Blad gemeenschappelijke regeling van Sociale Dienst Oost Achterhoek

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Sociale Dienst Oost AchterhoekBlad gemeenschappelijke regeling 2021, 383Beleidsregels



Beleidsregels terugvordering en invordering Bbz 2004 (Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004) Sociale Dienst Oost Achterhoek 2021

Het Dagelijks Bestuur van de Sociale Dienst Oost Achterhoek;

 

gelet op artikel 4 van de Gemeenschappelijke Regeling van de Sociale Dienst Oost Achterhoek en het delegatiebesluit Gemeenschappelijke Regeling Sociale Dienst Oost Achterhoek, waarin het bestuur de zelfstandige bevoegdheid voor de uitvoering van bovengenoemde taken gedelegeerd heeft gekregen van zijn deelnemende gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk

 

besluit tot vaststelling van de volgende beleidsregels:

Beleidsregels terugvordering en invordering Bbz 2004 (Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004) Sociale Dienst Oost Achterhoek 2021 Hoofdstuk I – Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    Bbz: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;

  • b.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    BW: Burgerlijk Wetboek;

  • d.

    Uitkering: uitkering ingevolge de Participatiewet, IOAW, IOAZ of Bbz;

  • e.

    Dagelijks Bestuur van SDOA: gemandateerd door de drie Colleges van de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterwijk voor uitvoering van de Participatiewet

  • f.

    College: Burgemeester en wethouders van de gemeente Berkelland;

  • g.

    Debiteur: de persoon van wie wordt teruggevorderd.

  • h.

    Bruteren: Het omrekenen van nettobedragen naar brutobedragen.

  • i.

    ROZ: Regionale Organisatie Zelfstandigen waaraan het Dagelijks Bestuur SDOA mandaat heeft verleend voor uitvoering Bbz.

  • Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet preciezer worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wetten en bijbehorende regelingen waarin dit begrip gebruikt wordt en ook dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht en het Burgerlijk Wetboek.

Hoofdstuk II Terugvordering

Artikel 2 Algemeen

De ROZ maakt gebruik van de bevoegdheid tot:

  • a.

    het terugvorderen van ten onrechte verleende bijstand of uitkering zoals genoemd in:

    - artikel 12, tweede lid, onderdeel c, Bbz;

    - artikel 39, eerste lid, onderdeel a onder 3 Bbz;

    - artikel 39, tweede lid, Bbz;

    - artikel 41, vierde en vijfde lid Bbz.

  • b.

    het vestigen van een recht van hypotheek of pandrecht voor de zekerheid tot terugbetaling van de gegeven uitkering.

Artikel 3. Brutering

  • 1.

    Loonheffing waarvoor bijstand is gegeven wordt teruggevorderd, als deze belasting en premies niet verrekend kunnen worden met de belastingdienst en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

  • 2.

    Er wordt van brutering afgezien als de debiteur:

  • geen verwijtbaar gedrag heeft getoond en

  • de debiteur niet kan worden verweten dat de vordering niet in zijn geheel binnen het kalenderjaar waarop de vordering betrekking heeft is voldaan.

Artikel 4. Terugvorderingsbeschikking

De ROZ vermeldt in de terugvorderingsbeschikking, in aanvulling op wat in artikel 4:86 Awb is genoemd en voor zover geen betalingsregeling is opgenomen, in ieder geval:

  • a.

    de mogelijkheid voor de debiteur om voor het aflopen van de gestelde betalingsperiode een gemotiveerd verzoek te doen voor het afspreken van een betalingsregeling;

  • b.

    dat, bij niet op tijd betalen of het niet op tijd indienen van een verzoek om een betalingsregeling af te spreken, de ROZ rechtsmiddelen zal inzetten waarmee het tot (dwang)invordering kan overgaan. Alle invorderingskosten die hieruit voortkomen kunnen op de debiteur worden verhaald.

Artikel 5 Terugvordering van verstrekt bedrijfskapitaal

De ROZ vordert het bedrijfskapitaal, dat is toegekend op grond van artikel 20 en 24 Bbz terug als de zelfstandige ook na een tweede aanmaning niet aan zijn betalingsverplichting voldoet.

  • 1.

