Blad gemeenschappelijke regeling van Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing | Blad gemeenschappelijke regeling 2022, 1203 | omgevingsvergunning |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing | Blad gemeenschappelijke regeling 2022, 1203 | omgevingsvergunning |
Toestemming voor het aanpassen van de lozingsnorm van FrieslandCampina Nederland B.V., aan Verlaatsterweg 26 te Gerkesklooster
Op 15 maart 2021 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van FrieslandCampina Nederland B.V. Het betreft het wijzigen van de lozingsnorm voor afvalwater die in de onderliggende vergunning staat. De aanvraag heeft betrekking op de locatie Verlaatsterweg 26 te Gerkesklooster en is geregistreerd onder nummer 2021-FUMO-0051483, OLO-nummer 5837691.
Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,
S.G.C. Boender Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies
Bijlage(n) Voorschriften en overwegingen
1.2.1 Het effluent AWZI moet ter plaatse van de in voorschrift 3.4.1 bedoelde meetvoorziening aan de hiernavolgende eisen voldoen:
Het aantal vervuilingseenheden mag niet meer bedragen dan 15.700 ve per etmaal en gemiddeld over 7 achtereenvolgende etmalen niet meer bedragen 11.000 ve. Het aantal vervuilingseenheden wordt berekend met behulp van de formule: ve = [(CZV + 4.57 x Kj-N) x Qd] / 150 waarin:
CZV = chemisch zuurstofverbruik in mg/l, bepaald in een volumeproportioneel etmaalmonster
Kj-N = Kjeldahl stikstofgehalte in mg/l, bepaald in een volumeproportioneel etmaalmonster
BZV = biologisch zuurstofverbruik, gemeten als voortschrijdend rekenkundig gemiddelde van een reeks van 7 opeenvolgende volumeproportionele etmaalmonsters
Totaal N = totaal stikstofgehalte, gemeten als voortschrijdend rekenkundig gemiddelde van een reeks van 7 opeenvolgende volumeproportionele etmaalmonsters
Totaal P = totaal fosforgehalte, gemeten als voortschrijdend rekenkundig gemiddelde van een reeks van 7 opeenvolgende volumeproportionele etmaalmonsters
(X) = vervuilingseenheden (ve), gemeten als voortschrijdend rekenkundig gemiddelde van een reeks van 7 opeenvolgende volumeproportionele etmaalmonsters
Op 15 maart 2021 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van FrieslandCampina Nederland B.V..
Er wordt verzocht om de lozingsnorm voor het lozen van procesafvalwater die is opgenomen in de revisievergunning van 19 juni 2018 op twee punten te wijzigen. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning. In paragraaf 2.3 van deze vergunning wordt hier verder op ingegaan. Gelet op bovenstaande omschrijving wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten: het veranderen van de inrichting.
1.3. Huidige vergunningsituatie, onderdeel milieu
Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen en/of ontheffingen verleend dan wel meldingen geaccepteerd:
De milieuvoorschriften van de onderliggende omgevingsvergunningen zijn van overeenkomstige toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunning en/of de aard van de verandering zich daartegen verzetten.
De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C van het Bor en Bijlage I van de Richtlijn Industriële emissies (RIE). De volgende categorieën zijn relevant voor deze aanvraag:
Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort als genoemd in Bijlage I, categorie 6.4, onder c van de RIE. Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting.
Omdat de inrichting valt onder het Bevi is -volgens het bepaalde in Bijlage I, onderdeel B, categorie 1, onderdeel a van het Bor- sprake van een vergunningplichtige inrichting.
Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.3, ee.rste lid van het Bor, op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I, onderdeel C, categorie 9.3, onder a en c van het Bor en daarnaast betreft het een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort.
1.7. Beoordeling van de aanvraag
Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.
Deze beschikking is voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.3 van de Wabo. Gelet hierop zijn wij niet verplicht om van de aanvraag kennis te geven in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op andere geschikte wijze, tenzij bij de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag een milieueffectrapport (MER) moet worden gemaakt. Nu deze uitzonderingsgrond zich niet voordoet hebben wij geen kennisgegeven van de aanvraag.
