Blad gemeenschappelijke regeling van Regio Gooi en Vechtstreek

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Regio Gooi en VechtstreekBlad gemeenschappelijke regeling 2020, 605Overige besluiten van algemene strekking



Reglement interne commissie afhandeling bezwaarschriften Regio Gooi en Vechtstreek

 

Het Dagelijks Bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek,

 

Gelezen de notitie van 7 februari 2020 over de werkwijze van het afhandelen van bezwaarschriften met kenmerk 20.0000211,

 

Gezien het akkoord van het CMT d.d. 25 februari 2020 met kenmerk 20.0000410 om bezwaarschriften eenduidig en efficiënt af te handelen en hiervoor een interne commissie voor de afhandeling van bezwaarschriften in te schakelen,

 

Gelet op het bepaalde in de hoofdstukken 6 en 7 en specifiek artikel 7:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb),

 

Gelet op artikel 18 onder c van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek,

 

Besluit:

 

Vast te stellen het Reglement interne commissie afhandeling bezwaarschriften Regio Gooi en Vechtstreek

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • a.

    reglement: het reglement interne commissie afhandeling bezwaarschriften Regio Gooi en Vechtstreek;

  • b.

    verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;

  • c.

    bezwaarmaker: degene die tegen een besluit van een bestuursorgaan een bezwaarschrift heeft ingediend bij dit bestuursorgaan;

  • d.

    belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij het door het bestuursorgaan te nemen besluit is betrokken waaronder de bezwaarmaker;

  • e.

    bezwaarschrift: een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 6:5 eerste lid Awb;

  • f.

    commissie: interne commissie voor de afhandeling van bezwaarschriften als bedoeld in artikel 7:5 Awb;

  • g.

    bestuursorgaan: algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzitter van de Regio Gooi en Vechtstreek;

  • h.

    voorzitter: voorzitter van de interne commissie als bedoeld in artikel 7:13 Awb;

  • i.

    secretaris: lid van de interne commissie die naast een inhoudelijke inbreng tevens de administratieve taken van de commissie verzorgt.

     

Artikel 2 Instelling commissie

  • 1.

    Er is een commissie die adviezen uitbrengt aan het verwerend orgaan over ingediende bezwaren tegen besluiten van het bestuursorgaan.

  • 2.

    Bezwaren tegen personele besluiten worden afgehandeld door de regionale geschillencommissie Gooi en Vechtstreek.

     

Artikel 3 Samenstelling commissie

  • 1.

    De commissie bestaat uit drie leden waarvan ten minste twee leden niet bij de voorbereiding van het bestreden besluit betrokken zijn geweest.

  • 2.

    Twee leden van de commissie zijn werkzaam bij de Regio als (senior) juridisch adviseur.

  • 3.

    Eén van de leden als bedoeld in het tweede lid vervult de rol van voorzitter.

  • 4.

    Eén van de leden als bedoeld in het tweede lid vervult de rol van secretaris.

  • 5.

    De rollen als bedoeld in het derde en vierde lid zijn inwisselbaar.

  • 6.

    Eén lid is vaktechnisch specialist van de resultaat verantwoordelijke eenheid (RVE) waar het bestreden besluit genomen is.

  • 7.

    De vaktechnisch specialist vervult niet de rol van voorzitter dan wel secretaris.

  • 8.

    De leden van de commissie regelen interne plaatsvervangers.

     

Artikel 4 Secretaris 

De secretaris is naast zijn rol als lid van de commissie belast met het bewaken van het proces ten behoeve van advisering door de commissie.

 

Artikel 5 Ingediend bezwaarschrift

  • 1.

    De secretaris bevestigt de ontvangst van het bezwaarschrift schriftelijk binnen tien dagen na ontvangst aan de bezwaarmaker.

  • 2.

    Wanneer de bezwaarmaker wordt vertegenwoordigt door een gemachtigde, vraagt de secretaris om een machtiging.

  • 3.

    De secretaris stuurt alle op het bezwaarschrift betrekking hebbende stukken door naar de bezwaarmaker of diens gemachtigde.

  • 4.

    De secretaris brengt daarnaast andere belanghebbende(n) binnen tien dagen na ontvangst van het bezwaarschrift op de hoogte van het bezwaarschrift.