    Afzien van terugvordering is in de volgende gevallen mogelijk:

    • a.

      aan de debiteur is te veel uitkering verleend en hij had dit redelijkerwijs niet kunnen begrijpen;

    • b.

      aan de debiteur is te veel uitkering verleend en hij had dit redelijkerwijs kunnen begrijpen, maar de betaling heeft reeds meer dan twee jaar geleden plaatsgevonden.

    • c.

      de terugvordering zou leiden tot buitenproportionele sociale of financiële gevolgen.

  • 2.

    Afzien van terugvordering zoals in het eerste lid aangegeven onder a tot en met c, kan alleen in bijzondere gevallen, waarbij wordt uitgegaan van een individuele afweging van omstandigheden die er toe doen. Zowel een financiële als niet-financiële (immateriële) situatie, zoals re-integratieactiviteiten, schuldsituaties en andere sociale motieven kunnen een rol spelen.

  • 3.

    Een besluit om af te zien van terugvordering wordt ingetrokken als op een later moment blijkt dat de debiteur onjuiste of onvolledige gegevens heeft gedeeld en het delen van juiste en volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.

  • 4.

    Afzien van terugvordering is niet aan de orde als de vordering:

    • a.

      het gevolg is van te weinig besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan; of

    • b.

      door pand- of hypotheekrecht wordt gedekt; of

    • c.

      is ontstaan door het niet nakomen van de plicht om gegevens te delen. Voor vorderingen door het niet nakomen van de plicht om gegevens te delen is afzien niet mogelijk.

Artikel 6. Verminderen van vordering

  • 1.

    Als de ROZ een duidelijk signaal heeft ontvangen, waaruit redelijkerwijs blijkt dat de bijstand onterecht of tot een te hoog bedrag wordt gegeven, dan heeft de ROZ, na de ontvangst van dat signaal nog zes maanden de tijd om het recht op bijstand in overeenstemming te brengen met de echte situatie. De bijstand die na die zes maanden onterecht of tot een te hoog bedrag wordt gegeven, wordt niet teruggevorderd.

  • 2.

    De terugvordering gaat alleen om de bijstand die de ROZ niet zou hebben verleend als de debiteur op tijd alle belangrijke gegevens zou hebben gedeeld.

Hoofdstuk III Invordering

Artikel 7. Betalingsverplichting debiteuren zonder uitkering

  • 1.

    De ROZ mag als verplichting om te betalen in een keer de betaling van de volledige vordering opleggen of een maandelijkse aflossingstermijn vaststellen.

  • 2.

    In de verplichting om te betalen kunnen preciezere voorwaarden worden opgenomen.

  • 3.

    Als de debiteur de verplichting om te betalen niet volledig nakomt, wordt het besluit om terug te vorderen uitgevoerd.

Artikel 8. Aflossingscapaciteit debiteuren met een bijstandsuitkering

  • 1.

    Als de debiteur een inkomen heeft op bijstandsniveau, is de capaciteit om af te lossen, rekening houdend met de beslagvrije voet, maximaal 5% van de juiste bijstandsnorm per maand, met daarin meegeteld de vakantietoeslag.

  • 2.

    In geval van beslaglegging door een derde, kan de capaciteit om af te lossen volgend op de voorgaande leden voor alle vorderingen worden bepaald op de volledige beslagruimte, zoals aangegeven in artikel 475d leden 1 en 2 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Artikel 9. Tussentijdse beoordeling aflossingscapaciteit

De ROZ kan de hoogte van een eerder vastgestelde verplichting om af te lossen verhogen of wijzigen in een verplichting om af te lossen die in een keer moet worden voldaan:

  • a.

    Als de veranderde situatie van de debiteur daar aanleiding voor geeft, of

  • b.

    Als de debiteur als hij daar om gevraagd wordt geen informatie geeft over zijn situatie.

Artikel 10. Verrekening en beslaglegging

  • 1.

    Als de debiteur niet tot betaling van de vordering overgaat, wordt het besluit om terug te vorderen uitgevoerd door verrekening met de uitkering of door invordering bij dwangbevel en beslaglegging.

  • 2.

    De ROZ kan ook de invordering overdragen aan een derde.

  • 3.

    De aan het tweede lid verbonden invorderingskosten worden volledig doorberekend aan de debiteur.

  • 4.

    Van verdere invordering kan worden afgezien als de restvordering minder is dan € 150.

Artikel 11. Uitstel van betaling

  • 1.