In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies aan de volgende instanties/bestuursorganen gezonden:
Van het Wetterskip hebben we op 16 april 2021 advies ontvangen. Het advies is van 14 april 2021 en heeft het kenmerk WFRL-395997811-15319-RA. Het Wetterskip adviseert voorschrift 3.2.1 a en c van de omgevingsvergunning van 19 juni 2018 te wijzigen. Daarbij geeft het Wetterskip aan hoe het voorschrift moeten komen te luiden. Dit voorschrift hebben we overgenomen in deze beschikking. In paragraaf 2.3 gaan we verder op dit advies in. Wetterskip Fryslân heeft ons tevens geadviseerd over de zienswijzen. Dit advies hebben wij betrokken in onze beoordeling.
1.10. Zienswijzen op de ontwerpbeschikking
Van het ontwerp van de beschikking hebben wij kennisgegeven in de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad van 1 mei 2021.
Van 3 mei tot en met 14 juni 2021 heeft het ontwerp ter inzage gelegen en is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt door de gemeente Achtkarspelen en een omwonende.
Op 11 juni 2021 hebben wij de volgende zienswijze (samengevat) ontvangen van de gemeente Achtkarspelen:
In het ontwerpbesluit wordt gesteld dat de voorgenomen wijzigingen voldoen aan de stand der techniek en dat door de lozingen mogelijk te veroorzaken verontreiniging van het oppervlaktewater en schade aan de doelmatige werking van de rioolwaterzuiveringsinstallatie in voldoende mate kunnen worden tegengegaan en voorkomen door het stellen van voorschriften.
Het proceswater wordt, voordat het wordt aangeboden aan de rioolwaterzuiveringsinstallatie, geloosd op de gemeentelijke riolering. Bij FrieslandCampina en de gemeente is bekend en tevens aantoonbaar gemaakt dat de gemeentelijke riolering beschadigd is door het lozen vanaf de locatie Verlaatsterweg 26 Gerkesklooster. De doelmatige werking van het gemeentelijk riool kan daardoor op dit moment niet worden gegarandeerd. Een wijziging van de lozingsnorm kan de werking en kwaliteit van het gemeentelijke riool in de huidige toestand verder verslechteren. Uit het ontwerpbesluit blijkt niet wat de gevolgen van het wijzigen van de lozingsnorm zijn op de werking van het gemeentelijk riool in de huidige toestand.
Er wordt gesproken over een analyse, maar een verantwoording van de resultaten van deze analyse, in relatie tot de reeds bestaande problematiek (effecten lozingen op gemeentelijke riool), vindt niet plaats en onduidelijk is of aanpassing van de te lozen eenheden en de vuillast tot verdere schade aan de gemeentelijke riolering kan leiden. Zolang geen passende oplossing is gevonden voor het herstel van de huidige toestand van het riool en niet duidelijk is of verhoging van de huidige lozing en de lozingsnorm tot verdere schade aan het gemeentelijke riool kan leiden, vinden wij het niet verantwoord om de vergunning aan te passen (wijzigen lozingsnorm voor afvalwater). Gezien het bovenstaande zijn wij van mening dat het ontwerpbesluit onvoldoende is onderbouwd en gemotiveerd. Wij verzoeken u daarom om geen medewerking te verlenen aan a. het verder verruimen van de omvang lozingen en b. de verhoging van de minimale vuillast.
