Intrekken besluit van de plaatsvervangend voorzitter van de veiligheidsregio Haaglanden van 14 mei 2020, houdende regels omtrent de aanwijzing van categorieën van gevallen waarop het verbod ex art. 2.2 van de Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Haaglanden van 11 mei 2020 niet van toepassing is (Blad gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden 2020, nr. 518)

De plaatsvervangend voorzitter van de veiligheidsregio Haaglanden,

 

Overwegende,

 

  • -

    dat op 11 mei 2020 de “Noodverordening COVID-19 Veiligheidsregio Haaglanden 11 mei 2020” (hierna: de Noodverordening 11 mei 2020) in werking is getreden;

  • -

    dat artikel 2.2 van de Noodverordening 11 mei 2020 het verbiedt zich in de publieke ruimte in een groep van drie of meer personen op te houden zonder tot de dichtstbijzijnde persoon in die groep en andere personen een afstand te houden van ten minste 1,5 meter;

  • -

    dat dit verbod niet van toepassing is op personen die een gezamenlijke huishouding vormen;

  • -

    dat artikel 1.2 van de Noodverordening 11 mei 2020 een gezamenlijke huishouding definieert als: de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel en ouders, grootouders en kinderen, voor zover zij volgens de basisregistratie personen op hetzelfde adres woonachtig zijn;

  • -

    dat hieronder niet begrepen wordt het beschermd wonen in een woonvoorziening, bijvoorbeeld voor personen met een verstandelijke beperking of zware vormen van autisme;

  • -

    dat het voor personen in deze woonvorm niet mogelijk is zelfstandig te reizen en zij afhankelijk zijn van hulp van professionele begeleiders en daarom gebruik maken van speciaal voor hen georganiseerd vervoer, meestal per minibus;

  • -

    dat dat vervoer naar de letter van de Noodverordening 11 mei 2020 niet is toegestaan, omdat daarin dan geen onderlinge afstand van 1,5 meter afstand aangehouden kan worden;

  • -

    dat er een grote gelijkenis is met gezamenlijke huishoudingen waarvoor een uitzondering geldt op die eis;

  • -

    dat het om het voor personen met deze woonvorm mogelijk te maken te reizen voor een uitstapje of vervoer naar een vakantieadres gewenst is eenzelfde uitzondering te maken;

  • -

    dat hij op grond van artikel 3.1 van de Noodverordening 11 mei 2020 bevoegd is de verboden uit de Noodverordening 11 mei 2020 niet van toepassing te verklaren op de door hem te bepalen (categorieën van gevallen);

  • -

    dat hij bij besluit van 14 mei 2020 (Blad gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden 2020, nr. 518) gebruik heeft gemaakt van deze bevoegdheid door te bepalen dat het in artikel 2.2 van de Noodverordening 11 mei 2020 opgenomen verbod niet van toepassing is op personen die wonen in een beschermende woonvoorziening tijdens het speciaal voor hen georganiseerde vervoer;

  • -

    dat op 15 juli 2020 de “Noodverordening COVID-19 Veiligheidsregio Haaglanden 15 juli 2020” (hierna: de Noodverordening 15 juli 2020) in werking is getreden;

  • -

    dat artikel 2.2, lid 1, van de Noodverordening 15 juli 2020 het verbiedt zich in de publieke ruimte of in een besloten plaats, niet zijnde een woning of een daarbij behorend erf, op te houden zonder tot de dichtstbijzijnde persoon een afstand te houden van ten minste 1,5 meter;

  • -

    dat dit verbod op grond van artikel 2.2, lid 2, onder i, van de Noodverordening 15 juli 2020 niet van toepassing is op het bedrijfsmatig personenvervoer en vervoer voor privé-doeleinden, voor zover dit vervoer primair de verplaatsing van de ene naar de andere locatie behelst en niet strekt tot het mogelijk maken van recreatie in dat voer- of vaartuig;

  • -

    dat het besluit van 14 mei 2020 (Blad gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden 2020, nr. 518) niet langer noodzakelijk is, gelet op de hiervoor genoemde uitzondering in artikel 2.2, lid 2, onder i, Noodverordening 15 juli 2020;

B E S L U I T :
  • I.

    in te trekken zijn besluit van 14 mei 2020 houdende regels omtrent de aanwijzing van categorieën van gevallen waarop het verbod ex art. 2.2 van de Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Haaglanden van 11 mei 2020 niet van toepassing is (Blad gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden 2020, nr. 518);

  • II.

     te bepalen dat dit besluit onmiddellijk na de bekendmaking ervan in werking treedt.

Pijnacker-Nootdorp, 6 augustus 2020

De plv. voorzitter van de veiligheidsregio Haaglanden,

F. Ravestein

Naar boven