1.3 een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon;

2.1.4 bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd;

2.1.5 de eerste gerechtigde in de volgorde, zoals opgenomen in de Basisregistratie Kadaster;

2.1.6 degene die bij BsGW al bekend is eigenaar en/of gebruiker van een ander perceel;

 

2.2. Indien binnen één categorie genothebbenden geen personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in Nederland wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die volgens de beschikbare gegevens in het buitenland wonen of gevestigd zijn

 

2.2.1 degene die het grootste aandeel in het genotrecht heeft;

2.2.3 een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon;

2.2.4  bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd;

2.2.5 de eerste gerechtigde in de volgorde, zoals opgenomen in de Basisregistratie Kadaster;

2.2.6. degene die bij BsGW al bekend is eigenaar en/of gebruiker van een ander perceel;

 

Artikel 2. Gebruik woning

 

2. Met betrekking tot de afvalstoffenheffing, de rioolheffingen van gebruikers, de hondenbelasting, de verontreinigingsheffing, de zuiveringsheffing en de watersysteemheffing ingezeten die worden geheven van de gebruiker van een eigendom respectievelijk een perceel en de houder van de hond, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

 

2.1 degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van het belastingobject of van het object waar de hond wordt gehouden, wordt aangemerkt;

2.2 degene die volgens de basisregistratie personen het langst staat ingeschreven op het adres van het belastingobject of van het object waar de hond wordt gehouden;

2.3 de oudste, in geval van gelijktijdige inschrijving op het adres;

2.4. degene die bij BsGW al als belastingplichtige in de administratie voorkomt;

2.5. degene die op andere wijze als gebruiker van het belastingobject respectievelijk houder van de hond naar voren komt.

 

Artikel 3. Gebruik niet-woning/bedrijfsruimte

 

3. Met betrekking tot de belastingen die worden geheven van gebruikers van niet-woningen respectievelijk bedrijfsruimten, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

 

3.1 degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt;

3.2 degene die het huurcontract van het belastingobject op naam heeft;

3.3. degene die volgens het Nieuw Handelsregister (NHR) het langst op het adres als gevestigde staat ingeschreven. De navolgende tenaamstelling wordt hierbij gehanteerd:

a. de natuurlijke persoon bij een eenmanszaak;

b. de statutaire naam bij een niet-natuurlijke persoon.

3.4 degene die een nutsvoorziening van de onroerende zaak c.q. het eigendom op naam heeft;

3.5 degene die bij BsGW al als belastingplichtige in de administratie voorkomt;

3.6 degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt.

 

Artikel 4. Combinatie van aanslagen

 

4. Indien en voor zover de aanslagen van verschillende gemeentelijke- en waterschapsbelastingen worden verenigd op één aanslagbiljet, worden deze in onderstaande volgorde ten name gesteld van de belastingplichtige die:

 

4.1 ingevolge artikel 1 kan worden aangewezen;

4.2 ingevolge artikel 2 kan worden aangewezen.

4.3 ingevolge artikel 3 kan worden aangewezen.

 

Artikel 5. Uitzonderingen

 

5.1 De artikelen 1 tot en met 4 vinden geen toepassing indien:

 

5.1.1 de aanslag kan worden opgelegd aan degene die met betrekking tot het voorgaande belastingtijdvak of kalenderjaar de aanslag heeft gekregen en diegene gezorgd heeft dat de aanslag betaald is, en nog steeds belastingplichtige is;

5.1.2 bij de belastingadministratie van BsGW bekend is dat één van de potentiële belastingplichtigen de desbetreffende aanslag op zijn of haar naam wil hebben, althans voor zover dit niet leidt tot een mogelijke situatie dat de belasting niet kan worden betaald dan wel ingevorderd.

5.2 Voor zover de belasting wordt geheven over een belastingtijdvak is bij de toepassing van de

uitvoeringsregels beslissend de situatie bij de aanvang van dat tijdvak of, zo dit later is, bij de

aanvang van de belastingplicht.

5.3 Wijzigingen kunnen, indien reeds een aanslag aan een belastingplichtige is opgelegd, eerst

plaatsvinden met ingang van het eerstvolgende belastingtijdvak.

5.4 Aangezien de voorkeursvolgorde erop is gericht de aanslag op te leggen aan een belastingplichtige die in staat geacht mag worden om de belasting te betalen, kan ook tot een andere keuze gekomen worden dan uit de voorkeursvolgorde zou volgen.

5.5 Indien een belasting niet wordt geheven bij wege van aanslag, maar op andere wijze, is het bepaalde in de artikelen 1 tot en met 5.4. van overeenkomstige toepassing.

 

Hoofdstuk 2 Waardering onroerende zaken

 

In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich mee dat voor één eigendom meer personen als (gelijksoortige, bijvoorbeeld in echtgenoten in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoten) belanghebbende kunnen worden aangemerkt. In deze gevallen mag BsGW op grond van artikel 24 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de bekendmaking van de WOZ-Beschikking uitvoeren door verzending van de beschikking aan één van de belanghebbenden.

 

BsGW hanteert een voorkeursvolgorde bij de aanwijzing van de belanghebbende die de WOZ-beschikking op zijn of haar naam krijgt.

 

De in de voorkeursvolgorde vastgelegde criteria bevatten geen limitatieve opsomming. Zij moeten worden beschouwd als richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen, waarbij beoogd is de ontvanger van de WOZ-beschikking gelijk te laten zijn aan de belastingplichtige voor de onroerende zaakbelastingen die de aanslag op zijn of haar naam krijgt.

 

Voorkeursvolgorde

 

Artikel 6 . Aanwijzing WOZ-belanghebbende

 

In de gevallen dat er een keuzesituatie bestaat met betrekking tot de tenaamstelling van een beschikking ingevolge hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken, zijn de regels van hoofdstuk 1, voor zover zij betrekking hebben op de onroerende-zaakbelastingen, van overeenkomstige toepassing.

 

Artikel 7. Slotbepalingen, Inwerkingtreding en citeertitel

 

1. Het Besluit ‘Beleidsregels aanwijzen belastingplichtige in een keuzesituatie BsGW van 31 december 2012, wordt ingetrokken met ingang van de in lid 3 genoemde dag van inwerkingtreding van dit besluit, met dien verstande dat deze van kracht blijven op de feiten die zich voor de in lid 3 genoemde datum hebben voorgedaan.

 

2. Het besluit van 1 april 2011 van het Dagelijks bestuur van de BsGW waarbij de uitvoeringsregels voor de aanwijzing van een belastingplichtige van de gemeente Venlo van toepassing werden verklaard op de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen door de BsGW wordt ingetrokken met ingang van de in lid 3 genoemde dag van inwerkingtreding van dit besluit, met dien verstande dat dit besluit van kracht blijft op de feiten die zich voor de in lid 3 genoemde datum hebben voorgedaan.

 

3. Deze uitvoeringsregeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking.

 

4. Dit besluit wordt aangehaald als: “Uitvoeringregeling aanwijzing belastingplichtige /WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie BsGW 2022”.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Dagelijks Bestuur van BsGW van 10 november 2022.

N.M.J.G. Lebens, directeur

M.H.E. Pelzer, voorzitter

Naar boven