Over deze zienswijze merken wij het volgende op:
De gemeente Achtkarspelen geeft in haar zienswijze aan dat aantoonbaar is gemaakt dat de gemeentelijke riolering is beschadigd door het lozen van afvalwater afkomstig van de inrichting van FrieslandCampina. Het is bij ons niet bekend waardoor het riool beschadigd is. Wij hebben de gemeente daarom verzocht om de onderzoeken etc. daarvan aan ons toe te sturen. Deze stukken hebben wij op 1 juli 2021 ontvangen. Hieruit blijkt dat de riolering is beschadigd. Maar uit de aanvulling blijkt niet wat nu feitelijk de oorzaak van deze beschadiging is. Er is niet aangetoond dat de aantasting van het riool zal toenemen door een verhoging van de vuillast. En op dit laatste, de verhoging van de vuillast, heeft de bestreden ontwerpbeschikking betrekking. Het gaat in deze beschikking om een geringe verhoging van de vervuilingseenheden, waarbij de concentratie, in absolute zin bekeken, niet heel hoog is. Het uitgangspunt voor het aantal vervuilingseenheden per kubieke meter (> 4,3 ve/m3) is gestoeld op de beleidsnotitie voor “grote lozers” van het Wetterskip Fryslân. Het gehalte aan vervuilingseenheden van afvalwater dat normaal gesproken wordt aangevoerd op de rioolwaterzuiveringsinstallaties die in beheer van Wetterskip Fryslân zijn, bedraagt gemiddeld 4,3 ve/m3. Tal van afvalwaterstromen afkomstig van vergelijkbare bedrijven als FrieslandCampina voldoen aan het uitgangspunt, zonder dat dit leidt tot een beschadiging van het riool. Bij de hier bedoelde beschadiging van het riool speelt kennelijk een andere factor. Welke factor dat is, is nu nog onbekend, maar het heeft in ieder geval niet te maken met de nu nog af te geven vergunning. Wij verklaren de zienswijze ongegrond.
Op 14 juni 2021 hebben wij de volgende zienswijze ontvangen van een omwonende:
“Ontluisterend te lezen hoe volgens FrieslandCampina een minimum vuillast per m3 (In combinatie met een maximum debiet) conflicteert met een maximum te lozen ve. Dit is ten enenmale onmogelijk, immers het ene is een minimum, het andere een maximum. Bovendien is het eerste een concentratie en het andere een hoeveelheid, en de concentratie is nergens aan een maximum gebonden.
Er zijn, los van elkaar, drie beperkende factoren:
Uit het ontwerpbesluit is de maximale hoeveelheid afvalwater niet te achterhalen, maar ik mag er van uit gaan dat dit inderdaad 2.700 m3 per etmaal is.
De vervuilingsconcentratie niet is begrensd door een maximum, maar wordt bepaald met de in voorschrift 3.2.1 a vastgestelde formule, aangezien het debiet hierin als factor is opgenomen.
Niet is aangegeven dat in de formule ook het gemiddelde debiet moet worden gebruikt.
De hoeveelheid te lozen vervuiling wordt beperkt door de huidige eis van maximaal 63.000 ve over 7 achtereenvolgende etmalen. Deze maximale vuillast (gemiddeld 9000 ve per etmaal) is bereikbaar binnen het maximaal toegestane debiet en daarmee niet conflicterend.
Op grond daarvan is een verhoging van de toegestane vuillast met ruim 22% dan ook niet te rechtvaardigen.
De wens van FrieslandCampina om de maximum vuillast te verhogen is duidelijk, maar er worden onjuiste argumenten aangedragen en een fatsoenlijke onderbouwing ontbreekt.
Ik verzoek u op grond van het bovenstaande uw besluit te heroverwege, en tenminste van FrieslandCampina openheid te verlangen.”
Over deze zienswijze merken wij het volgende op:
De zienswijze heeft betrekking op voorschrift 3.2.1 van de ontwerpbeschikking. In dit voorschrift is geregeld dat de vuillast in vervuilingseenheden (ve) gemiddeld over 7 achtereenvolgende etmalen niet meer mag bedragen dan 11.000 ve. Dit is een toename van 2.000 ve ten opzichte van de vergunde lozingssituatie in de vigerende vergunning van 19 juni 2018. Volgens de indiener van de zienswijze is deze toename niet te rechtvaardigen, omdat de maximale vuillast van 9.000 ve niet conflicterend is met het maximale debiet. Dit conflict gold namelijk als argument om de vuillast te verhogen tot 11.000 ve. Omdat volgens de indiener van de zienswijze er geen sprake is van een conflict, wordt verzocht het besluit te heroverwegen.