     

Artikel 6 Ontvankelijkheid en verzuimherstel bezwaarschrift

  • 1.

    De secretaris gaat na of sprake is van een ontvankelijk bezwaarschrift en verleent zo nodig verzuimherstel aan de bezwaarmaker.

  • 2.

    De secretaris schort om het verzuim te herstellen de termijn om te beslissen op het bezwaarschrift op totdat de aanvulling op het bezwaarschrift is binnengekomen of de hersteltermijn ongebruikt is verstreken.

  • 3.

    Bij (kennelijke) niet-ontvankelijkheid of ongegrondheid van het bezwaarschrift stelt de secretaris een concept besluit op en legt dit ter advisering voor aan de voorzitter.

  • 4.

    Wanneer door de bezwaarmaker het verzuim wordt hersteld, beoordeelt de secretaris of het bezwaarschrift in behandeling wordt genomen.

     

Artikel 7 Informeel overleg

  • 1.

    Indien het bezwaarschrift zich daartoe leent, maakt de secretaris een afspraak met belanghebbende(n) en het verwerend orgaan om via de informele weg tegemoet te komen aan het bezwaarschrift.

  • 2.

    Het informeel overleg kan ertoe leiden dat het bestreden besluit in stand blijft, eventueel onder de voorwaarde dat er aanvullende afspraken worden gemaakt.

  • 3.

    Het informeel overleg kan ertoe leiden dat het bestreden besluit wordt gewijzigd waarna er een nieuw primair besluit volgt.

  • 4.

    De vertegenwoordiger van het verwerend orgaan stelt het primaire besluit op als bedoeld in het derde lid.

  • 5.

    In de situaties als bedoeld in het tweede en derde lid verzoekt de secretaris de bezwaarmaker het bezwaarschrift bij voorkeur schriftelijk in te trekken.

  • 6.

    Van de situaties als bedoeld in het vierde tot en met zesde lid stelt de secretaris eventuele belanghebbende(n) op de hoogte.

Artikel 8 Voorzitter

  • 1.

    De voorzitter heeft een adviserende rol bij de beoordeling van het bezwaarschrift en is daarin van doorslaggevende betekenis.

  • 2.

    De voorzitter is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.

  • 3.

    De voorzitter kan al dan niet uit eigen beweging deskundigen advies laten uitbrengen en hen zo nodig daartoe uit te nodigen op de hoorzitting. Indien daaraan kosten verbonden zijn, is vooraf toestemming van het bestuursorgaan vereist.

  • 4.

    De voorzitter kan belanghebbende(n) ambtshalve of op verzoek afzonderlijk horen als gezamenlijk horen een zorgvuldige behandeling zal belemmeren of wanneer tijdens het horen feiten of omstandigheden bekend zullen worden waarvan geheimhouding om gewichtige redenen is geboden.

 

Artikel 9 Hoorzitting

  • 1.

    Voorafgaand aan de hoorzitting legt de secretaris de op het bezwaarschrift betrekking hebbende stukken gedurende ten minste een week voor belanghebbende(n) ter inzage.

  • 2.

    De voorzitter nodigt uiterlijk twee weken voorafgaand aan de hoorzitting door de commissie belanghebbende(n) en het verwerend orgaan uit.

  • 3.

    Voor het houden van een hoorzitting is vereist dat de meerderheid van het aantal leden onder wie in elk geval de voorzitter, aanwezig is.

  • 4.

    De voorzitter bepaalt de agenda van de hoorzitting.

  • 5.

    De voorzitter leidt de hoorzitting van de commissie en stelt de bezwaarmaker in de gelegenheid het bezwaarschrift toe te lichten en geeft de vertegenwoordiger van het bestuursorgaan de mogelijkheid hierop te reageren.

  • 6.

    De voorzitter beslist over toepassing van artikel 7:3 Awb.

  • 7.

    Indien de voorzitter besluit af te zien van het horen als bedoeld in het zesde lid, doet de voorzitter hiervan mededeling aan belanghebbende(n) en het verwerend orgaan.

 

Artikel 10 Openbaarheid hoorzitting

  • 1.

    De hoorzitting van de commissie is openbaar.

