Blad gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Utrecht

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Veiligheidsregio UtrechtBlad gemeenschappelijke regeling 2021, 674ander besluit van algemene strekking



1e Wijzigingsbesluit Personeelshandboek VRU

 

Het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Utrecht;

 

gelet op:

  • het gestelde in artikel 125 van de Ambtenarenwet;

  • het gestelde in artikel 33b van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht, in het bijzonder artikel 3.5;

  • de overeenstemming met het Georganiseerd Overleg d.d. 22 maart 2021

 

besluit:

het Personeelshandboek VRU als volgt te wijzigen:

 

Artikel A

 

  • A.

    Artikel 10.3 van sectie A van deel 1 van het Personeelshandboek VRU wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

  •  

Artikel 10.3 Overige verblijfskosten

Voor het brandweerpersoneel dat werkt in dienstroosters, het brandweerpersoneel dat werkt in de standaardregeling, het personeel dat werkt als officier van dienst op basis van een piketaanwijzing en het personeel dat werkt als officier van dienst op basis van een kazerneringsregeling, zullen, mits sprake is van deelname aan een meerdaagse oefening per etmaal, zijnde 24 aaneengesloten uren, waarin daadwerkelijk aan de oefening is deelgenomen, de overige verblijfskosten ter hoogte van een brutobedrag van 1,5% van het maximum salaris per maand van salarisschaal 8, trede 11 worden vergoed.

  •  

  • ‘Arbeidsduur berekening en roosterfactor’

  • B.

    In deel 2 van het Personeelshandboek VRU wordt aan het onderdeel ‘Arbeidsduur berekening en roosterfactor’ de volgende tekst toegevoegd:

  •  

  • “Voor de beroepsmedewerkers in de 24-uursdienst werkzaam op het grondgebied van de stad Utrecht is in het GO van 27 november 2013 het volgende afgesproken: ‘Dit alles binnen het kader van maximaal 20 dagdiensten (zomerverlof à 15 dagen inbegrepen). Hieruit volgt dat zoveel als mogelijk 24-uursdiensten zullen worden ingeroosterd. Het geheel wordt uitgewerkt en vastgelegd in een jaarrooster.’.”

  •  

  • C.

    Artikel 3.6 van sectie A van deel 1 van het Personeelshandboek VRU wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

  •  

Artikel 3.6 Inconveniëntentoelage

  • 1.

    De ambtenaren in de 24-uurs kazerneringsdienst, tot en met de functie van ploegleider, ontvangen een inconveniëntentoelage, bedoeld in artikel 3:14 CAR/UWO, van € 88,- bruto per maand. Dit bedrag wordt vanaf 1 januari 2021 geïndexeerd overeenkomstig de reguliere salarisontwikkelingen conform de geldende rechtspositie of cao.

  • 2.

    De ambtenaren die niet werkzaam zijn in de 24-uurs kazerneringsdienst, maar wel een functie vervullen zoals genoemd in lid 1, en die werkzaamheden verrichten in een zogenaamde dagdienstfunctie of Model Zeist-functie, ontvangen een inconveniëntentoelage van € 88,- bruto per kwartaal. Dit bedrag wordt vanaf 1 januari 2021 geïndexeerd overeenkomstig de reguliere salarisontwikkelingen conform de geldende rechtspositie of cao.

  • 3.

    Voor de ambtenaar die vóór 1 januari 2021 werkzaam was in een participatiefunctie en dit na 1 januari 2021 blijft doen, geldt lid 2 tot het moment dat hij de participatiefunctie niet meer verricht.

  •  

  • D.

    Artikel 3.7 van sectie A van deel 1 van het Personeelshandboek VRU wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

  •  

Artikel 3.7 Duiktoelage

  • 1.

    De gecertificeerde duikploegleider en de gecertificeerde duiker die als zodanig aangewezen zijn en als zodanig worden ingezet, ontvangen hiervoor een functiegebonden toelage, bedoeld in artikel 20:2 lid 4 CAR/UWO, van € 350,- netto per jaar. Dit bedrag wordt vanaf 1 januari 2021 geïndexeerd overeenkomstig de reguliere salarisontwikkelingen conform de geldende rechtspositie of cao.

  • 2.

    De gecertificeerde duikploegleider die tevens gecertificeerd duiker is, en die als zodanig aangewezen is en als zodanig wordt ingezet, krijgt twee keer een functiegebonden toelage van € 350,- netto per jaar. Dit bedrag wordt vanaf 1 januari 2021 geïndexeerd overeenkomstig de reguliere salarisontwikkelingen conform de geldende rechtspositie of cao.

  •  

  • E.

    Artikel 4.5, onder c, van sectie A van deel 1 van het Personeelshandboek VRU wordt als volgt gewijzigd:

  •  

  • In artikel 4.5, onder c, worden de cijfers: ‘€ 400,-‘ gewijzigd in: ‘€ 450,-‘.

  •  

  • F.

    Artikel 15.11 van sectie A van deel 1 van het Personeelshandboek VRU wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

  •  

Artikel 15.11 Vergoeding voor jaarlijkse ELO-module

De vrijwilliger met een postgebonden functie ontvangt eenmaal € 88,- bruto per jaar voor het mogen volgen van een jaarlijks door het bevoegd gezag te ontwikkelen module in de Elektronische Leeromgeving. Dit bedrag wordt vanaf 1 januari 2021 geïndexeerd overeenkomstig de reguliere salarisontwikkelingen conform de geldende rechtspositie of cao.

  •  

  • G.

    Artikel 15.17 van sectie A van deel 1 van het Personeelshandboek VRU wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

  •  

Artikel 15.17 Duiktoelage

  • 1.

    De gecertificeerde duikploegleider en de gecertificeerde duiker die als zodanig aangewezen zijn en als zodanig worden ingezet, ontvangen hiervoor een vergoeding van € 350,- netto per jaar. Dit bedrag wordt vanaf 1 januari 2021 geïndexeerd overeenkomstig de reguliere salarisontwikkelingen conform de geldende rechtspositie of cao.

  • 2.

    De gecertificeerde duikploegleider die tevens gecertificeerd duiker is, en die als zodanig aangewezen is en als zodanig wordt ingezet, ontvangt een vergoeding van € 700,- netto per jaar. Dit bedrag wordt vanaf 1 januari 2021 geïndexeerd overeenkomstig de reguliere salarisontwikkelingen conform de geldende rechtspositie of cao.

  •  

Artikel B

Dit besluit treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2021.

 

Aldus vastgesteld door het dagelijks bestuur,

Utrecht, 14 juni 2021,

S.A.M. Dijksma

voorzitter

C.M. Angevaren

waarnemend secretaris