In de revisievergunning van 2018 is geregeld dat FrieslandCampina gemiddeld over 7 opeenvolgende etmalen maximaal 2.700 m3/etmaal afvalwater mag lozen. Verder is in voorschrift 3.2.1 van die vergunning geregeld dat de vuilvracht minimaal 3,8 ve/m3 moet bedragen. Deze eis is een minimale eis, omdat bij ‘te schoon’ water de communale zuivering niet goed werkt. De bacteriën in de zuiveringsinstallatie hebben een minimale hoeveelheid voedingsstoffen nodig om goed te kunnen functioneren. Bij te schoon water, is de hoeveelheid water in verhouding groter dan de hoeveelheid vervuiling (in dit geval zuivelresten, etc.). Daarom is dit een minimale eis.
Op grond van die voorschriften zou het bedrijf dus 2.700 x 3,8 = 10.260 ve mogen lozen, als de beperking van 9.000 ve per 7 etmalen niet zou zijn opgenomen
Zoals in de overwegingen bij deze veranderingsvergunning is aangegeven onder paragraaf. 2.3 Afvalwater, zijn de lozingseisen uit de revisievergunning tijdelijk. In deze veranderingsvergunning worden de definitieve lozingseisen vastgelegd. Daarmee is rekening gehouden met de constatering van het Wetterskip Fryslân dat het door FrieslandCampina aangeboden water te schoon is voor de zuivering. Als gevolg daarvan moet de hoeveelheid ve afkomstig van het bedrijf worden verhoogd.
Daarnaast zijn de vergunde hoeveelheden van 10.260 ve en 9.000 ve die als maximum voorgeschreven is in de vigerende vergunning, wel degelijk conflicterend. Dit betekent namelijk dat FrieslandCampina niet volledig gebruik kan maken van het recht om een debiet van gemiddeld 2.700 m3 te mogen lozen. Bij een vuilvracht van 11.000 ve, zoals FrieslandCampina heeft aangevraagd, is dit conflict opgelost. Deze verruiming heeft geen nadelige invloed op de doelmatige werking van de communale zuivering in Kootstertille, juist ook omdat er niet meer ‘te schoon’ water wordt aangeboden. Er is naar ons inzicht dan ook geen bezwaar om de verruiming toe te staan.
Op grond van het voorgaande constateren we dat er wel degelijk sprake is van een conflicterende situatie. Wij verklaren de zienswijze ongegrond.
1.11. Wijzigingen ten opzichte van de ontwerpvergunning
Ten opzichte van de ontwerpvergunning zijn geen wijzigingen aangebracht anders dan de behandeling van de zienswijzen in de vorige paragraaf.
De aanvraag heeft betrekking op het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e van de Wabo.
2.2. Toetsing oprichten, veranderen en/of revisie
Bij onze beslissing op de aanvraag hebben wij conform artikel 2.14, eerste lid, onder a, b en c van de Wabo:
In de onderstaande hoofdstukken lichten wij dit nader toe. Wij beperken ons tot die onderdelen van het toetsingskader die ook daadwerkelijk op onze beslissing van invloed (kunnen) zijn.
De aangevraagde wijziging heeft uitsluitend gevolgen voor het aspect afvalwater. Andere aspecten zoals waterbesparing, afvalpreventie, geluid, bodem en externe veiligheid spelen bij de voorgenomen verandering geen rol. Deze aspecten zijn voldoende geregeld in de geldende vergunningen. In deze veranderingsvergunning worden daarom voor deze aspecten geen voorschriften gesteld.
FrieslandCampina is een inrichting voor de ontvangst en verwerking van melk en wei, waarbij kaas, Valess-vezel en poedervormige zuivelproducten worden geproduceerd en veredeld. Bij dit productieproces komt afvalwater vrij dat via de bedrijfsafvalwaterzuivering (AWZI) en de gemeentelijke riolering op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) van Kootstertille wordt geloosd. In de vigerende omgevingsvergunning van 19 juni 2018 zijn voorschriften opgenomen die betrekking hebben op de lozing van het effluent van de AWZI. Vanwege de inbedrijfstelling van nieuwe productielijnen zijn in die vergunning tijdelijke lozingseisen opgenomen en een onderzoekverplichting om de werkelijke samenstelling te bepalen. Aan de hand van de verkregen onderzoeksresultaten zullen definitieve lozingseisen worden geformuleerd die aan de geldende beleidsregels voldoen en passen bij de lozingssituatie. De resultaten van het onderzoek zijn op 15 februari 2021 met het bevoegd gezag gedeeld. Op basis van deze resultaten heeft FrieslandCampina ons verzocht om de twee wijzigingen in de vergunning aan te brengen.
