Blad gemeenschappelijke regeling van Sociale Dienst Oost Achterhoek

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Sociale Dienst Oost AchterhoekBlad gemeenschappelijke regeling 2021, 384Beleidsregels



Beleidsregels kostendelende medebewoner Sociale Dienst Oost Achterhoek 2021

Het Dagelijks Bestuur van de Sociale Dienst Oost Achterhoek;

 

gelet op artikel 4 van de Gemeenschappelijke Regeling van de Sociale Dienst Oost Achterhoek en het delegatiebesluit Gemeenschappelijke Regeling Sociale Dienst Oost Achterhoek, waarin het bestuur de zelfstandige bevoegdheid voor de uitvoering van bovengenoemde taken gedelegeerd heeft gekregen van zijn deelnemende gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk;

 

gelet op artikel 19 a Kostendelende medebewoner;

 

besluit tot vaststelling van de volgende beleidsregels:

Beleidsregels kostendelende medebewoner Sociale Dienst Oost Achterhoek 2021 Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • b.

    BW: Burgerlijk Wetboek;

  • c.

    Betrokken persoon: degene die een uitkering heeft binnen de Participatiewet, IOAW, IOAZ of Bbz;

  • d.

    Kostendelende medebewoner: de persoon van 21 jaar of ouder die in dezelfde woning als de betrokken persoon zijn hoofdverblijf heeft;

  • e.

    Dagelijks Bestuur van SDOA: gemandateerd door de drie Colleges van de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterwijk voor uitvoering van de Participatiewet;

  • f.

    Gezinsnorm: de norm die van toepassing is op basis van leeftijd en gezinssituatie;

  • g.

    Bloed- of aanverwant in eerste en tweede graad: familie waarvan in eerste graad (adoptie)ouders, (adoptie)kinderen, tweede graad: grootouders, kleinkinderen, broers en zussen;

  • h.

    Commercieel: zakelijke prijs.

  • i.

    Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet preciezer worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wetten en bijbehorende regelingen waarin dit begrip gebruikt wordt en ook dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht en het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 2 Schriftelijke overeenkomst en betaalbewijzen

  • a.

    Voor de toepassing van artikel 19a van de Participatiewet, legt de betrokken persoon op verzoek van het Dagelijks Bestuur van de SDOA de schriftelijke overeenkomst over en toont hij de betaling van de commerciële prijs aan door het overleggen van de bewijzen van betaling vanaf de start van de overeenkomst.

  • b.

    Onder commerciële huurprijs wordt verstaan het bedrag dat de (onder)huurder of kostganger maandelijks betaalt aan de (onder)verhuurder of kostgever voor het gebruik van een gedeelte van een woning.

  • c.

    De minimale commerciële huurprijs is vastgesteld op 20% van de gezinsnorm.

  • d.

    Onder commerciële prijs worden niet alleen de woonkosten begrepen, maar ook de kosten voor het gebruik van water, gas en energie en de zakelijke lasten die worden doorberekend zoals de onroerende zaakbelasting.

  • e.

    Het bestaan van een overeenkomst tussen (onder)verhuurder of kostgever en (onder)huurder of kostganger moet aan de hand van een schriftelijke overeenkomst kunnen worden aangetoond. Uit de schriftelijke overeenkomst moet blijken dat niet meer personen een dergelijk contract met deze (onder)verhuurder of kostgever hebben afgesloten.

  • f.

    Uit de schriftelijke overeenkomst moet minimaal blijken:

    • wie de huurder en verhuurder zijn;

    • wat de hoogte van de maandhuur is;

    • wat onder het gehuurde wordt begrepen;

    • wat de ingangsdatum van de schriftelijke overeenkomst is;

    • wat de looptijd van de schriftelijke overeenkomst is.

Artikel 3 Hardheidsclausule

In gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het Dagelijks Bestuur.

Het Dagelijks Bestuur kan in bijzondere gevallen afwijken van dat wat bepaald is in deze beleidsregels, als het toepassen hiervan leidt tot onwenselijke situaties voor de betrokken persoon.

Artikel 4 Citeertitel en inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op 1 mei 2021. Deze beleidsregels worden aangehaald als: “Beleidsregels kostendelende medebewoner Sociale Dienst Oost Achterhoek 2021”.

Vanaf dat moment vervallen alle eerder vastgestelde beleidsregels:

  • Beleidsregels zakelijke relatie kostendelersnorm Participatiewet 2015 gemeente Berkeland

  • Beleidsregels zakelijke relatie kostendelersnorm Participatiewet 2015 gemeente Oost Gelre

  • Beleidsregels zakelijke relatie kostendelersnorm Participatiewet 2015 gemeente Winterswijk Berkeland

Toelichting

 

In het geval sprake is van een kostendelende medebewoner, wordt een (onder)verhuurder, (onder)huurder, kostgever of kostganger niet meegerekend in de kostendelersnorm. Hoewel een kleine mate van kostendelen niet uit te sluiten valt, is het niet redelijk ervan uit te gaan dat de betrokken persoon en de(onder)verhuurder, (onder)huurder, kostgever of kostganger kosten delen in dezelfde mate als woningdelers die niet zo’n onderlinge zakelijke relatie met elkaar hebben.

Het bovenstaande is ook van toepassing alsook andere bewoners dan de betrokken persoon op basis van een schriftelijke overeenkomst met de verhuurder als (onder)huurder of kostganger in dezelfde woning wonen als de betrokken persoon. Of tussen (onder)huurders en kostgangers onderling de kostendelersnorm geldt, hangt af van de situatie. Voor zover bewoners op basis van een commerciële overeenkomst met dezelfde verhuurder in de woning hun hoofdverblijf hebben, hebben zij ook onderling een zakelijke relatie. Daarom is ook voor deze situatie een uitzondering gemaakt op de kostendelersnorm. Het feit dat de bewoners eventueel bepaalde voorzieningen delen (bijvoorbeeld hal, keuken en/of badkamer) en dus van enige kostendeling sprake kan zijn, doet hier niet aan af. Dit voordeel is verrekend/verwerkt in de commerciële huurprijs.

Bij uitzonderingen op de kostendelersnorm kan het alleen gaan om personen die geen bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad zijn. Uitgangspunt hierbij is dat een relatie tussen dergelijke bloed- en aanverwanten nimmer een zakelijke relatie kan zijn.

Voor zover er sprake is van een individueel contract, maar er in feite één prijs wordt opgebracht door de bewoners gezamenlijk, met als gevolg dat het deel van elk van hen onder het niveau van een commerciële prijs zakt, wordt niet meer voldaan aan de criteria voor de commerciële relatie en geldt de kostendelersnorm. Dat geldt ook als de betrokken persoon die op basis van een schriftelijke overeenkomst een commerciële prijs aan de (onder)verhuurder of kostgever betaalt, de woning deelt met een of meer personen die niet een dergelijk contact met deze (onder)verhuurder of kostgever hebben afgesloten.

Aldus besloten in de vergadering van het Dagelijks Bestuur van de Sociale Dienst Oost Achterhoek, gehouden 29 april 2021.

De voorzitter,

De secretaris,