    Als de financiële situatie of de bijzondere situatie van de debiteur hiertoe aanleiding geven, kan de ROZ zelf of op verzoek besluiten tot het verlenen van uitstel van betaling voor een bepaalde periode.

  • 2.

    De ROZ kan op verzoek besluiten om de aflossingsverplichting te verminderen met behoud van het derdenbeslag dat al was gelegd.

  • 3.

    Aan het uitstel van betaling, of de vermindering van de verplichting om te betalen, kan de ROZ voorwaarden verbinden.

Hoofdstuk IV Kwijtschelding

Artikel 12. Afzien na tijdsverloop

  • 1.

    Er kan van (verdere) invordering van niet verwijtbare vorderingen worden afgezien, als:

    • a.

      tijdens 5 jaar volledig is voldaan aan de verplichting om te betalen; of

    • b.

      tijdens 5 jaar niet volledig is voldaan aan de verplichting om te betalen, maar het achterstallige bedrag alsnog is betaald; of

    • c.

      tijdens 5 jaar geen betalingen zijn gedaan door onvoldoende capaciteit om af te lossen; of

    • d.

      tijdens 3 jaar geen betalingen zijn gedaan, omdat de verblijfplaats onbekend is en niet te verwachten is dat op enig moment nog betalingen zullen worden gedaan; of

    • e.

      een bedrag, ter hoogte van tenminste 50% van de restsom in één keer wordt afgelost; van deze mogelijkheid kan alleen gebruik worden gemaakt als wordt onderbouwd dat de afkoop van de schuld naar verwachting meer oplevert dan de gewone incassostrategie.

  • 2.

    De periode van 5 jaar wordt 3 jaar als het gemiddelde inkomen van de debiteur minus de aflossing die is gedaan voor het nakomen van de verplichting om te betalen in die periode de beslagvrije voet niet te boven is gegaan.

  • 3.

    Bij verwijtbare vorderingen gelden de bepalingen van het eerste en tweede lid, maar de hierin genoemde periodes zijn dan 10 jaar.

Artikel 13. Kwijtschelding (leen)bijstand in verband met een schuldregeling

  • 1.

    De ROZ ziet gedeeltelijk af van (verdere) invordering als duidelijk is dat een schuldregeling alleen tot stand kan komen op voorwaarde, dat zij hier ook aan deelneemt en gedeeltelijk afziet van invordering. De voorwaarden hiervoor zijn:

  • a.

    er moet sprake zijn van een problematische schuldensituatie;

  • b.

    de medewerking is vereist voor het tot stand komen van de schuldregeling;

  • c.

    gelijke verdeling met schuldeisers van gelijke rang. De SDOA kan voor teruggevorderde bijstand als preferente schuldeiser het dubbele percentage eisen ten opzichte van de concurrente schuldeisers;

  • d.

    het gedeelte van de lening of de vordering dat door gestelde zekerheden wordt gedekt, blijft buiten het akkoord.

  • 2.

    De medewerking wordt weer ingetrokken als achteraf blijkt dat:

    • a.

      er geen schuldregeling tot stand is gekomen binnen de daarvoor gestelde termijn;

    • b.

      de verplichtingen van de schuldregeling niet juist worden nagekomen;

    • c.

      er onjuiste informatie is gedeeld.

Hoofdstuk V Slotbepalingen

Artikel 14 Hardheidsclausule

In gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien, neemt de ROZ een besluit, waarbij zoveel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij vergelijkbare situaties rekening houdend met de individuele situatie van de betrokken debiteur.

Artikel 15. Citeertitel en inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op 1 mei 2021. Deze beleidsregels worden aangehaald als: “Beleidsregels terugvordering en invordering Bbz 2004 (Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004) Sociale Dienst Oost Achterhoek 2021”.

Vanaf dat moment vervallen alle eerder vastgestelde beleidsregels:

  • Beleidsregels terugvordering en invordering Bbz 2004 (Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004) gemeente Berkelland 2020

  • Beleidsregels terugvordering en invordering Bbz 2004 (Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004) gemeente Oost Gelre 2020

  • Beleidsregels terugvordering en invordering Bbz 2004 (Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004) gemeente Winterswijk 2020

 

Aldus besloten in de vergadering van het Dagelijks Bestuur van de Sociale Dienst Oost Achterhoek, gehouden op 29 april 2021.

De voorzitter,

De secretaris,