De eerste wijziging heeft betrekking op de maximale vuillast van gemiddeld 9.000 vervuilingseenheden (ve), gemeten over 7 achtereenvolgende etmalen. Volgens FrieslandCampina is deze norm conflicterend met het maximale debiet van 2.700 m3 zoals bedoeld in voorschrift 3.2.1. b, en de minimaal te lozen ve/m3 van 3.6 zoals bedoeld in voorschrift 3.2.1. c. Daarom verzoekt het bedrijf de vuillast te verhogen van 9.000 naar 11.000 ve.
We zijn met FrieslandCampina van mening dat de norm van 9.000 ve conflicterend is met de eis voor het maximale debiet van 2.700 m3 en de minimaal te lozen ve/m3 van 3,6. Een verhoging van de hoeveelheid te lozen ve van 9.000 naar 11.000 ve lost dit probleem op, ook wanneer de minimale vuillast per geloosde m3 afvalwater 3,8 ve/m3 bedraagt.
Het Wetterskip geeft aan dat op grond van recente analysegegevens over de belasting van de rwzi Kootstertille, zij niet verwacht dat een toename van 2.000 ve de doelmatige werking van de zuivering zal verstoren. Het Wetterskip kan instemmen met het verzoek van FCG om de gemiddelde vuillast te verhogen naar 11.000 ve.
De tweede wijziging betreft de wijze van bepaling van de norm voor de minimale vuillast per geloosde m3. In voorschrift 3.2.1 c van de revisievergunning is in verband met het opstarten van nieuwe productielijnen, een tijdelijke eis gesteld aan de minimale vuillast per geloosde m3 afvalwater van 3,6 ve/m3. De eis was onder normale omstandigheden 3,8 ve/m3. Indien besloten wordt om voor de minimale vuillast per geloosde m3 afvalwater weer 3,8 ve/m3 voor te schrijven, verzoekt FrieslandCampina om deze norm voor te schrijven als voortschrijdend rekenkundig gemiddelde van een reeks van 7 opeenvolgende volumeproportionele etmaalmonsters. Daarmee wordt een zodanige ruimte gecreëerd in de bedrijfsvoering dat de lozingseis beter nageleefd kan worden en de kans op overschrijding geminimaliseerd wordt.
Zoals hierboven al is opgemerkt, is er door de verruiming van de te lozen vuillast naar 11.000 ve geen noodzaak meer de waarde 3,6 ve/m3 in stand te laten. Omdat de waarde van 3,8 ve/m3 beter aansluit bij de uitgangspunten van het beleid van het Wetterskip, zoals beschreven in de notitie “Doelmatige werking van zuiveringstechnische werken en grote lozers”, adviseert het Wetterskip deze waarde in een voorschrift op te nemen. Het Wetterkip heeft daarbij geen bezwaar om de ve te bepalen als voortschrijdend rekenkundig gemiddelde van een reeks van 7 opeenvolgende volumeproportionele etmaalmonsters. Deze aanvullende bepaling heeft geen merkbare invloed op de werking van de waterzuivering.
Op grond van het voorgaande zijn wij van mening dat de getroffen maatregelen om de lozing te beperken voldoen aan de stand der techniek. De door de lozingen mogelijk te veroorzaken verontreiniging van het oppervlaktewater en schade aan de doelmatige werking van de rioolwaterzuiveringsinstallatie kunnen in voldoende mate worden tegengegaan en voorkomen door het stellen van voorschriften. De door het Wetterskip geadviseerde voorschriften hebben we overgenomen in deze beschikking. Deze vervangen de voorschriften 3.2.1 onder a en c van de vergunning van 19 juni 2018 met kenmerk 2016-FUMO-0019342.
Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op de veranderingen van de activiteiten van een inrichting kan worden geconcludeerd, dat de omgevingsvergunning kan worden verleend.
In deze beschikking zijn de voor deze activiteit relevante voorschriften opgenomen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2022-1203.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.