  • 2.

    Indien de voorzitter van de commissie of één van de aanwezige leden het nodig acht of op verzoek van belanghebbende(n) kan de hoorzitting achter gesloten deuren plaatsvinden.

  • 3.

    Indien de commissie vindt dat er gewichtige redenen zijn om de hoorzitting niet in de openbaarheid te laten plaatsvinden, vindt de hoorzitting plaats achter gesloten deuren.

 

Artikel 11 Verslaglegging

  • 1.

    Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 Awb vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid.

  • 2.

    Het verslag houdt een zakelijke weergave in van hetgeen over en weer is gezegd en wat verder is voorgevallen.

  • 3.

    Indien de hoorzitting achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden of wanneer belanghebbende(n) dan wel hun gemachtigden niet in elkaars aanwezigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.

  • 4.

    Het verslag verwijst naar stukken die tijdens de hoorzitting door belanghebbende(n) zijn overgelegd.

  • 5.

    Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

 

Artikel 12 Nader onderzoek

  • 1.

    Indien er zich na afloop van de hoorzitting feiten en omstandigheden voordoen die van invloed kunnen zijn op het uit te brengen advies kan de commissie nader onderzoek (laten) verrichten.

  • 2.

    De uit dit nader onderzoek verkregen informatie wordt aan de commissie, het verwerend orgaan en belanghebbende(n) toegezonden.

  • 3.

    De commissie, het verwerend orgaan en belanghebbende(n) kunnen binnen een week na de verzending als bedoeld in het tweede lid een verzoek richten aan de voorzitter tot het plannen van een nieuwe hoorzitting.

  • 4.

    De voorzitter beslist op een verzoek als bedoeld in het derde lid.

  • 5.

    Op de nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing.

 

Artikel 13 Advies en beslissing op bezwaarschrift

  • 1.

    De commissie brengt aan het verwerend orgaan een advies uit over de beslissing op het bezwaarschrift.

  • 2.

    Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel over de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

  • 3.

    Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend en bevat het verslag als bedoeld in artikel 11 vijfde lid en nadere informatie als bedoeld in artikel 11 vierde lid van dit reglement.

  • 4.

    Indien de voorzitter van oordeel is dat de termijn als bedoeld in artikel 7:10 eerste lid Awb ontoereikend is om tijdig een advies uit te brengen en een beslissing op het bezwaarschrift te nemen, verzoekt de voorzitter het verwerend orgaan de beslistermijn als bedoeld in artikel 7:10 derde lid Awb te verdagen met zes weken.

  • 5.

    Van het besluit tot verdaging als bedoeld in het vierde lid ontvangt de commissie een afschrift.

 

Artikel 14 Proceskostenvergoeding

  • 1.

    Indien een bezwaarmaker zich laat vertegenwoordigen door een gemachtigde die beroepsmatig juridische bijstand verleent, kan de gemachtigde bij de commissie een verzoek tot proceskostenvergoeding indienen.

  • 2.

    De commissie adviseert het verwerend orgaan over het verzoek tot proceskostenvergoeding en over de hoogte daarvan.

  • 3.

    De secretaris regelt dat de proceskostenvergoeding via de financiële administratie wordt uitbetaald.

     

Artikel 15 Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking een dag na bekendmaking in het Blad gemeenschappelijke regelingen.

 

Artikel 16 Citeertitel

Dit reglement wordt aangehaald als: ‘Reglement interne commissie afhandeling bezwaarschriften Regio Gooi en Vechtstreek’.

 

Aldus vastgesteld op 3 juni 2020 door het dagelijks bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek in de parafencyclus van 28 mei 2020.

 

Bussum, 9 juni 2020

J.J. Bakker

secretaris

P.I. Broertjes

voorzitter

Toelichting Reglement interne commissie afhandeling bezwaarschriften Regio Gooi en Vechtstreek

 

Algemeen

 

Binnen de Regio leeft al langer de wens om binnenkomende bezwaarschriften tegen besluiten van bestuursorganen binnen de Regio via een eenduidige en meer efficiënte werkwijze af te handelen. Dit reglement voorziet in deze werkwijze.

 

Het dagelijks bestuur heeft op grond van artikel 18 onder c van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek de bevoegdheid regels over de ambtelijke organisatie vast te stellen. Van deze bevoegdheid wordt bij het vaststellen van dit reglement gebruik gemaakt.

 

Artikel 1

In dit artikel is een aantal begripsbepalingen opgenomen. De definitie van het begrip ‘bestuursorgaan’ ontbreekt. Dit begrip is reeds gedefinieerd in artikel 1:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen, wordt aangeduid als ‘verwerend orgaan’. Dat kan dus het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of de voorzitter van de Regio zijn.

 

Artikel 2

Met de commissie wordt hier bedoeld de interne commissie als bedoeld in artikel 7:5 van de Awb. Bezwaren tegen personele besluiten worden uitgezonderd van afhandeling door de commissie.

 

Artikel 3

In overeenstemming met artikel 7:5 van de Awb is bepaald dat ten minste twee van de drie leden van de commissie niet betrokken zijn geweest bij het bestreden besluit. Hiermee wordt de objectiviteit van de advisering door de commissie gewaarborgd.

 

Artikel 4

Hoewel in de Awb nergens wordt gesproken over een secretaris, is het gebruikelijk dat de commissie beschikt over een secretaris als lid van de commissie en degene die belast is met het bewaken van het proces ten behoeve van advisering door de commissie.

 

Artikel 5

In dit artikel is bepaald dat de bevoegdheden tot het vragen van een machtiging zoals bedoeld in artikel 2:1 van de Awb, het versturen van stukken naar de gemachtigde zoals bedoeld in artikel 6:17 van de Awb en het doorzenden van een bezwaarschrift aan een bevoegd orgaan worden uitgeoefend door de secretaris.

 

Artikel 6

In dit artikel wordt de bevoegdheid tot het geven van een termijn voor verzuimherstel zoals bedoeld in artikel 6:6 van de Awb uitgeoefend door de secretaris.

 

Artikel 7

Dit artikel biedt de mogelijkheid om op informele wijze een bezwaarschrift af te handelen.

 

Artikel 8

In dit artikel wordt de bevoegdheid tot het afzonderlijk horen van belanghebbenden zoals bedoeld in artikel 7:6 tweede lid van de Awb uitgeoefend door de voorzitter.

 

Artikel 9

In dit artikel wordt de bevoegdheid tot het ter inzage leggen van het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voor belanghebbenden gedurende ten minste een week zoals bedoeld in artikel 7:4 tweede lid van de Awb uitgeoefend door de secretaris.

In dit artikel wordt de bevoegdheid om af te zien van horen zoals bedoeld in artikel 7:3 van de Awb uitgeoefend door de voorzitter. De termijn om belanghebbenden en de vertegenwoordiger van het verwerend orgaan uit te nodigen voor een hoorzitting is twee weken en is bedoeld om hen de gelegenheid te geven zich voldoende voor te bereiden op de hoorzitting.

 

Artikel 10

Op grond van artikel 7:5 tweede lid van de Awb bepaalt het bestuursorgaan of de hoorzitting in het openbaar plaatsvindt. In het eerste lid van artikel 10 is aan deze wettelijke verplichting gevolg gegeven.

 

Artikel 11

Artikel 7:7 van de Awb vereist dat van het horen een verslag wordt gemaakt.

 

Artikel 12

Een nader onderzoek kan feiten en omstandigheden opleveren die op het moment van de hoorzitting nog niet bekend waren. Dit kan aanleiding zijn om belanghebbenden en het verwerend orgaan opnieuw te horen. Deze bepaling voorziet in de mogelijkheid aan de voorzitter van de commissie een nieuwe hoorzitting te houden en is een uitwerking van artikel 7:9 van de Awb.

 

Artikel 13

In dit artikel wordt duidelijk aangegeven dat de commissie advies uitbrengt en dus geen beslisbevoegdheid heeft. Het beslissen op het bezwaarschrift is voorbehouden aan het verwerend orgaan.

 

Artikel 14

In artikel 7:15 van de Awb is bepaald dat het bestuursorgaan bij de beslissing op bezwaar beslist over het verzoek om een proceskostenvergoeding. De commissie adviseert het verwerend orgaan over dit verzoek en de hoogte daarvan.